Mooier dan je denkt-3mar-CWvdM

Overdenking op 3 maart 2019 – Rode Loperviering
Lezing: Genesis 1: 26-31
Thema: Mooier dan je denkt

Beste mensen,

We gaan het vanmorgen niet over voetballen hebben, maar er is een voetbalclub in dit land waarvan de spelers soms als godenzonen aangeduid worden. En als iemand, met name een jong manspersoon, strak en soepel door de sportschool wordt afgeleverd, hoor je een enkele keer wel eens de opmerking vallen dat zo iemand er uit ziet als een jonge god. Iemand die minstens zes keer per dag bij Arie Boomsma op de bank zit, zal ik maar zeggen.
Dat zou iemand op de gedachte kunnen brengen dat de buitenkant, hoe je er uit ziet, iets met God te maken zou kunnen hebben. Laat ik heel duidelijk zijn: door die gedachte kunnen we meteen een dikke streep halen. Daar klopt niets van. Die voetbalclub heeft niet voor niets een naam die afgeleid is van de oude Griekse mythologie. En dat fraaie lichaam uit de sportschool lijkt erg op de klassieke beelden die we ook al uit de Griekse en Romeinse oudheid kennen. De goden die het moeten hebben van hun uiterlijk kennen we vooral uit de afgodendienst in de klassieke oudheid. Als het over de God van de Bijbel gaat is het zinloos om iets over het uiterlijk te zeggen. ‘Niemand heeft ooit God gezien’, lezen we in het Evangelie. En er staat niet voor niets een uitdrukkelijk verbod in de Bijbel om een beeld van God te maken.
Waarom staat er dan toch in het scheppingsverhaal, dat eerder in deze dienst gelezen is, dat God mensen maakt die, zoals we hoorden, Gods evenbeeld zijn, die op God lijken. We hebben misschien in de eerste plaats de neiging om dat met het uiterlijk in verband te brengen. Je gaat steeds meer op je moeder lijken, hoorde ik laatst over iemand zeggen. Dan denk je aan uiterlijk. Dat speelde hier ook wel een rol. Maar het ging ten diepste over heel iets anders. Het ging over de manier van leven. Over initiatieven nemen. Over hartelijkheid en gastvrijheid. Over de boel bij elkaar houden.
De appel valt niet ver van de boom, zeggen we, als we het over ouders en kinderen hebben. Maar dat gezegde wijst niet op uiterlijk. Het wijst veel meer op karakter. Het wijst niet op de omvang van je biceps. Het zegt iets over de manier waarop je je kracht gebruikt. Waar je je voor inzet. Daar herkennen mensen iets in. En daar gaat het ook over in het scheppingsverhaal. Er is niemand die één zinnig woord kan zeggen over de vraag hoe God eruit ziet. Maar we lezen in het scheppingsverhaal wat God doet: hij schept leven. Hij zorgt voor licht en leven, voor ritme en ruimte, en in dat alles creëert Hij een plaats voor de mens.
Die mens moet op God lijken. Na dat woordje staat er in de vertaling een puntkomma. Eigenlijk zou er een dubbele punt moeten staan. Want daarna wordt uitgelegd wat dat betekent, op God lijken: de mensen moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt. Wat God geschapen heeft moeten de mensen in stand houden, dat is wat daar staat. God kijkt naar alles wat Hij gemaakt heeft, hoorden we aan het eind van het verhaal, en Hij zag dat het zeer goed was. Wat betekent het dat we op God lijken? Het betekent dat we wat goed is ook goed moeten zien te houden. Het gaat er om dat we op God lijken in wat we doen.
Iemand met een bochel en een houten been die iedere dag nieuwe bomen plant lijkt meer op God dan een fraai getinte Adonis die zes keer per jaar met het vliegtuig een zonnig strand op zoekt, zal ik maar zeggen. Wie is er nou eigenlijk mooi? Afgezien van het feit dat er door de eeuwen heen nogal verschillende schoonheidsidealen zijn geweest moet je constateren, denk ik, dat er maar heel weinig mensen zijn die je echt mooi kan noemen. Maar dan gaat het alleen over het uiterlijk. En wie het scheppingsverhaal hoort begrijpt dat het daar eigenlijk niet om gaat. Het gaat erom dat we de schepping, die goed is, ook goed houden. Dat maakt ons tot evenbeeld van God. Dat maakt ons mooie mensen. Dat helpt ons om ons niet blind te staren op het uiterlijk, maar er met elkaar iets moois van te maken. Van ons leven. Van deze wereld. Dat is een mooie uitdaging. En als we die met elkaar oppakken, dan kijken we elkaar aan en zeggen we: je bent veel mooier dan je denkt.