Bij Marcus 11: 1-11 - 14 april 2019- Ds. M.M. de Vries

Bij Marcus 11:1-11
Door Marjan de Vries

Gemeente van Jezus Christus,
lieve mensen,

Afgelopen week gingen de woorden van Juf Ank uit de televisieserie de Luizenmoeder rond over het internet. De Luizenmoeder gaat over het leven op en rond basisschool de klimop.
In de aflevering waar het over ging wordt Juf Ank, een van de leraressen van de school, vanaf het plein weggeroepen naar het kantoortje van de directeur. Hij is in beraad met de directeur van de koepel van de scholengemeenschap die een andere baan heeft gekregen. Bij een woningbouwalliantie. Je kunt aan hem zien dat hij vindt dat hij het heeft gemaakt. De directeur van de basisschool kan doorschuiven naar zijn positie en ze hebben bedacht dat Juf Ank dan wel directeur kan worden van de basisschool, natuurlijk voor een hoger salaris. Dat is voor haar toch ook de logische volgende stap op de ladder? Maar juf Ank ziet het anders en geeft aan wat ze mist.

Ze zegt en ik quote: “Ik mis het vertrouwen. Basisvertrouwen, in onszelf in de kinderen. Vertrouwen in de goede afloop. In elkaar. In dat het goed is zoals het is. Ik moet hier enkel nog dealen met ouders die kinderen inzetten om hun bodemloze bestaan te rechtvaardigen. Allemaal wonderkindertjes die vooral niet mogen falen, omdat er geen enkel besef meer is dat we deel uitmaken van een groter geheel. Dat we gedragen worden door elkaar. Zodat iedereen zich geborgen en gesteund kan voelen. Ook als je faalt of mislukt, of niet de grootste waffel hebt. We zijn allemaal mensen, en we hebben allemaal de onweerstaanbare drang om elkaar op een goed moment de hersens in te slaan. Dus als jij dan met je dikke portemonnee en je Audi A6 in het sprookje gaat geloven dat je werkelijk wat voorstelt, dan richt ik mij op het sprookje van geloof, hoop en liefde.” Einde quote.

Juf Ank houdt zo een pleidooi tegen het ikke, ikke, ikke en de rest kan… . Ze is moe van de wereld waarin het eigen geluk voorop wordt gesteld en niet aan anderen wordt gedacht. Ze droomt van een wereld waar mensen samenwerken en samen zoeken naar oplossingen. Waar we elkaar nodig hebben. En niet de een minder is dan de ander. Waar het gewoonweg niet alleen maar draait om het ik.
De koepeldirecteur reageert verbluft. In zijn wereld is er duidelijk niets groters dan geld en macht voor jezelf. Hij begrijpt het niet, maar heeft wel door dat hij Juf Ank niet meer kan ompraten. Ze is niet gevoelig voor geld en macht. Haar doel ligt ergens anders. Zij kiest voor het sprookje van geloof, hoop en liefde.

Die twee sprookjes naast elkaar vormen een duidelijk contrast. Hoewel wat eendimensionaal weergegeven. Ik ken wel mensen met mooie auto’s en veel geld, die ook de weg van geloof hoop en liefde proberen te gaan. Maar telkens zien en horen en ervaren we hoe de dingen van het meer, beter, groter, je ook in de weg kunnen zitten soms.

 Preek 14 apr 1

Het doet me denken aan een foto die ik deze week zag. We zien de paus op z’n knieën bij de president van Zuid Soedan. Hij kust de voeten van de president. En die man staat er ongemakkelijk en verlegen bij. Iets wat ik me voor kan stellen als je voeten worden gekust.
Maar wat gebeurt er daar? Paus Franciscus verzocht president Salva Kiir, diens voormalige plaatsvervanger Riek Machar, die weer rebellenleider werd, en drie andere vicepresidenten de afgesproken wapenstilstand te respecteren en zich in te zetten voor de vorming van een regering van nationale eenheid volgende maand.
Hij improviseert “Ik vraag u als een broeder de vrede te bewaren. Ik vraag u met mijn hart, laten we voorwaarts gaan. Er zullen veel problemen opdoemen, maar die zullen ons niet overweldigen. Los uw problemen op”.

Bij het zien van de foto dacht ik ‘wat knap’. De paus heeft door hoe hij zijn ‘macht’ kan inzetten voor het goede. Hij laat hier op slimme manier zien dat het niet om hemzelf gaat. Om zijn macht of uitstraling. Nee, hij kan zich laten neervallen aan de voeten van deze man. En hem biddend smeken om zijn eigen belang aan de kant te zetten en te zorgen voor de mensen in zijn land in plaats van steeds maar ruzie en oorlog te blijven schoppen.

Dat knielen door de belangrijkste man in de katholieke kerk is een tegenbeweging. Een beweging die het ik of het zelf aan de kant zet en het wij bovenaan. Jezus zegt: wie mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen (Marcus 8:34). Wat de paus daar doet is hier een voorbeeld van. Hij stelt het zelf niet voorop, nee, hij neemt een dienende houding aan. Het gaat niet meer om zijn positie of de man die hij is. Hij wil en kan dienen.

