Protestanse Gemeente Naaldwijk

Godenzonen- 22 april 2018- Ds. Eibert Kok

Godenzonen

Zondagmorgen 22 april 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Genesis 6: 1-8 en Johannes 10: 11-16

 preek22apr 1

Vandaag is wel een heel wonderlijk Bijbelverhaal aan de beurt, over godenzonen en mensendochters.

Ik denk dat er veel kerkgangers zijn die dat verhaal niet kennen.

Zo’n Bijbelverhaal waarvan je denkt: wat heeft dat nou in hemelsnaam te betekenen?

Godenzonen, laten we daarmee beginnen.

Als je godenzonen opzoekt, is het eerste wat je vindt: Ajax. Die voetbalclub uit Amsterdam.

Bijna vijf jaar geleden verscheen er zelfs een boek over Ajax met als titel: ‘Tussen godenzonen’.

Ajax was drie jaar op rij landskampioen geworden, had in dat jaar ook de Johan Cruyffschaal gewonnen. Het kon niet op.

Er was al eerder een boek verschenen over Ajax met een vergelijkbare titel: ‘De godenzonen van Ajax’, in 1995, het absolute topjaar.

Dat zijn blijkbaar onze godenzonen, de topvoetballers, vorstelijk betaalde sporters, verbonden aan clubs van naam en faam. In alle kranten zijn hun namen te lezen. Op tv worden hun prestaties breed uitgemeten.

Bij godenzonen zou je bijna gaan denken dat het geen gewone mensen meer zijn, maar mensen die een status en aanzien verworven hebben die hen uittilt boven het gewone. Bovenmenselijk zijn ze geworden, ze groeien naar een bijna goddelijke status.

Aanbeden worden ze door massa’s voetbalsupporters.

En soms zie je dat ze zich ook gaan gedragen als godenzonen. Dat is misschien nog wel het ergste dat sommige spelers en sommige trainers zelf gaan geloven dat ze meer zijn dan gewone stervelingen. Tussen godenzonen.

Zou in Genesis ook iets dergelijks bedoeld zijn als daar gesproken wordt over de zonen van de goden?

Ik vind dat zelf een mooie manier om deze woorden te lezen. Dan krijgen ze ineens ook betekenis voor nu.

Dan gaat het hier over mensen tegen wie aangekeken wordt als godenzonen en die zich ook als godenzonen gedragen, of misschien beter gezegd: misdragen,

want de Bijbelschrijver is er volstrekt duidelijk in dat dit een manier van leven is die niet getolereerd kan worden.

Mensen moeten zich niet als goden gaan gedragen. Mensen zijn mensen, en goden zijn goden, en dat moet je niet zomaar met elkaar gaan vermengen. Daar komen ongelukken van.

Nu is er in de loop van de eeuwen veel te doen geweest over de vraag wie er nu bedoeld kunnen zijn met die godenzonen hier die zich vermengen met de mensendochters.

Een paar jaar geleden is er een dikke studie verschenen over Genesis 6: 1-4 en de schrijver van dat boek heeft uitgezocht hoe die godenzonen in de loop van de eeuwen werden uitgelegd.

Dan blijkt dat er al in de tijd van Jezus twee verschillende interpretaties daarvan de ronde doen.

Volgens de ene interpretatie gaat het machtige mensen, het zijn gewoon mensen, maar wel mensen die op de een of andere manier boven de andere mensen uitstijgen.

Volgens de andere interpretatie gaat het echt over goddelijke wezens, het zou dan volgens die interpretatie gaan over engelen, maar dan wel gevallen engelen, foute engelen dus, die seksueel contact zoeken met mooie vrouwen, en daar worden dan kinderen uit geboren, giganten, reuzen.

Een fantastisch verhaal ontstaat zo, aangevuld met allerlei flarden uit andere verhalen, maar ik kan daar weinig mee, met die interpretatie als zou het hier gaan om gevallen engelen.

