Protestanse Gemeente Naaldwijk

Hoe kom ik binnen?-25mar-EBK

Zondagmorgen 25 maart 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Zacharia 9: 8-10 en Marcus 11: 1-11

 preek-20180325-1.png
Iets waar wij mensen ons soms heel erg druk om kunnen maken is de vraag: Hoe kom ik ergens binnen? Hoe kom ik over op andere mensen? Wat voor indruk maak ik op de mensen om mij heen?
Vinden mensen mij aardig of niet?
Vinden mensen dat ik er goed uitzie, of niet?
Hoe kom ik ergens binnen? Mensen doen soms enorm hun best om een goede indruk achter te laten en maken zich daar enorm druk om.
Op Facebook bijvoorbeeld. Mooie profielfoto. Hoe meer likes hoe beter.
Of als je in een nieuwe groep komt waar je nog niemand kent en de anderen jou ook nog niet kennen, dat kan heel spannend zijn. Hoe kom je dan binnen, wat zullen de anderen van jou vinden?
Of als je op een sollicitatiegesprek komt, hoe kom je dan binnen? De eerste indruk is belangrijk. Zorg dat je een goede indruk achter laat.
Zo kunnen wij mensen soms heel erg druk zijn met die vraag hoe we ergens binnenkomen, wat voor indruk we maken op anderen, wat anderen van ons zullen denken.
Dodelijk vermoeiend kan dat zijn.
We moeten in ons leven presteren, een goede indruk maken, want anders tellen we niet mee, liggen we er uit, zo lijkt het wel.
Mensen willen daarom sterk zijn, goed zijn, mooi zijn, sportief zijn, sympathiek zijn, de beste zijn, goed overkomen.
Maar vandaag zijn we in de kerk, en in de kerk hebben we geleerd om anders te kijken, om te kijken met de ogen van Jezus. Bij hem hoeven de mensen zich niet goed voor te doen, bij hem mogen de mensen komen zoals ze zijn, met hun sterke, maar ook met hun zwakke kanten.
Je hoeft niet eerst van alles te presteren, je mag komen zoals je bent.
Vandaag gaat het in het Bijbelverhaal over de vraag hoe Jezus zelf binnenkomt. Wat voor indruk wil hij maken? Wat zullen de mensen van hem vinden?
Als een koning op een ezel komt Jezus Jeruzalem binnen.
Wat wil hij daarmee duidelijk maken?
Een koning op een ezel, is dat niet een beetje raar?
Een koning reist toch niet op een ezel? Die laat zich toch rijden in een mooie koets, met allemaal paarden ervoor?
preek-20180325-2.jpg 
Dit zijn koning Willem Alexander en koningin Maxima, nu bijna 5 jaar geleden toen Willem Alexander koning werd.
Hij heeft een prachtige koningsmantel aan, een soort jas, en Maxima heeft een kroontje op haar hoofd.
Ze lopen over een mooie blauwe loper en er staat een erehaag met mensen in mooie uniformen.
Als je een koning bent, dan kom je zo binnen. Het ziet er allemaal heel mooi uit.
En als koning Willem Alexander zijn werk doet, dan rijdt hij niet op een ezel, maar dan gaat hij met zijn mooie grote dienstauto met chauffeur.
 preek-20180325-3.png
Daarmee kun je voor de dag komen.
Wat ik dan zo leuk vindt, is die andere vorst, de kerkvorst Paus Franciscus, die het liefste met een oud Renaultje rijdt dat hij ooit gekregen heeft.
 preek-20180325-4.png
Waarom? Ik denk omdat hij iets geleerd heeft van Jezus.
 preek-20180325-5.png
Toen hij vorige jaar een prachtige sportauto cadeau kreeg, ging hij er niet zelf in rijden, maar gaf hij die weg om te verkopen. Dat geld dat hij daarvoor kreeg, gaf hij weer aan de armen, want juist die mensen die vaak niet meetellen die zijn de belangrijk!
