Rejoice! - 15 december 2019- ds. Eibert Kok

Rejoice!

Zondag 15 december 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: 2 Samuël 7: 4-19 en Lucas 1: 31-33

preek 15 dec 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afgelopen donderdag waren de verkiezingen voor het Britse parlement.
Vrijdagmorgen las ik de uitslag. De partij van Boris Johnson had een absolute meerderheid in het Lagerhuis behaald, ruim meer dan de helft van de zetels.
Zijn Brexitplan kan zonder steun van andere partijen worden uitgevoerd. Een klinkende overwinning. Toen kwam ik vrijdag deze tegen: Rejoice! Boris gaat voor een verpletterende overwinning.
In het Nederlands zeggen we dan: verpletterende nederlaag, voor de andere partij, maar het effect is hetzelfde: de een verplettert de ander. De een heeft de macht, en de ander heeft niks meer te vertellen. Deze voorkant van de Daily Mail trok mijn aandacht.
Rejoice, Wees blij! Het kan bijna geen toeval zijn: Het is de naam van deze zondag, deze derde zondag van Advent. Wees blij!
En waarom blij zijn?
Nou, dan moeten we kijken naar de Bijbeltekst waar deze zondag naar genoemd is, een fragment uit de brief van de apostel aan de Filippenzen.
Hij zegt daar dat wij verwachten onze redder, de Heer Jezus Christus. En omdat we geloven en vertrouwen dat hij komt met zijn heerschappij, zijn leiderschap – daar waar Jezus voor stond zal werkelijkheid worden, dat rijk van vrede komt, met Jezus als onze gids, onze leidsman, onze leider – daarom is er alle reden tot blijdschap: Wees blij, rejoice!
Dat zet de toon voor de derde zondag van Advent: die heer, die koning, die leider verwachten wij, door wie alles anders wordt, met hem begint een nieuwe werkelijkheid.
Als ik er zo over nadenk, vind ik dit bijna godslasterlijk, alsof met de verkiezingen van donderdag een nieuwe werkelijkheid begonnen is, nu deze schreeuwer – met in mijn ogen alleen maar lege retoriek en niets constructiefs – de macht in handen gekregen heeft. Niet iemand, naar mijn indruk, die mensen verbindt, maar eerder iemand die mensen tegen elkaar uitspeelt. Alsof hij een soort messias is.
Toen hij zich ook nog presenteerde met deze slogan “The People’s Government”, De regering van het volk, dacht ik: waar zijn we beland?
Meestal zijn leiders die heel hard roepen dat ze de wil van het volk vertegenwoordigen voor al heel erg met zichzelf bezig.
Wat is goed leiderschap?
Wie is er nu eigenlijk voor wie?
Is hij er voor het volk, of is het volk er voor hem?
Het zijn vragen die ook spelen in het Bijbelgedeelte van vandaag.
In de lijn van voorouders van Jezus staan we vandaag stil bij de persoon van David, koning David.
Ook bij hem merken we dat, als je macht krijgt, er allerlei krachten aan je gaan trekken, dat het niet vanzelfsprekend is dat je op het goede spoor blijft, dat je soms gecorrigeerd moet worden.
Dat is, denk ik, ook het bijzondere aan koning David in de Bijbel. Niet dat hij niet de mist in gaat, want dat gaat het meerdere keren, en soms ook flink de mist in, met misschien wel als dieptepunt de moord op Uria, de man van Batseba. Het bijzonder aan koning David is dat hij bereid is zich te laten corrigeren. Zo ook in het Bijbelgedeelte van vandaag.
In het Bijbelboek 2 Samuël wordt verteld dat David koning wordt, dat hij een hoofdstad sticht, dat hij de ark naar Jeruzalem brengt. En dat in die hoofdstad Jeruzalem een passend huis voor hemzelf gebouwd wordt, een paleis.
Als je het echt gemaakt hebt, laat je dat zien.
En een koning, een groot leider, woont in een paleis.
Zo heeft David ook een passend huis voor zich laten bouwen.
Weliswaar met hulp uit het buitenland, want paleizen kende men in Israël nog niet zo goed.
Het is een heidens karwei om zo’n koninklijk paleis te bouwen.
Zo vertelt de Bijbel het verhaal. De collega-koning van Tyrus helpt een handje met bouwmaterialen en ambachtslieden. Zij bouwen het huis voor koning David.
Hij is niet langer een opkomende ster, maar een gevestigde macht. One of the guys.
En David past zich snel aan aan wat lijkt te horen bij groot leiderschap. Nog meer vrouwen en bijvrouwen. En een prachtig paleis, vol allure. De mensen kijken hun ogen uit.
Zo’n paleis vergroot natuurlijk wel de afstand tussen jou als leider en het gewone volk,
voor wie je het allemaal doet. Toch?
Jij bent er toch voor het volk. Of is het volk er voor jou?
Word je zo niet onbereikbaar, hoog daar op je troon?
Koning David krijgt een nieuw plan, hij lijkt zichzelf onsterfelijk te willen maken, want hij wil meer.
Net als bij de koningen om hem heen: Hij wil een huis maken voor God, een paleis, daar waar God kan wonen in pracht en praal.
De ark van God in een tent, dat is het te laag, te volks.
Hij legt het plan voor aan de profeet Natan en die is gelijk enthousiast.
Maar dan komen we bij het gedeelte dat we vandaag gelezen hebben.
“Het woord van de Heer geschiedde tot Natan…”
Het is de tegenstem die gaat klinken, zoals we zo vaak in de Bijbel de tegenstem horen, de stem die ingaat tegen de stroom, de tegenstem die een halt toeroept aan macht, pracht en praal, macht, pracht en praal die mensen niet bij elkaar brengt, maar afstand schept.
