Zit er muziek in?-1 november 2020 Oude Kerk-ds. Eibert Kok

Zit er muziek in?

Zondagmorgen 1 november 2020, Oude Kerk, Cantatedienst, ds. Eibert Kok

Via deze link is de cantatedienst terug te kijken: https://www.youtube.com/watch?v=OxadyNqLcp8

Cantate “Ihr Menschen, rühmet Gottes Liebe”, BWV 167, J.S. Bach

Lezingen: Jesaja 40: 1-8 en Lucas 1: 57-68

“Roem Gods liefde en prijs zijn goedheid.”
Dat zijn de woorden waar de cantate mee begint.
Prachtig op muziek gezet door Bach. Muziek om bij weg te dromen.
Tegelijk geven die woorden mij een ongemakkelijk gevoel,
want de sfeer in de samenleving is helemaal niet om bij weg te dromen.
We zitten, zoals dat genoemd wordt, in de tweede golf van het coronavirus, een golf die omhoogkomt, en die over ons heen komt.
Sommige deskundigen uit de medische wereld noemen het zelfs een tsunami.
Bij dat woord slaat de schrik mij om het hart. Bij een tsunami denk ik aan de zee die zich even terugtrekt om daarna met een nog grotere golf te komen.
Niet bepaald een beeld om bij weg te dromen, eerder om op te schrikken.
Ik merk bij mezelf en bij mensen om me heen dat het bij tijd en wijle moeite kost om de moed er in te houden.
‘Ik mis gewoon een beetje de drive’, hoorde ik iemand zeggen, normaal heb ik er geen moeite mee, maar in deze periode.
Ook al is het niet zo dat het lijkt alsof alles stilgevallen is zoals in het voorjaar, de muziek is er wel een beetje uit.
“Roem Gods liefde en prijs zijn goedheid.” Is de tijd er wel naar?
En dan werden we afgelopen week ook nog opgeschrikt door die vreselijk moord op drie mensen in een kerk in Nice.
Mensen die in een gebedshuis zijn om een kaars aan te steken, een klein lichtje in het donker, om te bidden om kracht en licht, en dan worden ze door een moslimextremist vermoord.
Wat moet je dan met zo’n opening “Roem Gods liefde en prijs zijn goedheid”?
Als God liefde is…
Nou, dat is een uitspraak die veel vragen en tegenwerpingen oproept in het licht van alle narigheid die over ons mensen heen komt.
Hadden we deze cantatedienst niet gewoon moeten cancelen zoals zoveel niet doorgaat? Zonde van al die kosten en moeite voor maar dertig mensen. Ik heb het om me heen horen zeggen.
Toch ben ik erg blij dat deze cantatedienst wél doorgaat.
Niet alleen omdat de muzikanten dan ook wat te doen hebben in deze ook voor hen barre tijd. Zij verdienen beter.
Maar ook omdat het een oude traditie in de kerk is, een traditie die we geleerd hebben van Israël, dat de lofzang, de lofzang op God, op Gods liefde en goedheid, altijd doorgaat.
Omdat we het geloof hooghouden dat Gods liefde en goedheid never en nooit in lockdown gaat. Die bezingen we keer op keer. Niet omdat we daar zo vol van zijn, maar juist omdat het zo leeg kan zijn van binnen.
Willem Barnard schrijft over zingen in de kerk:
“Zingen, dat doe je niet uit volle borst, -
je zingt inademend, omdat je leeg bent,
tegen de eenzaamheid (ellende) in zing je, tegen
het ‘nee’, je zingt zoals je drinkt: van dorst.
Het lied is daar wanneer ik nergens ben,
komt naar mij toe, als een gezant van verre,
het neemt me op in het gezang der sterren,
het spreekt een taal, die ik van-zelf niet ken…”
De zang en muziek nemen me mee, tillen me op, tillen mij op boven mijn zorgen en vragen uit, en geven mij zo ook weer moed en inspiratie om het vol te houden, om verder te gaan.
Dan vind ik het ook weer mooi dat we vandaag deze cantate op het programma hebben, de cantate die eigenlijk hoort bij de geboortedag van Johannes de Doper.
Volgens de kerkelijke kalender zitten we dan helemaal fout,
want dan zouden we deze cantate op of rond 24 juni moeten doen. Dat is volgens de traditie zijn geboortedag. Hij zou precies een half jaar vóór Jezus geboren zijn.
Die datering is nergens op gebaseerd, maar het is wel mooi dat voor Johannes de Doper zijn geboortedag zijn feestdag geworden is, niet zoals bij bijna alle andere heiligen zijn sterfdag. Een geboorte is een teken van hoop, van een nieuw begin, een nieuw leven.
Net als de geboorte van Jezus wordt de geboortedag van Johannes gevierd als een buitengewoon teken van hoop.
De geboorte van Johannes is een bijzonder verhaal.
Het begint bij zijn ouders Zacharias en Elisabeth die oud en kinderloos zijn.
Dat wordt bijna terloops vermeld, maar daar zit natuurlijk een heel verhaal achter, een levensverhaal van verlangen en verdriet. Wie peilt het verdriet van mensen met een kinderwens die niet in vervulling is gegaan? Wie heeft er oor en oog voor hun verhaal?
Daar komt nog bij dat in de beleving van die tijd iemand zonder kinderen iemand zonder toekomst is.
Heel praktisch: Wie zorgt er voor jou als je oud en behoeftig geworden bent?
Maar misschien nog wel belangrijker: jouw naam wordt niet doorgegeven, die lijn loopt dood.
Heel die ervaringswereld speelt mee.
Kortom, er zit weinig muziek meer in hun leven. Het lijkt wel alsof alles stilgevallen is.
