Parels- 30 juni 2019- ds. Eibert Kok

Parels

Zondagmorgen 30 juni 2019, ds. Eibert Kok, Ontmoetingskerk

Lezing: Lucas 10: 38-42

preek30juni 1
Vandaag hebben we het verhaal gehoord van Marta en Maria.
Als je gaat zoeken, kun je heel veel schilderijen en tekeningen vinden die bij dat verhaal zijn gemaakt.
Meestal staan daar maar drie mensen op: Marta, Maria en Jezus, een vrij rustig tafereel.
Maar ik heb dit schilderij uitgekozen, 450 jaar geleden gemaakt door de schilder Pieter Aertsen, en nu in het bezit van het museum Boijmans in Rotterdam.
Waarom dit schilderij? Omdat het hier een drukte van belang is.
Jezus kwam niet in z’n eentje op bezoek bij de twee zusters Marta en Maria, nee, hij kwam met al z’n leerlingen, twaalf!
Als je die wilt ontvangen en allemaal te eten wilt geven, dan heb je wel wat te doen! Dan heb je het druk. Dat zie je op dit schilderij.
Marta, daar rechts bij de open haard, waar het vuur zal branden om daarop met de pannen het eten te koken.
Vooraan liggen nog allerlei boodschappen klaar die verwerkt moeten worden in het eten.
Op de achtergrond, in een andere kamer zien we Jezus zitten met een aantal mensen om zich heen. Daar zal ook Maria bij zitten. Ze luistert naar wat Jezus vertelt.
Het hele verhaal doet me denken aan een week geleden toen mijn jongste dochter haar 21 diner hield. Toen moest er eten klaargemaakt worden voor al de gasten die uitgenodigd waren en die vanaf half zes zouden komen.
Met z’n allen waren we druk in de weer om alles klaar te maken. Wat eerst, wat daarna, wat in welke pan en in welke ovenschaal? Hebben we alles goed bedacht zodat we straks geen pan tekort komen?
Daar moet je toch niet aan denken: Wil je de aardappeltjes gaan bakken, ontdek je dat alle koekenpannen al in gebruik zijn.
Iedereen moest meehelpen.
Als er dan één is die dan zegt: ik heb die middag wat anders afgesproken, chillen met een vriendin of zo, en dat wat ik moet doen dat doe ik wel straks als ik terugkom, ja, dat werkt niet goed. Dat roept irritatie op.
Wij met z’n allen druk bezig zijn om straks de gasten goed te kunnen ontvangen, en die ene gaat doodleuk wat anders doen, en laat het maar aan de anderen over. Dat kan toch niet!
Iets dergelijks lijkt er ook aan de hand te zijn in het verhaal van Marta en Maria.
Marta wordt het zat. Ze gaat naar die ander kamer toe, waar Jezus is en ook haar zuster Maria, en ze richt zich tot Jezus.
Dat is eigenlijk raar, want ze is boos op Maria.
Dat zegt ze niet tegen Maria, maar ze vindt dat Jezus er maar iets van moet zeggen.
Misschien hoopt ze wel dat Jezus Maria de keuken in stuurt: Kom op, Maria, ga jij ook eens wat doen.
Maar nee, dat zegt Jezus niet.
Hij gaat niet Maria verbeteren, corrigeren maar Marta.
Hij zegt: : ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het goede deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’
Maria doet het goed, Marta doet het niet goed, zo lijkt het.
Maar wát doet Marta niet goed?
En wát doet Maria wel goed? Wat is die goede keus die zij maakt?
preek30juni 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat heeft dit Bijbelverhaal ons te zeggen?
Wil het ons zeggen dat wij ons niet zo druk moeten maken over van alles?
Wij zijn vaak druk bezette mensen met volle agenda’s. Er moet van alles. Soms is het doodvermoeiend om alle ballen in de lucht te houden.
Moeten we niet daar af en toe gewoon even mee stoppen?
Een mens moet van ophouden weten, niet altijd druk zijn met van alles en nog wat, tijd maken voor rust, tijd maken om te luisteren naar de woorden van Jezus, om je daardoor te laten inspireren.
Ik denk dat dat heel goed is om van tijd tot tijd te stoppen met rennen en vliegen, even rust, even tot jezelf komen, even tot God komen. Daarvoor komen we op zondagmorgen toch ook hier in de kerk? Heel goed.
De goede keus is dan, de keus die Maria maakte, om de boel te boel te laten, niet almaar druk bezig zijn, maar luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft.
Ook al vind ik dat een heel goed advies ik vraag me toch heel sterk af of dat nu de bedoeling is van dit Bijbelverhaal.
Want dan krijg je het idee dat bidden, zingen, uit de Bijbel lezen, een kerkdienst bezoeken beter is dan je inzetten voor je medemens.
Want dat deed Marta. Ze was niet druk bezig voor zichzelf of voor haar eigen carrière, ze was druk bezig voor anderen.
Het Bijbelse advies om altijd gastvrij te zijn naar de mensen die bij jou aankloppen bracht ze in praktijk, met hart en ziel.
Met haar dienende handen liet ze zien dat ze hart had voor de mensen die ze ontmoette. Niks mis mee, toch?
Wij hier in het Westland zijn doeners. Niet praten over je geloof, maar je geloof handen en voeten geven. Actief zijn. Iets organiseren voor de anderen.
De voedselbank, een open maaltijd, een actie voor het goede doel die niet alleen heel veel geld opbrengt maar ook samenhorigheid geeft.
Zou dat allemaal minder belangrijk zijn, en zou dan bidden, zingen, Bijbelstudie veel belangrijker zijn? Dat je, als je dat laatste doet, het goede deel gekozen hebt?
Ik geloof er helemaal niets van.