“Dit zegt de HEER: Wil jij, David, voor mij een huis bouwen om in te wonen? Ik heb toch nooit in een huis gewoond…”
Dat vind ik mooi. God woont niet in een huis of in een paleis, niet in een tempel, een kerk of een kathedraal, zelfs niet als dat bouwwerk de naam Sint Pieter draagt.
God trekt met mensen mee en woont daar waar mensen hem binnenlaten, waar zijn woorden landen, waar mensen met hem meetrekken en zijn liefde werkelijkheid wordt.
God is niet ver weg, op afstand, op een troon, in een paleis, maar dichtbij, onder ons. Immanuel, God met ons, onder het volk, hij trekt met ons mensen mee. Ik vind dat een prachtige gedachte.
Later bouwt Davids zoon Salomo toch een tempel, een huis voor God, maar het boek Samuël moet daar eigenlijk niet zo veel van hebben, net zoals het niet zo veel moet hebben eigenlijk van het koningschap.
Waarom wil je een koning? Jullie hebben God toch als je koning, als je leider! Met een koning gaat het bijna altijd mis. Dat is zo ongeveer de inzet.
Maar áls je dan een koning wilt, dan is David met al zijn missers, misschien nog wel degene die in de buurt komt van wat goed leiderschap moet zijn. Allereerst iemand die bereid is zich te laten corrigeren, te luisteren naar de tegenstem, niet alleen naar al die ja-
stemmers en jaknikkers, maar ook te luisteren naar de tegenstem.
Bij David komt die tegenstem van de kant van de profeet Natan, die vervolgens dan in naam van de Heer spreekt over goed leiderschap.
preek 15dec 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een goede leider is als een goede herder, die oog en hart heeft voor zijn schapen, die met ze meetrekt, die zijn kudde niet tegen elkaar opzet, maar zijn kudde bij elkaar houdt.
David is zijn carrière begonnen als herder, zoals vele leiders van Israël: een goede leerschool. Natan verwijst ernaar.
“Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam…”
Dan zegt Natan dat God het is die hem, David, heeft groot gemaakt. En dan, en dat vind ik ook weer een heel bijzonder zinnetje: “De HEER zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.” De beweging wordt omgekeerd.
Wij mensen willen iets voor God doen, een plek maken waar hij kan wonen, een huis, een tempel, waarin we hem misschien wel willen vasthouden, opsluiten,
maar de beweging is andersom: God is er voor ons. Hij maakt ons leven mogelijk, bouwt voor ons een huis, een plek om te wonen, te schuilen, te leven.
Afhankelijkheid hoor ik hierin, durven leven in afhankelijkheid, uit dat wat je geschonken wordt, het leven als een geschenk aanvaarden, een geschenk van God.
In dit hoofdstuk verwijst het naar het koningshuis dat Israël gegeven wordt als een geschenk,
dat koningshuis van David zal altijd voortbestaan. Dat is de belofte. “Je koningshuis zal eeuwig voortbestaan en je troon nooit wankelen”, horen we Natan zeggen.
Dat koningshuis heeft ook lang voortbestaan, meer dan vier eeuwen, ook al was het na David en Salomo niet meer zo groots en machtig.
Altijd is er in Israël de hoop en de verwachting blijven bestaan dat er een nieuwe telg uit het geslacht van David zou opstaan, een nieuwe leider, die vrede brengen zou.
Wat voor iemand zou dat zijn? Daarover vinden we verschillende gedachten. Eén daarvan is deze: iemand die zijn volk zal leiden als een herder, die zich helemaal geeft voor zijn schapen. In het hoofdstuk van vandaag vinden we die gedachte terug.
preek 15 dec 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander beeld dat opkomt uit het lied dat we na de preek zullen zingen is het beeld van het riet, een lied dat Jaap Zijlstra gemaakt heeft bij Jesaja 42, ook een gedeelte dat toegepast is op Jezus.
Wanneer ben je een goede leider? Jesaja zegt dan:
“Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt hij niet af,
de kwijnende vlam zal hij niet doven.
Het recht zal hij zuiver doen kennen.”
Prachtig. Een goede leider maait niet wilt in het rond met een grote mond.
Een goede leider maakt niet stuk wat al kwetsbaar en gebroken is. Geen verpletterende overwinning of nederlaag.
De ander wordt niet verpletterd of gebroken, maar wat gebroken is, krijgt alle aandacht, zodat er misschien iets geheeld kan worden.
Heiland is niet voor niets het woord dat in de loop van de geschiedenis voor Jezus gebruikt is. Het gaat niet om verpletteren, maar om heel maken.
Een leider is er voor het volk, niet het volk voor de leider.
Niet op afstand op een troon in een paleis, maar onder de mensen.
Dat is in de verhalen van de Bijbel leiderschap, koningschap dat de toekomst heeft.
preek 15dec 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Heer zegt je dat hij voor jou een huis zal bouwen.
De Hebreeuwse letter Beth. Beth betekent huis.
Beth is de letter waarmee de Bijbel begint.
Dat is het huis dat God voor mensen bouwt
Grond onder onze voeten.
Een steun in de rug – Hebreeuws lees je van rechts naar links.
Een dak boven ons hoofd.
En hij houdt de toekomst open.
Zo wil God voor mensen zijn, als een huis,
zo wil God onder mensen zijn, Immanuel, God met ons.
Rejoice!