Randfiguur-7jul-EBK


Zondagmorgen 7 juli,

Atriumdienst Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lucas 19: 1-10

 

Het verhaal van Zacheüs vind ik zelf elke keer weer een prachtig verhaal, het is een verhaal dat tot de verbeelding spreekt. Je ziet het voor je, een wat lachwekkend tafereel.
Zacheüs, die belangrijke en bekende man in Jericho, die incognito Jezus wil zien, en die dan in de boom klimt en zich achter de bladeren verschuilt zodat niemand hem zal zien.
Moet je je indenken: een belangrijk, bekend persoon in Naaldwijk, bijv. de burgemeester of een van de wethouders, die een ander bekend persoon wil zien voorbijkomen, maar incognito, die dan in een boom klinkt en zich verstopt achter de bladeren,
en die dan, net als die persoon voorbijkomt, ontdekt wordt.
Daar moet iedereen toch om lachen. Zo iets hilarisch gebeurt in het bijbelverhaal.
Tegelijk is het een bijbelverhaal waar heel veel in zit.
Het gaat over een leven veranderende ontmoeting.
Het kan zo zijn, dat je ooit in je leven een ontmoeting hebt gehad, misschien wel toevallig, of niet helemaal zoals je gepland had, of misschien had je het wel gepland, die van blijvende betekenis voor je leven is geworden, je leven heeft erdoor een wending genomen, die je van tevoren niet bedacht had.
Hier in het Bijbelgedeelte een ontmoeting, een bijzondere ontmoeting, ongedacht en onverwacht, die heel het leven van Zacheüs veranderd heeft.
Mooi vind ik ook de manier waarop Tomas Halik, een bekende Tsjechische theoloog, in een van zijn boeken in de figuur van Zacheüs de niet-gelovige medemens ziet, iemand die misschien van zichzelf zegt dat hij niet gelooft, maar die wel op zoek is, die bewust afstand bewaart, die zich ophoudt aan de rand van de kerk of daarbuiten, in de strook van vragen en twijfels.
Zacheüs is een randfiguur, hij hoort er niet bij, wil er misschien ook niet bij horen,
maar hij is wel iemand die op zoek is,
iemand met vragen en twijfels, en op zoek naar de zin van het leven.
De ontmoeting met Jezus, zo schrijft hij dan, leidt er niet toe, dat Zacheüs mee gaat doen – daarover wordt niets verteld – maar wel, dat er iets in hem verandert.
God gelooft in mensen, niet alleen in mensen die in hem geloven, God gelooft in mensen,
en, zo zegt hij dan, wij als gelovige zoekers zouden veel meer de ontmoeting moeten zoeken, het gesprek aangaan met de ongelovige zoekers.
Misschien wacht die ander wel op het moment dat die aangesproken wordt… door jou.
In die ontmoeting kan er dan misschien wel een verandering plaatsvinden. Niet dat die ongelovige nu ineens gaat geloven en mee gaat doen met de kerk, dat moet de bedoeling ook niet zijn, wel dat je elkaar, met alle twijfel, met alles wat je gelooft en niet gelooft, verder kunt helpen in de zoektocht van het leven. Ook die ander is een schepsel van God, een beeltenis van God. Laten we naar hen kijken met de ogen van God. Op zoek naar de ontmoeting.
Zacheüs. Een randfiguur.
Ook op een andere manier is hij een randfiguur.
Je hebt winnaars en verliezers, mensen die het helemaal gemaakt hebben in het leven,
en losers, mensen die er niets van bakken.
Soms ben je een winnaar op het ene vlak, maar een verliezer op een ander vlak.
Soms loopt het door elkaar: ben je nou een winnaar of een verliezer.
Soms is het maar net van welke kant je het bekijkt.
Winst en verlies. Bij Zacheüs loopt dat door elkaar.
Hij is iemand die hoog opgeklommen is op de maatschappelijke ladder, iemand die bereikt heeft wat hij bereiken kon.
Iedereen kent hem.
Zacheus, de hoofdtollenaar van Jericho, de baas van het belasting- en douanekantoor van Jericho.
Hij heeft een hoge maatschappelijk positie, een topfunctie met een fantastisch inkomen,
hij heeft geld als water, en met geld kun je alles kopen, wat wil een mens nog meer?
