Deuteronomium 30:11-20 & Mattheus 11:28-30- 28 juli 2019- ds. Marjan de Vries

Lezingen: Deuteronomium 30:11-20 & Mattheus 11:28-30

Gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

Het is goed om bij de ontspanning te beginnen. Zoals de regels klonken die we hoorden uit Deuteronomium. De wet is voor niemand te moeilijk - te zwaar of te ver weg. Voor ons allemaal bereikbaar. Ontspan maar.
Laat je door de wet niet opjutten. Want die woorden zijn gemaakt, geschreven om dichter bij God te kunnen leven.
Dat bereikbaar te maken voor iedereen.
En dat is stap 1 dat iedereen welkom is bij God. Dus ontspan.

Vaak hebben we als Christenen een soort tegenzin om Deuteronomium te lezen, het boek van de vele, vele regels. En als we hier lezen ontdekken we ook dat er een soort prosperity wordt beloofd. We hebben immers van Paulus geleerd dat de wet anders werkt voor ons christenen. We hoeven die niet zo nauw te volgen. Al die regeltjes gelden niet voor ons. Het Jodendom dat is een regeltjesgodsdienst, zo zijn wij niet.
Toch is Deuteronomium deel van onze bijbel. Dus ik vermoed dat dat wat kort door de bocht is. Ook als christenen mogen we soms stilstaan bij de wet en bij de beloften die God ons doet.

De regels die ik u geef zijn niet te zwaar en niet te licht - jij kunt ze volbrengen.

Die zin gaat tegen de tobberigheid in die wij kunnen hebben. Wanneer doe ik het goed, wanneer heb ik genoeg gedaan? Ben ik een goed genoeg christen? Leef ik voldoende naar de maatstaven die ons zijn opgelegd?

Die vragen zijn schurende vragen. Want eigenlijk willen we zo niet geloven. Met een lijstje in ons hand waarop we kunnen afstrepen wanneer het goed genoeg is. Wij zijn wars van regeltjesgodsdienst. Dat doen ze in andere kerken maar, niet hier.
Maar wat zijn dan de geboden waaraan we ons wel willen houden. Waarop we wel aangesproken willen worden? Waar liggen onze grenzen als gelovigen? Vorige week had ik het over regels en regelmaat - hoe regels ook prettig kunnen zijn - de lijnen en grenzen duidelijk kunnen maken.
In Deuteronomium wordt deze tekst voorafgegaan door een reeks vervloekingen en zegeningen. Wij als lezers worden uitgenodigd om deze teksten te eerbiedigen en anders weg te blijven.

Hoe verstaan wij de wet - als we googelen op christenen en de wet kom je heel uiteenlopende dingen tegen en kun je ook wel angstig worden. Net zoals in het voorgaande deel in Deuteronomium hoge, hoge eisen worden gesteld aan de gelovige. Met als consequentie excommunicatie, of zegeningen.
Als we weer terugkeren naar die zin waar we mee begonnen - Het woord dat ik jou geef is niet te zwaar, niet te licht - jij kunt het volbrengen. Dat is een startpunt. Voor ons allemaal, jood of christen. Het zou de basis kunnen vormen van een gesprek over geloven en regels. Over wat mag je wel en wat mag je niet. En voor mij gaat het dan ook vaak om het waarom - waarom mag je iets wel of niet - wat zit erachter?
Want dan ga je ontdekken wie God is, wat zijn of haar rol is, wat de context is waarin geleefd wordt. Want we weten ook - met de bijbel in je hand kun je vele kanten op.
Het gesprek is belangrijk.
Maar kunnen we dan gewoon kiezen welke wetten we houden en welke niet?
Dan stuiten we weer op die ene regel die we steeds tegenkomen overal door de bijbel heen - het gaat erom dat we kiezen voor het leven - dat we God liefhebben en die liefde leren we kennen door elkaar lief te hebben.

