Gods water over Gods akker laten lopen- 10 maart 2019- Ds. Eibert Kok

Gods water over Gods akker laten lopen

Zondagmorgen 10 maart 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Matteüs 13: 24-35


preek 20190310 1Vandaag gaat het over het wonder van de groeikracht, de groeikracht van een klein zaadje.
Nu hoef ik daar Westlanders niets over te vertellen.
Daar weten ze hier alles van, van goed zaad, van zaadveredeling, van het creëren van ideale omstandigheden om het zaad zo goed mogelijk te laten groeien, van optimalisering van de productie,
en ook van groeien in de markt: hoe laat je je bedrijf groeien en bloeien?
En ook dat dat keihard werken is, telkens alert zijn, je aandacht niet laten verslappen, nieuwe wegen inslaan.
De Westlandse aanpak.
Het beeld dat vanmorgen centraal staat, de gelijkenis van het mosterdzaad, is daaraan totaal tegenovergesteld.
Het gaat daar ook over het wonder van de groeikracht, maar op een heel andere manier.
Het is geen Westlandse aanpak. Of misschien toch wel?
Het is meer: Gods water over Gods akker laten lopen.
Kennen we die uitdrukking?
Het betekent zoveel als: je nergens om bekommeren, de dingen op hun beloop laten.
Die uitdrukking heeft een negatieve bijklank gekregen: de dingen op hun beloop laten, je nergens zorgen om maken, niets doen, terwijl – dat is dan de bijklank die het gekregen heeft – je eigenlijk wèl iets zou moeten doen.
Gods water over Gods akker laten lopen.
Ik moet denken aan de manier waarop wij omgaan met het klimaat, of in meer kerkelijke termen, met Gods goede schepping.
Vandaag wordt in Amsterdam een klimaatmars gehouden en de gezamenlijke kerken hebben daarbij ook een kerkdienst georganiseerd. Ook vanuit Naaldwijk gaan daar mensen naar toe.
Er zijn geluiden die zeggen: maak je niet zo druk, klimaatverandering is van alle tijden, het zal zo’n vaart niet lopen. Laat maar gaan.
Nee, zeggen anderen: je moet het niet op z’n beloop laten, je moet Gods water niet over Gods akker laten lopen. We moeten actief iets doen. Er wordt veel te weinig gedaan. Actie.
Waar komt die uitdrukking vandaan, Gods water over Gods akker laten lopen?
Ik vond op internet: De betekenis is waarschijnlijk dat men bij een overstroming het water over het land laat lopen zonder te proberen het door dijken of dammen te keren. Zou kunnen.
Maar een andere verklaring vind ik geloofwaardiger.
preek-20190310-2.jpgJe komt het nogal eens tegen in kerken waar een altaar staat of heeft gestaan: een nis in de kerkmuur dicht bij de plek van het altaar, een nis met een putje en een afvoerkanaal.
De piscina, zo heet dat wasbekken. Dat woord kennen we misschien wel van vakanties: een bordje dat verwijst naar het zwembad. Het woord betekent zoiets als: bad, bassin.
Volgens oud kerkelijk voorschrift moest in iedere kerk een wasbekken (piscina in het Latijn) aanwezig zijn voor de handwassing van de priester vóór de mis en voor reiniging van zijn vingers en van het gewijde vaatwerk na de communie.
Daar konden restjes inzitten van de geconsacreerde hostie en van de geconsacreerde wijn, en daar moet je natuurlijk met grote zorgvuldigheid mee omgaan.
Dat wasbekken bevond zich meestal in de muur naast het altaar en had een afvoer naar buiten waardoor het water op de gewijde grond van het kerkhof terecht kwam. Zo liet men Gods water over Gods akker lopen.
In de Protestantse kerken in Nederland wordt geen altaar gebruikt, en is ook geen piscina,
of heeft men, zoals op de foto bovenaan van een oude middeleeuwse kerk, dat afvoerpijpje dichtgestopt.
