Grond onder je voeten- 29 maart 2020- Ds. Eibert Kok

Grond onder je voeten

Zondagmorgen 29 maart 2020, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Matteüs 7:24 – 8:1

‘Waar baseren we ons leven op? Heeft het een stevig fundament of staat het op los zand?’
Met die vraag had ik het onderwerp van deze zondag aangekondigd in het kerkblad,
niet wetend dat de coronacrisis ons zo zou treffen,
dat we niet eens samen kunnen komen in de kerk.
Die vraag komt nu wel heel erg binnen.
Wat is mijn fundament? Wat geeft mij vastheid? nu allerlei zekerheid zomaar verdwenen is.
Bijna overal waar de crisis uitbreekt, zie je het verschijnsel dat mensen gaan hamsteren,
een voorraadje van iets aanleggen, om toch iets meer zekerheid te hebben, voedsel hamsteren.
Ik zag gisteren dat in de Verenigde Staten wapens gehamsterd worden. Ja, dat geeft toch iets meer zekerheid in deze onzekere tijden, hoorde ik iemand zeggen.
Het evangelie van vanmorgen wijst een andere weg.
Vandaag gaat het over het bouwen van een huis: op een rots of op zand.
En het gaat over standhouden, niet instorten als er regen komt en storm.
Als er iets duidelijk is in onze tijd dan is het wel dat dat gebeurt waar Jezus het over heeft: de regen valt neer, de storm steekt op, de winden waaien en storten zich op ons huis.
Hoe vast staat dat?
Net vóór het gedeelte van vandaag spreekt Jezus over mensen die heel vroom bidden en roepen ‘Heer, Heer’, maar die in de praktijk niets waarmaken van de woorden van God.
Mooie woorden, maar geen bijpassende daden.
Jezus spreekt die woorden met ongetwijfeld in zijn achterhoofd de houding van sommige Schriftgeleerden die heel vroom en serieus met de woorden van God bezig zijn maar die in de visie van Jezus er niets van bakken.
Ze voelen zich beter dan de andere mensen, stellen hoge eisen aan zichzelf en de andere mensen, maar de liefde die concreet wordt in daden voor de ander ontbreekt.
Eigenlijk zijn het mensen die God voor zichzelf claimen, zoals hamsteraars het vak met toiletpapier leegroven: zo, dit is allemaal voor mij, en helaas er is niets meer over voor jullie. God is voor mij, en niet voor jou. Pech gehad.
Zo’n manier van leven, dingen voor jezelf opeisen, niet willen delen met een ander, je niet willen inzetten voor een ander, je niet willen geven aan een ander, zo’n manier van leven is als iemand die zijn huis bouwt op het zand.
Als dan de storm opsteekt, en er wordt op het huis ingebeukt, dan stort het in en blijft er niets van over.
Wat in het Bijbelgedeelte van vandaag heel sterk naar voren komt is: mooie woorden, vrome woorden moeten wel samengaan met mooie daden.
Niet wat iemand met woorden naar voren brengt, al klinkt het nog zo gelovig en toegewijd, maakt iemand tot deelgenoot van het koninkrijk van God.
De maatstaf is of iemand de wil van de hemelse Vader doet.
Je kunt wel allerlei mooie dingen zeggen, maar waar het op aankomt is dat je goede dáden doet, dat die mooie woorden samengaan met mooie daden.
Dat wat je zegt en wat je doet met elkaar overeenkomen.
Dan lijk je op die verstandige man die zijn huis bouwt op stevige grond, zo staat het in de Bijbel in Gewone Taal.
of, zoals in onze vertaling staat, die zijn huis bouwt op een rots.
Wie de woorden van Jezus hoort én doet, is wijs en geeft aan het huis van zijn leven een stevig fundament, een fundament dat ook houvast geeft als de storm tegen het huis aan beukt.
Het beeld hier is: het bouwen van een huis.
Wat is dat, bouwen aan een huis?
Daar zijn we toe geroepen. Daartoe roept Jezus ons op.
Een huis – niet het eigen huisje, een eigen bestaan met alles van en voor onszelf.
Het gaat om zeg maar het messiaanse huis: samen iets maken van de wereld, samen bouwen aan het Koninkrijk van God, samen iets bouwen waarin je zelf kunt wonen, waarin een ander kan schuilen, waarin ook God kan wonen.
Dat is, zo hoor ik in de Bergrede, de roeping van ons leven, dat wat ons leven de moeite waard maakt, zin geeft en doel: een huis bouwen op een rots.
Bouwen op een rots – even denkend aan de situatie toen in Israël - is veel zwaarder werk dan bouwen op zand.
Het gaat ook minder snel.
Zo moeizaam dat je soms de neiging hebt om op te geven.
Het is hóren naar Jezus woorden, én gehoor geven, iets dóen met Jezus’ woorden.
Net als de woorden die de afgelopen tijd vanuit de regering tot ons gesproken zijn: je kunt ze aanhoren en naast je neer leggen, of je kunt ze serieus nemen en je leven ernaar inrichten.
Daar gaat het om: Jezus’ woorden niet voor kennisgeving aannemen, maar accepteren als stenen om te bouwen.
Dan bouw je op het goede fundament.
Laten we Jezus volgen op de weg die Hij gegaan is, in vertrouwen dat God met je meegaat, en je niet zal loslaten.
Dan kom ik bij het lied dat we zo gaan zingen, het is al een oud kerklied, Lied 905 in ons Liedboek, waarin datzelfde beeld terugkomt:
“Wie zich door God alleen laat leiden,
enkel van Hem zijn heil verwacht,
weet Hem nabij, ook in de tijden
die dreigend zwart zijn als de nacht.
Want wie op God alleen vertrouwt,
heeft nooit op zand zijn huis gebouwd.”
Het is een lied dat Georg Neumark schreef zo rond 1650, een tijd met heel veel minder zekerheid dan wij gewend zijn geraakt.
Ook in zijn leven had het gestormd. Hij was door het oog van de naald gekropen.
Toen schreef hij dit lied, een lied dat mij in deze tijd troost en bemoedigt.