Een kleine opkikker: Zacharias wordt ingeloot om eenmalig als priester het reukoffer in de tempel in Jeruzalem te brengen.
Als hij daarmee bezig is, verschijnt hem een engel, zo gaat het verhaal, die hem vertelt dat hij een zoon zal krijgen met een bijzondere opdracht.
Maar omdat hij en zijn vrouw als op leeftijd zijn, hecht Zacharias er geen geloof aan.
Met als gevolg dat hij niet meer zal kunnen spreken, zo zegt de engel, tot de dag waarop dat in vervulling gaat.
Dat gebeurt in het Bijbelgedeelte dat we vandaag gelezen hebben: er wordt een zoon geboren. Oftewel, er komt weer muziek in het leven, er gloort weer toekomst.
En dan, heel wonderlijk, op de achtste dag, de dag van zijn besnijdenis, moet dat pasgeboren kind een naam krijgen,
en ze willen hem Zacharias noemen naar zijn vader. Zo hoort dat, zo blijft die naam bestaan. Belangrijk.
Maar nee, het moet niet bij het oude blijven, er begint iets nieuws: Johannes zal hij heten. God is genadig betekent dat.
De stomme Zacharias geeft het op een briefje. Iedereen is stomverbaasd. Meteen is ook de verlamming van de mond en de tong van Zacharias verdwenen. Hij kan weer spreken, hij gaat zingen, bekend geworden als de lofzang van Zacharias.
Bach gebruikt eeuwen later allerlei flarden uit die lofzang voor zijn cantate.
“Roem Gods liefde en prijs zijn goedheid.”
Nu denkt iemand wellicht: Dat is passend in zijn situatie, maar waarom zouden wij ons daarin laten meenemen?
Dan denk ik aan het leven van Johannes zelf.
Wat voor figuur is Johannes de Doper geweest?
We noemen hem meestal de wegbereider, de aankondiger van de persoon van Jezus, de aanwijzer. We hebben daarvan vandaag verder niets gelezen, maar de evangelieverhalen vertellen ons wel het een en ander over zijn leven.
Volgens die verhalen is wat we vandaag gelezen hebben in Jesaja 40, de eerste lezing, een soort profielschets van Johannes.
Een stem. Johannes zal een stem zijn, een stem die klinkt, een stem die drie dingen zal laten horen.
Allereerst zal het een stem zijn die mensen troost en moed inspreekt.
In de tweede plaats zal die stem oproepen om een weg te banen door de woestijn.
In de derde plaats zal die stem mensen herinneren aan hun kwetsbaarheid… en tegelijk aan de belofte dat God zijn woord houdt.
Alle drie elementen die naar mijn idee heel erg actueel zijn in deze tijd, waarin we een stem nodig hebben die ons troost en moed inspreekt en hoop, een tijd waarin we ons meer nog dan anders bewust zijn van de kwetsbaarheid van het leven.
Zo’n gek virus waart rond dat mensen en samenleving lam slaat.
Dan ook nog de opdracht om in de wildernis, in de woestijn van deze tijd een pad te banen.
“Laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.”
Ruig land, rotsige hellingen, geen doorkomen aan zonder je te bezeren. Hoe maak je dat tot een begaanbare weg?
Een pad banen door de woestijn, hoe doe je dat in deze tijd?
Dat is de vraag die het bij mij oproept.
Hoe reageer je op al de narigheid die op je af komt,
op alle ellende die de coronacrisis met zich meebrengt?
Hoe reageren we op zo’n barbaarse aanslag als in Nice?
Hoe maak je ruig land, rotsige hellingen tot een weg om te gaan?
Kan wantouwen wantrouwen verdrijven, haat haat, geweld geweld?
Johannes de Doper deed het door te wijzen op Jezus,
ook al kreeg Johannes zelf al gaande zijn leven daar steeds meer moeite mee.
Johannes werd vanwege zijn mening over zaken die de overheid niet bevielen.
Vertwijfeld vraagt hij zich daar af: Is Jezus het wel? Is het geen vergissing?
Tot overmaat van ramp eindigt zijn leven van vrije meningsuiting door een barbaarse onthoofding. Het is van alle tijden, helaas.
Johannes is in het bijbelse verhaal de figuur van: verwachten, in de woestijn uitkijken naar verandering, en daarmee de man van de hoop. Tegelijk is hij de man van de frustratie, de desillusie, de man van de vervlogen droom en een tragisch einde.
Een stem in de woestijn, een figuur die verwijst, die verwijst naar Jezus.
Hun levens lijken op een bepaalde manier op elkaar.
Beide met een missie van Godswege om mensen van hoop en vertrouwen te zijn, om zo mensen toekomst te geven.
Allebei gestorven door barbaars geweld.
En toch, en dat is het vreemde verhaal dat we in geloof hooghouden, toch is dat niet het laatste woord, het laatste woord is aan Gods liefde en goedheid.
Pasen. “Nu rijst uit elke nacht uw morgen”. Dat houdt ons op de been. Dat vertrouwen zingen we ons te binnen. “Roem Gods liefde en prijs zijn goedheid.”
God heeft daarbij – afgelopen week hoorde ik het weer zeggen: God heeft geen andere handen dan die van ons.
Het is aan ons die lofzang gaande te houden van Gods liefde en goedheid, die droom van een wereld waar liefde het laatste woord heeft,
waar mensen elkaar de ruimte gunnen en de ruimte geven om te leven, om te leven in verbondenheid met elkaar, en met God, de bron van ons leven,
om ons daarvoor open te stellen,
om die liefde handen en voeten te geven
als wegbereiders in de woestijn,
in het van hen die ons zijn voorgegaan.