Wie mag er zijn- 13 oktober 2019- ds. Eibert Kok

Wie mag er zijn?

Zondagmorgen 13 oktober 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Jesaja 56: 1-8 en Lucas 17: 11-19

preek 13 okt 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie is er welkom, en wie niet?
Wanneer mag je er zijn en wanneer mag je er niet zijn?
Het is een heel indringende vraag die de lezingen van vanmorgen aan de orde stellen.
Vandaag gaan mensen in Polen naar de stembus.
Het is niet de vraag of de conservatieve regeringspartij de parlementsverkiezingen zal winnen, maar hoe groot de winst zal zijn.
Die regeringspartij heet, in het Nederlands vertaald ‘Recht en Rechtvaardigheid’, precies de woorden die we hoorden in het eerste vers van Jesaja 56: “Dit zegt de HEER: Handel rechtvaardig, handhaaf het recht…”
Mooie woorden, recht en rechtvaardigheid.
Eén van de speerpunten van die partij is om zich sterk te maken tégen wat ze noemen ‘gevaarlijke homorelaties’.
Want die bedreigen de traditionele Poolse familiewaarden.
De partijleider Jaroslaw Kaczynski zegt het zo:
“Dit is de inzet van deze verkiezingen. Als we normale relaties willen hebben en niet twee papa's, of twee mama's, dan moeten wij deze verkiezingen winnen.”
Deze gedachte, zo las ik, wordt ook door de katholieke kerk in Polen gekoesterd en verkondigd.
Wie is er welkom, en wie niet?
Wanneer mag je er zijn en wanneer mag je er niet zijn?
Maar we kunnen ook dichter bij huis blijven. In januari kwam de Nederlandse versie van de Nashvilleverklaring uit, gelanceerd door een heel aantal behoudende protestantse christenen, met vergelijkbare gedachtes, die ze zeggen te baseren op de Bijbel, met als conclusie dat een homorelatie niet kan en niet mag.
Wie is er welkom, en wie niet?
Wanneer mag je er zijn en wanneer mag je er niet zijn?
Terecht is er ook in de kerken heel breed geprotesteerd tegen deze Nashvilleverklaring. Ook hier bij de Ontmoetingskerk hebben we toen, net als afgelopen vrijdag 11 oktober, Coming-Outdag, de regenboogvlag opgehangen, om te laten zien dat naar onze overtuiging er wel degelijk alle ruimte is voor andere relaties dan alleen de heterorelatie tussen man en vrouw, ook voor Gods aangezicht.
De lezingen van vanmorgen helpen me daarbij.
Het gaat in de lezing uit Jesaja 56 over de vraag wie er wel en wie er wel en wie er niet welkom is in de tempel: wie mag er wel zijn, en wie mag er niet zijn?
Dan worden daar twee categorieën mensen genoemd die volgens bepaalde Bijbelteksten niet welkom zijn in de tempel, die er niet mogen zijn,
en die volgens de tekst van Jesaja er wel degelijk mogen zijn, alsof de Bijbel zichzelf corrigeert:
de ruimte is veel groter en de veelkleurigheid mag veel groter zijn dan je in eerste instantie zou denken.
De Bijbel corrigeert zichzelf. Dat alleen al is een reden om voorzichtig te zijn om Bijbelteksten van toen zomaar op de situatie van nu te plakken. Zijn er misschien ook andere stemmen in de Schrift? Tegenstemmen? En hoe verhouden die zich tot elkaar? Welke geef je meer gewicht? En waarom?
Die twee categorieën mensen waar het hier om gaat, zijn deze: de vreemdeling en de eunuch.
Volgens verschillende Bijbelteksten mogen zij er niet zijn in het huis van God. Niet welkom.
Volgens deze Bijbeltekst uit Jesaja mogen zij er wel zijn.
Ik kan me voorstellen dat er ook destijds meer dan genoeg mensen waren die de vreemdeling, of de eunuch zagen als een bedreiging van de traditionele Israëlitische familiewaarden.
Maar God hanteert andere criteria voor wie wel en wie niet welkom bij hem is, wie er wel en wie er niet mag zijn.
In de lezing uit het NT zien we iets vergelijkbaars gebeuren.
Een vreemdeling, een Samaritaan, en ook nog eens iemand die melaats was, dus iemand die om twee redenen niet welkom was in het huis van God, iemand tot wie je volgens de voorschriften gepaste afstand moest houden, hij blijkt helemaal welkom te zijn, hij mag er zijn.
Zowel in Jesaja als bij Jezus worden oude voorschriften opengebroken om ruimte te maken voor mensen die anders zijn, ook zij horen er bij.
preek 13okt 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Als we kijken naar dit beeld: die ene staat los van de rest.
