Protestanse Gemeente Naaldwijk

Wat bezielt ons- 19 augustus 2018- Ds. Carel van der Meij

Overdenking op 19 augustus 2018 - Ontmoetingskerk
Lezingen: Jona 4 en Mattheus 20: 1-16
Thema: Wat bezielt ons?
Gemeente van Jezus Christus,
In de stad Londen staat een standbeeld van een hoge militair uit de Tweede Wereldoorlog. Het is een standbeeld van luchtmaarschalk Arthur Harris, in de volksmond genoemd: "Bomber Harris". Hij stond aan het hoofd van "Bomber-command", de groep hoge militairen die bepaalde hoeveel bombardementsvluchten er steeds naar Duitsland zouden vertrekken, en vooral: wat het doel was van die vluchten - waar de bommen zouden vallen.
Ooit heb ik een documentaire gezien over dat stukje van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog - en de menin-gen die je daarin hoorde over "Bomber Harris" waren verdeeld. Sommigen vonden hem een held - hij had een belang-rijke bijdrage geleverd aan de overwinning op Hitler-Duitsland. Anderen vonden hem eerder een oorlogsmisdadiger. Want hij liet niet alleen fabrieken en krachtcentrales bombarderen. Hij liet ook steden bombarderen. Grote steden. Vol mensen. Mannen en vrouwen. Ouden van dagen en kinderen. Die bombardementen zouden het moreel van de vijand ondermijnen. En misschien zat er ook wel de gedachte aan vergelding achter voor de bombardementen op Engeland door de Duitse luchtmacht. Het absolute dieptepunt was het bombardement op de Duitse stad Dresden in de nacht van 13 op 14 februari 1945. Die stad zat op dat moment vol met vluchtelingen. Na een bombardement van drie uur waren er 25.000 mensen om het leven gekomen en lag ruim 70 procent van de stad in puin. Alleen jammer dat ze de spoor-lijnen die naar de concentratiekampen liepen altijd vergeten hebben te bombarderen.  Of misschien zijn ze dat niet vergeten, maar had het gewoon geen prioriteit.
Ik weet niet of ik "Bomber Harris" een held of een oorlogsmisdadiger moet vinden. Waarschijnlijk is dat ook te zwart-wit gedacht. Ik vind het alleen een goed voorbeeld om ons, hier vanmorgen, de vraag scherp voor ogen te stellen wat mensen eigenlijk bezielt? En dan bedoel ik niet de mensen die zich afschuwelijk gedragen, de mensen die misdadig gedrag vertonen, de mensen van wie wij ons afvragen: wat bezielt die mensen eigenlijk? Ik bedoel de mensen die aan de goede kant staan. Wat bezielt de mensen die aan de goede kant staan? Hoe heeft luchtmaarschalk Harris naar Dresden gekeken? Zoals Jona naar Nineve keek?
Laten we het een beetje dichterbij halen. Hoe keken Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog tegen die bombarde-menten aan? Nederland was bezet. Nederlanders werden onderdrukt. Dus stonden ze aan de goede kant. Wat bezielde de mensen aan de goede kant? Als mensen 's nachts de bommenwerpers over hoorden komen richting Duitsland, wat waren dan hun gedachten? Dachten ze: Zet hem op, gooi ze allemaal maar plat? Of dachten ze ook aan het vuur, de pijn, de angst van al die mensen?
Wat bezielt mensen die aan de goede kant staan? Die vraag wordt ons vanmorgen dringend gesteld. Want Jona staat aan de goede kant. Hij is profeet. Hij hoort bij het uitverkoren volk. Hij heeft niets met Ninevé - de hoofdstad van een wereldrijk - het centrum van militaire macht en grootschalige onderdrukking. Maar daar gaat het niet om in het boek Jona. Wat bezielt Jona, daar gaat het om.
Want, zo wordt ons verteld, Jona ergert zich enorm. Nou, dat is zwak vertaald. Er is iets heel anders met Jona aan de hand. Er is iets over Jona gekomen dat in het Hebreeuws wordt aangeduid met een woord dat hier drie keer vlak na elkaar gebruikt wordt. Het is een woord dat het kwaad aanduidt, en als je het uitspreekt klinkt het als de kreet die iemand slaakt wanneer 'ie z'n elleboog stoot.
Drie keer wordt het gebruikt, vlak na elkaar. Twee keer in het laatste vers van hoofdstuk 3, en de derde keer in het eerste vers van hoofdstuk 4. Eerst lezen we dat de mensen in Nineve zich bekeren - de vertaling zegt: God zag dat ze anders begonnen te leven. Er staat: dat ze omkeerden van de weg van het kwaad. Ze bekeren zich van het kwaad. En meteen daarna horen we datzelfde woord. Maar nu gaat het niet over het kwaad dat de inwoners van Nineve doen. Het gaat over het kwaad dat God over Nineve wilde laten komen. In de vertaling wordt het omschreven: God kwam terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen. Maar er staat dat God berouw heeft over het kwaad dat Hij gedreigd had Nineve te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
En in vers 1 van hoofdstuk 4 klinkt weer datzelfde woord, maar nu valt het als kwaad-heid over Jona heen, het be-heerst hem volledig. Grote ergernis, staat er in de vertaling. Nee, groot kwaad kwam in Jona naar boven. Hetzelfde kwaad waar de inwoners van Nineve zich van bekeren, hetzelfde kwaad waar God berouw van krijgt, dat kwaad komt in Jona op. Dat God het kwaad niet voltrekt over het hoofd van mensen - daar wordt Jona toch zo kwaad over. En nu komt de aap uit de mouw. Wij denken altijd maar dat Jona naar Tarsis vluchtte, dat Jona zijn opdracht, om in Nineve te preken, liever vergat, omdat hij bang zou zijn. Maar hij had een heel andere reden: hij wist maar al te goed wie God is: een God van liefde en genade, een God die om mensen bewogen is, een God die geduld heeft. En stel je voor dat hij daar ging preken. Stel je voor dat hij zou oproepen tot bekering en de mensen zouden luisteren. Dan zou God weer berouw krijgen over het kwaad.  En Jona kan daar niet mee leven.
