Protestanse Gemeente Naaldwijk

Dromen-24jun-CvdM

Overdenking over 24 juni 2018 – Overstapviering in de Ontmoetingskerk
Lezing: Genesis 37: 5-10
Thema: Dromen

Gemeente van Jezus Christus,

Als we het over dromen gaan hebben komen we op een lastig en ingewikkeld terrein. Want dromen zijn niet altijd gemakkelijk uit te leggen. Als je je al kunt herinneren wat je gedroomd hebt. Zelf hoor ik bij het soort mensen dat zich nauwelijks dromen kan herinneren. Op de divan bij de psychiater zou het een moeizame toestand worden, want ik heb weinig te melden over wat er in de krochten van mijn onderbewuste te vinden is. Dromen zouden de signalen zijn die vanuit het onderbewuste naar boven komen. Maar aan de uitleg van die dromen zal ik me nooit wagen. Dat laat ik maar over aan de mensen die er voor geleerd hebben.
Maar je hebt niet alleen dromen die ons tijdens de slaap door het hoofd spelen. Je hebt ook dagdromen. Denk maar aan die geweldige toespraak van dominee Martin Luther King, bij het monument van president Lincoln in Washington. I have a dream, zei Martin Luther King. En hij schilderde een samenleving die niet langer geteisterd werd door racisme en discriminatie. Er is een land om van te dromen, is een regel van een lied dat we in de kerk wel eens zingen. Van de vrede kun je dromen, horen we in een lied van Hanna Lam. En, om nog een keer naar de Verenigde Staten te gaan, je hebt de Amerikaanse droom, the American dream. De droom dat je van krantejongen miljonair kunt worden, en dat die kansen er voor iedereen liggen in het land van de onbeperkte mogelijkheden. Dan is een droom meer een visioen, een toekomstbeeld van hoop, een bron van motivatie om naar de toekomst toe te durven leven. Zulke dromen vind je ook in de boeken van de profeten in het Oude Testament. Ook bij zulke dromen moet je je afvragen: wat betekenen ze, hoe moet je die dromen uitleggen, welke weg wijzen ze in ons leven?
In de Bijbel worden dromen dan ook nog eens vaak gezien als een teken dat mensen van God ontvangen. Een droom kan een waarschuwing zijn, een boodschap over wat mensen in de toekomst te wachten staat. Een droom kan dreiging bevatten, maar ook belofte. En altijd weer geldt: een droom moet uitgelegd worden. Dat is niet altijd even eenvoudig.
Je kunt je afvragen met wat voor soort droom we te maken hebben in het verhaal dat Wilco ons vanmorgen heeft voorgelezen. Wat zijn dat voor dromen waar Jozef zijn broers en zijn vader over vertelt? Wordt hij ‘s morgens wakker met zo’n droom in zijn hoofd? Of loopt hij te dagdromen, en ziet hij zichzelf boven alle anderen uitsteken, zoals hij nu ook al wordt voorgetrokken door zijn vader Jakob, die hem meer geeft dan zijn andere zonen, meer spullen en meer liefde. En zit er een boodschap van God in die dromen verborgen?
Dat zou je op het eerste gezicht niet zeggen, want er komt alleen maar narigheid van, zo lijkt het. Jozef vertelt over zijn dromen als iets dat hem is ingegeven. Het is meer dan alleen maar een dagdroom. Maar als Jozef vertelt wat hij gedroomd heeft roept het bij zijn broers niets op dat met God te maken heeft. Ze zijn eerder des duivels. Ze haten hem alleen maar meer. Ze konden hem al niet luchten of zien omdat hij door hun vader wordt voorgetrokken. Maar als hij, de jongere broer, zich boven hen gaat verheffen hebben ze het helemaal met hem gehad. Zij herkennen bepaald geen boodschap van God in de dromen van Jozef. Het zijn alleen maar de inbeeldingen van een over het paard getild mannetje. En zelfs vader Jakob vindt het een beetje te ver gaan. Hij doet iets wat hij waarschijnlijk nog nooit gedaan heeft. Hij spreekt zijn zoon Jozef bestraffend toe. Dromen dat iedereen zich voor jou buigt en eerbied bewijst, zelfs je vader, die kun je maar beter voor je houden.
