Explosief- 17 november 2019- Ds. Eibert Kok

Explosief

Zondagmorgen 17 november, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: De brief aan Filemon

preek 17okt 1

Eén van de leuke dingen van een doopviering voor mij als predikant is het voorgesprek, het gesprek met de ouders over de vraag: Waarom laat je je kind dopen?
Soms komen dan antwoorden van de verschillende ouders die in elkaars verlengde liggen, soms komen er ook heel verschillende antwoorden.
Zo ook deze keer.
Jezus was natuurlijk een revolutionair, zei een van de ouders, belangrijk om dat te weten en ook om door te geven. Uiteindelijk gaat het om omzien naar elkaar. Het gaat om normen en waarden, reageerde een ander. Dat is de basis die ik wil meegeven. En gemeenschap vind ik dan heel belangrijk. Die vorm je samen met elkaar. Nou, zei een weer een ander, voor mij gaat het om houvast. Dat je weet dat er altijd iemand is bij wie je terecht kunt, die zich over je ontfermt. Waarop een volgende aanvulde: Het gaat om een manier van leven die je wilt doorgeven.
Revolutionair, omzien naar elkaar, normen en waarden, houvast, een manier van leven, het zijn allemaal elementen die samenkomen in de brief aan Filemon.
Het is een van de kleinste Bijbelboekjes, ik heb er nooit eerder over gepreekt, maar ik was verrast door de revolutionaire, explosieve kracht van deze korte brief van de apostel Paulus.
Hierboven een fragment uit een grotere striptekening waarin helder wordt uitgelegd wat de inhoud van deze brief is. Op internet is een filmpje te zien waarin de weg door deze strip gevolgd wordt: https://www.youtube.com/watch?v=aW9Q3Jt6Yvk&fbclid=IwAR3BKIDZOKj7hG_Is0qCa_1IRvvjco1gNJDBKQHM8mLr8z3zO3-C62_uT4Q.