Jezus zegt in het korte evangeliestuk dat wij vandaag lezen net zoiets. Mijn juk is zacht en mijn last is licht. Bij mij mag je komen als je vermoeid, overbelast bent.
Zo kan het voelen als we al die regels proberen te houden. Als we in ons leven alle ballen, van werk, prive, sociaal, zorgen voor kinderen en soms ook nog onze ouders, zorgen voor een partner, in de lucht proberen te houden. Dan kun je vermoeid raken.
Soms kun je zo druk zijn dat je niet meer ziet wat belangrijk is en wat niet.
Dat je door de bomen het bos niet meer ziet.
Kom maar bij mij zegt Jezus. Zoals hij zegt: Laat de kinderen tot mij komen.
En deze uitnodiging van Jezus is een zachte en liefdevolle uitnodiging.
Kom maar bij mij. Geloven in mij is niet ingewikkeld. Wat ik van je vraag is niet moeilijk.
Mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Het beeld van het juk doet natuurlijk allereerst denken aan dat liedje. Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen. Dat meisje met een houten juk op haar schouders waardoor ze twee emmers iets gemakkelijker kan dragen. Haar handen vrij kan houden om de emmers te begeleiden als ze naar huis loopt.
Maar dat juk dat Jezus hier bedoelt is een ander. Zoals vele voorbeelden komt ook dit voorbeeld van Jezus uit de landbouw. Een juk werd gebruikt om twee lastdieren in te zetten zodat zij samen het land kunnen ploegen.
Vaak een jonge en een al wat oudere. Samen zoekend naar balans. Want alleen door samen te werken kunnen zij vooruitkomen. Als je twee jonge dieren erin spande zou het niet goedkomen, dan ging het te snel. Spande je twee oude dieren in het juk dan ging het te langzaam. Je had van beide wat nodig. Dat is de wijsheid die in dit beeld verscholen zit. Oud kan de snelheid van zo’n jong dier gebruiken en jong heeft de rust van een ouder dier nodig om de onstuimigheid wat in te dammen. Zo werd het land op de meest maximale manier omgewerkt.

Het is een juk dat staat voor samenwerking. Samen moe worden, samen delen in het werk. Zo wil Jezus met ons onderweg zijn.
Als laatste wil ik een afbeelding laten zien van een icoon.

preek 21 jul 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Deze icoon wordt de vriendschapsicoon genoemd. We zien twee mannen naast elkaar staan. Er staan woorden bijgeschreven.
Naast de figuur rechts staat Soter – wat verlosser betekent. Links staat Apa Menas. Vader Menas betekent dit. Soter – Verlosser. We zien een man met een baardje en hij houdt een boek vast - De bijbel. We zien het kruisaureool boven zijn hoofd. Het gaat hier om Jezus. Vader Menas die naast hem staat was waarschijnlijk een monnik, een kloosterling. Wat treft is de nabijheid, Jezus heeft zijn arm om deze monnik heengeslagen. Nabijheid, vriendelijkheid, vriendschap is wat de afbeelding, de icoon uitstraalt.
Ook deze icoon geeft uitleg aan het evangeliegedeelte. Het juk van Jezus is zacht. Het is het zachte juk van de vriendschap. Van Iemand die schouder aan schouder met je wil staan. Samen met jou de dingen aan wil gaan. Dat is wat Jezus bedoelt als hij zegt: Mijn juk is zacht mijn last is licht. Als je in Jezus gelooft ben je nooit alleen, maar mag je samen met Jezus de wereld intrekken. Dat mag rust geven. Dat geeft rust voor mijn werk. Dat geeft hopelijk rust voor het werk van de mensen in de kerkenraad. Op andere plekken in de gemeente. Het mag rust geven aan al die mensen die gebukt gaan onder de dingen die ze dragen die te zwaar zijn.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Op de plaats van monnik Menas, daar mag je zelf gaan staan. Want Jezus zegt ‘kom naar mij allen die vermoeid zijn'.
Zo is Jezus er voor ons en loopt hij met ons op. Hij brengt balans in ons werk en in ons leven. Hij is aanwezig, staat als een vriend naast ons. En gaat met ons mee. Hij wil weten wie wij zijn en waar we ons druk over maken. Schouder aan schouder met ons staan.
En onze last helpen verlichten.

Moge het zo zijn, Amen.