Kwijt, gevonden!?- 25 augustus 2019- ds Eibert Kok

Kwijt, gevonden!?

Zondagmorgen 25 augustus 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Lucas 15: 1-10

preek25aug 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Het was in december dat de Nederlandse Spoorwegen weer ‘De week van de verloren knuffel’ organiseerden, met o.a. deze foto.
Het concept is simpel: de NS plaatst dan elke dag een foto op sociale media om zo in ieder geval een paar knuffels terug te bezorgen bij de eigenaar. Als de knuffel wordt herkend, kan het dier nog voor kerst worden thuisbezorgd.
Mooie actie, zeker zo vlak voor kerst. Het lijkt op een mooi kerstverhaal. Dat wat je kwijtgeraakt bent, maar voor jou onvervangbaar is, krijg je toch weer terug.
Iedereen die met kleine kinderen opgetrokken heeft, weet hoe belangrijk die ene knuffel voor dat kind kan zijn, en hoe intens verdrietig het kan zijn als het die knuffel kwijtraakt.
Mooie actie van de NS, die, zo begreep ik, bedoeld is om alle gevonden voorwerpen onder de aandacht te brengen.
Meestal zijn het niet knuffels die verloren zijn, maar pasjes, telefoons, rugzakken, portemonnees, sleutels.
Het kan knap vervelend zijn als je die kwijtgeraakt bent.
En als je in de trein iets kwijtraakt, ja, dan kun je ook niet meer zoeken, want voor je het in de gaten krijgt, is de trein vaak alweer vertrokken.
preek25aug 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Maar anders. Als je thuis iets kwijtraakt, of op je werk, of op vakantie op de camping of in het hotel, en het is écht belangrijk voor je, wat doe je dan?
Ik weet het wel: alles op z’n kop zetten om die pas of die sleutels terug te vinden, want anders hebt je een probleem.
De verhalen die Jezus vertelt zijn eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen, zeker de twee verhalen, de twee gelijkenissen van vanmorgen. Heel herkenbaar, ook 20 eeuwen later nog.
Iedereen is wel eens een keer iets kwijt en moet alles op z’n kop zetten om het terug te vinden.
Verhalen uit het leven gegrepen.
Een herder die een van zijn honderd schapen kwijt is en een vrouw die een van haar tien geldstukken kwijt is.
Allebei gaan ze op zoek, en allebei vinden ze het terug, heel herkenbaar. En ook heel herkenbaar, dat moment van blijdschap: Yes, ik heb het teruggevonden!
preek25aug 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


In het verhaal is het aanleiding voor koffie met gebak. De herder, en ook die vrouw van dat muntstuk, allebei zijn ze zo in hun sas dat ze vrienden en buren uitnodigen: Deel in mijn vreugde, want wat ik kwijt was, heb ik weer gevonden.
Toch zitten er vreemde elementen in deze op het eerste gezicht herkenbare verhaaltjes.
Is het niet vreemd om 99 schapen achter te laten, om die ene te zoeken?
Daar kun je natuurlijk van alles bij verzinnen, dat ze veilig in de schaapskooi zaten bijv., maar dat vertelt het verhaal niet.
Misschien is het wel gewoon midden in het veld. Is het wel verantwoord wat die herder doet? Is het bedrijfsmatig niet veel gangbaarder om dan je verlies te nemen? 1%. Jammer maar ook niet meer dan dat. Bedrijfsrisico. Afschrijven.
Is het vanuit dat oogpunt niet volstrekt onverantwoord om alleen voor die ene die 99 andere op het spel te zetten? In onze wereld van statistiek en kansberekening zouden wij waarschijnlijk een andere keus maken.
En is dat feestje na afloop niet wat overdreven? Misschien heeft dat die vrouw wel meer gekost dan dat ene muntstuk waard was.
Het zijn ook niet zomaar verhaaltjes, het zijn gelijkenissen van Jezus, verhalen die iets duidelijk willen maken, die aansluiten bij onze werkelijkheid,
maar ook altijd een ongewoon element in zich hebben, een nieuwe werkelijkheid openen.
Zo ook hier.
Jezus vertelt in Lucas 15 drie gelijkenissen, twee korte, die we vanmorgen gelezen hebben, en een langere, die volgende week aan de beurt is, de gelijkenis van de verloren zoon.
Die drie gelijkenissen horen bij elkaar. Dezelfde thematiek.
Er is iets kwijtgeraakt, en gelukkig, dat komt terug.
En alle drie keren eindigt het met grote vreugde!
Dat terugvinden van wat verloren is, is reden tot feest.
We zien opbouw: 1 van de 100, 1 van de 10, 1 van de 2.
In de eerste twee verhalen is het de eigenaar die al zijn energie steekt in het zoeken,
in de derde gelijkenis is het de verloren zoon zelf die de stap terug moet zetten.
Zijn vader staat hem met open armen op te wachten, maar zoeken doet die vader niet.
Zo komen verschillende elementen naar boven.
Dat in al die gelijkenissen de persoon die iets kwijt is in eerste instantie God is, ligt voor de hand. God die mensen zoekt, juist mensen die verloren zijn geraakt.
Tegelijk laat de gelijkenis van volgende week, die van de verloren zoon, een ander accent horen: het is ook aan de mens zelf om op zoek te gaan naar daar waar hij vandaan komt, naar de bron van het leven, naar God. Onze rol is niet alleen maar passief.
En alle drie gelijkenissen lopen dus uit op die vreugde. Dat is een verbindend element.
Het is ook belangrijk om te kijken in welke context deze gelijkenissen staan. We zien dan twee groepen mensen die niet zo makkelijk samengaan, zo lijkt het.
Tollenaars en zondaars – en farizeeën en schriftgeleerden.
Die tollenaars en zondaars komen naar Jezus toe om naar hem te luisteren. Dat zijn misschien ook wel de mensen die zich zullen herkennen in dat verloren schaap – zij horen er niet bij –, in dat verloren muntstuk, in die verloren zoon.
Tot hun verrassing horen ze dat er iemand is, dat God zo is, die niets anders wil dan dat zij er bij horen, en dat dat een enorme vreugde bij God opwekt, en dat hij niets anders wil dan dat andere mensen in die vreugde delen. Dat is de ene groep: tollenaars en zondaars.
Maar er is ook die andere groep die, zo lijkt het wel, het tegenbeeld is van de situatie aan het eind van de gelijkenissen, die situatie van vreugde en feest.
Zij zeggen morrend (!) tegen elkaar: Die man ontvangt zondaars en eet met hen. Je hoort de walging en de afkeuring erin doorklinken.
Die man, die vent, die papt maar een beetje aan met die lui daar. In hun ogen betekent dat dat hij niet deugt.
Jezus zit met Farizeeën en schriftgeleerden aan tafel. Dat hoorden we vorige week, maar hij zit ook met tollenaars en zondaars aan tafel. De farizeeën en schriftgeleerden kunnen dat niet rijmen met elkaar.
Maar deze drie gelijkenissen, zeker de laatste, die van de verloren zoon, zijn één grote uitnodiging om dat wel te doen.
Jezus vindt het heerlijk om met alle mensen aan tafel te zitten. En in de hemel is er meer vreugde over één zondaar die tot inkeer komt dan over 99 rechtvaardigen.
Gód vindt het heerlijk om met alle mensen verbinding te zoeken, om met hen aan tafel te zitten. Nooit zal hij iemand afschrijven.
Als we straks het avondmaal vieren, laten we dan daaraan denken, dat God blijer is met die vreemde snuiter die misschien wel voor het eerst meedoet, dan met al die brave kerkmensen die al veel vaker meegedaan hebben, en dat God ons dan uitnodigt om niet als de oudste zoon uit de gelijkenis daar een ontevreden, miskend gevoel van te krijgen,
maar om mee te gaan in die vreugde van God.
Laat je ergernis varen en geef je over aan de vreugde!
Voor God is het feest pas compleet als wie verloren was, er weer bij kan zijn! Laat je blij maken door wat God blij maakt.
preek25aug 4

