De balk en de splinter-9aug-CWvdM

Overdenking op 9 augustus 2020
Lezingen: Jesaja 5: 20-21 en Mattheus 7: 1-5 (hoofdlezing)
Thema: De balk en de splinter

Gemeente van Jezus Christus,

Er is een fraai verhaal uit de tijd dat wijlen paus Paulus VI zijn encycliek Humanae Vitae het licht deed zien, in 1968. In dat document werd het gebruik van kunstmatige voorbehoedmiddelen, zoals het condoom en de pil, aan leden van de Rooms-Katholieke kerk verboden. Kort na de publicatie van die encycliek bleek het Vaticaan echter een pakket aandelen te bezitten in de farmaceutische industrie. Laat het Vaticaan nou geld verdiend hebben aan de productie van de pil. Dat wist de paus natuurlijk niet. En die aandelen zijn toen snel verkocht. Maar het is een fraaie illustratie van het verhaal over de balk en de splinter, waar we vanmorgen naar luisteren.
In 2020, ruim vijftig jaar na het verhaal over de pil, heeft het verhaal over de balk en de splinter weer een heel andere lading gekregen. We zijn ons steeds meer bewust geworden dat je niet zo maar alles kunt zeggen over een ander. Want er is vaak een heleboel dat we over die ander niet weten. Gebrek aan kennis over de levensgeschiedenis van andere mensen, hun culturele achtergrond, zou ons voorzichtig moeten maken. We hebben ook wel eens last van vooroordelen. Dan is die balk, waar Jezus het over heeft, een gebrek aan kennis, of een vooroordeel. En als je je niet bewust bent dat je die balk in je oog hebt kun je hele stomme of oneerlijke dingen over een ander zeggen. We moeten nadenken voor we iets zeggen, anders doen we de ander geen recht.
Laat ik een voorbeeld geven. Vroeger hoorde ik mensen nog wel eens zeggen dat mensen in de tropen lui zijn. Ze zouden niet erg hard werken. Maar ik vraag me af of er in Nederland zo hard gewerkt is nu de temperatuur tot tropische hoogte gestegen is. We merken nu zelf dat je lichaam je dwingt om kalm aan te doen als het zo warm is. En bij ons is dat nog maar af en toe. In de tropen is het dag in dat uit zo warm. En de meeste mensen daar hebben geen geld voor airconditioning.
Heeft dat voorbeeld iets te maken met de woorden die Jezus spreekt? Ik denk het wel. Want door andere mensen lui te noemen zet je jezelf een treetje hoger dan die ander. Wij westerlingen zijn namelijk niet lui. Wij werken hard, van vroeg tot laat. En daarom gaat het ons beter. Maar zoiets kun je alleen zeggen als je een balk van onwetendheid en vooroordeel in je oog hebt zitten. De manier waarop we naar anderen kijken en over anderen spreken doet geen recht aan de werkelijkheid. We leven dan in een schijnwerkelijkheid, waarin wij als beter dan de ander afgeschilderd worden. We zijn schijnheilig. Al hebben we vaak niet eens in de gaten dat we de huichelaars zijn waar Jezus het over heeft.
We zeggen soms dingen die we niet kunnen verantwoorden. Dat is het ene uiterste. Maar het kan ook doorslaan. Dat is het andere uiterste. Dan zeggen we helemaal niets meer. Mensen kunnen zich tegenwoordig verschanst hebben in hun schijnwerkelijkheid. Iedereen in z’n eigen bubbel, zeggen we tegenwoordig. En wee je gebeente als je dan kritiek hebt op die werkelijkheid. Dan kan er agressief gereageerd worden. Kijk naar jezelf, dat is het minste waar je dan op kunt rekenen. Maar er wordt soms ook heel makkelijk geslingerd met woorden als fascist of racist. Wie iets kritisch op te merken heeft wordt meteen in de hoek gezet. Er zijn dan ook mensen die hun mond niet meer open durven te doen.
En wie weet zijn er wel mensen die denken dat het zo hoort, omdat het in het Evangelie staat. Niet oordelen over een ander, staat er in het Evangelie. Dus we laten elkaar maar allemaal onze gang gaan. We mogen niets op een ander aanmerken. Zou Jezus dat nu echt met zijn woorden bedoeld hebben? Ik geloof er eerlijk gezegd niets van. Op heel wat plaatsen in het Evangelie naar Mattheus is Jezus niet mals met zijn kritiek op de Farizeeën, om maar een voorbeeld te noemen. Er is geen sprake van dat hij zijn mond houdt. Lees maar eens in hoofdstuk 23 van dit Evangelie, waar Jezus zijn kritiek op de Farizeeën niet onder stoelen of banken steekt. Hij verwijt hen dat ze zorgen dat alles aan de buitenkant er keurig uitziet. Ze houden zich netjes aan alle religieuze regeltjes. Maar van binnen hebben ze eerder minachting dan liefde voor de mensen. Jezus noemt hen blinde leiders, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken. Weten we meteen weer waar het woord ‘muggenzifter’ vandaan komt.