Wat doe je dan?
Dan kun je je best doen om die kloof in stand te houden, en die ander buiten de deur te houden, omdat die ander vreemd is, of voelt als een bedreiging voor dat wat jou vertrouwd is,
of je kunt proberen een stap in de richting van de ander te zetten, om die kloof misschien een klein beetje te overbruggen, om je hand uit te steken en die ander te ontmoeten.
Terug naar Jesaja. Wie is er welkom in het huis van God?
Niet iedereen voelt zich welkom in de tempel. Deuren gaan dicht voor de vreemdeling en de eunuch.
De vreemdeling. Hij voelt, merkt in alles: ik heb hier geen echt thuis. Terwijl hij wel bij God en zijn volk wil horen. Ik zie er anders uit. Ik heb andere gewoonten. Ik eet anders. Ik hoor er niet bij. De tempelgangers kijken hem scheef aan. Dan kun je zomaar gaan denken dat die God van die kerkgangers ook wel zo zijn. Dat horen we de vreemdeling ook zeggen: De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.
Een tweede groep voelt zich ook niet welkom.
De eunuch. Een man die gecastreerd is. Met opzet. Omdat hij bijvoorbeeld in dienst was bij een baas en geen bedreiging mocht vormen voor de vrouwen in het huis. Moet je je eens indenken wat dat betekent. Je persoon, wie je bent, verandert. In het meest intieme. Ben je nog wel een man? Wie ben je nou? Je toekomst verandert. Nooit eigen kinderen. Je naam wordt niet doorgegeven. We horen hem zeggen: Ik ben maar een dorre boom. Niet vruchtbaar, zonder leven.
Mag ik er wel zijn? Ben ik wel welkom bij God?
Maar de HEER zegt:
“De eunuch … die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond … Ik geef hem een eeuwige naam (!)”
“En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
om hem te dienen en zijn naam lief te hebben…
hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom (!) op mijn altaar.”
preek 13okt 3
Wat God betreft wordt de afstand overbrugd en reiken mensen elkaar de hand: welkom, je mag er zijn, in het huis van de HEER.
Ik wil nog even stilstaan bij die eunuch, omdat ik een boek aan het lezen ben over transgenderpersonen in de kerk.
Het boek heet: ‘Wondermooi, zoals U mij gemaakt hebt’, een citaat uit Psalm 139, met als ondertitel: ‘Handreiking voor gelovige transgender personen en werkers in de kerk’.
Daarin staat ook een hoofdstuk waarin de Jesajatekst van vanmorgen aan de orde komt, een hoofdstuk geschreven door een transman. Dus iemand die geboren is met een vrouwelijk lichaam, maar nu als man door het leven gaat.
Door zijn bril kijkt hij dan naar Bijbelteksten.
Voordat hij Jesaja 56 behandelt, noemt hij eerst Deuteronomium 23: 2, waar staat geschreven: Mannen bij wie de zaadballen zijn geplet of het lid is afgesneden, mogen niet deelnemen aan de dienst van de HEER.
Hij schrijft dan dat deze tekst wel wordt gebruikt om transpersonen die zich laten opereren de deelname aan de eredienst te ontzeggen en om die operatie dus te verwerpen.
Daarna behandelt hij dan de tekst van vanmorgen om te laten zien er ook een andere stem klinkt in de Bijbel die die eerste corrigeert.
Voor hem zijn deze teksten heel belangrijk omdat volgens hem de eunuch het meest passende Bijbelse equivalent is dat we hebben voor transpersonen.
Eunuchen ondergingen niet alleen lichamelijke aanpassing door castratie, hun maatschappelijke positie veranderde daarmee ook, niet meer passend in de nauwkeurig bepaalde mannelijke en vrouwelijke genderrollen, niet meer de mogelijkheid om kinderen te krijgen.
In deze passage verlegt God duidelijk de focus van de lichamelijke kant en afkomst van de gelovigen naar de vraag of zij vasthouden aan het verbond met God en keuzes maken naar Gods wil.
Anders gezegd: of zij recht en gerechtigheid betrachten, leven in de lijn van Gods bedoelingen.
Dus de nadruk ligt hier niet op de uitwendige, lichamelijke kant van mensen, maar op de getrouwheid van de persoon in alles wat hij doet, naar God toe, naar de mensen toe.
Zijn kijk op deze Bijbeltekst maakt deze woorden op een verrassende manier weer actueel.
Wie is er welkom, en wie niet?
Wanneer mag je er zijn en wanneer mag je er niet zijn?
De lezingen van vandaag helpen ons om een antwoord te geven op die vraag.