Bij God is er genoeg-24mar-MMdV

Overdenking bij Mattheus 13:1-9 & 18-23
Doopdienst 24 maart 2019
ds. Marjan de Vries

Gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

zaaier van Gogh

In mijn korte werktijd als predikant heb ik al een aantal dingen over technologie van het zaaien en oogsten mogen leren. In Zeeland woonde ik op een boerderij mocht ik mee op een combine om de wintertarwe die maandenlang achter mijn huis had staan groeien te oogsten. Een computergestuurde grote tractor, die precies weet welke route hij moet nemen om zo min mogelijk verlies te dragen.
En ook hier in het Westland heb ik al een aantal bedrijven mogen bezoeken.
Ook hier wordt er zo optimaal mogelijk gewerkt. Als je door de kassen loopt - en dat kan straks weer met kom in de kas – ervaar je dat het niet zonder technologie kan.
Het hele proces is ingericht om zo maximaal mogelijk te kunnen oogsten.
In onze tijd gaat dat meeklinken als we een bijbelverhaal horen over een zaaier die het zaad in zijn schorten heeft. Deze zaaier zaait zo breed dat er zaad op de weg valt, tussen de rotsen en tussen de distels. Zaad dat niet ontkiemen kan. Dat niet opbrengen kan wat de boer nodig heeft. Is hij een slordige en nonchalante zaaier?

Jezus geeft de betekenis van de gelijkenis als hij alleen is met zijn leerlingen. Het is een beeld voor het verstaan van de woorden van het evangelie dat bij de mensen gezaaid wordt. Een beeld voor het geloofsleven van binnen en buiten de kerk. Zo is het ook altijd uitgelegd.
Het evangelie wordt net als het zaad van de zaaier breed uitgezaaid, maar niet overal even goed wordt verstaan en ontvangen.
Jezus vraagt dan aan zijn leerlingen of zij het verstaan hebben. En zij antwoorden bevestigend. Toch weet Jezus dat zij hem uiteindelijk verlaten zullen om hun eigen hachje te redden. Denk maar aan het verhaal van de laatste uren van Jezus. Als Petrus Jezus verraadt….

Toch blijft Jezus zijn vertrouwen uitspreken. Ook al weet hij wel dat deze discipelen hem verlaten zullen, blijft hij in hen investeren. Totdat hij uiteindelijk zelfs hun de opdracht geeft zijn boodschap verder de wereld in te brengen.

Natuurlijk is Jezus zo een voorbeeld van de zaaier uit de gelijkenis. Hij zaait tussen alle mensen, de gewone menigte die hem komt bezoeken. Hij moet in een bootje stappen, zoveel mensen zijn er weer gekomen. Maar ook tussen tollenaars en hoeren, tussen zondaars en ernstig zieken, hij zaait bij de mensen die door demonen bezeten zijn. En blijft beloven dat er overvloedig geoogst zal worden.
Als we naar de gelijkenis luisteren is het niet moeilijk om de verschillende ondergronden te herkennen. Toch moeten we oppassen om die te benoemen met groepen mensen in gedachten.
Want weet je het werkelijk?
Laten we dus die grond niet op bepaalde groepen plakken, maar luisterend naar het verhaal eerlijk naar onszelf kijken.
Want misschien is het niet zo netjes als in die akker. Als ik naar mijn eigen leven kijk zijn er zeker plekken te benoemen met de verschillende plekken waar het zaad valt.
Soms gaan dingen die ik hoor of me voorneem het ene oor in het andere uit.
Op andere momenten is mijn leven rotsig van de drukte, en kunnen dingen echt niet ontkiemen. Of er pikken vogels van de onzekerheid zaden van de weg. En soms ja soms weten we geen weg te vinden kunnen we door alles wat er gegroeid is niet meer zien waar het nou werkelijk om begonnen was. Alsof je de goede zaadjes moet zoeken tussen de distels. Maar hier en daar komt het ook tot ontkiemen. Dan besef ik ja, zo is het, er groeit toch geloof in mij.

Als we dan opnieuw luisteren naar het verhaal van de zaaier valt weer die zaaier op. Het zaad dat gezaaid wordt is het zaad van het koninkrijk. Zaad dat overvloedig wordt gezaaid. Niet afgepast met een zaaimachine van deze tijd, maar met handenvol uit de zak van een zaaier van vroeger tijd.
Er is genoeg en als altijd hoeven we er alleen maar voor open te staan.

Dit verhaal gaat niet over welke grond je bent. Want we weten dat we allemaal een beetje van iedere grondsoort in ons hebben.
Maar over dat vruchtbare koninkrijkszaad dat die zaaier, Jezus zaait. Het komt met brede gebaren op de akker van de wereld, van ons leven neer. En het wordt zonder oordeel gezaaid. Niet op de ene plek meer dan op de andere, maar overal gelijk.

Het zaad is het goede dat in de wereld gezaaid wordt. Het zijn de verhalen die we aan de dopelingen gaan vertellen over Jezus. Het zaad zijn de mensen die bezoekwerk doen. Het zijn die keren dat we aan anderen iets durven laten zien van het geloof dat wij leven. En als het zaad ontkiemt in ons leven, als wij de focus en aandacht kunnen geven aan het geloof dat wij belangrijk vinden, dan is de opbrengst ook groot.

En als wij dan de zaaiers zijn, en bijvoorbeeld met kinderen spreken over hun geloof. Hun een verhaal vertellen, of in het begin een boekje voorlezen mogen we dat op de ontspannen manier van de zaaier doen. Met brede gebaren. Kom er maar bij, het is ook voor jou. We hoeven dat niet al oordelend en beoordelend te doen, aan hem wel, aan haar niet. We mogen het gewoon vertellen zoals de zaaier zaait. Want wij kunnen niet zien of dat zaad zal gaan ontkiemen. Wij weten niet wat voor vlees we in de kuip hebben van tevoren. Het is niet aan ons. Het mag er dus gewoon zijn bij iedereen.
Die zaaier die zo breed zaait dat het zaad overal valt geeft ons dus ontspanning.
Want de zaaier beloofd dat er geoogst zal worden. En in het verhaal dat Jezus verteld wordt er veel meer geoogst dan wat een normale oogst zou opbrengen.
Het 100, 60 en 30-voudige van wat een normale oogst opbrengt.

Bij God is er genoeg, genoeg voor iedereen. Genoeg en daar mag de kerk ook in ontspannen. Als we maar ons best doen om te blijven zaaien hoeven we niet bang te zijn wat we oogsten, want bij God zal het genoeg zijn.

Moge het zo zijn,
Amen.