Het Bijbelverhaal zelf geeft er ook geen aanleiding toe om het zo uit te leggen.

De zonen van de goden. Dat is alles wat het Bijbelverhaal vermeldt.

Of de schrijver daar nu menselijke wezens mee heeft bedoeld, of goddelijke, wie zal het zeggen?

Volgens mij ook niet zo belangrijk voor ons.

Helder is dat de schrijver wil zeggen dat als het goddelijke zich op deze manier met het menselijke verbindt, het dan mis gaat. Welke manier is dat dan?

Kijken we naar het verhaal.

Het begint zo, in de oude vertaling: En het geschiedde dat de mens zich begon te vermenigvuldigen…

Dat gaat dus goed, zou je zeggen, want dat is de opdracht die Adam en Eva hebben meegekregen: gaat heen en vermenigvuldigt u. Niks mis mee, zo had God het bedoeld.

En zij kregen dochters, ook niks mis mee. Ja er werden ook zonen geboren, lees maar in het vorige hoofdstuk, het geslachtsregister van Adam tot Noach, zij kregen zonen en dochters, maar het gaat in hoofdstuk 6 nu even om die dochters, die zijn namelijk een gewilde prooi voor de godenzonen.

In oude vertalingen staat er boven dit bijbelgedeelte wel eens als opschrift: het huwelijk der godenzonen.

Maar klopt dat met wat er gebeurt?

Het gaat hier niet om een fatsoenlijk huwelijk, het gaat hier om mannen, die mooie vrouwen zien, en die dan uitkiezen wie ze maar willen.

Dit doet denken aan de oude praktijk van een vorst met een heel harem vrouwen, een man die denkt dat hij alles kan maken.

Kom je een lekker ding tegen, huppakee, inpikken. Geen vrouw is veilig voor jou. Genoeg vrouwen om je heen om je in bed mee te vermaken.

Volgens mij wordt dat hier verteld met die ene zin: De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.

Niks huwelijk. Pak wat je pakken kunt.

preek22apr 2Of misschien toch huwelijk zoals bij Hendrik VIII, koning van Engeland, zo’n 500 jaar geleden.

Hendrik was berucht vanwege zijn huwelijksperikelen: hij heeft zes vrouwen gehad, van wie hij er twee liet onthoofden.

Vanwege zijn scheiding kwam hij in conflict met de paus van Rome, toen toch algemeen gezien als de vertegenwoordiger van het goddelijk gezag.

Hij gedroeg is autoritair, als een godenzoon, liet zich aan niemand iets gelegen liggen, pakte de vrouw die hij wilde.

Volgens mij is dat de bedoeling van Genesis: niet om het verhaal te vertellen van wat toen gebeurde, maar om het verhaal te vertellen van wat steeds weer gebeurt.

Nog steeds. Voorbeelden genoeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

preek22apr 3Mannen, meestal mannen, die zich gedragen als godenzonen, die zich niets aan anderen gelegen laten liggen, die denken dat ze alles kunnen maken, dat alles om hen draait, en dat je een mooie vrouw kunt pakken waar je wilt.

 

 

 

 

preek22apr 4

Misschien is dat wel de grootste verleiding voor een mens,

om grenzeloos te leven, om de grenzen die er aan ons mens-zijn gesteld worden niet te respecteren.

Het is het verhaal dat in de eerste hoofdstukken van Genesis op verschillende plaatsen verteld wordt: dat de mens zijn plaats als mens niet kent, maar als God wil zijn. Dan gaat het mis.

Het wordt verteld in Genesis 3, het verhaal van de slang in de hof van Eden, de zondeval zoals het meestal genoemd wordt.

Het wordt verteld in Genesis 4, het verhaal van Kaïn die zijn broer Abel vermoordt.

Het wordt verteld in het hoofdstuk van vandaag, Genesis 6.

Het wordt verteld in Genesis 11, het verhaal van de torenbouw in Babel.

Niets is genoeg.

Maar God stelt een grens, zodat het niet volledig uit de hand loopt.

