Sorry geen dienst-18aug-EBK

Zondagmorgen 18 augustus 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok
Lezingen: Jesaja 25: 6-9 en Lucas 14: 15-24

preek-20190818-1.jpgHet Bijbelgedeelte van vanmorgen, die gelijkenis van Jezus, roept bij mij verschillende gedachten op.
Allereerst: wat doet een uitnodiging met mensen?
Wat doet dat met degene die uitgenodigd wordt?
En wat doet dat met degene die de uitnodigingen verstuurd heeft?
Gaan mensen op de uitnodiging in of niet?
Meestal vinden mensen het leuk om een uitnodiging te krijgen voor een feest.
Die ander heeft aan jou gedacht (!) en jij mag erbij zijn bij dat feest, meedoen. Prachtig toch!
Is zo’n uitnodiging vrijblijvend?
Soms kan het wel als een verplichting voelen als je uitgenodigd wordt bij een ver familielid met wie je eigenlijk nauwelijks contact hebt. Niet zo veel zin, in maar je kunt het eigenlijk niet maken om niet te gaan.
Is zo’n uitnodiging voor een feestje vrijblijvend?
Echt verplicht is het meestal niet, maar geheel vrijblijvend nu ook weer niet.
Als je geen gehoor geeft aan de uitnodiging dan doet dat ook wat, zeker met degene die de uitnodiging verstuurd heeft, en dat doet ook wat met de relatie tussen degene die de uitnodigingen verstuurd heeft en degene die uitgenodigd is.
Toen wij een paar jaar geleden 25 jaar getrouwd waren, hebben we een feestje gegeven. Uitnodigingen verstuurd. Op een bepaald moment de mensen die nog niet gereageerd hadden nagebeld, om te weten op hoeveel mensen we konden rekenen.
Kreeg ik een oude jeugdvriend aan de lijn die aangaf dat hij besloten had om niet te komen. We hebben elkaar te lang niet gezien. Dat was zijn argument.
Dat voelt vreemd, en dat doet iets met de relatie.
Weet wat je doet als je zo’n uitnodiging naast je neerlegt.
Iets dergelijks proef ik in de gelijkenis van vanmorgen.
De woorden van God, de woorden van Jezus, de woorden van de Bijbel zijn als een soort uitnodiging, een uitnodiging om mee te doen aan een feest, Gods feest: een feestmaal voor alle mensen.
Dat is natuurlijk beeldspraak, beeldspraak die Martin Luther King gebruikte in zijn beroemde rede op 28 augustus 1963: I have a dream.
“Ik heb een droom dat op een dag … de zonen van voormalige slaven en de zonen van voormalige slavenhouders in staat zullen zijn samen aan te schuiven aan een tafel van verbondenheid… Ik heb een droom dat mijn kinderen op een dag zullen leven in een land waar zij niet beoordeeld zullen worden op hun huidskleur, maar naar wie ze zijn. Ik heb een droom vandaag.”
Beeldspraak, maar die beeldspraak maakt heel goed duidelijk waar het om gaat,
beeldspraak die ook uitgebeeld wordt als we met elkaar het avondmaal vieren.
Een uitnodiging voor het avondmaal is in feite een uitnodiging om je daarvoor in te zetten, voor zo’n wereld, waar mensen van allerlei pluimage samen aan tafel gaan, en tegenstellingen overwonnen worden,
in naam van hem die ons daarin in Gods naam is voorgegaan, Jezus, in zijn Geest.
Een uitnodiging om daaraan mee te doen.
Het is niet verplicht, maar het is ook niet vrijblijvend.
Het lijkt erop dat Jezus met deze gelijkenis de mensen van dat laatste wil doordringen.
Het speelt zich allemaal af bij een vooraanstaande Farizeeër thuis. Jezus was daar uitgenodigd voor een maaltijd. Er is wat discussie.
Jezus doet dan vlak vóór het gedeelte van vandaag de oproep om, als je een maaltijd organiseert of een feestmaal, niet direct te denken aan je vrienden en je familie of je rijke
buren als gasten, maar aan armen, kreupelen, verlamden en blinden, mensen die anders moeten aankloppen bij de sociale dienst of bij de voedselbank.
Dan begint het Bijbelgedeelte van vandaag met de reactie van een van de aanwezigen: “Gelukkig wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God.” Op díe uitspraak reageert Jezus met de gelijkenis.
