Pas op de plaats maken-20 maart 2019- ds. Eibert Kok

Pas op de plaats maken

Zondagmorgen 17 maart, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Leviticus 25: 1-13 en Matteüs 9: 9-13

preek 20 mrt 1
Deze foto is alweer een paar jaar oud, maar als je goed kijkt, dan herken je waarschijnlijk wel waar dit is. Deze foto is genomen vanaf de Middel Broekweg vlakbij de kruising met de Burgemeester Elsenweg. We kijken richting de Wollebrand, voordat het World Horti Center daar gebouwd werd, een prachtig doorkijkje.
Ik weet niet wat anderen vinden, maar ik vind het een plaatje dat rust uitstraalt.
Maar dat is soms anders als je hier langsloopt met allemaal druk verkeer op de Middel Broekweg, grote vrachtwagens die af- en aanrijden, onderweg van of naar de veiling, met alle bedrijvigheid, lawaai en onrust die dat met zich meebrengt.
Wij hier in het Westland zijn een ondernemend volkje, harde werkers, druk in de weer, we rennen en vliegen maar door, de 24-uurseconomie vraagt om actie.
En ook in onze zogenaamde vrije tijd plannen we van alles en nog wat, van alles waarvan we vinden of waarvan men vindt dat we dat moeten doen, drukke levens, we moeten eruit halen wat er in zit, en soms, soms lopen we onszelf voorbij.
Als ik dat zo zeg, wordt dit rustige plaatje omgeven door onrust.
En dit doorkijkje is er ook niet meer. De grond heeft een nieuwe bestemming gekregen.
Er is weer allerlei activiteit hier. Het gebouw van het World Horti Center is hier verrezen, en daarachter zijn ze al tijden bezig met wegwerkzaamheden: nieuwe wegen, snellere aanvoerroutes. We kunnen weer vooruit.
Maar jaren heeft het land hier braak gelegen, en verderop ligt nog steeds een groot deel braak.
Het was productieve tuinbouwgrond, die werd opgekocht door de veiling om uit te breiden, maar dat liet maar op zich wachten.
Al die tijd lag die grond daar maar, braak, leeg, niet productief, het levert je weinig tot niks op, ja, mooie doorkijkjes misschien, maar daar kun je niet van leven, grond die braak ligt kost je misschien alleen maar geld.
Vanuit die gedachte is land dat braak ligt géén goed teken, het geeft misschien een rustig plaatje, maar het is veel beter als er weer gebouwd of verbouwd wordt, actie!
Want dan is de grond productief, dan kan het weer iets opbrengen. Met stukjes braakliggende grond kun je de kost niet verdienen.
Rust en actie, hoe verhoudt zich dat in ons leven, in de manier waarop wij in het leven staan?
Worden we er gelukkig van als we altijd maar doorrennen, jachten en jagen?
Wordt de wereld er beter van als alles altijd maar doordraait?
Nu zeg ik het wel heel groot (als altijd alles maar doordraait), maar dat is wel het gevoel dat mensen soms kan overvallen. Mag ik ook nog eens een keer even op adem komen? Even een adempauze. Even me niet laten opjagen door van alles wat zo nodig moet. Even de dingen loslaten. Even in je eigen leven de zaak braak laten liggen. Even geen actie. Laat maar komen wat er komt.
Rust en actie. Hoe kiezen we daarin? Want het gaat om keuzes.
Braakliggende grond. Wat levert het op?
preek 20 mrt 2
Dit plaatje kwam ik tegen en dat trok gelijk mijn aandacht.
Om twee redenen.
Allereerst omdat het gelijk de boel op z’n kop zet en toch weer naar hetzelfde wijst.
Van dat land aan de Middel Broekweg is het volgens mij nooit de bedoeling geweest dat het jaren braak zou liggen.
De bedoeling zal vast en zeker geweest zijn om dat land zo snel mogelijk weer een functie geven waarmee het productief zou zijn.
Op dit plaatje zien we grond waarop heel goed bijv. woningen gebouwd zouden kunnen worden, huizen waar mensen in kunnen wonen,
maar de eigenaar van de grond laat die grond mooi braak liggen met de bedoeling om er over een paar jaar misschien wel veel meer aan te verdienen. Speculeren met grond.
