Protestanse Gemeente Naaldwijk

Twist- 15 april 2018- Ds. Eibert Kok

ATwist

Zondagmorgen 15 april 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Genesis 4: 1-16 en Johannes 21: 15-19

preek 15apr 1
In deze Paastijd lezen we uit de eerste hoofdstukken van de Bijbel uit het boek Genesis,
het boek van het begin,
en dat gaat het volgens mij niet om een historisch begin,
maar om de zaken waar het in beginsel, in principe om gaat,
het gaat om de principiële, de fundamentele vragen van ons menszijn.
Het boek begint ermee dat God licht schept in de duisternis. Het allereerste principe, Gods allereerste woord: Er moet licht komen.
Zo scheidt God het licht van de duisternis.
Daar gaat het met Pasen natuurlijk ook over, dat ons opnieuw duidelijk gemaakt wordt dat het licht schijnt in het donker, dat het licht het donker overwint.
Pasen betekent niet dat het donker er niet meer is, dat is er wel degelijk, en in het licht van Pasen zien wij de duisternis in de wereld misschien wel scherper dan ooit.
Terug naar het begin van de Bijbel, oerverhalen over oervragen: Mens, waar ben je? En waar is je broer, je zus?
preek 15apr 2
Afgelopen week kwam ik deze ergens tegen, een beeld dat bij mij bleef hangen.
In het Noord-Brabants museum is een tentoonstelling van een collecte kunst uit China, en dit is een van de kunstwerken.
Het is kopie van een tank, gemaakt van duur leer, waar ook dure merktassen van worden gemaakt,
een kopie van een van de tanks die in 1989 in China op het plein van de hemelse vrede de studentenopstand neersloegen.
Deze tank is ongevaarlijk, ligt daar als een leeggelopen opblaasding op de grond.
Je kunt er van alles bij bedenken.
Ik denk dat de kunstenaar hiermee aandacht wil vragen voor de gruwelen van bijna 30 jaar geleden. Opdat wij niet vergeten.
Zelf gaf hij aan dat hij hiermee wilde laten zien dat oorlog niet alleen gevoerd wordt met harde wapens, zoals tanks en raketten (ja ook daarmee, afgelopen week waren er weer vreselijke berichten over de situatie in Syrië), maar ook op andere manieren wordt er oorlog gevoerd, politiek en diplomatiek, en bijv. met economische middelen: de één die de ander het leven ontneemt of onmogelijk maakt. Mensen die niet gezien worden als mensen, maar alleen maar gebruikt worden als middel, als pionnen. Mensen die als slaven moeten werken in fabrieken voor een hongerloon. Mensen die de mond gesnoerd wordt omdat ze onwaarheid, onrecht en onvrijheid aan de kaak stellen.
De oorlog gaat door.
Zo zal ieder z’n eigen gedachten hebben bij dit beeld.

