Januskop ? - 13 september 2020 - Ds. Eibert Kok

Januskop?

Zondagmorgen 13 september 2020, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: 1 Koningen 18: 21-39

Preek 13 sept 1

 

 

 

 

 

 

 


Wat willen we nou eigenlijk? Waar staan we voor?
Dat is een vraag die regelmatig bij mij opkomt.
Wat willen we nou eigenlijk, als samenleving, waar staan we voor, welke keuzes maken we? En als kerk. Persoonlijk, in mijn eigen leven.
Of maken we geen keuzes? Ook dat is een keus.
In Rotterdam Crooswijk, bij de begraafplaats daar staat een beeld: een gezicht op een zuil.
Als je beter kijkt, dan zie je dat het een beeld is met twee gezichten.
Het ene gezicht kijkt de ene kant op, het andere gezicht de andere. Een januskop.
In de Romeinse mythologie was Janus de god die afgebeeld werd met de twee gezichten, de god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten.
De maand januari is naar hem genoemd.
Als ik dit beeld met twee gezichten zie, dan denk ik: Wat willen we nou eigenlijk? Zijn wij mensen in sommige gevallen, of misschien wel vaak, niet mensen met twee gezichten?
Mensen die soms de ene kant opkijken, het ene willen en daarnaar handelen, en een andere keer de andere kant opkijken, dat andere willen, en daarnaar handelen, tegenovergesteld aan dat eerste, mensen die niet consequent keuzes durven maken, mensen die van twee walletjes eten, mensen die hinken op twee gedachten.
Ja, natuurlijk willen we goed zijn voor het milieu, maar als dat dan betekent dat we minder hard moeten rijden op de snelweg of minder kleding moeten kopen of minder vlees moeten eten, doen we dat dan ook?
Ja, zeker willen we een humaan land zijn en moeten we vluchtelingen een plek bieden, maar als dan 100 vluchtelingen méér opgenomen moeten worden, dan komt dat natuurlijk wel in mindering op het aantal van volgend jaar.
Wat willen we nou?
Twee gezichten. Een januskop. Hinken op twee gedachten.
Preek 13 sept 2

 

 

 

 

 

 

 