Hier in het verhaal van vandaag wordt een grens gesteld van 120 jaar leven, niet langer.

In het hoofdstuk hiervoor, het geslachtsregister van Adam tot Noach, wordt iedereen veel ouder. Maar als God ziet dat het niet goed gaat, gaat hij er paal en perk aan stellen.

Als mens moet je niet denken dat je god bent, en alles kunt maken. Gods schepping vraagt niet om godenzonen, dan gaat het mis, maar om mensenkinderen,

niet om giganten die vertrouwen op hun eigen reusachtigheid,

maar om mensen die vertrouwen op de Ene, vertrouwen op God.

Dit Bijbelverhaal gaat over macht,

over mannen met macht, over mannen die hun macht misbruiken,

over vrouwen die géén macht hebben, die worden ingepalmd, gebruikt of misbruikt, respectloos behandeld.

Het enige wat die mensendochters hier doen is kinderen baren, verder niks.

De Bijbelschrijver kijkt buitengewoon afkeurend naar die manier van leven, en naar alles wat daaruit voorkomt.

De Bijbelschrijver gaat verder: De HEER zag het kwaad… En dan.

Hij krijgt spijt dat hij de mens heeft geschapen.

Het pijnigde zijn hart, staat er. God is er beroerd van.

Dan ontstaat het plan om het allemaal ‘uit te wissen’.

Alleen Noach vond bij de HEER genade.

Dan komt het verhaal van de zondvloed. Dat is voor volgende week.

God zal het allemaal uitwissen.

Dat ‘uitwissen’ is hetzelfde woord als later gebruikt wordt in de zin dat God alles tranen zal uitwissen.

Dat uitwissen is nooit bedoeld om er een bot einde aan te maken, maar bedoeld om een nieuw begin mogelijk te maken, om opnieuw ruimte te scheppen waarin de mens kan leven.

preek22ap 5Ik wil afsluiten door een paar dingen te zeggen over de lezing uit het Nieuwe Testament.

We hebben die bekende woorden van Jezus gelezen waar hij zegt:

“Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen…”

Van Jezus wordt ook gezegd dat hij Zoon van God is.

Ook daarbij altijd weer diezelfde vraag: is hij nou een menselijk of een goddelijk wezen?

Al vanaf het begin van de kerk zijn daar verschillende antwoorden op gegeven.

Sommigen legden zoveel nadruk op het goddelijke dat de mens Jezus uit beeld verdween.

Anderen vonden hem eigenlijk alleen maar mens, misschien een bijzonder mens, maar niet meer dan dat. Het goddelijke verdween uit beeld.

Als ik die vraag aan mensen stel ‘Wie was Jezus?’ dan krijg ik meestal antwoorden die iets zeggen over zijn menselijke kant.

Tegelijk geloof ik dat hij ook iets van Gods werkelijkheid vertegenwoordigde. Volgens mij werd hij niet voor niets Zoon van God genoemd.

preek22ap 6

In hoe hij er was, als goede herder voor de mensen, die zijn leven overheeft voor de schapen, in hoe hij was, leefde, liefhad, sprak, liet hij iets zien van God, zijn hemelse Vader,

openbaarde hij ons God liefde. Gods liefde in levende lijve.

Hoe wordt het goddelijke in ons mensen werkelijkheid?

Niet door onszelf op te krikken tot goddelijke hoogte,

maar door te gaan in het spoor van hem die oog en hart had juist voor het kleine en onaanzienlijke.

Paulus zegt in de Romeinenbrief dat wij door hem kinderen, dochters, zonen van God zijn.

Hij schrijft dat ‘allen die door de Geest van God worden geleid, kinderen van God zijn.’ 

Sytze de Vries heeft die gedachten van Paulus mooi verwoord in een lied, een dooplied is het eigenlijk, lied 611: “Wij zullen leven, God zij dank, genoemd als dochters en als zonen.”

Zo vader, zo dochter, zo zoon.