Turn - 19 juli 2020 - ds. Eibert Kok

Turn

Zondagmorgen 19 juli 2020, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Prediker 3: 1-15

Preek 19juli 1

 

 

 

 

 

 

 


Turn, turn, turn. De wereld draait door.
En wij mensen, of we nou willen of niet, wij draaien mee.
Dat is de wijsheid die het boek Prediker ons vandaag voorhoudt.
Een hele lijst van tegenstellingen komt voorbij,
en het begint met wat heel ons leven omspant:
Er is een tijd in te baren en een tijd om te sterven,
en daartussen beweegt zich ons leven: geboren worden en sterven.
En de reeks eindigt met die twee grote woorden:
Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.
En daartussen al doe verschillende paren van tegenstellingen, waarvan er één in onze anderhalve metermaatschappij wel heel concreet gevoeld wordt:
Er is een tijd om te omhelzen en een tijd om je van omhelzen te onthouden.
Dan denk ik aan al die mensen die alleen wonen en die al maanden afstand moeten houden tot anderen, liever geen aanraking of omhelzing.
Een tijd voor dit, en een tijd voor dat, goede tijden, slechte tijden. Turn, turn, turn. En wij draaien mee in de maalstroom van het leven.
Dat is het levensgevoel waaraan het boek Prediker woorden geeft, een gevoel, dat mij zeker in deze tijd soms zomaar kan overvallen.
Wat is de zin van dit alles? Gaat het ergens naartoe, of draaien we alleen maar in een cirkeltje rond?
Ontsnappen aan de maalstroom van de tijd, wij mensen kunnen het niet.
Preek19juli 2

 

 

 

 

 

 

 


Afgelopen week moest ik in Westerlee zijn, in het oude buurtschap, en toen ik die weg inreed, zag ik daar dit bord staan. Een wat merkwaardig bord.
Ik zat met dat turn-turn-turn in mijn hoofd,
en dan hier: No turn around possible, keren niet mogelijk.
Een doodlopende weg, waar je niet kunt keren.
Van alles maalde door mijn hoofd.
Hier ga ik in, ik ga die weg, die richting, onomkeerbaar, want keren is niet mogelijk, en die weg loopt ergens een keer dood. ‘Turn’ zou hier juist een positieve ontsnapping aan deze weg kunnen zijn.
En ik vroeg me af: Is dat nou wat Prediker bedoelt?
Het is een levensgevoel dat ik soms tegenkom bij mensen en dat mij ook wel eens kan overvallen: als alles zo verder gaat zoals het gaat, gaan we onze eigen ondergang tegemoet, onomkeerbaar. En mensen hebben dan het gevoel dat ze meegezogen worden, en machteloos staan.
Volgens mij is dat ten dele het levensgevoel van Prediker.
Ook al begint die met “Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven”, die twee momenten die onze levenstijd omspannen, ook al kunnen wij niet ontsnappen aan de tijd,
ook al waardeert hij veel van wat gaande is in deze wereld negatief, ik hoor hem niet zeggen dat het een doodlopende weg is met onze werkelijkheid. Ik herken bij Prediker wel dat gevoel van meegezogen worden in de maalstroom van de tijd.
Geen doodlopende weg, meer: we draaien maar rond. Alles wat er is, was er vroeger ook al, en zal er ook weer zijn.
En de vraag die hij zich daarbij stelt is: wat is nou de zin van dat alles?
Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt?
Hij stelt de vraag, maar een antwoord heeft hij niet.
Ik vind het zo herkenbaar. En ik ben ook blij dat ook dit geluid in de Bijbel staat.
De werkelijkheid is weerbarstig, met goede tijden en slechte tijden. En dat hoeven we ook niet mooier te maken dan het is.
Preek 19juli 3

 

 

 

 

 

 

 


Het komt zoals het komt. En het gaat zoals het gaat. Dat is een waarheid als een koe.
En toch is dat niet het hele verhaal dat Prediker ons vertelt.
De schrijver van het boek Prediker leeft heel duidelijk in het besef dat God er is, en dat God op de een of andere manier alles omvat.
Na die opsomming van al die tegenstellingen (een tijd voor dit, een tijd voor dat), na de constatering dat ‘het komt zoals het komt en gaat zoals het gaat’ gaat hij erover nadenken: “Welk voordeel heeft de mens van alles wat zijn gezwoeg tot stand brengt?”
In de rest van het boek constateert hij dat mensen hard werken, zwoegen om in hun levensonderhoud te voorzien, en dat het daarbij lang niet altijd rechtvaardig aan toe gaat.
Jij zwoegt, maar een ander strijkt de opbrengst op,
jij zwoegt en vaak ben je niet eens in de gelegenheid om van de opbrengst te genieten.
Ik heb gezien dat het een kwelling is, al dat gezwoeg en getob van mensen, een kwelling, zo zegt hij dan, die hem door God (!) wordt opgelegd.
Daarmee wil hij volgens mij niet zeggen dat al het goede en al het kwade bij God vandaan komt,
wel dat God op de een af andere manier de bron van ons leven is, ons leven dat we soms ervaren als een kwelling.
Is het leven dan vergeefse moeite?
Dat is weer een veel te snelle conclusie!
Er is voor alles een tijd, niet alleen voor het goede, ook voor het kwade,
en dan moet je het ook andersom zeggen: niet alleen voor het kwade, óók voor het goede!!
En, zegt hij dan: God heeft alles de goede plaats in de tijd gegeven.
Preek 19juli 4

 

 

 

 

 

 

 


