Paasmorgen- 12 april 2020- Ds. Eibert Kok

Paasmorgen

Zondag 12 april 2020, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Genesis 1: 1-5 en Matteüs 28: 1-10

preek 12 apr 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is dit jaar een hele rare Pasen,
want op dat grote feest van de kerk, de spil van ons geloof, wil je toch bij elkaar komen om samen Paasliederen te zingen,
liederen van geloof, tegen het ongeloof in,
liederen van het licht van Pasen dat als de zon opkomt, tegen de nacht en het donker in,
wil je samenkomen in een feestelijke dienst in de kerk
om te zingen van het geloof en vertrouwen dat het leven sterker is dan de dood,
dat God zijn lieve zoon niet aan zijn lot overlaat, niet laat omkomen in de dood,
maar hem vasthoudt door het donker heen naar het licht,
hem opwekt uit de dood, doet opstaan tot nieuw leven,
en dat wij allemaal in dat geloof mogen leven,
dat God ons nooit zal loslaten, zelfs niet in het donker van de dood, dat de nieuwe morgen gloort!
De Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja!
Ja, dat zou ik graag willen.
Toen de eerste berichten kwamen, dat bijeenkomsten met veel mensen niet door konden gaan, was dat tot 6 april.
Dus, wie weet, misschien kunnen we Pasen weer samen vieren.
Dat hoopte ik. Maar nee, zelfs met Pinksteren zitten we nog in de lockdown, ieder op zijn eigen plek, afgezonderd van anderen.
Sommigen gelukkig niet alleen maar met huisgenoten, anderen helemaal alleen op hun kamer, omdat ze de deur niet uit durven of mogen.
Daar zit je dan met je eigen gedachten, met je eigen zorgen en je verdriet.
Sommigen vertellen me dat ze dat wel redden, dat alleen zijn, leuk is het niet, maar we komen er wel doorheen.
Anderen trekken het niet of nauwelijks en kwijnen weg.
Pasen 2020, zo anders dan we hadden gehoopt.
Niks feestelijkheid. Het is stil op straat.
Er hangt een dreiging in de lucht. Er waart een onheilspellend virus rond, waardoor met een schok heel onze samenleving stilgezet is,
een virus, waarvan je ziek kunt worden, en waaraan je, zeker als je tot de risicogroep behoort, kunt sterven.
Op de ic’s van ziekenhuizen maakt het personeel overuren om mensen te redden. Ineens is de dood dichtbij.
Houd afstand. Want overal loert het gevaar.
Hou bij voorkeur de deuren gesloten. Lock down.
Het lijkt een boze droom.
Een vreemde Pasen. Spoort het wel om nu halleluja te zingen?
Toen ik daar wat over na zat te denken, realiseerde ik me dat dat dat ook ongeveer de situatie moet zijn geweest waarin de volgelingen van Jezus zich bevonden op die eerste Paasdag.
Niks halleluja. Stil is de straat.
De volgelingen van Jezus leven in quarantaine, achter gesloten deuren. Met een schok is hun leven tot stilstand gekomen.
De zon die scheen, schijnt niet meer. Het licht is weg, het is donker geworden in hun leven.
En de doodsdreiging die in de lucht hangt, maakt hen bang. Overal schuilt het gevaar. Hoe moeten ze verder?
Hij, die de zoon van God genoemd werd, sprekend z’n hemelse vader, onschuldig ter dood gebracht, aan het kruis terecht gesteld, hij stierf, een gruwelijke dood.
Zijn missie, de mensen laten zien wie God is, wat Gods liefde betekent, zijn missie lijkt mislukt, doodgelopen.
Zo komen we op de Paasmorgen aan.
Vrolijk Pasen? Welnee, een grauwsluier is over hun leven gekomen, zij zijn verbijsterd, verslagen door de gebeurtenissen.
Zo gaan op de Paasmorgen twee vrouwen, twee Maria’s naar het graf. Zo vertelt Matteüs het.
Je vraagt je af wat er bij hen door hun hoofd gegaan is.
Herinneringen aan hoe het was hiervóór misschien?
Was alles maar gewoon, zoals het was, vóór dat akelige gebeuren.
Zijn ze zo verdoofd dat hun hoofd één grote chaos is? Alleen maar niet-begrijpen, verdriet om wat ze verloren, bang voor wat komen gaat?
Elke vrolijkheid kan dan teveel zijn, en – laten we eerlijk zijn – Bijbelwoorden nietszeggend.
‘En toch’, daar leeft geloof van, ‘en toch’,
toch is die andere kant er ook.
Toen God de wereld schiep, waren de eerste woorden die hij sprak: Er moet licht komen, en er was licht.
Wij zijn niet aan het donker overgeleverd.
In de opstandig van Jezus wordt dat op een uitzonderlijke manier bevestigd.
De twee vrouwen gaan op weg naar het graf, met hun hoofd vol van wat gaande is, verdoofd door onzekerheid, angst, verdriet.
