Zegen-14 juli 2019- ds. Eibert Kok

Zegen

Zondagmorgen 14 juli, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Numeri 6: 22-27

preek14jul 1

Vandaag gaat het over zegen en zegenen. Wat is dat eigenlijk?
Vandaag zijn twee kinderen gedoopt. Als je gedoopt wordt, krijg je eigenlijk ook een soort zegen mee.
Als mensen in de kerk trouwen, krijgen ze een zegen mee.
Sowieso krijg je in een kerkdienst aan het eind altijd de zegen mee, woorden die uitgesproken worden door de voorganger.
Maar wat is dat eigenlijk die zegen?
En wat doet het met de mensen die de zegen krijgen?
Als je een gezegend mens bent, of in gezegende omstandigheden bent, dan bedoelen we daarmee dat het goed met je gaat.
Als zegen werkt, en je bent een gezegend mens, dan is dat iets positiefs. Maar wat is zegen?
Een week geleden stond bovenstaand berichtje in het regionale nieuws van het AD.
Ik vond het wel mooi om te lezen, zeker omdat vandaag dat het onderwerp van de preek is: zegen.
Een pastor uit Lageraar zegent fietsen en auto’s van kerkgangers met wijwater.
Hij spreekt een zegenwoord uit en tegelijkertijd sprenkelt hij er wat wijwater over.
Volgens het artikel weet hij vanuit zijn geloof zeker dat auto’s en fietsen die gezegend zijn minder vaak bij ongelukken betrokken raken.
Maar hij is ook nuchter genoeg om te weten dat dat geen zekerheid geeft dat er niets fout zal gaan: ‘Je moet je autoverzekering niet opzeggen.’
Is dat het, zegen, dat de kans dat je bij ongelukken betrokken raakt kleiner wordt?
Hij zegt verder nog in dat artikel dat de zegen ook bedoeld is om de eigenaren van auto’s rustig met vakantie te laten gaan, met minder stress.
Ik kan me voorstellen dat dat de veiligheid ten goede komt.
Dus eigenlijk is die zegen dan niet zozeer voor de auto – als de accu slecht is en stuk gaat, dan gaat die stuk, dat voorkom je niet met een zegen – maar voor de bestuurder, als ik het goed begrijp. Daar zit wat in.
Maar hoe dan? Alleen maar doordat die dan minder gestrest is en rustiger zal rijden?
Volgens mij heeft zegen te maken met de kracht van het woord.
In het oud-Nederlands kennen we het woord benedijen, afkomstig van het Latijnse benedicere, wat we dan vertalen met zegenen.
De berijming van Psalm 100, dat was het eerste lied dat we vanmorgen zongen, gebruikt het woord nog: gebenedijd zijn grote naam (gezegend Gods grote naam).
Letterlijk betekent dat woord: goed-spreken, het goede tegen iemand zeggen, het goede toewensen.
Het tegenovergestelde woord kennen we ook nog: vermaledijd.
Die vermaledijde eikenprocessierupsen van dit moment.
Letterlijk betekent dat woord: kwaad-spreken, de ander het kwade toewensen, die ander wegwensen, vervloeken. Je wenst die eikenprocessierupsen weg.
Zegenen en vervloeken, die twee woorden staan tegenover elkaar.
Bij het eerste woord gun je de ander alle ruimte, wens je hem of haar alle goeds toe.
Bij het tweede woord gun je de ander geen enkele ruimte, wens je hem of haar weg uit je leven.
De kracht van het woord is dat je met kwaad spreken over een ander en tegen een ander die ander kan kleineren, kapot kan maken,
en dat je met goed spreken over een ander en tegen een ander die ander kan laten groeien en bloeien.
Ik herinner me uit mijn jeugd dat wel gezegd werd: schelden doet niet zeer, slaan veel meer.
Maar iedereen weet dat dat onzin is. Schelden, kwaadspreken, kleineren doet net zo goed zeer, en kan mensen helemaal kapot maken. We moeten de kracht van woorden nooit onderschatten.
Zegenen is dan precies het tegenovergestelde.
Goede woorden die je tegen een ander zegt maken niet klein, maar maken groot, doen de ander groeien en bloeien.
En ook dan moeten we de kracht van woorden niet onderschatten.
Wie veel goeds meekrijgt, kan ook veel goeds geven.
Zegenen komt in de Bijbel op verschillende manieren voor.
De eerste manier is dat wij mensen Gód zegenen.
Gebenedijd zijn grote naam, gezegend bent U, o God,
God zegenen, hem groot maken. Iets wat wij mensen kunnen doen naar God toe.
Maar vandaag gaat het over een andere beweging: het begint bij de beweging van God uit naar ons toe.
Als aan het eind van een kerkdienst de woorden van de zegen uitgesproken worden, dan krijgen we woorden mee waarmee God óns zegent, ons wordt het goede toegewenst.
Door die zegen van God kan een mens groeien en bloeien, tot z’n recht komen.
preek14jul 2
Deze kwam ik tegen. Vond ik mooi. Wees tot zegen en wees gezegend.
Oftewel, wees zelf iemand die aan ander het goede toewenst,
en wees ook iemand die dat mag ervaren, dat jou het goede toegewenst wordt, dat je dat ontvangt.
Met daarnaast dat plaatje van een hart dat de één de ander aanreikt, of aangereikt krijgt, het is maar net hoe je het bekijkt.
En de beweging daar links is verticaal. Dan denk ik al snel aan Gods zegen die ons van boven wordt aangereikt.
Maar toen ik daar meer over nadacht, vond ik de volgorde niet kloppen, alsof wij mensen eerst tot zegen moeten zijn, het goede moeten toewensen, het goede moeten doen,