Het is omstreeks het jaar 55 na Christus.
Paulus zit in de gevangenis. Waarschijnlijk in Efeze in het huidige Turkije. Dat is aan de westkust, een beetje tegenover het eiland Samos.
Hij zit in de gevangenis vanwege de boodschap die hij verkondigt. De vrijheid van meningsuiting was beperkt.
Hij schrijft aan een zekere Filemon. Die woonde in Kollosse, zo’n 200 km oostwaarts Turkije in.
Filemon was een welgesteld volgeling van Jezus in Kolosse. Bij hem aan huis kwam een gemeente bijeen, een gemeenschap, een huisgemeente, zoals er in die tijd in heel dat gebied veel meer waren: kerkjes-aan-huis van zo’n dertig, veertig mensen.
Deze Filemon had een jonge slaaf – slavernij was in die tijd heel gewoon -, Onesimus, maar die jongen is weggelopen of weggevlucht, omdat hij Filemon benadeeld heeft. Hij heeft iets uitgevreten. Geld gestolen misschien?
Paulus zegt dat Onesimus bij Filemon in de schuld staat.
Dat betekende dat Filemon, de baas, het recht had om zijn slaaf Onesimus te straffen, af te ranselen of wat dan ook.
Onesimus vluchtte naar Efeze en kwam daar op de een of andere manier in contact met Paulus.
Paulus zit in de gevangenis, maar het lijkt er op dat daar in de gevangenis ook een soort gemeenschap is van gelovigen die af en toe contact hebben met elkaar.
Het kan zomaar zijn dat die Onesimus gevangen gezet is als gevluchte slaaf.
Of misschien bezoekt hij Paulus in de gevangenis, is hij door iemand in dienst genomen om Paulus van eten en drinken te voorzien. We weten het niet precies.
Maar Onesimus is tot geloof gekomen, volgeling van Jezus geworden. Paulus heeft goed contact met hem.
In dat contact komt ook het verleden ter sprake. Dat Onesimus een slaaf geweest is, dat hij iets gedaan heeft wat niet door de beugel kan, dat hij vervolgens bij zijn meester is weggelopen.
Dan komt een pijnlijk punt aan de orde.
Paulus vindt dat Onesimus moet terugkeren naar zijn meester, of misschien wil Onesimus dat zelf wel, als slaaf naar zijn heer, als schuldige naar degene die hij schade heeft berokkend, naar Filemon. Dat moet weer goedgemaakt worden.
Als volgeling van Jezus kan Onesimus onmogelijk met een leugen door het leven gaan. Hij wil schoon schip maken. Dit kan niet aan hem blijven hangen.
Maar ja, wat zullen de gevolgen zijn?
Hoe zal zijn heer hem ontvangen? Slaat hem slaag te wachten – zo ging dat in die tijd? Komt hij daar nog een keer in een donker hok achter slot en grendel?
Paulus besluit Onesimus een brief mee te geven, waarin hij Filemon vraagt zijn slaaf weer in genade aan te nemen.
Dat is tricky, want je kunt niet van tevoren inschatten hoe Filemon zal reageren.
Hoe pakt Paulus dat aan?
Nou, hij begint met dat wat ze samen delen, de gemeenschappelijke basis, de normen en waarden waaruit ze allebei willen leven vanuit hun verbondenheid met Jezus.
Hij schrijft: ik hoor vaak over ‘de liefde en trouw, die je de Heer Jezus en alle heiligen toedraagt’.
Liefde, trouw…, naar Jezus toe, naar alle heiligen toe, d.w.z. naar alle gelovigen toe.
Wat Filemon nog niet weet is dat Onesimus nu ook een gelovige is geworden.
Paulus vervolgt: Ik vraag je om een gunst, het gaat om Onesimus, jouw slaaf. Hij is bij mij terecht gekomen. Ik heb me over hem ontfermd. Hij is me dierbaar geworden als een kind van mij. Ik stuur hem naar je terug, al zou ik hem graag bij me houden, want hij heeft hier in de gevangenis goed voor me gezorgd.
Ik geef hem aan je terug. Besef wel, Filemon, dat jij je slaaf op een geheel nieuwe voet terugkrijgt: niet meer als slaaf, maar als een broeder! Wil je hem daarom verwelkomen alsof ik het was…
Heel tricky wat Paulus doet. En tegelijk maakt het exact duidelijk waar het in het christelijk geloof om gaat.
Paulus zegt over Onesimus: ‘Hij is tijdens mijn gevangenschap mijn kind geworden’.
Dat is hele andere taal dan mijn slaaf.
Niet slaaf, maar kind, mijn kind. En jij, Filemon, benader hem niet als je slaaf, maar als je broeder, je broer.
Met een kind, met een broer ga je anders om dan met een slaaf.
Een kind, een broer heeft andere rechten dan een slaaf.
Onesimus heet die slaaf. Je schrikt als je weet wat dat betekent: bruikbaar betekent dat.
Alsof het om een werktuig gaat, een ding dat op jouw bevel moet doen wat jij vindt dat die moet doen.
Geen mens wordt gelukkig als die in een rol wordt geduwd van iets wat die moet doen of moet zijn, geen mens komt tot zijn recht als die niet mag zijn wat zou moeten zijn: broer, zus, kind, kind van God.
Een mens is geen ding, maar een mens, die mag zijn als een broer, als een kind.
Ergens wordt hier een bom gelegd onder heel de sociale verhoudingen van die tijd.
Zo is de jonge christenheid met het instituut van de slavernij omgegaan. De slavernij afschaffen was in die tijd geen optie, de hele economie draaide op de arbeid van slaven.
Maar in de gemeente van Jezus wordt de slavernij van binnen uitgehold, doordat vrijen en slaven als gelijken met elkaar omgaan. Dan ben je echt bruikbaar, nuttig voor elkaar.
Accepteer elkaar zoals Jezus ons mensen accepteert, kijk naar elkaar zoals God naar ons mensen kijkt, met ogen van liefde.
preek 17okt 2En het allerbelangrijkste: handel daarnaar! Laat jouw manier van leven zo zijn dat dat wat je gelooft, dat wat je ontvangt in je geloof, niet daar binnen blijft zitten, maar naar buiten komt.
Pas als geloof handen en voeten krijgt, als die normen en waarden zich vertalen in een manier van leven waarbij weer contact gemaakt wordt met de ander,
dan wordt het spannend, tricky misschien wel om te geloven.
preek 17okt 3Dat vraagt je om uit je comfortzone te komen,
om zoals God zijn hand uitsteekt naar ons, zelf ook de hand uit te steken naar de ander.
Bij mensen lijkt het bijna onuitroeibaar om, als een ander iets verkeerd gedaan heeft, hem of haar dat te blijven nadragen. Eens een dief altijd een dief.
Toen heb je me belazerd, ik vertrouw je nooit meer.
Zo gaat God niet met mensen om, en in het verlengde daarvan is het dat Paulus aan Filemon vraagt om zijn gewezen slaaf in de ogen te kijken als broer. Revolutionair!
We weten niet hoe het afgelopen is.
Dat is vaak zo met een tekst met een open einde: dat laat de vraag aan ons: wat doen wij met slavernij? Wat doen wij met mensen die in een rol geduwd worden waarin ze klem zitten, waarin ze gekleineerd worden, waarin ze niet als mens behandel worden, maar als ding, als een nummer, als een productiemiddel, alleen maar goed om geld te verdienen voor een ander?
Paulus staat daartegenop. Vanuit de liefde die hij in Jezus heeft leren kennen. Hij springt in de bres voor die ene die als vluchteling zijn heil zocht in Efeze.
Misschien is er wel iemand voor wie jij in de bres kunt springen. Tricky misschien, spannend, maar vaak de moeite waard.
Opstaan tegen slavernij, in wat voor vorm ook, die mensen kleineert, opstaan tegen seksisme, tegen racisme!
Als je mensen in hokjes stopt worden ze onbruikbaar, een ding, een nummer, een massa,
als je mensen in de ogen kijkt als een broer, als een zus, als kinderen van die ene hemelse vader,
met de ogen vol liefde van onze hemels vader dan ontstaat er gemeenschap,

preek-20191117-4.jpgdan kan er in muren van beton
een opening ontstaan,
een glimp van een nieuwe werkelijkheid.