Weeskind-2jun-EBK

Zondag 2 juni 2019, Atriumdienst, ds. Eibert Kok

Vandaag is een beetje een rare zondag, een zondag overal tussenin, het weeskind, zo wordt deze zondag wel genoemd.
Afgelopen donderdag was het Hemelvaartsdag, Jezus opgevaren naar de hemel, Jezus is weg, uit het zicht, verdwenen. Volgende week zondag is het pas Pinksteren, het feest van de uitstorting van de heilige Geest, op een nieuwe manier zal Jezus present zijn.
Maar vandaag, daar tussenin, zo’n rare zondag, een zondag die mij een wat onbestemd gevoel geeft. Het weeskind.
Die naam voor deze zondag, zondag weeskind of weeskinderen, is ontleend aan het Johannesevangelie, waarin we een lange redevoering van Jezus tegenkomen die gesitueerd is vlak voordat Jezus gevangen genomen zou worden. Afscheidswoorden zijn het.
We gaan dus even terug in de tijd.
We horen daar allerlei instructies uit de mond van Jezus voor de tijd die komt, de tijd dat hij er niet meer zal zijn.
Bij herhaling zegt hij daar: Ik kom terug, ik zal jullie niet als weeskinderen achterlaten.
Dus op deze gekke zondag – Hemelvaart net geweest, Jezus is er niet meer, de Geest is nog niet uitgestort, Pinksteren moet nog komen – zondag weeskind, grijpen we terug op woorden van Jezus die hij ooit als instructie, als een soort handleiding aan zijn leerlingen meegaf, en ook natuurlijk om hen een hart onder de riem te steken: ik zal jullie níet als wezen achterlaten. Niet!
Weeskind.
Als we even stilstaan bij dat woord dan weten we allemaal wat het betekent.
Het is natuurlijk een beeld dat gebruikt wordt – want de leerlingen zijn geen kinderen van Jezus.
Maar wat het wil aanduiden is volstrekt helder.
Op een bepaalde manier is er een innige verbondenheid,
en die wordt door het afscheid van Jezus verbroken.
Dat laat een enorme leegte achter.
Verweesd blijven ze achter.
In die leegte groeit het verlangen, de hunkering naar contact, naar die verbinding die er was en er nu niet meer is,
verlangen naar dat wat die ander voor jou betekende, intens verlangen naar gekend worden, naar verbinding, verbondenheid.
Dat is misschien wel de grondtoon van deze zondag, aangeduid met dat ene woord ‘weeskind’.
Het verwoordt het gemis van, en het verlangen naar: verbondenheid, gekend worden,
verlangen naar iemand die je liefheeft, onvoorwaardelijk, die je bij wijze van spreken omarmt, bij wie je mag zijn wie je bent. Erkenning, warmte, liefde, verbondenheid.
Afgelopen dagen zaten deze gedachten in mijn hoofd, en toen was ik vrijdag in Amsterdam bij het TranScreen festival.
Dat is een filmfestival met allemaal films waarin transgenders een rol spelen. Transgenders, je bent als man geboren, maar je ontdekt bij jezelf: ik ben geen man, of je bent als vrouw geboren, maar je ontdekt: ik ben geen vrouw.
Ik was daar omdat mijn dochter in de organisatie zit van dat festival. Daar is ze ooit via een stage ingerold. Daarom was ik uitgenodigd.
Na de filmvertoning waar ik bij was, was er een panel met drie jonge mensen, twintigers, drie verschillende verhalen.
Een had op een bepaald moment ontdekt dat hij in het verkeerde lichaam geboren was en in de middelbare schooltijd had die een transitie ondergaan.
Een ander voelde zich geen vrouw, maar ook geen man. en zou het liefst x in het paspoort hebben staan.
Het was ontroerend om te horen hoe zij de periode beleefd hadden toen ze ermee voor de dag kwamen, hoe ze soms bang geweest waren om verbondenheid met mensen om hen heen te verliezen, hoe ze soms ook vrienden verloren hadden, maar ook hoe er mensen waren geweest die hen wel omarmt hadden, of waren blijven omarmen, bij wie ze mochten zijn wie ze waren.
Toen ik die verhalen hoorde, realiseerde ik me weer hoe oneindig belangrijk het is voor een mens om gekend te zijn, om je gekend te weten, verbonden, omarmd, aanvaard,
en hoe verweesd, leeg je je kunt voelen als dat er niet is, als verbondenheid verbroken wordt.