om dan pas die zegen te mogen ontvangen.
Naar mijn overtuiging is het net andersom.
God is de bron van mijn leven, hij zegent ons, dat is de bron, de inspiratiebron.
En vanuit die bron mogen wij mensen tot zegen zijn, ánderen het goede toewensen, groot maken, helpen groeien.
Vergelijkbare symboliek zit in de doop van twee kleine kinderen. God zegt al ja tegen die kleintjes als zij nog niet eens het verschil weten tussen ja en nee.
Gods ja, zijn zegen, gaat vooraf aan alles, is de onuitputtelijk bron waaruit wij leven mogen.
God zegt ja tegen ons. En wij mogen dat ja van God met ons ja beantwoorden. Zijn zegen mogen wij beantwoorden met onze zegen.
Dus ik zou gaan plakken en knippen en heb omdraaien.
Wees gezegend, dat is het eerste, en wees, vanuit die bron, tot zegen.
Maar, zo dacht ik toen, dan is alleen die verticale beweging niet voldoende,
vanuit die verticale beweging ontstaat een horizontale beweging.
Gods zegen krijgen wij (verticaal), en die zegen zet zich voort (horizontaal) als wij elkaar tot zegen zijn. Die twee kunnen niet zonder elkaar. Dus, die zou ik erbij willen zetten.
Het begint dus naar mijn idee met ‘wees gezegend’, ontvang de zegen van God.
En een bekende verwoording van die zegen is de zegen van de hogepriester Aaron uit Numeri. Wat zegt die zegen ons?
Die zegen is trouwens mooi opgebouwd in de taal van de Bijbel, het Hebreeuws.
Het zijn drie zinnetjes, die telkens langer worden:
(vert 1951) De Heer zegene u en Hij behoede U (1)
de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig (2)
de Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede (3)
In het Hebreeuws zijn dat 3, 5 en 7 woorden, en 15, 20 en 25 letters. Mooi opgebouwd.
Wat zegt die zegen ons?
De zegen is telkens opnieuw een belofte van God.
‘Ik ben die ik ben’ zal er zijn, ook voor jou.
Inhoudelijk zegt de zegen uit Numeri drie dingen.
Allereerst: De Heer zegene u en Hij behoede U.
Hij beschermt je.
Dat betekent niet dat jou niets zal overkomen.
Hij behoede u, wat dat voor een mens betekenen kan is mooi verwoord in de bekende psalm 23: De Heer is mijn herder.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij.
Nogmaals, dat betekent niet dat jou niets zal overkomen.
Dus gewoon die autoverzekering, ook al heb je je auto laten zegenen.
Diezelfde gedachte komt ook mooi terug in het lied dat we zo na de preek zullen zingen.
De laatste regel van het eerste couplet luidt: dan wordt ons tot zegen lachen en geween.
In de oorspronkelijke tekst in het Duits gaat die zo: lachen oder weinen wird gesegnet sein.
M.a.w. God is er niet alleen als het gaat. Hij is er ook als het niet goed gaat, als er verdriet is.
Zegen is geen garantie voor succes. Zegen is geen middel tegen gevaren.
Zegen is: Hij zal er altijd voor je zijn, in goede tijden en slechte tijden. Zegen is dan ook iets anders dan succes.
De Heer zegene u en Hij behoede U. Gods nabijheid, dat is zegen.
Het tweede van de zegen is: de Heer doe zijn aangezicht over u lichten – hij kijkt ons aan, maakt contact - en zij u genadig - liefdevol.
God wil ons genadig zijn. Telkens weer gaan wij de mist in. Dikwijls zijn wij niet wat God van ons zou mogen verwachten. Maar hij kijkt ons aan, met ogen vol liefde, verbreekt het contact niet.
En dan nog het derde:
Hij verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.
Vrede, sjaloom, dat is een bijna onvertaalbaar allesomvattend woord.
Vrede in ons hart, vrede onderling, vrede op alle terreinen van het leven, Gods wereldomvattende sjaloom.
Die drie dingen: bescherming, genade, vrede, die wil God ons geven.
Gods zegen: Opbeurende woorden die je goed doen, die je optillen.
Die zegen krijgen de mensen mee – het staat in het bijbelboek Numeri – als het volk onderweg is door de woestijn naar het beloofde land.
De zegen is een woord voor onderweg, een woord om mee op weg te gaan.
En het is wel Gods zegen, maar God legt die zegen mensen in de mond.
Er is daar een bepaalde rolverdeling.
De Heer zegt tegen Mozes, zeg tegen Aäron en zijn zonen, dat zij de Israëlieten moeten zegenen met deze woorden, enzovoort. En dan staat er aan het einde: “Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal Ik de Israëlieten zegenen”.
Dat betekent dus, dat Gods zegen blijkbaar alleen maar werkt, als hij wordt overgedragen door mensen. Dat is de specifieke rol van Aäron en zijn zonen, van de priesters in het oude Israël, maar het wordt, denk ik, rol die ieder mens voor de ander kan betekenen: Gods zegen werkt door mensen heen en wordt door mensen verder gedragen. De zegen, dat is iets wat de ene mens de ander aan kan zeggen, wat de een voor de ander kan betekenen en omgekeerd. Zo werkt Gods zegen. Niet buiten mensen om, maar door mensen heen.
Gods zegen werkt alleen maar als die gedeeld wordt, als hij doorgegeven wordt.
Zo werkt Gods zegen.

Lied 418: God, schenk om de kracht dicht bij U te blijven…