Een houdbare brief-27okt-CWvdM

Overdenking op 27 oktober 2019 – Ontmoetingskerk
Lezingen: Jeremia 29: 10-14 en Romeinen 1: 1-7
Thema: Een houdbare brief

Gemeente van Jezus Christus,

Als u de website van onze kerk op internet opzoekt, waar kijkt u dan naar? Misschien wilt u weten bij welke wijk uw adres hoort. Of u kijkt naar het rooster van de kerkdiensten. Of u wilt iets weten over de bazar, die over een kleine twee weken losbarst. Maar kijkt u ook wel eens naar de tekst waar de website mee begint? De tekst waar met grote letters ‘Visie’ boven staat. Die tekst gaat over wie we willen zijn als kerk, over de verbondenheid die we voelen met God en met mensen, over de inspiratie die we daarin vinden, over de aandacht die we, zo geïnspireerd, willen geven aan mensen die op onze weg komen, of ze nu lid zijn van onze kerk of niet.
Op wat daar verder staat ga ik nu niet in. Dat kunt u thuis lezen. Het gaat me hier om de overeenkomst met de tekst waar we naar geluisterd hebben. Het eerste gedeelte van de brief van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente in Rome. De brief van Paulus begint zoals onze website begint: Paulus noemt niet alleen zijn naam, hij maakt om te beginnen duidelijk waar hij voor staat, met wie de lezers van de brief te maken hebben, wat ze van hem kunnen verwachten.
Dat is een goed begin, want voor de christelijke gemeente in Rome was Paulus nog een onbekende. Hij had al heel wat afgereisd, en in veel plaatsen rond de Middellandse Zee het fundament gelegd voor een christelijke gemeente. Maar in Rome was hij nog nooit geweest. De gemeente in Rome is mogelijk gesticht door de apostel Petrus, één van de leerlingen van Jezus. Paulus kenden ze in Rome alleen van horen zeggen. Of van één van de brieven die Paulus geschreven had, en die steeds gekopieerd, gelezen en besproken werden.
Daar moet ik eerst maar eens iets over vertellen. Over het schrijven van brieven. Wie schrijft er tegenwoordig nog een brief? Het contact gaat tegenwoordig anders. We spreken elkaar via Skype of Facetime. We sturen mailtjes en appjes. De woorden zeggen het al: mailtjes en appjes. Het zijn verkleinwoorden. We communiceren met korte berichten. Vluchtig. En vaak oppervlakkig. Gisteren las ik in de krant een artikel over een historicus die een aardig boek heeft geschreven op basis van de brieven die mensen elkaar vroeger schreven. Dat zal voor historici in de toekomst niet goed meer mogelijk zijn, dacht hij. En dat vond hij jammer.
Nou moeten we de tijd van de brievenpost niet gaan idealiseren en onze tijd van digitale communicatie inktzwart afschilderen. Natuurlijk staat er op internet een hoop rommel en viezigheid. Twitter is het communicatiekanaal van de korte lontjes. En pesten via Facebook of Instagram is een groot kwaad dat we liever vandaag dan morgen uitgeroeid zouden zien. Maar in de tijd dat alles nog met pen en papier ging konden mensen er ook wat van. Mensen konden elkaar net zo goed pijn doen met lelijke scheldbrieven. Er kwam narigheid van anonieme brieven met verdachtmakingen. Elke tijd heeft z’n eigen goede en kwade kanten.
Maar wat we kwijt dreigen te raken is dat je er eens even goed voor gaat zitten. Een brief schrijf je niet in de tijd dat je een appje tikt. Voor het schrijven van een brief moet je de tijd nemen. En in die tijd kun je een ander uitleggen wat je ergens van denkt. Hoe je dingen ervaart die je meegemaakt hebt. En dat is toch iets minder oppervlakkig dan een opgestoken duim op Facebook.
Zo nam Paulus ook de tijd om anderen iets duidelijk te maken over het geloof in God, over de betekenis van het leven van Jezus, over leven en dood, over liefde en onenigheid, over vrede en conflict. Hij volgt daarmee het voorbeeld van een bekende profeet, de profeet Jeremia. We hebben een stukje gelezen van de brief die hij schreef aan de ballingen uit Juda. Hij schreef om ze een hart onder de riem te steken. Hij moedigde ze aan om het leven op te pakken en er iets van te maken. Om de hoop op de toekomst niet op te geven.