Je voelen als een weeskind: leegte, gemis,
en verlangen naar niets anders dan je gekend weten, erkend, gezien.
Dat raakt aan de thematiek van deze zondag. Mensen moeten niet als ‘weeskinderen’ achtergelaten worden, maar zich gezien en gekend weten.
In het Bijbelgedeelte van vandaag gaat het ook over zien en niet zien, kennen en niet kennen, en in het verlengde daarvan over gezien worden en gekend worden.
“Ik zal de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien.”
Dat kennen en dat zien gaat hier verder dan kennen in de zin van ‘o die en die, ja die ken ik geloof ik wel’, verder dan zien met je ogen,
het gaat hier over kennen en gekend worden, zien en gezien worden, het gaat over verbondenheid, die er altijd zal blijven. Ik laat jullie níet als wezen achter.
Deze zondag is de zondag van de blijvende verbondenheid met hem, die ons in doen en laten, in woorden en werken de liefde van God liet zien, die mensen zag en doorzag en aanvaardde, mensen wisten zich door hem gezien, door hem gekend, en in geloof mogen we hem zien en kennen, en door hem God die de bron van ons leven is.
“Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in hem bezaten is altijd om ons heen
als zonlicht om de bloemen een moeder om haar kind.
Teveel om op te noemen zijn wij door hem bemind.”
Mooier dan dit lied kan ik het niet te zeggen.
Het is liefde waar het om draait.
De evangelielezing van vanmorgen begint en eindigt daar ook mee,
niet alleen de liefde die van God uit naar ons toe komt,
maar ook de liefde van ons uit de andere kant op.
‘Als je mij liefhebt…’ daarmee begint het bijbelgedeelte, ‘houd je dan aan mijn geboden.’
Liefde uit zich in een bepaalde manier van leven, hier weergegeven met de woorden ‘mijn geboden’.
Mijn geboden, welke zijn dat? Zou Jezus daarmee hier misschien bedoelen: mijn aanwijzingen, mijn levensrichting, mijn levensstijl?
In het hoofdstuk hiervoor gebruikt Jezus het woord ‘gebod’ ook, dat is misschien wel verhelderend: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.’
‘Als je mij liefhebt…’ daarmee begint dus het evangelie van vanmorgen, ‘houd je dan aan mijn geboden.’
En het eindigt ermee:
‘Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen…’
Het is een heen en weer van die kracht van de liefde.
Zó is Jezus aanwezig, in de kracht van Gods liefde.
Met dat Jezus niet meer lijfelijk op aarde aanwezig is, zal hij er op een andere manier zijn.
In het bijbelgedeelte horen we Jezus zeggen:
‘Ik zal de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.’
Pleitbezorger, zo vertaalt de NBV.
Parakleet, staat daar letterlijk in de tekst.
In de vorige vertaling stond er dan: voorspraak.
En de oude Statenvertaling vertaalde dat woord met: trooster.
Jezus lijfelijke aanwezigheid wordt afgelost door een Parakleet (letterlijk) die altijd en overal bij je zal zijn.
Wat betekent dat woord?
Letterlijk betekent het: iemand die erbij geroepen wordt, die te hulp geroepen wordt.
De Parakleet geeft bijstand, is pleitbezorger voor wie er zelf niet uitkomt.
De vertaling ‘trooster’ zoals die in Statenvertaling staat, hebben we te danken aan Luther die 500 jaar geleden de bijbel in het Duits vertaalde.
Het Duitse Trost (verwant aan het Engelse trust) had toen nog volop de betekenis van: bijstand, helper, kracht geven.
Later ging het woord ‘troosten’ veel minder een actieve handeling aanduiden en kreeg het meer de betekenis die wij eraan geven, meer een emotionele lading.
Dat is dus de kracht van de Geest, dat die mensen bijstaat, helpt, kracht geeft.
Zo is Jezus, door de kracht van zijn Geest, zo is de werkelijkheid van Jezus present onder mensen, daar waar mensen leven in zijn Geest, met elkaar het brood delen
“Al heeft hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten is altijd om ons heen.”
Als wij leven in zijn spoor.
Dat laatste element zit heel duidelijk in de lange afscheidsrede van Jezus in het Johannesevangelie.
Niets voor niets geeft hij zo’n lange instructie: het komt op de achterblijvers aan.
We weten wat ons te doen staat. Leven in zijn Geest.