Lockdown- 20 december 2020- Ds. Eibert Kok

Lockdown

Zondagmorgen 20 december, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Lucas 1: 57- 79

preek 20dec 1

 

 

 

 

 

 

 


Níet kunnen zingen, ik vind het vreselijk. Weer voluit kunnen zingen, het lijkt mij heerlijk!
Dat gevoel verbindt mij met de figuur van Zacharias uit het Bijbelverhaal van vandaag.
Maandenlang kon hij niet zingen, zelfs niet spreken. Het Bijbelverhaal spreekt over een verlamming van zijn tong.
Toen hij maanden geleden dienst had in de tempel en een engel hem verscheen met de boodschap dat hij, Zacharias, en zijn vrouw Elisabeth op hun oude dag nog een kind zouden krijgen, kon hij het niet geloven.
Dat gebrek aan vertrouwen werkte bij hem verlammend, zo vertelt het verhaal. Toen viel alles stil. Hij kon geen woord meer uitbrengen. Maanden in lockdown. Ondanks dat hoopvolle bericht.
preek 20dec 2


Het brengt me terug in het voorjaar toen ik op een maandagmiddag deze foto van het Wilhelminaplein maakte. Normaal gesproken allerlei bedrijvigheid. Zelfs in maart al mensen op terrasjes.
Maar toen viel alles stil, toen die boodschap kwam die eerst maar nauwelijks tot mij wilde doordringen, dat, zo was het als snel, tot Pinksteren kerkdiensten niet mogelijk zouden zijn.
En zingen, dat moesten we maar laten.
De boodschap kwam als een dreun binnen, nooit gedacht, net als bij Zacharias, maar dan omgekeerd: geen positieve boodschap als bij Zacharias, maar een negatieve.
En we gingen in lockdown. Op allerlei vlakken.
Juist dan is het oppassen, want dat kan zo gemakkelijk verlammend werken. En volgens mij heeft bijna iedereen wel van die periodes of van die periodes gehad dat alle energie uit je wegliep.
En na voorzichtige versoepelingen afgelopen zomer en wat ge-heen-en-weer tussen strenger en soepeler dit najaar, kwam afgelopen maandag opnieuw dat bericht van een lockdown.
En daar zitten we dan, in een kerk zonder mensen, en de kerkgangers thuis, gelukkig wel verbonden via internet.
Juist dan is het belangrijk om vol te houden,
om te blijven geloven en vertrouwen dat die benauwende beperking verbroken wordt, om door te gaan, misschien wel voor ons gevoel tegen de klippen op.
Juist daarom vind ik het ook zo vreselijk dat we niet kunnen zingen, want juist zingen helpt om het vol te houden en te blijven geloven tegen de klippen op.
Als ik leeg ben, en het lied komt bij mij binnen, dan word ik opgetild.
Zacharias zal zich in zijn lockdown net zo goed vreselijk gevoeld hebben. En dan níet kunnen zingen…
Stilgezet worden heeft als bijeffect dat je misschien de stem van je hart wel beter hoort dan anders. Anders gaat alles maar door, maar nu even niet. Tijd om na te denken, over wat echt essentieel is. Niet essentiële winkels zijn dicht. Het essentiële blijft over.
Het verhaal vertelt niet wat Zacharias gedacht heeft, maar je kunt er van alles bij bedenken.
Hij zal de buik van Elisabeth hebben zien groeien, want er mankeerde niets aan zijn ogen.
Hij zal haar vrolijkheid en blijdschap gezien hebben, en haar opgetogen stem vol verwachting, want er mankeerde niets aan zijn oren.
Ik vraag me dan af: Wat heeft er zich in die man opgehoopt?
Misschien was hij aanvankelijk wel angstig en bang dat het niet goed zou gaan.
Maar ik kan me ook voorstellen dat gaandeweg die beklemming die hij gevoeld moet hebben, die rem op zijn hoop en verwachting minder geworden was.
Dat is, denk ik, ook nu de hoop en verwachting van velen waarnaar we uitkijken, dat die beklemming van de lockdown gaat verdwijnen, dat we met z’n allen weer vrij kunnen ademhalen.
Daarmee begint dat het gedeelte van vandaag.
“Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabeth een zoon ter wereld. Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest…”
Daar horen we al de naam doorklinken die dat kind zal krijgen: Johannes, de Heer is barmhartig, genadig.
Zacharias staat op een tweede plan, want op de achtste dag, de dag van de besnijdenis, wat ook de dag van de naamgeving is, willen de omstanders het kind de naam Zacharias geven, naar zijn vader. Nee, zegt zijn moeder, Johannes zal hij heten.
Dat vinden ze raar, er is niemand in de familie die zo heet.
Als ze er dan in die verwarring niet uitkomen, komt Zacharias pas in beeld.
Er staat dan dat die omstanders Zacharias gebaarden hoe het kind moest heten.
Gebaarden. Alsof Zacharias doof is. Dat is pas raar.
Het is een mechanisme dat je wel vaker ziet. Dan wordt er aan de persoon achter de rolstoel gevraagd wat de persoon in de rolstoel wil. Alsof er niet alleen iets mis is met de benen van die persoon, maar ook met het hoofd.
Een lockdown maakt mensen ook weer creatief, dat zien we ook om ons heen gebeuren. Als het op de ene manier niet kan, dan doen we het op een andere manier. Zo ook Zacharias.
Hij heeft het schrijfbord weer ontdekt. En hij schrijft: Zijn naam is Johannes.
Waarom niet de naam van zijn vader? Daar wil de verteller iets mee zeggen: Hier begint God iets nieuws.
Niet het gewone van elke dag zal altijd maar doorgaan – er is niets nieuws onder de zon –, er is wèl iets nieuws onder de zon! God schept een nieuwe opening in een donker bestaan.
Johannes is zijn naam: De Heer is barmhartig, genadig. Dat is niet nieuw – de verteller doet juist enorm zijn best om Johannes, en ook Jezus trouwens, helemaal in te bedden in de traditie van Israël: besnijdenis op de achtste dag bijvoorbeeld. Maar het zal niet zo blijven als het altijd was: er zal iets nieuws geboren worden, een nieuwe toekomst!
Die Johannes zal de weg banen voor een groter licht.
preek 20dec 3a