Ik kwam deze tegen. Maar ik vraag me af of deze spreuk niet net de plank mis slaat.
Dit klinkt mij teveel in de richting van: God zorgt wel dat het goed komt. Alsof God hetzelfde is als het lot. Bij Prediker is dat niet zo. Prediker is daarin veel terughoudender.
Hij probeert vanuit zijn visie duidelijk te maken hoe God bij dit leven in uitersten van ons betrokken is.
Prediker hoort bij de wijsheidsleraren van Israël.
Hij vertegenwoordigt onder de wijsheidsleraren een heel eigen stem. Je herkent hem direct: ijdelheid, gezwoeg, een kwelling is het leven, niets nieuws onder de zon.
Maar toch is Prediker geen pessimist, daar is hij te realistisch voor.
Prediker zegt: voor alles is er een juist moment. Daar zorgt God voor.
God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, zegt Prediker. Alleen, wij kunnen dat niet begrijpen. De wijsheid van Gods raad ontgaat ons. De mens kan het werk van God niet van begin tot eind doorgronden, zegt Prediker. En even verderop: Alles wat God doet, doet hij voor altijd, daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen.
Wij hebben, als het erop aan komt, niets in de melk te brokkelen.
Je zou als kritiek op Prediker kunnen inbrengen dat hij te passief is.
Bij hem brandt niet het vuur van de profetie: Mensen, het kan niet langer zoals het gaat, het moet anders, jullie moeten je omkeren, een andere manier van turn, turn, turn, keer je om!
Bij Prediker lijkt het of de mens zich maar moet schikken in zijn lot. Het is nu eenmaal zoals het is.
Toch zegt Prediker volgens mij net iets meer: God heeft de mens inzicht in de tijd gegeven.
De NBV is wel wat stellig: inzicht in de tijd. Alsof wij inzicht hebben in de tijd.
De vorige vertaling zei het zo: God heeft de eeuw in hun hart gelegd. Iets van: besef van tijd, benul van tijd.
Wij leven met herinnering aan verleden tijd, maken plannen voor de komende tijd, of zorgen. En zo leven wij in de tijd.
Prediker ziet dat als een Godsgeschenk: dat wij benul van tijd hebben, dat God ons dat beséf gegeven heeft, ook al kunnen wij van begin tot eind het werk van God niet doorgronden.
Ergens heeft God er mee te maken, is hij de bron van ons bestaan, is God degene die alles omvat, ook de tijd, ook de maalstroom van de tijd waarin wij meegezogen worden.
God is daarbij betrokken:
“Wat er is, was er al lang; wat zal komen is er al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug.” God is het die ons leven gaande houdt.

Gevat in verkeersborden:
Preek 19juli 5

 

 

 

 

 

 

 


Turn, turn, turn. Dat is het levensgevoel dat Prediker verwoordt. De wereld draait door,
en wij draaien mee. En het lijkt dat het nergens naartoe gaat.
Preek 19juli 6

 

 

 

 

 

 

 


Is het een vaste richting die we gaan, geen ontkomen aan, maar is het wel een weg die ergens naartoe gaat, die ergens toe leidt?
Preek 19juli 7

 

 

 

 

 

 

 


Of is dit een beter beeld? We gaan een weg maar misschien is er een mogelijkheid om een andere weg te kiezen.
Preek 19juli 8

 

 

 

 

 

 

 


Of is er misschien de mogelijkheid om om te keren? Dat is het geluid dat we bij de profeten tegenkomen bijvoorbeeld, en bij Jezus: keer je om, time to turn.
Verschillende verbeeldingen van de weg die wij mensen gaan.
Bij al die beelden zijn Bijbelverhalen, Bijbelgedeeltes te vinden. Die moeten we niet tegen elkaar uitspelen, maar gewoon naast elkaar laten staan.
Soms is het het ene beeld dat we meer herkennen, en een andere keer het andere.
Of als we soms vastzitten in het ene, kan het andere ons weer verder helpen, ons corrigeren, onze blik verbreden.
Ik vind het bijzonder om te zien dat in het lied ‘Turn, turn, turn’ (en ook in Lied 845 van Huub Oosterhuis) een opening zit, die niet in de Bijbeltekst van Prediker terug te vinden is. Prediker eindigt met: er is een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Het lied eindigt met: een tijd voor vrede, ik zweer, het is niet te laat!
Preel 19juli 9

 

 

 

 

 

 

 


Misschien vind ik het beeld van een trappenhuis wel het mooiste beeld.
Daarin zie ik iets terug van al die ander beelden.
Is niet alles zinloos, voor niks, ijdelheid, dat is de grote vraag van het boek Prediker.
Lucht en leegte.
IJdelheid der ijdelheden vertaalde de oude Statenvertaling.
Het gaat over de sterfelijkheid, de kwetsbaarheid, de vergankelijkheid, de vluchtigheid van het menselijke leven.
Zoals in het lied waarvan de muziek na de preek zal klinken: Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig is der mensen leven.
Dat woord betekent zoiets als ‘adem’, een vluchtige ademhaling.
Het boek Prediker denkt na over het menselijke leven.
Het leven is niet meer dan een ademhaling.
En alle rijkdom en aanzien die mensen hebben opgebouwd betekent niets, want het enige dat ons scheidt van niet-bestaan is een enkele ademhaling.
Dezelfde gedachte als bijv. in Psalm 103, waarmee we begonnen zijn: God “weet dat wij, uit stof aan het licht gekomen, slechts leven op de adem van zijn stem.”
Het enige dat ons scheidt van het graf is de adem die God in ons heeft geblazen.
Meer zijn we niet, alleen maar adem.
Maar het is wel Góds adem. Ons leven is een geschenk van hem.
Prediker zegt dan in goede tijden, slechte tijden: “Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworden, is dat een geschenk van God.”
Laten we met die wijsheid in het leven staan.