Hoe geduldig en hoe vol liefde God is blijkt dan eens te meer uit dit hoofdstuk. Er klinkt geen oordeel. God krijgt geen aanval van kwaadheid in de hemel. Er klinkt alleen een vraag: Is het een goede zaak, dat jij je door kwaadheid laat regeren? Maar Jona heeft even geen zin om daar over na te denken, laat staan om een antwoord te geven. Hij kan z'n doemdenken niet loslaten, hij wil zijn leer van de eeuwige verwerping nog altijd waar zien worden en hij gaat buiten de stad zitten wachten om te kijken wat er met de stad gebeurt.
Hij neemt geen deel aan het leven samen met andere mensen, of ze nu bekeerd zijn of niet. Hij isoleert zich. Hij is kerkelijk en zij zijn buitenkerkelijk, zal ik maar zeggen. En hij bouwt voor zichzelf een hutje, waar hij in wegkruipt om af te wachten en te zien wat er met de stad gebeurt. Hij neemt genoegen met de schaduw die dat hutje biedt, in de brandende zon. Maar God is een God van liefde en genade. En Hij laat Jona zien dat er meer schaduw, meer verkoe-ling, meer verlichting is in de wereld.
Als een wonder van genade is daar opeens een wonderboom, en die geeft Jona beschutting, die maakt hem het leven de moeite waard. Die wonderboom zou ook de hitte van zijn kwaadheid wat af moeten koelen - Gods genade zou de hitte van het oordeel, dat wij over anderen hebben, wat af moeten koelen. Maar dat gebeurt niet. Jona is blij dat hij goed zit. Zijn kwaadheid over anderen neemt niet af.
En dan gebruikt God de wonderboom om Jona een les te leren. Die boom, daar zit nog aardig wat humor in. Dat is een struik die in oostelijke landen groeit. Van de zaden wordt olie geperst. Die olie heeft een sterk laxerende werking. Er wordt wonderolie gemaakt van de wonderboom. Daar zit achter: Jona zit van binnen vol met ballast, vol met wrok, vol met kwaadheid - en Jona moet van binnen gereinigd. Hij heeft die wonderolie hard nodig!
God gebruikt de wonderboom om Jona nog eens te vragen: waar maak jij je nu eigenlijk kwaad over, wat gaat je ter harte, wat bezielt je? Het verdwijnen van die boom gaat je ter harte - terwijl je er geen enkele moeite voor gedaan hebt. En dan zouden mij al die mensen, die ik gedacht en geschapen heb, al dat leven waar ik de adem van mijn Geest in geblazen heb, dat zou mij niet ter harte mogen gaan? Wat bezielt jou eigenlijk, Jona?
God is een God van liefde en genade. Er klinkt geen oordeel over Jona. Maar er klinkt wel een kritische vraag. Wat bezielt mensen? Wat bezielt mensen die op Facebook of Twitter schrijven over mensen met wie ze het niet eens zijn? Waarom zijn er mensen die op de zogenaamde sociale media Geert Wilders dood wensen, of zeggen dat premier Rut-te maar opgehangen moet worden? En hoe zit dat met ons? Hoe denken wij over andere mensen, over andere bevol-kingsgroepen? Hoe denken wij over Polen, die toch ook ergens moeten wonen in het Westland? Wat bezielt ons?
Het gaat me er niet om alle meningsverschillen toe te dekken, en alles wat mensen verkeerd doen met de mantel der liefde te bedekken, maar kunnen we nog verschil zien tussen wat mensen doen en wie mensen zijn? Wat bezielt ons, in de samenleving? Wat bezielt ons, in de kerk? De boodschap van bekering, die gevraagd wordt door een God van liefde en genade? Of de boodschap van een God die alleen maar zwart en wit ziet, en voor de één zalf en voor de ander zwavel in petto heeft?
Wat bezielt ons in de kerk? Het is een vraag waar we steeds weer een antwoord op moeten geven. Ik hoop dat we ons antwoord steeds weer vinden in het spoor dat we vinden in het boek Jona, waarin ons verkondigd wordt dat God zich moeite heeft gegeven voor alle leven, dat God het leven ter harte gaat, dat zijn wezen niet gestempeld wordt door kwaad-heid, maar door liefde en genade.
Mogen wij er oog voor hebben dat het wonder van Gods liefde en genade steeds weer opbloeit in deze wereld, en mogen wij daar, samen met alle andere mensen, beschutting zoeken. In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.