Gods water over Gods akker laten lopen.
Daar kun je van alles bij denken.
Misschien was het wel, zoals ik ergens las, om ook de doden op het kerkhof (gewijde grond) deel te laten krijgen aan het sacrament. Wie weet.
In ieder geval sijpelt er iets weg, een heel klein restje maar van het goede dat daar binnen die kerkmuren beleefd en gevierd wordt. Een heel klein beetje van Gods genade en liefde sijpelt de wereld in, zou je kunnen zeggen.
En we laten het maar aan God over wat daarmee gebeuren gaat.
Absoluut geen strategieën en uiterste inspanning, geen Westlandse aanpak, nee, laat het maar gaan, in vertrouwen.
Want het is Góds water over Góds akker.
preek-20190310-3.pngZo kom ik via die uitdrukking in onze taal terug bij het beeld van het mosterdzaadje, het wonder van de groeikracht van een klein zaadje, zo klein dat het zomaar over het hoofd ziet, zo klein dat het je zomaar uit de vingers glipt, en het gaat zijn eigen gang.
In Matteüs 13 worden verschillende gelijkenissen van Jezus verteld over zaaien en over zaad en wat daarmee gebeurt.
Het koninkrijk van God wordt vergeleken met iemand die zaait of met zaad zelf, en die verschillende gelijkenissen hebben hun eigen betekenis, zo ook de gelijkenis van het mosterdzaad.
Ze laten verschillende aspecten zien van het koninkrijk van God. Over twee weken komt een van de andere gelijkenissen aan de orde. Vandaag de gelijkenis van het mosterdzaadje.
Als ik dat zou moeten tekenen, dan zou ik dat, denk ik, net zo doen als op de poster van de projectafbeelding: Een grote boom, die jaren gegroeid heeft, met stevige takken.
Maar dat klopt niet bij een mosterdzaadje, zo begreep ik.
preek-20190310-4.pngUit een mosterdzaadje groeit geen boom, maar een struik.
Het is ook geen groeiproces van jaren, maar het is een eenjarige plant, die wel behoorlijke afmetingen kan aannemen.
Daarbij is het ook nog eens zo dat een mosterdzaadje helemaal niet het kleinste zaadje is wat er bestaat. Er zijn kleinere zaden.
Nu kan het best zijn dat in de tijd van Jezus het mosterdzaad wel, bijna spreekwoordelijk, gezien werd als het kleinste van alle zaden, maar men zal vast en zeker geweten hebben dat er geen enorme boom uit groeide.
Maar het gaat hier natuurlijk helemaal niet om de biologische (on)mogelijkheden van een mosterdzaad.
Het gaat om de vergelijking. Ook al is iets maar heel klein en moet je heel goed kijken anders zie je het over het hoofd, toch kan het uitgroeien tot ongedachte proporties.
Eén zo’n klein zaadje ergens in de marge van een akker, wat stelt het voor, zou je denken.
“Het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.”
Oftewel: een piepklein begin heeft de kracht in zich om te gaan groeien, om uit te groeien tot iets groots.
Als we dan even terugdenken aan de context waarin deze woorden geklonken hebben, uitgesproken door Jezus, opgeschreven en doorgegeven door de schrijver van het evangelie:
het was maar een klein groepje mensen dat geloof hechtte aan die woorden van Jezus, het waren kleine groepjes gelovigen in de marge van de samenleving.
Jezus bracht de boodschap van het koninkrijk, maar wat stelt het nou eigenlijk voor?
De keizer in Rome gaat z’n eigen gang,
ieder doet z’n eigen ding zoals altijd,
mensen worden onderdrukt, klem gezet,
voor de macht van de keizer en zijn kornuiten, voor de machten van deze wereld moet alles wijken, desnoods met geweld.
Dat koninkrijk van u, komt daar nog wat van?
Je zou de moed soms bijna verliezen.
Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. En zijn de vragen van toen nog steeds de vragen van nu. Als er een God is, waarom is er dan zoveel narigheid en ellende op de wereld? Waar zien we dat koninkrijk?
Tegen die achtergrond klinkt de gelijkenis van het mosterdzaad,
misschien wel opnieuw nu de kerk niet meer als een grote stevige boom midden in de samenleving staat, maar steeds meer een plaatsje heeft gekregen in de marge van de samenleving.
De groeikracht lijkt in de kerken in Nederland verdwenen, de kerk krimpt.
Of wil deze gelijkenis mij uitnodigen om er anders naar te kijken, om niet te kijken naar de grote getallen, maar naar de kleine dingen die er gebeuren?
Als een mosterdzaad.
Het is misschien maar een klein begin, maar blijf vertrouwen, er zit zo’n enorme groeikracht in dat kleine, blijf vertrouwen dat het iets worden zal.
preek-20190310-5.pngDeze vind ik mooi.
Hoe is het koninkrijk van God onder ons aanwezig?
Als dat kleine zaadje. Zo dus. In het klein.
Daarbij twee gedachten:
1. Doe kleine dingen: laten we in een samenleving die wordt beheerst door de gedachte dat groter beter is, herontdekken dat het in het koninkrijk van God niet gaat om grote aantallen en grote acties. Het gaat om kleine daden van barmhartigheid en rechtvaardigheid, van liefde en echtheid die kiemkracht in zich hebben en zo tekens zijn van het koninkrijk dat onder ons is.
Vier zo het Avondmaal. Geef om de armen. Wees vriendelijk. Bied een helpende hand. Wees dienstbaar. En: Laat het ook wat mogen kosten, en dan bedoel ik dat niet, of niet alleen financieel, maar mag het je ook tijd kosten, inzet, aandacht, pijn soms? Ik denk aan een woord als compassie: mee-lijden met de pijn van een ander.
Dat is één: Doe kleine dingen, laat dat maar groeien, vertrouw op de groeikracht daarvan. En vertrouw op Gods kracht.
2. Droom van grote dingen: Iemand schreef – en ik vind dat wel iets om over na te denken: God roept ons niet tot grote dingen, want hij doet zelf het grote werk.
Laten we er wel van blijven dromen, laten we die droom van het koninkrijk hoog houden. I have a dream.
Dus: doe kleine dingen, droom van grote dingen…
preek-20190310--6.pngDeze kwam ik ook nog tegen.
Weer moet ik denken aan woorden van Martin Luther King:
“Duisternis kan geen duisternis verdrijven; alleen licht kan dat. Haat kan geen haat verdrijven; alleen liefde kan dat.”
Deze gelijkenis roept op om te geloven in het kleine, in de krácht van het kleine, vertrouw dat het groeien zal.
We zijn niet in ons eentje verantwoordelijk voor alles.
Dat weten we door deze gelijkenis over zaad dat groeit met minimale menselijke betrokkenheid.
Het is goed om te weten dat het niet allemaal van ons afhangt, het is goed om te weten dat er nog een andere kracht aanwezig is, die leidt tot groei en tot resultaten,
de kracht van de liefde, de kracht van Góds liefde.
Kom ik terug bij het begin:
Góds water over Góds akker laten lopen.
Góds water is het, de liefde die hij ons heeft laten zien in de weg die Jezus gegaan is, de weg van liefde tot het uiterste.
Góds water is het, de liefde die stroomt uit de bron,
die we bij ons binnen mogen laten komen,
om die ook weer verder te laten stromen deze wereld over, Góds wereld, Góds akker over,
in het vertrouwen dat dat kleine iets groots uitwerkt.
Jezus is het zaad van God zelf dat gezaaid wordt op allerlei plaatsen, dat op onnavolgbare wijze opkomt en groeit, en een rijk wordt waarin voor vogels van allerlei pluimage een veilige en beschutte ruimte is.
Nogmaals: doe kleine dingen – in navolging van hem die ons is voorgegaan,
droom van grote dingen.