Machthebbers- 23 februari 2020- ds. Carel van der Meij

Overdenking op 23 februari 2020 – Ontmoetingskerk
Lezing: 1 Samuël 9: 15-19; 9: 21-10: 1; 10: 17-24
Thema: Machthebbers

Gemeente van Jezus Christus,
De werkgroep centrale werving is zich al aan het warmlopen om de vacatures, die na de komende zomer ontstaan, weer in te vullen. Stel je voor dat we dat dit jaar eens anders aan gaan pakken. We gaan loten. We doen briefjes met de namen van alle gemeenteleden in een grote trommel en per vacature halen we er een briefje uit. En we zeggen vervolgens dat God diegene heeft aangewezen om de betreffende functie in te vullen. Lijkt u dat wat? Ik mag hopen van niet. Lootjes trekken doen we alleen nog bij Sinterklaas. En ik kan me niet voorstellen dat iemand die op die manier wordt aangewezen staat te trappelen om aan de slag te gaan.
Toch luisteren we vanmorgen naar een verhaal waarin verteld wordt dat er iemand wordt aangewezen door loting. Er moet een koning aangesteld worden in Israël. En Samuël, de profeet die ook rechter is, laat de stammen van het volk aantreden. Vervolgens valt het lot eerst op de stam Benjamin. Dan op de familie van Matri, en tenslotte op Saul, de zoon van Kis. En iedereen is het er over eens dat het God is die op die manier Saul als koning van Israël heeft aangewezen. ‘Leve de koning’, roepen ze allemaal.
Dat roepen we hen niet zomaar na, want dat is in onze ogen toch een dubieuze manier om vast te stellen wie er koning moet worden. Ik kan hier wel met een paar dobbelstenen gaan gooien en zeggen dat God de uitkomst bepaalt, maar dan zal er toch iemand in de kerk opstaan om te zeggen dat er ook nog zoiets bestaat als de regels van de statistiek. En dat God zich niet met het rollen van een paar dobbelstenen bemoeit. Ik neem in ieder geval aan dat er iemand op zou staan om dat te zeggen.
We kunnen de verhalen in de Bijbel niet over ons leven heen leggen zoals je een stekker in een stopcontact steekt. Er is te veel afstand in tijd en cultuur. En daarmee ook in de manier van spreken over God, in het beeld dat mensen van God hebben. In de loop van de eeuwen verandert de manier waarop wij mensen de Bijbel lezen en verstaan. En daarmee verandert ons beeld van God en onze manier van spreken over God.
Een voorbeeld: als ik zou zeggen dat de uitbraak van het corona virus in China een teken uit de hemel is, een straf van God om het onderdrukkende regime van dat land een lesje te leren, dan zouden bij de meeste mensen de wenkbrauwen wel omhoog gaan, lijkt me. Maar als een priester in de vijftiende eeuw vanaf de kansel riep dat de pestepidemie die door het land raasde een straf van God was voor onze zonden, dan werd er door iedereen in de kerk berouwvol geknikt. De verhalen in de Bijbel gaan nog veel verder terug in de tijd dan de vijftiende eeuw. Als we de Bijbel recht willen doen moeten we ons bewust zijn van verschillen in tijd en cultuur.
Dat betekent niet dat de Bijbel ons in deze tijd niets meer te zeggen heeft. Er zijn natuurlijk mensen zat die beweren dat de Bijbel een oud en saai boek is dat je beter onder het stof kunt laten liggen. Maar die mensen hebben de Bijbel meestal niet gelezen. Wij lezen en begrijpen de Bijbel op een andere manier dan eerdere generaties. Dat is geen probleem. Ik denk juist dat de Bijbel dat van ons vraagt. Gods woord is ons niet geschonken om alles letterlijk en zonder nadenken te slikken. Gods woord nodigt ons uit de teksten te overdenken en ons de bespiegelingen die we daar aantreffen eigen te maken. Zo kunnen we de uitdaging aangaan om te leren herkennen hoe God in ons eigen leven aanwezig is.
