Bijzonder vriendelijk- Oecumenische viering Adrianuskerk- 19 januari 2020

Overdenking op 19 januari 2019 – Oecumenische viering Adrianuskerk
Lezingen: Handelingen 27: 18-44; 28: 1-2, 7-10 (hoofdlezing); Mattheus 5: 43-48.
Thema: Bijzonder vriendelijk
Gemeente van Jezus Christus,
Zou Paulus bang geweest zijn, in de storm waar het verhaal ons over vertelt? Wat denkt u? We horen er weinig van in het verhaal dat is voorgelezen. Mooi verhaal. Spannend verhaal. Je kan er zo een film van maken. Maar dat is niet de bedoeling bij een Bijbelverhaal. Als je naar een film kijkt blijf je toeschouwer. Je staat er bij en je kijkt er naar. Een Bijbelverhaal vraagt meer van ons. Een Bijbelverhaal houdt ons een spiegel voor en leert ons op een bijzondere manier naar ons eigen leven te kijken. Als we kijken naar de rol die Paulus speelt in dit verhaal, samen met die 275 andere mensen aan boord van dat schip, gebeukt door een storm, dient zich onvermijdelijk de vraag aan naar de rol die wij in ons eigen leven spelen, de storm die soms door ons leven kan jagen.
We moeten daarom niet aan de buitenkant van het verhaal blijven hangen. Het gaat er om dat we proberen te begrijpen wat er door de mensen in dit verhaal heengaat. Zodat we beter gaan begrijpen wat er soms door ons heengaat. Daarom begon ik met de vraag of Paulus bang geweest zou zijn. Dat kan haast niet anders, zou je zeggen. Aan boord van een schip dat dagenlang over zee zwalkt, voortgedreven door een vliegende storm, zakt de moed je wel eens in de schoenen. We lezen het ook in het verhaal dat door Lukas, de reisgenoot van Paulus, is geschreven: …zodat we tenslotte elke hoop op redding verloren, schrijft Lukas. ‘We’, daar hoort Paulus bij.
Maar dit verhaal is niet alleen een verhaal over angst. Het is ook een verhaal over vertrouwen. Er is geen beter medicijn tegen angst dan vertrouwen. En we horen hoe Paulus dat medicijn ontvangt. Hij krijgt bezoek van een engel die hem oproept om niet bang te zijn. God staat garant voor zijn leven en dat van alle opvarenden die bij hem op het schip zijn. Nou zult u misschien denken: dat is makkelijk, ik wou dat er bij mij ook eens een engel op bezoek kwam. Maar misschien staan wij wel dichter bij Paulus dan we denken. Paulus werd namelijk in de nacht bezocht door een engel van God, vertelt Lukas. Dat betekent dat hij een droom heeft gehad, of een ingeving. Die hebben wij ook wel eens. Maar durven we daar gehoor aan te geven? Durven we net als Paulus de innerlijke stem te volgen die ons oproept om ons vertrouwen sterker te laten zijn dan onze angst?
Ik probeer een voorbeeld te geven. Er zijn steeds meer mensen die angstige gedachten hebben over de klimaatverandering. De aarde kreunt onder de last van al onze consumptiedrift. Dat kan niet goed gaan, denken steeds meer mensen. Ze liggen er wakker van. En me dunkt dat alle milieuproblemen een stevige storm veroorzaken waar we met z’n allen in zitten. Maar tegelijk zijn er zoveel mensen die bereid blijken om op een andere manier te gaan leven, zodat de aarde minder belast wordt. Waarom zou die beweging stoppen? Ik hoor een innerlijke stem zeggen dat we met z’n allen op tijd het roer om zullen gooien en kiezen voor een manier van leven die de deur voor toekomstige generaties niet op slot gooit. Ik voel mij in dat vertrouwen gesteund door ieder bericht over mensen die in hun huizen, in hun buurten, in hun dorpen voor een bewustere manier van leven kiezen. Is dat net zoiets als een engel die bij je op bezoek komt om je moed in te spreken? Misschien wel.