 

 

 

 

 

 

 


Dit is een heel oud beeld, begin vierde eeuw.
Drieënhalf jaar geleden was het te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Er was daar toen een tentoonstelling over de droom van keizer Constantijn. Een mooie tentoonstelling. Met veel trotse beelden.
En ook dit beeld. Prachtig beeld, dat we allemaal zullen herkennen.
Van de herder, de goede herder, die het verloren schaap op zijn schouders neemt en terugbrengt, het veilig thuis brengt.
Constantijn, de eerste christelijke keizer, dat zou zomaar kunnen.
Maar toen las ik daar dat dit helemaal geen christelijk beeld hoeft te zijn. Het zou kunnen, maar zeker is het niet.
Het is namelijk een beeld dat in de Romeinse wereld van toen veel breder gebruikt werd.
Het werd bijv. nog wel eens gebruikt bij een graf, niet alleen bij een christelijk graf.
Blijkbaar is dit een beeld dat veel mensen aanspreekt, juist ook bij de dood, de hoop dat er iets/iemand zal zijn die jou op zijn schouders neemt, die je dragen zal, die je veilig thuis zal brengen. Een hoop die blijkbaar veel breder is dan het christelijk geloof alleen.
Ik moet denken aan dat overbekende lied, een bewerking van Psalm 23, dat nogal eens gekozen wordt bij een uitvaart: De Heer is mijn herder… hij zal mij geleiden naar grazige weiden, hij voert mij al zachtkens aan waatren der rust.
Ontroerend mooi, God die ons dragen zal, ook over de grens van de dood heen.
Het is wel een van de eerste beelden die de kerk ging gebruiken voor Jezus. Eerst waren er helemaal geen beelden. Vanaf de derde/vierde eeuw zien we dan dit beeld komen, niet expliciet christelijk, maar het kreeg wel steeds meer en meer die betekenis.
Het is het beeld van de eerste gelijkenis van vandaag.
Wat doet het met ons? Dat is een vraag die we onszelf kunnen stellen.
Als ik voor mezelf spreek, dan roept het in de eerste plaats iets op van vertrouwen. Hij draagt ons leven dag aan dag.
Te midden van al die trotse beelden daar bij die tentoonstelling in Amsterdam riep het ook iets op van barmhartigheid en zachtmoedigheid.
Een tegengeluid in de harde werkelijkheid van alledag waar eigenbelang nogal eens voorop staat.
En, zeker in het licht van de gelijkenissen van vanmorgen, roept het de vraag bij mij wakker hoe herderlijk wij zelf in het leven staan, hoe herderlijk ik in het leven sta. Hoe zie ik om naar mensen om mij heen? Naar dat wat zomaar verloren kan gaan?
Wie zijn wij kwijtgeraakt? Ervaren we dat als een probleem?
Want dat is denk ik ook iets dat in dat beeld van de herder zit: ook wij worden geroepen om zo in het leven te staan, om om te zien naar de mensen om ons heen, om oog te krijgen voor die mensen die uit het oog raken. Zodat ook zij weer verbonden zullen raken, verbonden met de bron, verbonden met God. Dan pas zal voor God de puzzel compleet zijn.
“Deel in mijn vreugde, want ik heb … gevonden die ik kwijt was.”
De hemel viert feest als er één verloren ziel teruggevonden is. Dan bestellen de engelen: koffie met gebak.