De Bijbel zelf wijst ons die weg ook. Dat zie je in het verhaal waar we vanmorgen met elkaar naar luisteren. Het gaat in dit verhaal over het koningschap in Israël. Maar we horen geen eenduidige visie. Er wordt een koning gezalfd, door de profeet Samuël. Maar waarom gebeurt dat niet in het openbaar? Waarom gebeurt dat tijdens een onderonsje, waar verder niemand bij mag zijn? Staat het koningschap soms ter discussie? Later komt heel het volk bij elkaar, en wordt door het lot een koning aangewezen. Maar wat zegt Samuël bij die gelegenheid tegen de mensen van het volk Israël? “Jullie hebben je God verworpen”, zegt hij. God heeft jullie van de slavernij in Egypte bevrijd, jullie steeds uit rampspoed en ellende gered, en nu? Nu vragen jullie aan God of Hij een koning over jullie aanstelt. Het gaat door, maar het gaat niet van harte.
Die tegenstrijdigheden wijzen op een belangrijk inzicht in hoe God met ons communiceert in de Bijbel. Blijkbaar nodigt God ons in de Bijbel in de eerste plaats uit tot nadenken, zonder precies voor te schrijven wat we horen te denken. Is bij voorbeeld de monarchie positief te duiden als Gods geschenk om Israël in politiek opzicht te bevrijden dan wel als Gods antwoord op de roep van het volk om sociale gerechtigheid? Of betekent de monarchie Israëls ondergang, omdat het tot geloofsafval en het verlaten van God zou leiden? We moeten gespitst zijn op het herkennen van gezichtspunten en kritisch lezen. Gods openbaring blijkt noch direct uit de loop van de geschiedenis noch uit de tekst alleen. We ontmoeten in de Bijbel een communicerende God die ons in de eerste plaats uitnodigt, zonder iets op te leggen of af te dwingen. We worden uitgenodigd na te denken, de Schrift te bestuderen en zo te leren zien hoe God aanwezig wil zijn in ons leven.
Dan komen er allerlei belangrijke vragen op. De Bijbel leert ons de juiste vragen aan het leven te stellen. En het vinden van goede antwoorden begint bij het stellen van goede vragen. Hoe moeten we ons samenleven vorm geven en welke weg wijst de Bijbel daarin? Wat is de wetmatigheid van het openbaar bestuur? Hoe gaan we om met de ingewikkeldheid van het menselijk bestaan, waar macht zo vaak een belangrijke rol speelt? En waar vertrouwen wij mensen dan op?
Dan blijkt er in de loop van vele eeuwen weer niet zo veel veranderd. In Israël vertrouwen ze het liefst op iemand die er groot en sterk uitziet. En de profeet Samuël is wat dat betreft geen uitzondering. ‘Ziet u wat voor iemand de Heer gekozen heeft?’, roept Samuël. ‘In heel het land is er geen tweede zoals hij.’ En waarom zegt hij dat? Omdat Saul met kop en schouders boven iedereen uit steekt. De behoefte aan een sterke man in de politiek is blijkbaar van alle tijden.
Net als het spel dat in de politiek gespeeld wordt. Want Saul betoogt tegenover Samuël dat hij uit de kleinste stam komt, en binnen die stam uit de onbelangrijkste familie. Maar eerder horen we dat de vader van Saul een vermogend man is. Saul is geboren met een zilveren lepel in zijn mond. Dat maakt mensen meestal niet zo bescheiden. En dat Saul zich lijkt te verstoppen tussen de bagage wanneer er een koning gekozen moet worden hoeft geen bescheidenheid te zijn. Het kan ook een politiek spel zijn. Wanneer de mensen de indruk krijgen dat ze hun koning zelf gevonden hebben maakt dat een betere indruk dan wanneer de troonpretendent zichzelf naar voren schuift. En de geschiedenis van koning Saul laat zien hoe tragisch zoiets af kan lopen. Saul gaat gaandeweg meer in z’n eigen kracht geloven dan hij in God gelooft. Zijn koningschap eindigt in een drama.