Wat bedoelt die persoon? Bedoelt die zoiets als: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw? Wat zal het mooi zijn op die dag, eens, ooit?
Het lijkt er op dat Jezus ageert tegen die mensen daar aan tafel, die vooraanstaande Farizeeër met zijn vrienden, die er eigenlijk vanzelfsprekend vanuit gaan dat zij als stipte godsdienstige mensen het goed doen en dat zij ook deelnemers zijn en zullen zijn bij dat feest van God. Maar dat is nog maar de vraag.
Misschien zijn ze wel godsdienstig en meelevend kerklid, maar als je heel eerlijk bent, doen ze wel wat God van hen vraagt?
Ontbreekt misschien de liefde voor de medemens die anders is?
Geven ze wel gehoor aan de uitnodiging om zich daarvoor in te zetten?
Dan vertelt Jezus de gelijkenis.
Iemand wil een gróót feestmaal geven en nodigt véél gasten uit.
Het wordt al snel duidelijk dat het in deze gelijkenis gaat over God die mensen uitnodigt om van de partij te zijn.
Dan gaat er in de gelijkenis wat tijd overheen en komt het moment: Kom, want alles is klaar.
Je zou verwachten dat de mensen toestromen.
Maar nee, bizar, de een na de ander zegt af. Sorry.
De een heeft net een stuk land gekocht,
een tweede heeft vijf span ossen gekocht, een nieuwe productielijn,
een derde is net getrouwd en heeft het te druk daarmee.
Het zijn andere verplichtingen die voorgaan.
Of zijn het verplichtingen die mensen zichzelf opleggen, zoveel dingen om te doen die we belangrijk vinden, dat die uitnodiging die God stuurt geen gehoor vindt?
Sorry, geen dienst. Ik verbaas me er elke keer weer over als dat op een bus of een tram zie staan. Vroeger stond er dan gewoon: Geen dienst.
Sorry als een nietszeggend woord.
“Sorry seems to be the hardest word”.
Als je het echt serieus neemt, is dat inderdaad waar, als je het echt serieus neemt wat je fout gedaan hebt of wat je een ander aangedaan hebt.
Maar sorry is een makkelijk en veelgebruikt woord geworden in onze samenleving, een sorry cultuur.
Als er weer eens een keertje iets niet goed gegaan is, in de politiek, op het werk, in de kerk, op school, waar dan ook.
Even sorry zeggen, en klaar, je hoeft verder geen verantwoordelijkheid meer te nemen.
Volgens mij is dat het, dat mensen door het makkelijk sorry zeggen verantwoordelijkheid van zich afschuiven. Sorry, ik kan er eigenlijk ook niks aan doen.
Soms bij voorbaat sorry zeggen, zoals op die bus.
Er is niks fout aan een bus die geen dienst heeft.
Zo kan sorry zomaar een nietszeggend woord worden en vooral aangeven dat mensen hun schouders ophalen en soms wat al te gemakkelijk verantwoordelijkheid wegschuiven.
Natuurlijk moet ik dan ook denken aan onze zoektocht naar nieuwe vrijwilligers voor alles wat er gedaan wordt in de kerk.
En gelukkig, we hebben een hele grote groep vrijwilligers die zich inzetten,
en er zijn weer nieuwe mensen die zich willen gaan inzetten,
maar ook heel vaak is de reactie op de uitnodiging om mee te doen: Sorry, maar… vul zelf maar aan wat voor reden daarvoor gegeven wordt.
Het kan heel terecht zijn als mensen nee zeggen. Maar of dat altijd zo is vraag ik me af.
Zo’n uitnodiging. Het is niet verplicht. Maar het is ook niet vrijblijvend. En het doet ook wat met mensen om ja te horen, en ook om nee te horen.
Wie iets wil met de kerk, van de kerk, met de zaak waar het in de kerk om gaat, wordt ook gevraagd verantwoordelijkheid te nemen!
Geloof vraagt verantwoordelijkheid, tegenover God, tegenover elkaar, tegenover je medemens.
Misschien dat het daaraan wel ontbrak bij de mensen met wie Jezus daar aan tafel zat.
Je hoort bij de kerk, bij God, en daarmee klaar!?
Nee, daarmee begint het pas. Tot uw dienst!
Wanneer?