 

 

 

 

 

 


Mooi om te zien trouwens hoe in de beeldende kunst de geboorte van Johannes wordt getekend.
Begin dit jaar was er in Gent die prachtige tentoonstelling: Van Eyck, een optische revolutie.
Jan van Eyck, dan zitten we zo 1400-1440, met een prachtige miniatuur in een boek met daarop afgebeeld de geboorte van Johannes de Doper. Als je goed kijkt, zie je van alles.
preek 20dec 4

 

 

 

 

 

 

 


In het midden een tafeltje in de stijl van het koorhek en de dekenstoel van de Naaldwijkse Oude Kerk.
preek 20dec 5

 

 

 

 

 

 

 


Aan de linkerkant een prachtig rood bed met daarin Elisabeth en haar pas geboren zoon Johannes.
Allemaal vrouwen. Waar is Zacharias?
preek 20dec 6

 

 

 

 

 

 

 

 

Die zit daar rechtsachter in een gangetje te lezen in een boek. Hij staat aan de kant.
Maar dan. Als hij die naam heeft uitgeschreven op dat schrijfbordje, is het alsof alle terughoudendheid en ongeloof van hem afvalt, en daarmee ook zijn verlamming doorbroken wordt.
Hij gaat zingen! Dit keer niet, zo lijkt het, omdat hij leeg is, maar omdat hij vol is, vol van blijdschap en hoop.
Alles wat er in hem opgehoopt is, stroomt er uit, alsof er een klep die onder hoge druk staat open gaat: golven van vreugde om dit kind, golven van vreugde over een God die omziet naar mensen.
Het lijkt wel een Psalm, een lied in de taal en traditie van Israël. Hij grijpt terug op de verhalen uit het Oude Testament, verhalen van God die meeleeft met zijn mensen, die bekommerd is om zijn volk, en ook een God die zijn volk heeft verlost.
Hij prijst de Heer voor de bevrijding alsof die al een feit is. Alsof het duister al volledig verdreven is.
Dat is niet zo. Maar toch: Er is licht aan het eind van de tunnel en dat licht straalt ons tegemoet. Op dat licht kunnen we ons focussen. Dat houdt ons op de been.
Heden, verleden en toekomst worden omspannen door de trouw van de Eeuwige aan mensen.
In dat lied van Zacharias gaat het over een reddende kracht uit het huis van David.
Daarin horen we iets van de beklemming van die tijd, van de bezetting door de Romeinen, van het onrecht en de onvrijheid die daarmee samenhangen, van het verlangen om daarvan bevrijd te worden. Dat klinkt politiek. Bevrijd worden uit de greep van onze vijanden. Dat is het ook, maar toch weer anders dan gedacht. Jezus zal in zijn leven laten zien dat die bevrijding toch iets anders is dan een nationaal-politieke bevrijding. Het gaat om een levensstijl, in vrijheid.
“Dat wij” ik citeer nu “hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.” Dat vind ik mooi. Leven in verbondenheid met de bron van ons leven.
Vervolgens richt Zacharias zich tot zijn zoon: En jij, kind… Jij zult de weg voor Heer gereed maken.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood
- dat lijkt Jesaja 9 wel, het gedeelte van vorige week –
zodat, daar eindigt het lied dan mee: zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.
Wij…
ónze voeten…
op de weg van de vrede, de weg die Jezus ons gewezen heeft.
Laten we dat doen, ook als we even niet kunnen zingen,
laten we niet toegeven aan de verlamming,
maar geïnspireerd door het licht dat naar ons toekomt,
onze voeten zetten op de weg van de vrede,
en zo een licht voor elkaar zijn.
Het lied van Zacharias is als het zingen van een vogel die in de vroege morgen, als het nog donker is, de nieuwe dag aankondigt.