Als er iemand aan de macht komt is het belangrijker om te weten wat er in zijn hart leeft dan dat je weet hebt van de omvang van zijn biceps of dat je je oren laat hangen naar grote woorden, zoals die tegenwoordig via Twitter de wereld in geslingerd worden. Dat heeft de profeet Samuël wel goed begrepen. We horen dat hij op het dak van zijn huis een vertrouwelijk gesprek heeft met Saul. En een paar verzen daarvoor zegt hij tegen Saul: ‘Ik zal u vertellen wat er in u schuilt.’ Letterlijk staat daar: ik zal je vertellen wat er in je hart leeft. Het is belangrijk om te weten wat er leeft in het hart van mensen die macht krijgen. Wat leeft er in je hart? Wat wil je bereiken? Waar gaat het je om? Gaat het ten diepste om het behouden en vergroten van je macht? Gaat het dus vooral om jezelf? Of wil je die macht gebruiken om mensen te helpen en te dienen? Gaat het je om het vergroten van je aantal zetels in het parlement? Of gaat het je om het welzijn van de mensen in het land?
Een volk kan niet zonder regering. In de oude tijden van het volk Israël betekende dat dat het volk niet zonder koning kon. Daar wordt in de hoofdstukken waar we vanmorgen uit lezen niet erg positief over gesproken. Het is jammer dat dat nodig is, hoor je tussen de regels door. Want als iedereen zich zou houden aan de leefregels die God door Mozes gegeven heeft, wat zou er dan fout kunnen gaan? Dan leven mensen toch in perfecte harmonie samen? Maar zo werkt het niet. Wij mensen hebben blijkbaar de harde hand van een overheid nodig, anders ontaardt het samenleven in chaos. Een harde hand. Zo klinkt het ook in de woorden die Samuël als boodschap van God krijgt wanneer hij Saul ziet: ‘Dit is de man over wie ik je gezegd heb: ”Hij zal mijn volk beteugelen”.’ Beteugelen. In bedwang houden.
Dat is blijkbaar nodig. En we horen in deze verhalen dat God daar verdriet van heeft. Als God naar de wereld kijkt zal hij niet altijd plezier van zijn schepping hebben. Maar dat betekent niet dat God zich van de mensen afkeert. Dat is misschien wel het belangrijkste dat we horen in het verhaal waar we vanmorgen naar luisteren. Keer op keer horen we in de woorden van God dat het gaat over ‘mijn volk’. En wanneer Saul door Samuël wordt gezalfd klinken de woorden: ‘De Heer zalft u tot vorst over het volk dat hem toebehoort’. Letterlijk staat er dat het volk Gods eigendom is. Mensen kunnen God vergeten. God vergeet zijn mensen nooit. Dat is wat er staat, geloof ik. God blijft door alles heen met mensen in liefde verbonden. Hij hoort hun roep om hulp. En dat kunnen we ervaren. Ten diepste ervaren we dat in het leven van Jezus, in alles wat Hij gezegd en gedaan heeft. En overal waar de Geest van zijn leven regeert wordt die ervaring mensen weer geschonken. Wanneer we horen hoe de roep om recht altijd weer klinkt, door de hele geschiedenis heen. Wanneer we ervaren dat de bloem van de liefde altijd weer boven de grond komt, hoe groot de woestenij ook is die wij mensen soms van de wereld maken. Daarin herkennen we de liefdevolle macht van God. Een macht die blijft. Wat machthebbers in deze wereld ook aanrichten. Dat is wat we ten diepste horen in dit verhaal, geloof ik. Dat is de boodschap die door alle tijden heen hetzelfde blijft. Dat wij Gods eigendom zijn. En dat ons leven uiteindelijk geregeerd wordt door zijn liefde. Ik hoop dat we daar op durven vertrouwen. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.