Vertrouwen geeft je leven in ieder geval meer kracht dan angst. Dat zie je aan wat Paulus zegt en doet. Hij geeft de mensen om zich heen niet alleen nieuwe moed. Hij werpt ook een dam op tegen het egoïsme dat de angst in mensen oproept. Want de bemanning van het schip wil de boel stiekem in de steek laten. Ze hopen het vege lijf te redden in de sloep. Als zij het er maar levend van af brengen. Dan mag de rest het uitzoeken. Maar zonder de zeelieden zijn de passagiers aan hun lot overgelaten. En door zijn vertrouwen houdt Paulus zijn verstand bij elkaar. Hij schakelt de Romeinse officier en diens soldaten in om het egoïsme aan boord te beteugelen. Ze kappen de touwen van de sloep, die zonder bemanning het ruime sop kiest. Samen uit, samen thuis. De zeelieden worden als het ware gedwongen tot solidariteit. Dat is een mooi voorbeeld voor onze regering, wanneer ze proberen te bedenken hoe ze rijke en machtige bedrijven kunnen laten meebetalen aan de opbouw van ons land, in plaats van de belasting te ontduiken om hun miljarden te stallen in belastingparadijzen.
Delen maakt het leven zoveel mooier. Dat zien we aan boord van het schip gebeuren. Midden in de storm. Paulus raadt iedereen aan iets te eten. Met een lege maag is het moeilijk om op redding te hopen. Daarom geeft Paulus het voorbeeld. Hij neemt een stuk brood, dankt God in aanwezigheid van allen, breekt het brood en begint te eten. Het is alsof hij midden in de storm voorgaat in een Heilig Avondmaal. Hij vertrouwt op redding door God en laat anderen daarin meedelen. En iedereen krijgt er een brok van in de keel. Ze krijgen moed, ook zij gaan eten.
Vertrouwen werkt aanstekelijk, blijkbaar. En dat is maar goed ook, want angst kan altijd weer de kop opsteken. Als het licht is komt er land in zicht. Het schip komt op een zandbank vast te zitten, dicht bij het strand. En de soldaten slaat de schrik om het hart. Stel je voor dat er gevangenen ontsnappen, zwemmend. Dan worden zij daarvoor verantwoordelijk gesteld. Ze steken de gevangenen maar liever overhoop dan ze te laten vluchten. Maar hun officier verijdelt dat plan. Hij roept de angst van zijn soldaten een halt toe. Hij heeft gezien dat vertrouwen kracht geeft, en hij zorgt ervoor dat iedereen behouden aan wal komt.
En daar wacht hun een verrassing. Want ze treffen er mensen die hen bijzonder vriendelijk ontvangen. Dat hadden ze vast niet verwacht. In de vertaling staat het heel netjes: de plaatselijke bevolking. Maar in het Grieks staat er iets heel anders, een woord dat ik niet hoef te vertalen: ze worden op het vasteland ontvangen door barbaren. Mensen met een andere taal en andere gewoonten dan wat algemeen beschaafd werd gevonden werden zo genoemd. Van zulke mensen werd weinig goeds verwacht. De meeste mensen waren daar een beetje bang voor. Maar angst blijkt al te vaak niet gegrond. De barbaren blijken buitengewoon vriendelijk. De barbaren zorgen voor een warme ontvangst. En Paulus doet niet voor hen onder. Hij brengt troost en verlichting overal waar mensen ziek zijn. Wie goed doet, goed ontmoet. Maar om goed te zijn voor elkaar heb je vertrouwen nodig. Als je angst hebt voor elkaar kun je niet voor elkaar zorgen.
Het is in onze samenleving heel gewoon om over elkaar te praten in plaats van met elkaar. Het is heel gewoon om angst te hebben voor andere groepen in de bevolking en gevangen te blijven in vooroordelen. In dit verhaal horen we dat het anders kan. Mensen kunnen buitengewoon vriendelijk voor anderen zijn. En dat is een voorbeeld dat we mogen volgen. Zo staat het ook in het Evangelie. Als we kinderen van de Vader in de hemel willen zijn moeten we ons niet opsluiten in ons eigen kringetje. Dan moeten we niet onderworpen zijn aan angst. In de Bijbel worden we opgeroepen onze kracht te zoeken in vertrouwen. Dat stelt ons in staat om iets buitengewoons te doen. Om buitengewoon vriendelijk te zijn voor mensen die aanspoelen op de kust van ons leven. Als de barbaren ons daarin voorgaan, dan kunnen de kinderen van de Vader in de hemel niet achterblijven. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.