Het boek Genesis stelt hierbij fundamentele vragen aan de orde.
Vandaag hebben we het verhaal gelezen van de broedertwist.
preek 15apr 3
Het begon met Kaïn en Abel en het gebeurt nog steeds.
Er is in Genesis 4 nog maar nauwelijks het vereiste minimum aantal broeders aanwezig voor een broedertwist of een broedermoord en het gaat al mis.
Wij kennen ook allemaal wel de verhalen, soms pijnlijk dichtbij, hoe het mis ging,
hoe het misging in gezinnen tussen broers en zussen,
als kinderen tegen elkaar worden uitgespeeld,
als je het zwarte schaap van de familie bent,
als de een het lievelingetje is van vader en de ander van moeder en de derde van geen,
als je zus veel meer succes had dan jij,
toen een groter deel van de erfenis naar je broer ging en aan jouw neus voorbij.
Mensen ontwijken elkaar, negeren elkaar, kijken elkaar niet meer aan, je kunt de ander niet meer luchten of zien, hij of zij mag uit je leven verdwijnen.
Genesis plaatst de broedertwist aan het begin van alles,
de broedertwist die uitloopt op de broedermoord.
Bizar eigenlijk dat de eerste broedermoord het gevolg lijkt te zijn van de eerste religieuze daad. Het lijkt wel alsof religie en geweld met elkaar samenhangen.
Want wat gebeurt?
Kaïn brengt een offer aan God. Abel doet hetzelfde.
God aanvaardt het tweede offer, maar het eerste niet.
Kaïn wordt boos. God maant hem om zichzelf te beheersen.
Kaïn negeert de waarschuwing en vermoordt zijn broer.
Dan zegt God: ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.’
Zo ging het, en zo gaat het.
Dit is niet een verhaal van toen, dit is het verhaal van heel de mensengeschiedenis.
Het verhaal roept vragen op.
Waarom wijst God het offer van Kaïn af?
Waarom reageert Kaïn hierop door zijn broer te vermoorden?
Waar gaat die concurrentie tussen de broers over?
Een belangrijke aanwijzing voor beantwoording van die vragen zit in de namen Kaïn en Abel.
Abel betekent zoiets als: lucht.
Dat woord kennen we uit het boek Prediker.
‘IJdelheid der ijdelheden’ vertaalt dan de oude Statenvertaling.
‘Lucht en leegte’ in de Nieuwe bijbelvertaling.
Het gaat daar over de sterfelijkheid, de kwetsbaarheid, de vergankelijkheid, de vluchtigheid van het menselijke leven.
Zoals we zongen in het lied: Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig is der mensen leven.
Dat betekent het woord abel, zoiets als ‘adem’, een vluchtige ademhaling.
Het boek Prediker denkt na over het menselijke leven.
Het leven is niet meer dan een ademhaling
en alle rijkdom en aanzien die mensen hebben opgebouwd betekent niets,
want het enige dat ons scheidt van niet-bestaan is een enkele ademhaling.
Dezelfde gedachte als bijv. in Psalm 103:
God “weet dat wij, uit stof aan het licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.”
Abel staat symbool voor de menselijke sterfelijkheid.
Het enige dat ons scheidt van het graf is de adem die God in ons heeft geblazen.
Dat is Genesis 2: God blies de mens de levensadem in.
Meer zijn we niet, abel, alleen maar adem.
Maar het is wel Gods adem!
Wat uiteindelijk leidt tot de dood van Abel was Kaïn.
Kaïn betekent in het Hebreeuws zoiets als: verwerven, bezitten, hebben.
Dus het gaat hier over: iets als jouw bezit beschouwen, jouw eigendom.
In onze vertaling hoorden we Eva in het begin van ons hoofdstuk zeggen: ‘Met de hulp van de HEER heb ik leven geschonken aan een man.’
Maar er zit ook de betekenis in van: Met de hulp van de HEER heb ik een man ‘verworven’. Daarin zit dezelfde betekenis als in de naam Kaïn. Verworven: dat is van mij.
Je zet a.h.w. een hek om een stuk land en je zegt: dit is van mij, en dat betekent dus: niet van jou.
De grondgedachte van de Hebreeuwse Bijbel is dat wij niets ‘bezitten’.
Alles – het land, alles wat er op groeit, macht, kinderen, het leven zelf – het behoort aan God.
Wij zijn alleen maar beheerders, bewakers, rentmeesters, namens Hem.
We ‘hebben’ het misschien wel, maar we ‘bezitten’ het niet.
Het is niet ons eigendom.
Kaïn staat symbool voor het tegenovergestelde.
Hebben, hebben, hebben. Dat is van mij. Eigendom werkt ook als machtsmiddel.
Zo staan deze twee mensen daar naast elkaar en tegenover elkaar.
Abel: wij leven op de adem van zijn stem.
Kaïn: ik héb wat, bezit, dus ben ik iemand, en daarmee kan ik invloed uitoefenen op de ander,
misschien ook wel op de Ander met een hoofdletter, God.