Jezus bedoelt in Mattheus 7 dus helemaal niet om te zeggen dat we onze mond maar moeten houden. Hij bedoelt wel dat we voorzichtig moeten zijn met wat we zeggen. Je moet niet zomaar wat zeggen over een ander. En je moet bereid zijn om de kritiek, die je op een ander uit, ook op je eigen leven te laten schijnen. Nog een verhaal van een paar jaar terug. In de Gereformeerde Kerk van Amsterdam Zuid, waar ik in de jaren tachtig begonnen ben als dominee, was het tot 1950 gewoon om een echtpaar, waarvan de bruid al voor het huwelijk zwanger bleek, in een kerkdienst openbaar schuld te laten belijden. Maar in 1950 hield dat op. Want toen kwam er een nieuwe dominee, Jan Beukenkamp geheten. Die hield ook z’n mond niet. En toen een ouderling op de vergadering van de kerkenraad voorstelde een echtpaar weer schuld te laten belijden zei hij dat hij dat een vroom voorstel vond. Mits alle leden van de kerkenraad met de hand op hun hart konden verklaren dat zij geen van allen ooit seksueel gemeenschap met hun echtgenotes hadden gehad voor de dag van hun trouwen. Allemaal mannen nog in die kerkenraad toen, natuurlijk. Toen hij dat gezegd had viel er een diepe stilte. En na die lange stilte hamerde de voorzitter het onderwerp af. Nooit meer over gesproken. Zo prik je de zeepbel van de schijnheiligheid door.
Wie kritiek op een ander heeft, maar zelf geen kritiek kan verdragen, laadt de verdenking op zich dat hij met een dubbele maat meet. Een strenge maat voor de ander, een ruime maat voor zichzelf. Maar daar kom je niet mee weg in het Evangelie. De mensen van de actiegroep Viruswaarheid, die beweren dat het corona-virus maar een griepje is, zeggen dat de maatregelen van de overheid onzin zijn. Die maatregelen bedreigen de rechtsstaat, beweren ze. Ze willen voor zichzelf alle ruimte. Maar intussen beperken ze de ruimte voor mensen met een hoge leeftijd en een kwetsbare gezondheid. Ze willen alle mogelijkheden voor zichzelf, waardoor anderen nauwelijks nog mogelijkheden hebben. Ze meten met twee maten. Natuurlijk is er wel een splinter te ontdekken in het optreden van de overheid inzake het corona-virus. Maar dat is niets vergeleken met de balk die de mensen van de genoemde actiegroep in hun ogen hebben.
Zo wordt er ook in de politiek met twee maten gemeten. Hetzelfde Tweede Kamerlid dat moord en brand schreeuwt over de economische steun aan Italië is goede vriendjes met de premier van Hongarije, een land dat net zo goed aan het financiële infuus van de Europese Unie ligt en waarvan de regering ernstig van corruptie verdacht wordt. Maar daar hoor je hem dan weer niet over. Dan heb je toch wel een stevige balk in je ogen, zou ik zeggen.
Er is nog iets in de tekst dat onze aandacht vraagt, denk ik. En misschien is dat wel het moeilijkste punt. Je zou er zomaar overheen kunnen lezen, maar tot drie keer toe horen we in de woorden van Jezus het woord ‘broeder’. In de vertaling is het wat gladgestreken: er staat twee keer ‘broeder of zuster’, en de derde keer wordt het woord helemaal weggelaten. Dan staat er neutraal: ‘hoe kun je tegen hen zeggen?’ Ik begrijp wel dat het zo in de nieuwe vertaling staat. Maar in het Grieks staat er drie keer het woord ‘broeder’ te lezen. En als iets drie keer genoemd wordt betekent dat dat er een stevige nadruk op gelegd wordt. Dan is het een kernbegrip. Broeder, of zuster, dat maakt niet uit, het is een kernbegrip in deze tekst.
We kunnen ons er natuurlijk makkelijk van af maken en zeggen: dat betekent dat de woorden van Jezus alleen gelden voor de omgang met mensen in je eigen gemeente. De mensen van buiten die gemeenschap doen er niet toe. Maar dat is mij te makkelijk. Ik denk dat Jezus bedoelt dat je in de omgang met andere mensen moet uitgaan van verbondenheid. Die ander is jouw zuster. Die ander is jouw broeder. En vanuit het besef van die verbondenheid probeer je een goede manier te vinden om met elkaar om te gaan. Zoek je het gesprek. Durf je kritiek te uiten, maar ben je bereid die kritiek ook op je eigen leven toe te passen. En probeer je het gesprek met de ander altijd te beginnen vanuit een besef van verbondenheid. Die ander is mijn zuster. Die ander is mijn broeder. Dan zeg je vanzelf geen dingen die harteloos zijn. Dan zeg je dingen omdat het leven van die ander je ter harte gaat. Dan volg je de weg die Jezus gaat. Die zijn hele leven geleid heeft in verbondenheid met ons mensen. Die zijn keuzes gemaakt heeft omdat ons leven Hem ter harte gaat. Omdat Hij ons lief heeft als zusters en broeders. Als je om elkaar geeft, kun je een hoop van elkaar hebben. Zou Jezus ons dat willen zeggen? In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.