Toch is hij een randfiguur, want de mensen spugen op hem.
Het was een klein mannetje, zo wordt verteld.
Misschien is dat letterlijk bedoeld en werd hij er vroeger al mee gepest op school.
Dat kan veel kapotmaken, als mensen op zo’n manier klein gemaakt worden.
Maar Zacheus mag dan een klein mannetje zijn, hij heeft die plaaggeesten van vroeger ver achter zich gelaten. Allemaal betalen ze hun belasting, ze kunnen niet anders, en zo dragen ze met z'n allen bij aan het riante leven van Zacheus.
Jericho was een prachtige plek om hoofdtollenaar te zijn. Een belangrijke internationale handelsroute liep door Jericho. En ook de pelgrimsroute naar Jeruza¬lem.
Aan al die mensen en goederen viel goed te verdienen: er moest tol betaald worden.
Dat recht om die tol en die belasting te innen werd door de Romeinse bezetter aan de meest biedende verpacht. Dat hoge pachtgeld moest terugverdiend worden: dus dat werd dik verhaald op de burgers, op de pelgrims en de handelaars.
Tollenaars waren niet geliefd.
Om financiële redenen. Maar ook omdat tollenaars collaborateurs waren, ze heulden met de vijand.
Een tollenaar: dat was in de ogen van de mensen een wettelijk beschermde afzet¬ter, een grote graaier die niets verkeerd deed volgens de letter van de wet.
Voorbeelden van dat soort grote graaiers in onze tijd hebben we genoeg. Volgens de regels klopt het allemaal, maar of het nu zo chique is naar anderen toe?
Door het beroep van Zacheüs raakt hij op een bepaalde manier geïsoleerd in de samenleving.
Maar ja, geld vergoedt veel. Hij betaalt er wel een hoge prijs voor.
Je hebt het gemaakt en tegelijkertijd wordt er op je gespuugd. Winnaar en verliezer.
Economisch gezien heeft Zacheus een fantastische carrière gemaakt, hoofdtollenaar, maar eigenlijk ben je niemand.
Lúcht is Zacheus voor de mensen, ze kijken hem met de nek aan. Zacheus kan de boom in.
Vandaag waagt Zacheus het om onder de mensen te komen.
Want Jezus trekt door Jericho.
Zacheus heeft een bijzondere belangstelling voor deze profeet.
Zacheus wil zien wie Jezus is.
Want die man schijnt een ander gedragspatroon te hebben dan de meeste mensen.
Dat zal ook zo blijken te zijn, maar heel anders dan Zacheus ooit had kunnen denken.
Als Zacheus in de buurt van de doorgaande weg naar Jeruzalem komt dan merkt hij tot zijn schrik dat er wel heel veel mensen op de been zijn.
Zoals gezegd, dat heeft iets lachwekkends en iets deerniswekkends.
Die grote man, klein van stuk, hij kan niets zien vanwege de menigte, en niemand gunt hem een plekje.
De mensen kijken op hem neer, letterlijk en figuurlijk.
Zacheus kan de boom in.
Hij snelt vooruit en klimt in een boom.
Je kunt je wel voorstellen hoe dat zal gaan als de mensen Zacheus in de gaten krijgen.
Daar zit Zacheus, als iemand die iets te verbergen heeft,
voor de mensen, voor zichzelf, voor God,
iemand die de regels van God aan zijn laars gelapt heeft,
die zich verrijkt heeft ten koste van anderen,
volkomen legaal volgens het Romeinse recht,
volstrekt onacceptabel volgens Gods recht.
Zacheus wil zien wie Jezus is.
Dan komt dat moment dat de stoet langs die vijgenboom trekt waar Zacheus zich verstopt heeft.
Jezus blijft staan, Hij kijkt omhoog.
Totaal onverwacht.
De rollen worden omgekeerd:
Zacheus wilde wel eens kijken wie Jezus was, maar nu kijkt Jezus hem aan.
Zacheus wilde kijken maar nu wordt hij aangekeken.
Wat hij probeerde te verbergen, zichzelf, het verhaal van zijn eigen leven, zijn verhaal van winst en verlies, wordt ontdekt.
De mensen kijken op hem neer, de mensen kijken hem met de nek aan,
Jezus ziet hem, kijkt hem aan.
"Zacheus, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven."
Zacheus, opmerkelijk, Jezus roept hem bij zijn naam.
Voor de mensen was hij niemand, voor Jezus heeft hij een naam.