En het gebeurt niet alleen met land, ook met huizen bijv. In de grote steden worden woningen opgekocht door mensen met te veel geld, en dan niet met de nobele bedoeling om medemensen te voorzien van een dak boven hun hoofd, maar om er zo veel mogelijk geld aan te verdienen. Dat is waar mensen zich vooral druk om lijken te maken: geld, méér geld, ook al heb je meer dan genoeg.
Dat is de eerste reden dat dit plaatje mijn aandacht trok: het zet de boel op z’n kop en verwijst toch weer naar hetzelfde.
De tweede reden is dat het die vraag stelt: Waarom ligt dit braak?
Het is goed om die vraag zo af en toe te stellen. Waarom?
Waarom doen we de dingen zoals we ze doen?
Waarom zijn we zo druk met van alles en nog wat, vliegen we van het een naar het ander, proberen we alle ballen hoog te houden, zonder adempauze?
Waarom zijn we vaak zo gefocust op geld, op meer, op groeien en groter?
Heeft het daarmee te maken dat we moeilijk echt rust kunnen vinden?
Waarom zouden we er niet voor kiezen om af en toe het maar gewoon braak te laten liggen, rust te nemen, en maar te zien wat er gaat groeien? Misschien gaat er dan wel iets moois groeien, iets wat anders geen kans krijgt.
Al deze gedachten kwamen bij mij naar boven n.a.v. het bijbelgedeelte van vanmorgen uit Leviticus 25.
Daarin gaat het over het sabbatsjaar en het jubeljaar.
Het zijn voorschriften, zo wordt het verteld, die Mozes namens God aan het volk Israël moet doorgeven.
Het is in de lijn van het sabbatsgebod: zes dagen arbeiden en de zevende dag is dan een dag om te rusten, om op adem te komen.
En die rustdag is dan niet zoals dat vroeger nog wel eens gebracht werd een dag waarop je van alle niet mág, maar een dag waarop je van alles niet hoeft. Je mag vrij zijn, even adempauze, een mens moet van ophouden weten,
met de bedoeling om daarmee ruimte te maken om je op die dag extra te richten op de ander, de Ander met een hoofdletter, God, maar ook de ander met een kleine letter, de medemens,
een dag om op een andere manier te investeren,
in rust, in aandacht, in liefde en vriendschap, een dag om bij te tanken.
In het verlengde daarvan kent de Tora het voorschrift van het sabbatsjaar, elke zevende jaar.
Gaat het bij de sabbat over het kleine, persoonlijke, bij het sabbatsjaar worden de lijnen wijder getrokken, naar heel de samenleving.
Elk zevende jaar moet een bijzonder jaar zijn voor de Israëlieten. De akkers en wijngaarden moeten rust krijgen, want dat jaar is bestemd voor God.
Niemand hoeft dan te zaaien of te oogsten. Het sabbatsjaar.
Moet je je dan geen zorgen maken of er wel genoeg te eten zal zijn? Nee, is het antwoord dat verderop in het hoofdstuk te lezen is. De opbrengst van het jaar ervoor zal genoeg zijn voor het sabbatsjaar.
Dus even niet: actie, actie, meer, meer, nee, even pas op de plaats maken, dat voortdurend bezig willen zijn loslaten, leren leven van vertrouwen!
Dan hoor ik daarin elementen terugkomen waarmee we ook vandaag de dag aan de slag kunnen.
Kijk, die praktijk van het sabbatsjaar, het is maar de vraag of het in Israël vroeger in praktijk gebracht is, maar het geeft wel hints.
Zoals mijn opa al wist: je moet niet jaren achtereen hetzelfde verbouwen op de grond, en het is goed om af en toe een stukje grond níet in te zaaien, maar gewoon braak te laten liggen.
Oftewel: je moet de grond niet uitputten.
En wat doen wij? Op wat voor manier zijn wij bezig met de aarde? Putten wij in onze drang naar meer en meer onze aarde niet uit? Zou het niet goed zijn om af en toe pas op de plaats te maken, terughoudender, zorgvuldiger om te gaan met de aarde die ons gegeven is, de aarde rust te gunnen?
Zodat dingen zich kunnen herstellen en andere zaken kans krijgen om te gaan groeien.
Hoe vaak is niet financieel gewin topprioriteit nr. 1?