Dan de eerste zin van het evangelie, veelzeggend: Toen de ochtend van de eerste dag gloorde…
Ze lopen nog in het donker, maar het licht van de eerste dag van de week, de dag dat God sprak “Er moet licht komen”,
het licht van die eerste dag gloort. Langzaam zal het lichter worden en zal het licht het donker verdrijven.
Dat gaat bij ons mensen niet van het ene op het andere moment, dat is een weg die afgelegd wordt.
Maar ze gáán. Dat is belangrijk: ze gaan.
Dan het wonderlijke verhaal van de opstanding.
Shocking: De aarde beeft, een engel van de Heer daalt af, rolt de steen van het graf en gaat erop zitten.
En hij spreekt de vrouwen aan: Wees niet bang,
– ik heb daar bij de voorbereiding drie vette strepen onder gezet – Wees niet bang… jullie zoeken de gekruisigde, die is hier niet, hij is immers opgestaan uit de dood.
Hij gaat jullie voor, naar Galilea, ga achter hem aan.
Wat hier gebeurt is niet alleen de opstanding van Jezus, maar ook de opstanding van de vrouwen, ook zij staan op tot nieuw leven!
De last van het donker die als een steen op hen drukte wordt op de een of andere manier van hen afgenomen.
Dat wat hen blokkeert en op hen drukt wordt van hen afgenomen, zodat zij weer volop in beweging komen.
De bewakers bij het graf beven van angst.
Zij die de dood bewaken, die moeten voorkomen dat het licht wordt, dat er een nieuwe tijd aanbreekt, zij nemen de benen.
Zo hebben ook wij soms in ons leven de bewakers van het donker, grafwachters, die voorkomen dat wij opstaan uit het donker.
Pasen is dat die grafwachters de benen nemen, omdat het nieuwe leven opstaat. Wees niet bang!
En dan: Ontzet, en opgetogen… verlieten zij haastig het graf.
Het is heel dubbel: Ontzet, nog steeds, niet opeens is alles anders, al het nare weg, ontzet, nog steeds, maar toch op een andere manier dan hiervoor.
En opgetogen: de vreugde van Pasen begint langzaam binnen te komen.
Wég bij dat graf.
Wat me dit keer heel erg opviel bij het Paasverhaal van Matteüs is dat we opgeroepen worden onze aandacht niet te richten op dat graf: fixeer je niet op het donker en de dood,
maar richt je op hem die je voorgaat naar Galilea.
Met andere woorden: blijf niet zitten waar je zit,
misschien ligt alle narigheid als een steen op je,
sta op, richt je op hem die je voorgaat… en je zult hem zien.
Pas als je het graf durft verlaten, kom je de opgestane tegen.
Als de vrouwen in beweging komen, dán zien ze hem,
niet als ze in de donkere grafkamer blijven zitten.
Hij komt hen tegemoet en groet hen.
En ook hij zegt, net als de engel: Wees niet bang.
Nog maar weer eens een dikke streep daaronder.
Ga het mijn broeders vertellen. Laat ze naar Galilea gaan. Daar zullen ze mij zien.
Iets dergelijks had de engel ook al gezegd, met dit verschil dat de engel sprak over leerlingen, discipelen, en Jezus spreekt over mijn broeders.
Die mannen die hem op de beslissende momenten in de steek gelaten hebben, die hem verloochend en verraden hebben.
Er klinkt geen enkel woord van verwijt.
Ga het mijn broeders vertellen.
God heeft zich over de gekruisigde ontfermd en in hem over de leerlingen die als broeders faalden.
En toch: mijn broeders.
Daarin klinkt verzoening door, een nieuw begin,
het licht is sterker dan het donker,
dat is Pasen!
Van de grootste lock down gaan de deuren open, hoe dan ook.
Dat ‘hoe’ weten we niet altijd, en soms gaat het anders dan we zouden willen.
Vorige week zondagavond liet ik dat prachtige lied van Bonhoeffer horen.
Afgelopen week was het 75 jaar geleden dat hij, hij was in de dertig, net als Jezus werd geëxecuteerd, omdat hij zich verzette tegen de macht, tegen het onrecht van het Hitler-regiem.
Een paar maanden daarvoor had hij dat lied geschreven:
“Door goede machten trouw en stil omgeven
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag…
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht”
Zijn laatste woorden waren: “Dit is het einde, voor mij het begin van nieuw leven.”
Dat is Pasen: Jezus is opgestaan, geloven dat het licht altijd sterker is dan het donker, hoe dan ook, en daaruit leven,
op weg gaan, opstaan tot nieuwe leven, door Gods kracht!
Ik wens iedereen mooie Pasen.
Houd moed, heb lief.