Vandaag ontmoetten we in onze schriftlezing weer die andere man. Jezus, die man die wij volgen willen. Hij rijdt Jeruzalem binnen op de rug van een ezelsveulen.
Jezus manier van binnenkomen in Jeruzalem heeft hij zelf voorbereidt. Hij stuurt twee leerlingen vooruit om dat ezeltje te gaan halen. Een ezel die nog nooit bereden is.
De ezel was een koninklijk dier, maar niet een dier van strijd – daarvoor neemt een koning een veel sneller paard. De ezel is een dier van gelijke hoogte een langzame gang. Door mensen makkelijk bij te houden en benaderbaar.
En dit ezeltje is een veulen. Het wordt bereden voor de eerste keer. Daarin lijkt iets door te klinken als – jullie zien nu een bekend beeld en ja ik wil er zijn voor jullie als koning, maar niet op de manier die jullie kennen. Een oude lijn wordt voortgezet, maar met dit ezelsveulen ben ik er ook op nieuwe manier.

Deels heeft Jezus deze entree in Jeruzalem zo voorbereid. Hij lijkt te willen vervullen wat door de profeten zo is voorspeld. De koning komt op een ezelsveulen Jeruzalem binnengereden.
De mensen die zijn toegestroomd heeft hij niet kunnen voorbereiden al wist hij wel dat ze er waren. Ook zij kennen de profeten ze schreeuwen immers: Hosanna, gezegend deze koningszoon. Zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna.
Het zijn mensen met verwachtingen. Hopen op een nieuwe regering van hun land. Hopen op verandering ten goede. Hopen dat Jezus de Messias is.
Zo trekken mensen hun jassen uit en halen takken van de bomen.
De verwachtingen rijzen tegen de bergen op.

Ook wij herkennen Jezus de Messias. Hij laat zien hoe het anders kan in deze wereld. En ook vandaag hebben wij hem nog nodig en verwachten we veel van hem. We kunnen en willen het nog steeds niet zonder hem.
Al kiezen we telkens weer voor ons eigen gelijk, en tegen het samen. Ook vandaag komen wij hier op deze zondag een week voor Pasen om weer te ontdekken en te horen dat het verhaal van deze Messias ons leven verandert op een heel andere manier dan wij ook maar kunnen denken of verwachten. Wij zijn die mensen van controle. Wij willen graag weten hoe de dingen lopen, welke dingen we moeten doen om het goed te doen en wie we moeten toejuichen. We worden ook nu zo regelmatig heen en weer geslingerd tussen het een en het ander.

We gaan een roerige week tegemoet. Een week van lijden en dood. Waarin we met Jezus meeleven. Samen met hem die weg gaan. Het zal een stille week zijn. Een week van verlangen naar hoe het ook anders kan. En Jezus zal ons dat laten zien. En dat doet hij natuurlijk al.
De paus heeft het begrepen. En Juf Ank zegt, ik kies niet voor de weg van groter, beter, hoger, mooier, maar voor het sprookje van geloof, hoop en liefde.
Jezus slaat met zijn intocht in Jeruzalem de weg van de liefde in. Een weg die voor hem dwars door de dood heen leidt. Een weg die voor ons niet te bevatten is. Zo moeilijk, zwaar en eenzaam. Jezus geeft zo invulling aan dienend leiderschap op een manier die geen van ons hem na zal kunnen doen.
Aan de ene kant zien we onszelf staan tussen de mensen die hem schreeuwend binnenhalen in de stad. Aan de andere kant zijn we er stil van en weten we niet goed wat we ermee aan moeten.

Straks zullen onze kinderen met de palmpasenstokken binnenkomen. Zij verbeelden met hun stokken de weg die Jezus zal gaan. Het verhaal van het lijden en sterven van Jezus.

Preek 14apr 2

Ook wij mogen als wij vandaag de kerk uitgaan daar iets van meenemen. Een klein takje. Dat takje wordt in de traditie van de kerk meegenomen door mensen op palmzondag. Ze steken dat takje dan ergens in huis op een zichtbare plek. Het is een takje dat herinnert aan wie Jezus is. En wie wij als mensen zijn. Want ook daar gaat het over – hoe mensen in een week tijd kunnen omslaan en iemand zomaar doodwensen.
Dat takje mag je meenemen en dan op aswoensdag aan de start van de veertigdagentijd volgend jaar verbranden we het weer. En wordt het getekend als een kruis op ons voorhoofd. Een teken van onze nederigheid. Zo worden wij steeds weer met onze voeten op de grond gezet.

Ieder jaar rond mogen wij zo leven met ons mens-zijn. Dat is waar we ons mee verbonden mogen voelen. We zijn allemaal mensen. Verlangend, verwachtingen koesterend, van onszelf, van anderen. Hopend vooruit te komen in de wereld, maar ook gewezen op onze verantwoordelijkheden als onze voeten worden gekust of gewassen, maar levend, op de weg van Jezus.
De weg van geloof, hoop en liefde.

Amen