Dan kan het helpen om te kijken in welk verband dit Bijbelgedeelte staat.
Het gedeelte direct hiervoor is het bekende verhaal van de barmhartige Samaritaan.
Ik ken geen ander Bijbelverhaal dat zo goed duidelijk maakt hoe belangrijk het is om oog te hebben voor je medemens, om die te helpen als het nodig is, om geld daarvoor over te hebben.
Volgens mij is geloven met je handen, door actief bezig te zijn, net zo belangrijk als geloven met je hart.
Of beter gezegd: het een kan niet zonder het ander.
En bij de ene persoon past het doen meer en bij een ander persoon past bidden en bijbellezen misschien beter, maar het is allebei belangrijk: bijtanken en gaan.
Als je alleen maar doorgaat zonder bij te tanken, dan kom je droog te staan,
maar als je alleen maar bijtankt zonder te gaan, dan gaat er ook iets niet goed.
Maar wat is nou dat goede deel dat Maria heeft uitgekozen?
preek30juni 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik vond dit plaatje. Met acht vogels op een trap. Misschien dat ik daarmee iets duidelijk kan maken. Welke vogel is de belangrijkste? Wat denken jullie?
Wij mensen hebben snel de neiging om iemand die hoog staat belangrijker te vinden dan iemand onderaan.
preek30juni 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat mij trof was deze krantenfoto. De foto stond bij een artikel over de tweedeling in de maatschappij.
Aan de ene kant twee mensen die werken bij de vuilophaaldienst en die daar waarschijnlijk niet zo heel veel mee verdienen.
Aan de andere kant twee mensen met rolkoffers, die waarschijnlijk met het vliegtuig zijn aangekomen of die onderweg zijn naar het vliegveld voor een mooie vakantie, mensen die waarschijnlijk genoeg geld hebben om te doen wat ze willen, goeie opleiding, goed inkomen.
Ze lopen hier langs elkaar en kijken elkaar niet aan.
Als we aan dat trappetje met die vogels denken, dan hebben mensen weer snel de neiging om de mensen aan de ene kant belangrijker te vinden dan die aan de andere kant.
De ene groep mensen is belangrijker dan de andere.
In de tijd van Jezus was het zo, en in sommige landen en culturen is het nog steeds zo, en ook in onze samenleving is het soms nog wel zo dat mannen belangrijker gevonden werden/worden of worden dan vrouwen.
Gistermiddag won het Nederlands elftal de kwartfinale van het WK voetbal. We zijn door naar de halve finale.
Toch ging gistermiddag alles gewoon door. Ik weet zeker dat dat anders geweest was als de mannen de kwartfinale van het WK voetbal gespeeld hadden.
Zijn mannen dan belangrijker dan vrouwen?
Van mannen worden andere dingen verwacht dan van vrouwen.
Dat was in Jezus tijd ook al zo.
Van vrouwen werd verwacht dat ze, als er gasten kwamen, de keuken ingingen om een maaltijd klaar te maken.
Marta doet dat. Ze doet wat de mensen van haar als vrouw verwachten.
Maar wat doet Maria? Die zit aan de voeten van Jezus, om te luisteren naar zijn woorden.
Wat Maria doet is iets wat niet van haar als vrouw verwacht wordt. Aan de voeten van een meester zitten, aan de voeten van een rabbi, een leraar, dat is de plek van een discipel, dat is de plek van een student die leert van zijn leraar, dat is in de tijd van Jezus de plek van een man.
Marta doet wat van haar als vrouw verwacht wordt, Maria doet wat alleen van een man verwacht wordt. Eigenlijk gebeurt hier iets heel revolutionairs!
En Jezus keurt het goed. Hij zegt: Maria heeft het goede deel uitgekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.
Man of vrouw, voor Jezus is ieder mens gelijk.
De één is niet belangrijker dan de ander.
Elk mens is voor hem even waardevol en even belangrijk.
Marta was gevangen – letterlijk staat dat er ook –door de zorg voor haar gasten.
Marta voelde zich niet vrij om die rol die van haar verwacht werd los te laten. Maria wel. Die plek daar bij Jezus is niet alleen voor mannen.
Jezus nodigt Marta uit om uit die rol waarin ze gevangen is te komen.
Marta, Marta, zegt hij. Twee keer noemt hij haar naam.
Dat is geen verwijt, zoals mijn moeder dat wel deed ‘Eibert, Eibert’ als ik iets gedaan had wat in haar ogen niet deugde.
Marta, Marta. Dat is geen verwijt, dat is een roeping.
Als in de bijbel iemand twee keer bij zijn naam wordt genoemd, is dat een moment van roeping. Abraham, Abraham. Mozes, Mozes. Samuël, Samuël, Saul, Saul.
Dan gaat het steeds om roeping, het moment waarop iemand duidelijk wordt wat zijn bestemming is. Zo ook hier: Marta, Marta! Kom naar buiten, als wie je bent.
Blijf niet vast zitten in dat wat mensen van je verwachten.
Je mag er zijn, je mag er zijn zoals je bent, je bent waardevol, je bent belangrijk.
Dat geldt voor ons allemaal.
Er is maar één ding nodig, zegt Jezus.
Dat kun je ook vertalen met: alleen de Ene is nodig.
Alleen gericht zijn op de Ene, op God.
Dat bevrijdt je uit alles wat mensen van je verwachten, uit de rol waarin je geduwd wordt, uit alles waarvan je zelf vindt dat het zo nodig moet.
Natuurlijk is het goed om van alles te doen, maar laat het je niet beheersen.
Richt je op de Ene, op God.
Voor hem hoef je je niet waar te maken,
maar mag je zijn wie je bent, een parel in Gods hand.