Toch geeft de verteller van dit verhaal de dromen van Jozef aan ons door. En ik ben er van overtuigd dat hij die dromen herkent als een teken van God, als een verwijzing naar de toekomst die het volk van Abraham, Isaäk en Jakob te wachten staat. Maar de betekenis van die dromen is nog verborgen. De uitleg wordt pas duidelijk wanneer de geschiedenis verder gaat. Jozef zelf begrijpt er om te beginnen nog helemaal niets van. Hij legt zijn dromen alleen maar uit in termen van zijn eigen grootheid. Hij vindt zichzelf heel belangrijk. Hij vindt het normaal dat iedereen voor hem zou buigen. Hij begrijpt zijn eigen dromen nog niet.
Als mensen een teken van God gaan uitleggen in termen van hun eigen beperkte, menselijke belangen ontstaat er een vertekend beeld. Als mensen zich niet afvragen hoe hun dromen zouden kunnen passen in het spoor van liefde dat God door onze geschiedenis trekt, wijzen dromen geen weg naar de toekomst, maar blokkeren ze het heden. En Jozef vraagt zich dat niet af. Hij komt niet verder dan gedachten aan zijn eigen belang, het voetstuk waar hij zichzelf op plaatst. De gedachte aan een fundament van samenleven en toekomst komt niet in hem op. Hij heeft alleen oog voor zichzelf. En daarom lijkt er niets goeds van die dromen te komen. Alleen maar haat.
In de loop van de geschiedenis wordt alles weer recht gezet. Maar niet door de hand van mensen. Dat gebeurt door de hand van God, zo vertelt de schrijver van het boek Genesis. Jozef wordt iemand voor wie iedereen buigt. Maar dat gebeurt pas nadat hij door de diepste dalen is gegaan en een ander mens is geworden. Een bescheiden mens. Een dienstbaar mens. Die dan begrijpt wat zijn dromen van toen betekenden. Wanneer hij onderkoning van Egypte is geworden en dankzij die positie zijn familie van de hongerdood kan redden. Dan begrijpt hij dat de dromen niet gingen over zijn eigen grootheid, maar over de grootheid van God die mensen gebruikt om een weg door de geschiedenis te banen waarop het leven van ons mensen gered wordt.
Dromen in de Bijbel hebben betekenis. Ze zijn een teken van God. Maar dromen in de Bijbel gaan niet in de eerste plaats over ons. Ze vertellen ons iets over de manier waarop God mensen wil gebruiken om heelheid voor de wereld tot stand te brengen. Dromen in de Bijbel gaan er niet over hoe wij over elkaar kunnen heersen, maar hoe God ons de weg wijst waarop we elkaar kunnen dienen. Zo heeft God zichzelf ook laten zien in het leven van Jezus, die niet gekomen is om te heersen, maar om te dienen. Dat spoor moeten wij volgen, in de werkelijkheid en in de uitleg van onze dromen.
Op die manier kunnen we onze eigen dromen leren zien en begrijpen. Als iemand droomt dat zij later dokter wordt, dan moet het er om gaan dat ze later andere mensen beter kan maken. Het gaat er niet om dat ze er zelf beter van wordt. Dan is God uit de droom verdwenen en komt er niets goeds van. Als we dromen van een land zonder armoede dan moet het er om gaan dat armoede wereldwijd bestreden moet worden. Of denken we soms dat het ene kind van God een beter lot verdient dan het andere kind van God? God is anders dan vader Jakob. God trekt niemand voor. Het zijn de mensen die voordringen en anderen naar de achtergrond duwen. Het zijn de mensen die zeggen: Ik eerst! Het is God die zegt, bij monde van Jezus: de eersten zullen de laatsten zijn.
Alleen als dromen begrepen worden in het spoor dat God door de geschiedenis trekt zullen dromen als teken van God hun werk kunnen doen. Zullen ze mensen hoop kunnen geven en nieuwe moed. Zullen ze mensen inspireren en nieuwe inzichten geven. Zullen dromen mensen in staat stellen om met visie naar de toekomst te kijken. Dat is wat we nodig hebben: visie op de toekomst. Dat is iets anders dan berekenende belangenbehartiging. Het is durven kijken naar de wereld en naar elkaar met de ogen van God. Ik wens ons heel veel van dat soort dromen toe. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.