Hoe wil je bij mensen binnenkomen? Welke indruk achterlaten?
Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken.
preek-20180325-6.png 
Trump, de president van Amerika, die vooral sterk wil zijn en naar niemand luistert. Die iedereen wegstuurt die het niet met hem eens is.
 preek-20180325-7.png
Of Poetin, die afgelopen zondag weer gekozen is als president van Rusland. Ook hij laat zich graag zien als een sterke man hoog op zijn paard. Mensen aan wie hij een hekel heeft mogen verdwijnen.
Koningen, presidenten, leiders. Hoe komen ze binnen? Machtig en sterk? Of durven ze ook klein en kwetsbaar te zijn, en hebben ze ook oog voor de mensen die niet meetellen?
Laten we gaan kijken naar het verhaal van Jezus.
 preek-20180325-8.png
Hoe wil Jezus binnenkomen? Op een ezel.
Naar ons idee is een ezel een dom beest.
Als iemand zich als een ezel gedraagt, dan gedraagt hij zich dom.
Die associatie hadden mensen in de tijd van de bijbel helemaal niet. Een ezel was een handig dier, die kon mensen of spullen vervoeren.
En de combinatie van een koning en een ezel is in de bijbel niet vreemd, komt vaker voor.
Ook de combinatie van een ezel en een profeet komt voor: het verhaal van Bileam, waar de ezel op een bepaald moment zelfs meer ziet, helderziender is dan de profeet Bileam.
Een ezel roept positieve gedachten op, geen negatieve.
Daarbij komt, in de bijbel is een ezel het tegenbeeld van een paard.
Een paard roept in de bijbel wel negatieve gedachten op.
Waarom? Nou een paard wordt gebruikt voor de oorlog.
Een vorst op een paard is een vorst die ten strijde wil trekken, die oorlogsplannen heeft, die geweld wil gebruiken.
Een paard is ook veel hoger.
Een koning op een paard kijkt vanuit de hoogte op zijn onderdanen neer,
een koning op een ezel kan zijn mensen gewoon in de ogen zien, niet iemand die boven de mensen wil staan, maar naast hen.
Met een paard verklaar je de oorlog, met een ezel roep je de vrede uit. Zo werkt het in de Bijbelse symbooltaal.
Dan kom ik bij wat we gelezen hebben uit het Oude Testament, een tekst van de profeet Zacharia.
In dat hoofdstuk gaat het over allerlei politieke en militaire spanningen die er zijn tussen Israël en de landen eromheen.
Er zijn grootmachten die soms zomaar een stukje land van een ander willen inpikken.
Het gebeurt nog steeds. Machthebbers willen hun macht laten gelden.
Mensen worden tegen elkaar kunnen opgezet.
Mensen die soms jaren in vrede met elkaar hebben samengeleefd worden ineens elkaars vijanden, want je wordt of in het ene of in het andere kamp getrokken.
Allerlei mánnen, niet letterlijk op paarden, maar figuurlijk wel, die zich groot maken en oorlogstaal uitslaan.
We horen het om ons heen.
De schrik slaat je om het hart, wat moet dat worden?
Iets dergelijks lees ik ook in Zacharia 9.
En ineens daar die uitroep:
“Juich…, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel…
Ik zal de strijdwagens … verjagen
en de paarden (!) uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken…”
Paarden horen bij de oorlog, en een ezel hoort bij vrede.
Een soort visioen van vrede wordt hier uitgesproken, zo zal het zijn. Geen oorlog meer, maar vrede.
Dus een koning op een paard is een heel ander soort koning dan een koning op een ezel.