preek-20190818-2.jpgHet juiste moment, soms is dat nu.
We worden uitgenodigd om niet met de handen in de zakken aan de kant te gaan staan.
De drie tegenwerpingen die in de gelijkenis genoemd worden zijn dingen die we vaker in het Lucasevangelie tegenkomen.
We kunnen zo in beslag genomen worden door wat we hebben, ons bezit, dat dat ons belemmert om ons ook nog te focussen op de inhoud die vanuit de Bijbel naar ons toekomt.
Ik heb net een stuk land gekocht. Dat is nou even mijn prioriteit.
We kunnen zo druk zijn met ons werk en onze vrije tijd, met alles waarvan we vinden dat we dat moeten doen, dat er geen ruimte overblijft voor de stem die naar ons toekomt
en ons uitnodigt.
Nee, geen gaatje meer in de agenda.
En het derde dat we bij Lucas vaker tegenkomen is dat de binding aan familie, vrienden, partner, ook een belemmering kan zijn.
Dat is ook de gedachte achter het celibaat, dat als je je niet bindt aan een aardse partner, je je meer zou binden aan de hemelse partner, aan God.
Daar is misschien wat voor te zeggen, maar ook wel wat op af te dingen.
Maar de achterliggende vraag is steeds: door wie en door wat laat je je leven bepalen?
Hoeveel ruimte heb je voor en geef je aan de uitnodiging die naar je toekomt? Dat is de boodschap die ik in deze gelijkenis hoor. Niet verplicht, maar ook niet vrijblijvend.
preek-20190818-3.jpgIn de gelijkenis zien we de focus van de gastheer verschuiven naar de armen en kreupelen en blinden en verlamden. En nog is er plek.
Ga buiten de stad, buiten de veilige stadsmuren en nodig iedereen uit.

preek-20190818-4.jpgIk moest hieraan denken. Een prachtig beeld. Kortgeleden in het nieuws. Tegelijk ook weer heel schrijnend.
Trump wil een muur bouwen tussen de Verenigde staten en Mexico, om mensen uit het zuiden tegen te houden, maar hier heeft een ontwerper bij de grens tussen de VS en Mexico een installatie geplaatst waar mensen van beide zijden van de grens met elkaar kunnen wipwappen, zodat er contact kan ontstaan, mensen elkaar kunnen aankijken.

Ook hieraan moest ik denken. Vorig jaar hier in het Atrium van de Ontmoetingskerk op initiatief van Vluchtelingwerk en de Raad van kerken een ontmoeting: een maaltijd met mensen uit Eritrea.preek-20190818-5.jpgDe gelijkenis eindigt met die beweging dat iedereen, ook over grenzen heen, wordt uitgenodigd, mensen die nooit verwacht hadden een uitnodiging te krijgen.
Daarmee eindigt de gelijkenis.
We lezen niet hoe zij reageren.
Daarmee heeft deze gelijkenis een open eind.
Dat betekent dat het antwoord aan de lezer, aan de hoorder is, aan ons dus.
Dan nog een uitsmijter van Jezus: Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.
Ook al dacht je van wel: er zijn geen gereserveerde plaatsen.
Zo hoor ik deze gelijkenis als een uitnodiging. Het antwoord is aan ons.