Die uitdrukking ‘hinken op twee gedachten’ komt rechtstreeks uit het Bijbelverhaal dat we vandaag gelezen hebben.
Ik vond het vroeger als kind een prachtig verhaal, vol spanning en dramatiek. Elia die het in z’n eentje opneemt tegen koning Achab en zijn 450 profeten van Baäl.
Een battle, een concurrentieslag, een soort godsdienstig armpje drukken. Die 450 profeten lukt niks, en Elia, die maakt zijn brandstapel kletsnat, dan gaat hij bidden, en poef, vuur uit de hemel dat alles verteert. Onze God heeft gewonnen. Baäl is een loser.
Ik vind het nog steeds een prachtig verhaal, maar ik hoop, aan de andere kant, dat dit niet echt gebeurd is, want het is vreselijk hoe hier met mensen wordt omgegaan.
Als je namelijk ietsje verder leest dan horen we dat Elia al die profeten ter dood laat brengen.
Dat doet me denken aan fanatiek religieus geweld, aan onthoofdingfilmpjes van IS.
Tegenstanders die jouw religie in de weg staan, laten we die uit de weg ruimen.
Dat kan toch niet de bedoeling zijn!?
Zelf ben ik opgegroeid met de gedachte dat er maar één goede God is en dat is de God van de bijbel, de God van Israël, dat is de God van het christendom.
Alle andere goden die er waren bestonden eigenlijk niet, of mochten niet bestaan, dat waren afgoden, en de mensen die daarbij hoorden dat waren heidenen.
Slechts één God is goed. Helder standpunt.
Maar daarbij nooit de gedachte dat mensen die anders of niet geloofden uit de weg geruimd zouden moeten worden.
Als ik trouwens vandaag de dag die vraag zou stellen: Is er maar één ware God?, grote kans dat ik dan een heel ander verhaal krijg.
We hebben afgeleerd ons eigen geloof als het enige ware te claimen. Niet meer de arrogantie van het eigen gelijk.
Je moet ieder in z’n waarde laten, elke godsdienst in z’n waarde laten.
Daar zit een winstpunt in, nl. dat je de ander open tegemoet kunt treden.
Zeker, er zijn ook mensen die beweren dat het geloof van moslims achterlijk en achterhaald is,
net zo goed als er mensen zijn die dat beweren van het geloof van joden of christenen.
Dat is weer een andere vorm van arrogantie van het eigen gelijk. En dat slaat elke vorm van ontmoeting dood.
De veelgehoorde gedachte is: Geloof, dat moet ieder voor zichzelf weten.
Wat me dan wel opvalt is dat er dan vaak een bepaalde onverschilligheid meeklinkt. Ach, wat maakt het nou eigenlijk uit wat je nou wel of niet gelooft?
Volgens mij maakt het wel degelijk uit wat je wel en wat je niet gelooft.
Iedereen in z’n waarde laten, helemaal akkoord.
Maar het maakt wel degelijk uit wát je gelooft, omdat geloof ook te maken heeft met de keuzes die je maakt in je leven.
Als je a gelooft, en in de praktijk van alledag doe je b, en a en b gaan eigenlijk niet samen, dan gaat er volgens mij iets mis. Een soort januskop.
Als je gelooft dat God streng is bijv., dan zul je misschien ook zo in het leven staan, als je gelooft dat God liefde is, dan zal dat ook te merken zijn aan je manier van leven. Toch?
Terug naar het Bijbelverhaal.
Wat Elia daar laat doen, het afslachten van de Baälpriesters, zegt dat iets over zijn God, hoe God is? Ik hoop het niet.
Ruim een maand geleden barste bij het programma ‘De slimste mens’ het jurylid Maarten van Rossem los: Het Oude Testament is een totaal krankjorum, gewelddadig en idioot boek.
Hij heeft wel een punt. Maar daarmee is niet alles gezegd.
Kijk, de gedachte erachter in de Bijbel is, dat, als je tegen het kwade vecht, tegen datgene wat niet goed is, je geen genoegen kunt nemen met halve maatregelen. Het kwaad moet met wortel en tak worden uitgeroeid.
Dat is de gedachte achter bijvoorbeeld het verhaal van de uittocht uit Egypte, waar het volk Israël veilig door het water van de Schelfzee wordt geleid, maar de Egyptische legers met man en paard verdrinken in het water.
Dat lijkt ook de gedachte hier te zijn. Daar Egypte, symbool van het kwade, van de slavernij, van de onderdrukking; hier Baäl, net zo goed symbool van het kwade, van de onderdrukking, met wortel en tak moet het verdwijnen.
Maar laat het duidelijk zijn: Niemand verlangt van ons dat we instemmen met deze brute, gewelddadige moord.
We moeten, denk ik, gewoon eerlijk zeggen, dat wij zoveel jaar later daar anders naar kijken en anders over denken.
Sterker nog, je vindt in de Bijbel zelf een ontwikkeling van teksten en verhalen vol geweld, waarin God zelf de regisseur lijkt van religieus geweld, naar teksten en verhalen die een heel ander toon aanslaan.
We gaan ook in de Bijbel van zwaarden naar ploegscharen.
Niet door kracht of door geweld, maar door mijn Geest, zegt de profeet Zacharia bijvoorbeeld.
‘Steek je zwaard terug op zijn plaats’, zegt Jezus tegen zijn leerling die bij de arrestatie van Jezus zijn zwaard wil trekken, ‘Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen’.
En volgens een oude uitleg uit de joodse traditie van het verhaal van de doortocht door de Schelfzee, toen het volk feestvierde op de kant omdat ze bevrijd waren, huilde God in de hemel bij al die verdronken Egyptenaren op het strand. Dat waren ook zijn kinderen.
En eigenlijk kunnen we het verhaal van vandaag niet los van het volgende hoofdstuk lezen,
waar Elia, opnieuw in zijn eentje, een andere berg op moet, niet de berg Karmel, de berg van het geweld, maar de Horeb, de berg waar hij God zal ervaren, niet in het vuur, niet in het geweld, maar in de stilte (!).
Terug naar de vraag waarmee ik begon: Wat willen we nou eigenlijk? Waar staan we voor?
De volksgenoten die Elia daar bij elkaar gekregen heeft, zijn mensen die hinken op twee gedachten, die van twee walletjes willen eten: een beetje van de HEER en een beetje van Baäl.
Elia lijkt er een soort referendum van te willen maken: wie is nu de ware God: a of b.
Nu hebben referenda de bijwerking dat ze snel polariserend werken. Het is òf a òf b, een andere keus heb je niet, je bent voor of tegen.
Preek 13 sept 3