Jezus regisseert het daarom zelf zo, dat hij op een ezel Jeruzalem binnenkomt. Zo wil hij binnenkomen.
Het is trouwens wonderlijk hoe ze aan die ezel komen.
Jezus stuurt twee van zijn leerlingen vooruit en die zullen, zegt Jezus, een vastgebonden ezeltje tegenkomen. Dat moeten ze losmaken en meenemen. Even lenen.
Er zijn misschien wel mensen die dan zeggen: Hé wat doen jullie?
Dan moeten ze zeggen: De Heer heeft het nodig, en dan is het vast goed. En zo gaat het ook.
Ik las ergens dat iemand het zo uitlegde, en ik vond dat wel bijzonder, die uitleg.
Die ezel, dat zijn wij, wij mensen, wij mensen die door Jezus worden losgemaakt. Verlossing.
Niet losgemaakt om vervolgens alleen maar vrij rond te lopen,
maar om beschikbaar te zijn voor de Heer – De Heer heeft het nodig – om mee te gaan op die weg van vrede, om die boodschap van vrede en nederigheid verder te dragen.
Een bijzondere uitleg. Mooi.
De Heer heeft mij nodig. Hoe wil je dan bij anderen binnenkomen? Met vrede en nederigheid.

De Heer, dat is het Griekse woord Kyrios, wat wij nog kennen van: Kyrie eleis.
Het woord betekent aan de ene kant gewoon ‘meneer’, maar aan de andere kant heeft het ook de betekenis van ‘Heer’ in de zin van iemand die wat te betekenen heeft, een vorst, een koning. De keizer in Rome liet zich bijv. ook kyrios noemen.
Je ziet hier een soort overgang in het Marcusevangelie.
Hiervoor speelt alles zich af in en rond Galilea, en daar lijkt Jezus het enigszins weg te schuiven als mensen hem ‘Heer’ willen noemen.
Nu komt in het verhaal van Marcus het tweede deel in Jeruzalem, dat uitloopt op zijn dood en op Pasen,
dan begint Jezus dat wat tot nu toe een beetje stil gehouden is naar buiten te brengen.
Hij is Heer, hij komt nu als een soort koning Jeruzalem binnen. Door hemzelf zo geregisseerd, zo lijkt het.
En doordat hij op een ezel komt, maakt hij tegelijk een statement: dat hij een vorst van vrede zal zijn. Nederig. Niet iemand die boven de mensen staat, maar naast hen.

Jezus gaat op de ezel zitten. Wat doen de mensen?
Ze leggen hun jassen op de grond en rollen zo de loper voor Jezus uit, zoals op dat plaatje van Willem Alexander een mooie blauwe loper op de grond was neergelegd,
en aan de kant van de weg zwaaien ze met takken, als een soort erehaag.
De mensen gaan hem toezingen, met een lied, een stukje van Psalm 118:
“Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer…”
Hosanna, is een uitroep die zoveel betekent als: Heer, geef ons toch heil, help ons toch, laat het toch a.u.b. goed worden met ons.
Het is vergelijkbaar met wat wij wel gebruiken: Kyrie eleis. Heer, ontferm u.
Aan de ene kant zit daar vertrouwen in, en iets van achting, je acht die ander hoog, als Heer, dat is iemand van wie je iets verwachten kunt.
En tegelijk is het een roep om hulp. Help toch! Hosanna.

Zo komt Jezus Jeruzalem binnen.
Wij weten wat erna komt.
Een vorst die vrede brengt op een vredelievende manier wordt door de machthebbers niet op prijs gesteld,
zij willen hun eigen positie handhaven
en Jezus wordt ter dood veroordeeld.
En de mensenmenigte blijkt wispelturig.
Eerst roepen de mensen: Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, en een paar dagen later: Kruisig hem.
Dat is de weg die Jezus gaan zal, de weg waar wij in de 40-dagentijd bij stil staan.
Omdat we geloven dat dat geen doodlopende weg is,
maar de weg van de vrede.
Misschien kun je wel zeggen dat dit Bijbelgedeelte ons oproept, uitdaagt om hem op die weg te volgen,
om van onze paarden af te komen, waarmee we over elkaar proberen te heersen, elkaar soms naar het leven staan, elkaar het leven zuur maken.
Door wie of wat laat jij je beheersen?
Beheersen, ook daarin zit dat woord heer.
Door wie of wat laat jij je leiden?
Mag Jezus bij je binnenkomen om je leven te beheersen?
Ik sluit af met de woorden van de apostel Paulus die bij deze zondag horen:
“Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan,
maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf…
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.”