Jezus roept Zacheus uit zijn schuilplaats en nodigt zichzelf uit bij Zacheus thuis.
Vandaag moet ik in jouw huis verblijven.
Een soort heilig moeten, wat alles te maken heeft met wat in de slotzin gezegd wordt:
gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.
Jezus prikt door allerlei oordelen en vooroordelen heen en nodigt zichzelf bij Zacheus thuis.
Zacheus weet wat dat betekent: Jezus neemt hem serieus, Jezus kiest juist hem uit, voor Jezus is hij de moeite van het aankijken waard.
Tot stomme verbazing van de omstanders is dit de mens die door Jezus uitgekozen wordt.
Er gebeurt hier iets bij Zacheus, er wordt iets doorbroken, hij wordt bevrijd uit het harnas waar hij zichzelf ingewerkt heeft, bevrijding van een man die vast is komen te zitten in rijkdom en corruptie.
Zacheus komt meteen naar beneden en hij ontvangt Jezus met vreugde.
De omstanders zijn verontwaardigd.
Hun kritiek op Zacheus richt zich nu op Jezus.
Hij is bij een zondig mens binnengegaan om onderdak te vinden, zeggen ze.
Maar dat is nu precies het levensdoel van Jezus, gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.
Dat ziet Jezus als zijn levensdoel: zich richten op randfiguren, mensen die niet deugen in de ogen van de meerderheid.
Jezus zoekt en aanvaardt mensen die zich bij God en mensen onmoge¬lijk hebben gemaakt.
En die daad van aanvaarding, acceptatie, die daad van Jezus verandert veel in een mensenleven.
Jezus kijkt Zacheus aan met de ogen van God, hij ziet een mens, op sommige terreinen misschien een winnaar, maar vooral een loser, een mens in nood, verlangend naar erkenning, liefde, vergeving.
Jezus kijkt Zacheus aan met de ogen van God.
Die ogen kijken ook ons aan.
Jezus nodigt zichzelf uit om binnen te komen.
Kom tevoorschijn uit je schuilhoek.
Met de woorden van het lied dat we na de preek zullen zingen:
“Eens vindt U ons, bij dag of nacht,
moe van onszelf en zonder kracht,
dorstend naar liefde en zegen.
Volgen wij, Heiland, niet uw spoor:
laten wij anderen bloeden,
geven wij pijn en angsten door -
neem ons dan onder uw hoede.
Spreek uw genezend woord vol macht,
dan krijgt ons leven nieuwe kracht.
Spreek, dan keert alles ten goede…
Onrustig is mijn hart in mij,
totdat het nieuw wordt geboren.
Daarom zoekt U elk mensenkind.
Zoek, herder, mij, opdat ik vind
en steeds meer bij U zal horen.”
Mooi vind ik dat: hij wordt gevonden, hoewel hij de ontmoeting met Jezus niet zocht. Ja, hij zocht die ontmoeting wel, maar toch ook weer niet zo. Hij wilde op afstand blijven.
En toch: gevonden.
Jezus zoekt randfiguren, ook rijke randfiguren. Meestal zijn het de armen die Jezus opzoekt – het Lucasevangelie wordt ook wel het evangelie van de armen genoemd – maar hier is het een rijk persoon, maar wel een randfiguur, een mens die niet gezien wordt, die niet mee mag doen.

Als Jezus daar binnen is in dat riante huis van Zacheus, dan staat Zacheus plotseling op en dan horen we wat hij zegt:
"Kijk, Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig."
Zacheus is veranderd.
Hij geeft zichzelf aan als graaier.
De helft naar de armen, en een riante schadever¬goeding voor wie door hem benadeeld is.
Zacheus gaat nu zichzelf bevrijden van zijn gestolen geld.
Zacheus komt als een veranderd mens naar voren, die zijn bezit en daarmee zichzelf uitlevert, uit handen geeft, wegschenkt.
"Vandaag is aan dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham ", woorden van Jezus.
Dit huis is be¬vrijd uit zijn gebondenheid en eenzaamheid.
Hier vindt omkeer plaats, bekering.
Dat is aan de ene kant iets innerlijks, maar aan de andere kant ook iets uiterlijks:
de graaivingers ontspannen zich en het geld stroomt eruit.

Randfiguren, winnaars en verliezers.
Iedereen is welkom
bij God.
Laten ook wij proberen te kijken met de ogen van God.