Deuteronomium 6:4-9 & Marcus 12:28-34- 21 juli 2019-ds. Marjan de Vries

Bij de lezingen: Deuteronomium 6:4-9 & Marcus 12:28-34

Gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

Wat is voor jou de kern van het leven. Met welke woorden leef je?

Sinds januari mag ik onze gemeente vertegenwoordigen in de groep Westland-missionair. Misschien weet u wel van het bestaan van dit initiatief. Het is enkele jaren geleden al ontstaan, Irene van de Meulen draaide mee en later Joke Drewes. De club is ontstaan vanuit de wens van de kerken om iets voor het brede Westland te betekenen. Er zijn zo al vele initiatieven ontstaan. De bekendste zijn de kliederkerken in De Lier en Wateringen. Maar er waren ook gebedsbijeenkomsten en inspiratie-ontmoetingen, waar interkerkelijk contact was. En mensen uit het missionaire veld ons kwamen inspireren.
Als stuurgroep zaten we een week geleden bij elkaar op het strand om afscheid te nemen van een paar van onze leden. En dan kom je al pratende op de waardering voor het samen. Het is bijzonder om in zo’n diverse groep samen te komen. Met katholieken, evangelicalen, met protestanten van allerlei richtingen van vrijzinnig PKN tot gereformeerd vrijgemaakt. Met elkaar lezen we uit de Bijbel spreken we over de dingen die ons raken in ons werk. Het is bijzonder om zo - hoewel we het woord missionair allemaal net wat anders verstaan - samen te werken. Met onze hoop voor het Westland. Dat mensen God mogen leren kennen. Als je dan met elkaar en met de Bijbel in gesprek bent kom je erachter dat je allemaal christen bent al legt iedereen andere accenten en kunnen we niet alle overtuigingen met elkaar delen.
Die overtuiging met elkaar delen begint daar, bij samen bidden, de Bijbel lezen en in gesprek raken. En dan niet discussiëren om je gelijk te halen, maar met elkaar spreken zoals je in een gespreksgroep doet. Door naar elkaar te luisteren en niet om de ander in jouw kamp te trekken.

Na een confrontatie en discussie met diverse schriftgeleerden ontmoet Jezus een schriftgeleerde die hem vraagt wat voor hem de kern van het geloof is – en daarom het belangrijkste gebod. Deze schriftgeleerde wil zijn nieren proeven. Hoe staat Jezus in het geloof? Wat is zijn overtuiging. Als iedere Jood antwoord Jezus dan met de woorden van het Sjema Jisrael – Hoor Israel! De Heer uw God is een. – Deuteronomium 6, we lazen het net. En de schriftgeleerde antwoord met woorden uit een ander deel van de Thora – Leviticus 19 – Heb je naaste lief als jezelf.
Het zijn mooie woorden – regels, waarin ze God vinden en geloof bij elkaar herkennen.
Het zijn regels, die een basis vormen.
Regels drukken uit wat jij belangrijk vindt. Regels zijn wetten, maar hebben ook te maken met regelmaat – hoe doe jij de dingen, hoe pak je ze aan, wat is jouw routine?
Elke keer dat een nieuwe groep ontstaat komt er een punt dat er gezamenlijk gezocht wordt naar regels. Wat is onze basis – waar staan wij voor?
Zo maakt ook ieder huishouden regels. Gaat de telefoon bij de voordeur in een bakje – is het rommelig in huis of erg netjes, kunnen mensen zo aanschuiven, blijft de koektrommel open? Allemaal manieren om te leven – en iedereen doet het anders.
Het een is niet beter dan het ander.
Zo leggen we ook in ons geloof accenten.
Ons leven lang zijn we steeds aan het ontdekken hoe die accenten voor ons liggen.
Wat ons credo is.
Het is interessant om dat met elkaar te bespreken. Wat is de kern van jouw geloof op dit moment?
Zoals die schriftgeleerde aan Jezus vroeg.

Die woorden die Jezus uitspreek als antwoord komen uit Deuteronomium 6. Ze zijn bij iedere jood bekend als de belangrijkste geloofsbelijdenis.
Hoor Israel de Heer uw God, de Heer is Een!
Deze tekst is zo bekend dat hij iedere dag uitgesproken worden door Joodse religieuzen.
Als een kind geboren wordt worden deze woorden in het oor gefluisterd. En als iemand sterft wordt deze tekst telkens uitgesproken totdat de laatste adem van de gelovige samenvalt met het woord Een. Zo valt Gods eenheid samen met het leven en sterven van deze persoon.
Het hangt op deurposten om even aan te raken, bij ingaan en uitgaan. - in de vorm van een Mezoeza. En ze dragen het op hun voorhoofd ook in een klein doosje. Zo belangrijk is deze tekst. Deze geloofsbelijdenis.

Ik vind het mooi dat het geloof zo met het hele leven verbonden is.
We komen geloof zo ook zichtbaar tegen op andere plekken in onze samenleving. De moslims bijvoorbeeld spreken altijd deze woorden: Bismillah, wat als God het wil betekent. Ze spreken of denken dit bij veel dingen die gelovige moslims uitspreken.

Maar hoe is geloof onderdeel van ons dagelijks leven? Hoe geven wij het aan onze kinderen mee?

Geloof is niet onzichtbaar in ons protestante leven. Bij mijn grootouders thuis lag de bijbel in de keukenla tussen de onderzetters en het tafelkleed. Dagelijks werd er bij de maaltijd gelezen. Zo was het geloof onderdeel van het dagelijks leven. En nu als ik bij mensen thuis kom ben ik benieuwd of ik iets van die dagelijkse praktijken kan zien. Bij veel mensen ligt er zichtbaar in de woonkamer een bijbel. Anderen hebben een huispaaskaars die wordt gebrand. Of er hangt in huis een kruisje of een Bijbeltekst aan de wand.

Hoor Israel – staat er; geloven zit in de zintuigen - meer dan in dogma's.
In geloof is horen, zien, meemaken, beleven, voelen van groots belang.
Geloven is iets van het hart - niet van stelligheid, van zeker weten, van rond en af.
Geloven gaat misschien wel meer over vragen dan over antwoorden.
Ik vind het mooi verwoord in het credo dat deze maand binnenin het maandblad Woord en Weg van de PKN staat.
Kris Gelaude geeft het geschreven en er staan zinnen in die ik ook zo zou kunnen zeggen, maar er staan ook zinnen in waarbij ik blijf hangen, blijf haken. Omdat ik het anders zou zeggen.
En zo gaat dat met geloven. Iedereen doet het op zijn eigen manier.
Iedereen legt andere accenten.
Voor iedereen komen er andere dingen naar boven als het over geloven gaat.
Het belangrijkste is dat je geloof een levend geloof is.
En daarmee wil ik zeggen: dat het belangrijk is dat je leeft met je geloof. Of dat nou is door dat kruisje aan de wand of doordat je er veel woorden aan geeft.
Het is belangrijk dat jij je geloof doorleeft.
Iedere dag weer.

Ik wens je toe dat dat lukt.

Ik lees het voor

Amen

 credo