Zo schreef ook Paulus. Hij nam de tijd om een brief te schrijven. En die brieven werden door veel mensen gelezen. Want zo’n brief ging niet in een envelop met een postzegel er op. Zo’n brief werd niet door de post bezorgd. Zo’n brief werd meegenomen door een bekende van Paulus, die de lange reis maakte naar de plaats van bestemming. Daar was je niet in één dag. De bode moest onderweg een aantal keren overnachten. En overal waar hij onderdak kreeg werd die brief gelezen en besproken. Niet zelden werd de brief ’s nachts snel gekopieerd. Zo kregen de brieven van Paulus een groot verspreidingsgebied. Veel mensen waren blij met zijn brieven. Daarom werden ze bewaard. Mensen hadden er iets aan voor de opbouw van hun geloof. Tot op de dag van vandaag. Want ze zijn in de Bijbel terecht gekomen en we lezen zijn brieven nog altijd.
Paulus heeft in zijn brieven geprobeerd om conflicten in de jonge kerk te bezweren en het geloof af te schermen tegen mensen die door een uitvergroot ego anderen het zicht op God en Jezus benemen. Dat zie je aan het begin van de brief aan de christenen in Rome. Paulus maakt zich niet groot. Paulus maakt zich klein. Hij noemt zich ‘dienaar van Christus Jezus’. Eigenlijk staat er iets dat Paulus nog veel kleiner maakt. In het Grieks staat er dat hij zich ‘slaaf’ van Christus noemt. Een slaaf heeft geen leven voor zichzelf. Een slaaf leeft alleen voor zijn meester. Paulus vraagt geen aandacht voor zichzelf. Hij wil mensen alleen richten op het evangelie van God.
Want God heeft een goede boodschap voor alle mensen. En dat is niet sinds vandaag of gisteren, schrijft Paulus. De belofte dat God het goede voor heeft met alle mensen klinkt al uit de mond van de profeten. Het is een belofte die de hele geschiedenis door al klinkt en te lezen is in de heilige boeken. Daarmee bedoelt Paulus ongetwijfeld de boeken die in de synagogen gelezen worden, toen ook al. De heilige boeken uit de Joodse traditie. De traditie waar Jezus bij hoort. De traditie waar Paulus zelf bij hoort. En alle beloften uit die traditie, alle beloften over God die de mensen tegemoet komt, zijn waar geworden in het leven van Jezus Christus, een nakomeling van de grote koning David, die door zijn leven herkend is als het gezicht van God in deze wereld.
Dat is het goede nieuws dat Paulus aan iedereen verkondigd wil hebben. In Jezus laat God zich kennen. In een leven dat zoveel liefde bevat dat de dood er geen greep op heeft kunnen krijgen. Dat Paulus daar over mag vertellen, dat noemt hij genade. Hij mag iedereen die maar horen wil op het spoor zetten van de kracht van de liefde, een kracht die sterker is dan de dood in zal zijn gedaanten. Hij roept mensen op tot gehoorzaamheid en geloof. Letterlijk staat er: de gehoorzaamheid van het geloof. En dat is iets anders dan het volgen van religieuze wetten en regels. De gehoorzaamheid van het geloof is niets anders dan het volgen van Jezus.
Als wij over het geloof spreken hoeven we niet te vervallen in moeilijke dogma’s of het uitleggen van wat er van de kerk allemaal wel en niet mag. Dat is nou net waar Paulus in zijn brieven voor waarschuwt. Dat we het over regeltjes hebben die voor een groot deel door mensen bedacht zijn. In het geloof moet het in de eerste en de laatste plaats gaan over de liefde die Jezus ons voorgeleefd heeft. Het moet er over gaan dat alle mensen zich geliefden van God mogen weten.
Want wie haar of zijn leven in het licht van die liefde verstaat kan zich verweren tegen het duister dat het leven van ons mensen bedreigt: angst en heerszucht, egoïsme en hebzucht. Als je bang bent dat er niemand voor je zorgt, zorg je alleen nog maar voor jezelf en kun je voor een ander niets betekenen. Als je vertrouwt dat je geborgen bent in Gods liefde wordt je leven van angst bevrijd en durf je het leven met anderen te delen. Dan leef je anders. Dan leef je, zoals Paulus schrijft, ‘heilig’. Dat betekent niet dat je onfeilbaar bent en nooit struikelt. Dat betekent wel dat je op de goede weg bent.
En dat is in deze wereld heel wat. Het betekent dat er genade en vrede in je leven komt. Want zo besluit Paulus het eerste deel van zijn brief aan de Romeinen. Hij wenst zijn lezers genade en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. Die woorden gebruiken we nog steeds, aan het begin van een kerkdienst. We mogen het elkaar toezeggen. Dat we vertrouwen dat ons leven met liefde begint. Dat bevrijdt ons van de kramp om te veroveren zodat we met elkaar in vrede kunnen leven. Dat verlost ons van de angst om tekort te komen - omdat we het belangrijkste in het leven niet hoeven te verdienen, maar gratis in de schoot geworpen krijgen. Dat is wat Paulus ons toewenst in zijn brief: genade en vrede. Een brief om goed te bewaren. En af en toe weer eens te lezen met elkaar. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.