Als ik hem een offer breng, dan doe ik dat om in ruil daarvoor iets van hem terug te krijgen.
Dat is een heidense manier van offeren: een manier om de goden tevreden te stellen of om hen om te kopen. Do ut des.
Maar zo’n offer aanvaardt God niet.
Wel het offer van Abel, adem. ‘God, ik ben slechts adem. Maar het is úw adem die ik adem, niet de mijne.’
Ziedaar de twee broers, naast elkaar, tegenover elkaar.
De één, Kaïn, wil bezitten, en daarmee macht uitoefenen over de ander, bezitten, een eigen territorium, waarin je een ander niet zomaar toelaat, alleen op jouw voorwaarden.
De tweede, Abel, wil leven, op Gods adem, leven zoals God leven bedoeld heeft.
Waarom negeert God Kaïn offer?
Het antwoord zit in het vervolg: Kaïn werd woedend en zijn blik werd donker.
Stel je voor: Je geeft iemand een cadeau, maar degene aan wie je het geeft wil het niet aannemen. Wat doe je?
Twee mogelijkheden:
Je kunt jezelf afvragen: Wat doe ik verkeerd?
Of je wordt boos op degene aan wie het cadeau wilde geven.
Als je jezelf afvraagt ‘Wat die ik verkeerd?’, zoek je de fout bij jezelf en probeer je de ander recht te doen.
Als je boos wordt, laat je zien dat je je vooral druk maakt om jezelf en niet om de ander.
Eigenlijk vind je dat die ander moet doen wat jij wilt. Ik geef, dus ik bepaal.
Dat is heidens offeren. Een soort beïnvloeding of manipulatie om de ander te laten doen wat jij wilt.
Dat is het tegenovergestelde van wat in de Bijbel doorklinkt als waar geloof: nederigheid tegenover God, respect voor alles wat God geschapen heeft, eerbied voor het menselijke leven.
Zeker ook dat laatste: eerbied voor het menselijke leven.
Want daarin zien we, ook dat is Genesis (!), in het menselijke leven zien we het beeld van God. elk mens draagt het beeld van God in zich, en daarom verdient elk mens respect.
Wat is het probleem van Kaïn? Dat hij boos wordt, woedend.
Boos zijn kan soms goed zijn, maar soms ook niet.
Die uitdrukking hier ‘boos worden’ is letterlijk ‘het aangezicht laten vallen’.
Je kijkt de ander niet meer aan, het contact wordt verbroken.
Moord, en oorlog, begint ermee dat de ander niet meer wordt aangekeken.
God probeert het nog te voorkomen bij Kaïn. God stelt vragen.
Waarom ben je zo boos?
‘Handel je goed dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken?
Handel je slecht, dán ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen.’
Pas op dat de zonde je niet te pakken krijgt.
‘Jij moet sterker zijn dan zij.’
Maar Kaïn geeft God geen antwoord.
Kaïn zou het moeten uitvechten met God. Hij zou moeten vechten met zichzelf.
Maar wat doet hij? Hij gaat op zoek naar een zondebok. En dat wordt zijn broer Abel. De broedermoord.
God roept hem ter verantwoording. ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet. Moet ik soms waken over mijn broer?’ ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.’
Zo vertelt Genesis het verhaal van onze situatie.
Als mensen elkaar niet aankijken, elkaar niet in de ogen willen kijken, elkaar niet zien als broers en zussen, kinderen van de hemelse Vader, dan loopt het mis.
preek 15apr 4
Met deze wil afsluiten.
Op twee manieren kun je dit zien.
Twee mensen die met elkaar op de vuist gaan.
Of als twee mensen die elkaar een boks geven, als teken van verbondenheid.
Zie je de ander als vreemde, indringer, tegenstander, concurrent? Of als broeder?
Zie je de ander als iemand die jou in de weg zit? Of als iemand met wie je het samen moet doen, die jou misschien wel nodig heeft.
Waar is je broer, je zus?
Eigenlijk moeten we nog verder lezen in het boek Genesis.
Het heeft vier verhalen over broedertwist.
Kaïn en Abel. Dat loopt uit op moord.
Isaak en Ismael. Ondanks hun conflict lukt het hen om samen aan het graf van hun vader te staan. Dan het hoogst haalbare.
Jacob en Esau: ze ontmoeten elkaar, omhelzen elkaar, maar gaan dan toch weer ieder hun eigen weg los van elkaar.
En tenslotte: Jozef en zijn broers. Als die broers in Egypte komen, maken ze met elkaar een proces van vergeving en verzoening door.
Broedertwist is te overwinnen, door een gunnende opstelling, door actieve inspanningen om verzoening tot stand te brengen. Daarmee sluit het boek Genesis af.


Bij deze preek heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het prachtige boek van Rabbi Jonathan Sacks: Niet in Gods naam.