 

 

 

 

 

 

 


We merken het in onze samenleving, dat de polarisatie toegenomen is, in de politiek.
Het is of of geworden, zo lijkt het wel.
Alsof dingen niet kunnen samengaan. Je móet kiezen: of of.
Maar met polarisatie bouw je geen samenleving.
Ik lees het verhaal van Elia dan ook liever als een verhaal om de verbinding te
herstellen, de verbinding tussen zijn volksgenoten en God, én de verbinding van zijn volksgenoten onderling.
Koning Achab heeft door zijn huwelijk met Izebel de god Baäl geïntroduceerd in Israël, de profeet Elia is de vertegenwoordiger van de HEER, ik ben die ik ben, ik ben er , ik zal met je zijn.
In de visie van de Bijbelschrijver zijn dat twee polen die tegenpolen van elkaar zijn, die niet sporen met elkaar. Baal is de god van de vruchtbaarheid, de god die het voedsel op het land moet laten groeien.
M.a.w. Baal is de god van de productie, van de economische groei, van meer en meer, van: alles moet wijken voor de belangen van de economie.
In het gedeelte voorafgaand aan dat van vandaag kunnen we lezen dat Achab zijn knecht er op uit stuurt om eten te zoeken voor zijn paarden en dat zijn vrouw Izebel zorgt dat de profeten van de Baal goed te eten hebben.
M.a.w. voor het leger, want daar waren die paarden voor, en voor de cultus van de productiegod werd goed gezorgd, terwijl het gewone volk omkwam van de honger.
Daar komen we al iets op het spoor: wat mis is aan de Baal is dat mensen eraan kapotgaan.
Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken?
In dit theaterstuk wordt die vraag aan het publiek gesteld, aan het volk, en via dit verhaal ook aan ons.
Twee stieren, twee offerplaatsen.
De god die antwoord met vuur is de ware God.
De profeten van Baal mogen beginnen.
En dat duurt maar en duurt maar.
Ze springen en dansen en schreeuwen met hun grote mond.
Ze gaan zichzelf verwonden, tot bloedens toe.
Maar geen reactie.
Dan Elia. In z’n eentje.
Wat Elia doet is God eraan herinneren dat Hij een God van mensen is, van Abraham, Izaäk en Jakob, een God die aandacht voor mensen heeft.
God is de god van de menselijkheid, van bevrijding, die er wil zijn voor mensen.
Alleen het gebed, dat is alles wat hij in de strijd gooit. Totale afhankelijkheid, vertrouwen.
Elia en de Baalprofeten, twee tegenovergestelde werelden.
Baal, de god van de productie, maar een god die meer vraagt dan geeft, een god die mensen laat bloeden, de god die neemt.
Daartegenover Elia, als profeet van de God van Israël,
niet met macht en geweld, maar in gebed en afhankelijkheid, zich richtend tot God die geeft, die zichzelf geeft, die verbinding zoekt, aandacht geeft.
Preek 13 sep 4

 

 

 

 

 

 

 


Als je bij die God wilt horen, dan kun je niet meedoen met dat wat mensen uit elkaar drijft, met dat wat mensen knecht of onderdrukt. Als je bij de God van de bevrijding wilt horen, dan doe je niet mee met het schema van de wereld, waarin alleen telt wat macht heeft, geld, kracht, potentie. Waar iemand meetelt om wat hij of zij presteert, niet om wat hij of zij is. Waar gerechtigheid een leeg begrip is, waar het recht van de sterkste heerst in plaats van de zorg om de naaste, waar de gebalde vuist staat tegenover de geopende hand…
Wat willen we nou eigenlijk? Waar staan we voor?
Dit Bijbelverhaal roept mij op te kiezen voor deze God, echt te kiezen, voor God die zijn hand naar ons uitsteekt, en ons vraagt zijn handlangers te zijn.