Protestanse Gemeente Naaldwijk

Verleg je grenzen-1-jul-EBK

Zondagmorgen 1 juli 2018,

Ontmoetingskerk, De-Rode-Loper,ds. Eibert Kok

Lezing: Matteüs 15: 21-28

backpacker

Als je als backpacker op reis gaat, kom je van alles tegen, allerlei voor jou nieuwe dingen,
maar, zeker als je alleen op reis gaat, je komt in ieder geval jezelf tegen.
Je leert nieuwe, vreemde culturen kennen,
maar je leert ook jezelf beter kennen,
wie je bent, wat je wilt,
wat je belangrijk vindt.
Wie ben je?
Wie je bent wordt mede bepaald door de plek waar je geboren bent.
Ben je geboren in een kansarme sloppenwijk ergens in Azië, of kwam je ter wereld in een gespreid bedje in een welvarend land als Nederland?
In het Bijbelverhaal dat we voor vandaag gekozen hebben gaat het over grenzen, over grenzen die eerst strak getrokken worden, en die dan in de loop van het verhaal door de ontmoeting verlegd worden.
Eerst is er een hele strakke grens: wij hier, en zij daar,
en vervolgens lijkt die grens te vervagen, er komt contact, verbondenheid.
De twee hoofdpersonen in het Bijbelverhaal met ieder een eigen nationale identiteit botsen, een Israëlitische man en een Kanaänitische vrouw. Daar zit een afgrenzing tussen en het lijkt dat Jezus daar niet overheen wil gaan.
Het verhaal begint ermee dat Jezus de grens overgaat. “Hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon.”
Jezus is dan in het buitenland en hij wil geen contact met die vrouw die naar hem toe komt met een vraag om hulp.
In de Bijbel, dat een door en door Israëlisch/Joods boek is, vind je allerlei gedachten over de bijzondere plaats van dat volk Israël, over de bijzondere band van God met dat volk, over allerlei afgrenzingen van de buitenwereld.
Tegelijkertijd zie je ook allerlei gedachten die door die grenzen heen schieten.
Dat de God van de Bijbel niet alleen de God van Israël is, maar van alle volken,
dat iedereen welkom is bij die God.
Die gedachte kom je in de bijbel vaker tegen, náást de gedachte dat God er eigenlijk alleen is voor Israël.
Als je dan kijkt naar de ontwikkeling in het Nieuwe Testament,
als je dan kijkt naar het leven van Jezus zelf,
dan zie je een ontwikkeling van het een, begrensd tot Israël, naar het ander, grenzen vallen weg.
En het hoofdstuk van vanmorgen lijkt daar een cruciale rol in te spelen.
Het lijkt erop dat door deze vrouw bij Jezus iets verandert.
Jezus wordt hier heel menselijk getekend.
Soms wordt Jezus in de evangeliën getekend als iemand die boven menselijke beperkingen uitstijgt. Hier niet.
Het is een botte afwijzing van die vrouw die naar hem toe komt om hulp.
Dat stuit mij tegen de borst.
Tegelijk is dat helaas wel de manier waarop mensen veel vaker met voor hen vreemde mensen omgaan: afgrenzen, wij en zij.
Jezus keurt deze vrouw geen woord waardig.
Zijn leerlingen doen er nog een schepje bovenop: Stuur haar weg, anders blijft ze ons lastig vallen.
Dan neemt Jezus het woord.
Weer in dezelfde lijn, hij richt zich niet tot deze vrouw, hij keurt haar geen blik waardig, hij reageert naar zijn leerlingen: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël.’ Begrenzing. Wij wel, zij niet.
Jezus lijkt die grens niet over te willen.
Geen ruimte voor vreemden. Zo bewaar je je eigen identiteit.
Maar deze vrouw, dat is tot wel heel bewonderenswaardig, deze vrouw houdt vol.
Dan richt Jezus zich voor het eerst tot de vrouw, met het antwoord: Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.
Dat zal je maar gezegd worden.
Zo kennen we Jezus niet.
Maar deze vrouw laat zich niet afschepen, laat zich niet kleineren, maar forceert een opening in wat net gezegd is. Ze gaat niet in op het feit dat ze vergeleken wordt met een hond. Ze zoekt ruimte om de grens te doorbreken.
‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’
Zij zoekt de verbinding met Jezus, ze zoekt de verbinding met datgene waar Jezus voor staat en gaat.
Hier kantelt alles.
Hier heeft Jezus niet van terug.
Die reactie verandert de houding van Jezus totaal.
Zijn identiteit wordt niet bepaald door afgrenzing, maar door verbinding,
een verbinding waardoor de kracht van God ook naar deze vrouw kan stromen.
‘U hebt een groot geloof. Uw wil geschiede.’
Jezus verlegt hier zijn grenzen.
Het is niet meer: wij - zij,
nee, ik ben er ook voor jullie.
Ik vind dit een mooi verhaal dat mij vertelt
hoe door de ontmoeting met iemand anders, met iemand die helemaal vreemd voor me is, mijn grenzen verlegd kunnen worden.
Maar ik moet er dan wel voor willen openstaan, of anders open gaan.
Volgens mij is dat de boodschap van dit verhaal: zoek de verbondenheid tussen mensen, ook over grenzen heen,
bouw geen muren, maar bruggen, verleg je grenzen.