Laat dat eens even los. Laat geld niet allesbepalend zijn, maar leef in het besef dat wij de aarde te leen gekregen hebben, en dat het onze taak is daar goed voor te zorgen, om die zo door te geven aan een volgende generatie, geen uitgeputte grond, maar vruchtbaar land.
Richting duurzaamheid geeft dit Bijbelgedeelte geen pasklare antwoorden, maar wel hints een bepaalde richting in.
Een andere hint zit voor mij hierin: “Wat er in dat jaar (het sabbatsjaar) op het land groeit is voor jullie állen! Je mag er zelf van eten, maar ook je slaven en slavinnen, je loonarbeiders en de vreemdelingen die bij je te gast zijn; ook voor je veestapel en voor de in het wild levende dieren kan het als voedsel dienen.”
Het land behoort aan God, zo is hier de gedachte, en de opbrengst is voor iedereen!
Dus niet: wie niet werkt zal ook niet eten, nee, voor ieder is er te eten.
Het gaat hier om solidariteit. Dat komt nog sterker naar voren in het vervolg, over het jubeljaar: na zeven keer zeven sabbatsjaren heb je in het vijftigste jaar een jubeljaar.
Als er mensen zijn die in de schulden terecht zijn gekomen, als er mensen zijn die hun grond hebben moeten verkopen vanwege schulden, of als mensen zichzelf hebben moeten verkopen als slaaf dan zal in dat vijftigste jaar alles weer rechtgezet worden, schulden kwijtgescholden, zodat mensen weer met een schone lei kunnen beginnen en niemand gewurgd wordt door de schulden die hem achtervolgen.
Terug naar die vraag: waarom ligt dit braak? Omdat dat goed is voor de aarde, omdat dat goed is voor mensen.
preek 20mrt 3
Kom ik bij de tweede lezing, de roeping van Matteüs.
In het Centraal Museum in Utrecht is (nog net) een prachtige tentoonstelling te zien met werk van de Italiaanse schilder Caravaggio en een aantal Nederlandse navolgers van zijn stijl.
Dit is een schilderij van Hendrik ter Brugghen uit 1621.
Matteüs was een tollenaar, en tollenaars stonden in de tijd van Jezus bekend als mensen die geld verdienden op een foute manier (ze inden het belastinggeld voor de bezettende macht, de Romeinen) maar ook als mensen die geld verdienden ten koste van anderen doordat ze veel te veel provisie voor zichzelf berekenden. Zakkenvullers.
Jezus ziet hem in het tolhuis zitten en zegt tegen Matteüs: Volg mij. Het verhaal vertelt dan dat Matteüs Jezus gaat volgen, maar dit is het moment dat hij geroepen wordt, prachtig verbeeld.
We zien Matteüs daar in het midden met die grote baard en gefronst voorhoofd. Wat zal hij kiezen?
Rechts een oude man in een harnas die niet de gaten lijkt te hebben dat Jezus daar aankomt.
Met zijn rechterhand wijst hij naar de munten voor hem op tafel waar hij met toegeknepen ogen door een brilletje naar kijkt.
Hij lijkt alleen met het materiële bezig, geld bepaalt zijn leven, die bril maakt zijn blikveld nog kortzichtiger.
Daarachter/boven een jongeman die smachtend kijkt en met zijn hand wijst naar het geld op tafel.
Dan Matteüs met zijn gefronste voorhoofd die niet lijkt te weten wat hij met die roepstem van Jezus aan moet.
Als we goed kijken zien we dat Jezus’ hand naar hem wijst.
Met zijn rechterhand wijst Matteüs naar zichzelf, ja het gaat om hem, wat zal hij kiezen?
met zijn linkerhand wijst hij, wat flauwtjes, naar dat geld daar voor hem op tafel, wat zal hij kiezen?
“Jezus die langs de straten kwam
en tollenaars terzijde nam…
Hij komt misschien vandaag voorbij
en neemt ook jou terzij of mij
en vraagt ons, Hem te geven
de rijkdom van ons leven.”
Wat kiezen wij? Durven we dat aan? Durf ik dat aan, die levensoriëntatie?
Luisteren naar dat geluid, soms even pas op de plaats maken, niet doorjakkeren, ‘geld-groeien-méér’ prioriteit nr. 1 laten zijn,
maar ruimte maken voor de ander, de Ander met een hoofdletter en de ander met een kleine letter.