God reist met ons mee-19mei-CWvdM

Overdenking op 19 mei 2019
Tekst: Exodus 25: 10-22
Thema: God reist met ons mee


Gemeente van Jezus Christus,
In 1982 kwam er een film uit met de titel Raiders of the lost Ark. Het ging over een avontuurlijke archeoloog, Indiana Jones geheten, die op zoek ging naar de ark van het verbond, de heilige kist van het Joodse volk waar de stenen platen in bewaard zouden zijn met de tekst van de Tien Geboden. Die film was een gigantisch succes. Hij wordt af en toe nog herhaald op één van de vele televisiezenders waar we uit mogen kiezen. De ark wordt in die film gezien als een mysterieus voorwerp waar bijzondere krachten in schuil gaan. Aan het eind worden de slechteriken in de film door die krachten vernietigd. Eind goed, al goed.
Tegen die achtergrond lijkt het Bijbelgedeelte waar we vanmorgen naar luisteren wat bleekjes af te steken. We lezen uit het boek Exodus, waarin verteld wordt hoe het Joodse volk is bevrijd uit het slavenbestaan in Egypte en nu op weg is naar het beloofde land. Onderweg, zo wordt verteld, krijgt het Joodse volk richtlijnen mee voor een leven in vrijheid. Woorden van leven, door God geopenbaard aan Mozes, de leider van het Joodse volk. De bekendste van die woorden zijn de Tien Woorden, of Tien Geboden. Maar daar blijft het niet bij. Vele hoofdstukken achter elkaar worden gevuld met allerlei voorschriften. Gedragsregels. Voorschriften voor wat je wel en niet mag eten. En opdrachten voor de bouw en de inrichting van een heiligdom.
Eén van die opdrachten hebben we vanmorgen gehoord. De opdracht om een ark te bouwen. Die opdracht wordt tot in detail uitgewerkt. Moeten wij dat weten? Wat voegt het aan ons leven toe om te weten wat de precieze maten van die ark waren, en van wat voor materiaal die ark was gemaakt? Niet veel, denk ik. Hooguit interessant voor een bijbelquiz, wanneer die weer een keer georganiseerd wordt. Maar wat worden wij daar wijzer van wanneer we onze weg proberen te vinden in ons leven, in de wereld van vandaag? Wat worden we daar wijzer van wanneer we ons afvragen hoe we onze kinderen groot moeten brengen in deze tijd?
Toch denk ik dat het Bijbelverhaal van vanmorgen ons daarbij verder helpt. Maar dan moeten we letten op de details. Het zijn de kleine dingen die het doen, zal ik maar zeggen. Wat mij opvalt in dit Bijbelgedeelte is om te beginnen de zorgvuldigheid die betracht wordt. Er wordt een kist gemaakt voor de verbondstekst, de stenen platen waarin de woorden gegrift staan die ons de weg wijzen naar een leven van liefde, recht en vrede. We horen tot in detail hoe die kist, die ark eruit moet zien. En dat die kist niet van steigerhout en oud metaal gemaakt moet worden, maar van acaciahout en goud. Het moet een kist zijn die je niet in een donker hoekje zet, maar op een ereplaats. Want de woorden in die kist herinneren ons er aan hoe waardevol het leven is. Hoe belangrijk het dus is dat we zorgvuldig met het leven omgaan. Dan moet de kist, waarin die woorden bewaard worden, zelf ook op een zorgvuldige manier gemaakt worden. Met aandacht en met liefde. Met de beste materialen. Dat verwijst naar de manier waarop wij mogen leven, geloof ik. Dat verwijst naar de manier waarop wij ons leven vorm geven, aan het leven bouwen. Dat moeten we zorgvuldig doen. Met respect voor elkaar. Letten op kleine dingen, die het leven mooier maken. Je wilt het beste voor elkaar. Je wilt het beste voor je kinderen. Dat is de koers die uitgezet wordt in de opdracht voor het bouwen van de ark.
Ik haal nog een detail naar voren. We hebben ook gehoord over de cherubs, engelachtige, gevleugelde wezens die bovenop de ark moeten staan. Van goud gemaakt, uit één stuk met het gouden deksel van de ark. De deksel die verzoeningsplaat wordt genoemd. Daar kom ik nog op terug. In de vertaling horen we dat die twee cherubs tegenover elkaar staan, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gericht. Maar dat staat er niet. Er staat dat hun gezichten zo moeten staan dat ieder op zijn broeder gericht is, én op de verzoeningsplaat. Ook dat zegt iets over onze manier van leven. We zijn niet geschapen als individuen, we zijn niet bedoeld als eenlingen. We zijn bedoeld als mensen met elkaar, op elkaar gericht. Dat kun je in deze tijd, waarin digitaal kwetsen soms tot nationale sport verheven lijkt te zijn, naar mijn idee niet vaak genoeg hardop herhalen.
Dat zegt ook iets over die verzoeningsplaat. Eens in het jaar, op Grote Verzoendag, bracht de hogepriester van het Joodse volk een klein offer op die gouden deksel van de ark. Om het kwaad en het conflict tussen God en mensen, tussen mensen onderling, uit te wissen en een nieuwe start te maken. Een offer om duidelijk te maken dat we leven van vergeving. Niet wat we presteren vormt de basis onder ons bestaan, maar wat we ontvangen. Zoals de liefde die kinderen ontvangen de basis zal vormen onder hun bestaan. Een legaat dat ze weer door mogen geven aan een volgende generatie. Verzoening komt er alleen wanneer we in ons leven de houding aannemen van de cherubs op die verzoeningsplaat. Op elkaar gericht. En op God gericht. Die twee kun je niet uit elkaar halen. Zo is het ook met de cherubs op de ark. Ze zijn uit één stuk gemaakt. Zo te leven, dat is wat God van mensen vraagt en waar de woorden uit Exodus ons aan herinneren.
Een laatste detail: de ark moet vier gouden ringen krijgen, waar draagbomen doorheen gestoken worden. De ark wordt gedragen. De ark gaat mee op de weg van het leven. Zoals God met ons meegaat op de weg van ons leven. Het beeld van de ark die wordt meegedragen voedt het vertrouwen dat God bij ons is, onderweg. En wat lezen we? We lezen dat die draagbomen in de ringen moeten blijven. De ark moet altijd reisklaar zijn. Er is geen plek op aarde of een plek in de tijd waar we de ark kunnen vastzetten. Zoals we God op geen enkele plek of in geen enkele tijd kunnen vastzetten. Het leven staat niet stil. Het verandert, het gaat verder. Iedere generatie gaat een eigen weg. En de ark staat altijd klaar om meegenomen te worden. Als symbool van Gods aanwezigheid. De aanwezigheid van God die met je meereist door het leven op weg naar de toekomst die het Beloofde Land wordt genoemd. Een toekomst van licht, liefde en vrede. Een toekomst waar we met zorgvuldigheid aan bouwen. Een toekomst die we samen bouwen. Die toekomst gunnen we elkaar. Die toekomst gunnen we onze kinderen. We mogen vertrouwen dat God op de weg naar die toekomst met ons meegaat. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.