Protestanse Gemeente Naaldwijk

Gewoon doen - 9 september 2018 - ds. Eibert Kok

Gewoon dóen
Zondagmorgen 9 september 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok
Lezingen: Deuteronomium 4: 10-13, Jakobus 1: 22-27 en Marcus 8: 27-38
 preek 9 sept 1
Het eerste waar ik aan moest denken bij de voorbereiding van de aandachtszondag is deze: Alles wat je aandacht geeft groeit. Met een mooi bloemetje erbij.
Het is een hele simpele spreuk, maar o zo waar.
Ik hoor het met regelmaat van mensen van wie de naam vermeld is op de zondagsbrief, of ergens anders, dat ze een kaartje hebben gekregen van mensen, soms van mensen die ze eigenlijk helemaal niet zo goed kennen, of een berichtje, een telefoontje, of een bezoekje
- even aandacht vanwege de bijzonder situatie, als er iets te vieren valt, iets wat een felicitatie waard is, of juist in een situatie van verlies, ziekte, zorgen.
Ik hoor dan met regelmaat hoe goed dat mensen gedaan heeft.
Meeleven, aandacht doet goed.
Vaak een kleine moeite, maar een groot plezier.
Alles wat je aandacht geeft groeit.
Geldt ook de andere kant op trouwens. Je kunt ook problemen zoveel aandacht geven dat ze alleen maar groeien.
Natuurlijk moeten problemen aandacht krijgen, je moet ze niet uit de weg gaan, je moet er soms doorheen, maar je kunt ze ook groter maken dan ze zijn.
Dus bij ‘alles wat je aandacht geeft groeit’ denk ik aan positieve aandacht, aandacht juist ook voor mensen met problemen, niet om die problemen groter te maken, maar juist om de last daarvan te verlichten, ook al is het maar voor even.
Aandacht doet mensen goed. Dat is het eerste waar ik aan moest denken.
En vandaag proberen we dat ook een klein beetje waar te maken door een boeket bloemen te bezorgen bij iemand die wel wat extra aandacht kan gebruiken.
Het tweede waaraan ik moest denken bij de voorbereiding van vandaag – en dat kwam vooral door het bijbelgedeelte – is iets wat afgelopen week in het nieuws kwam.
preek 9 sept 2 
 
Een bekend merk van sportkleding is een nieuwe reclamecampagne gestart. Dan gaat het ook om aandacht, maar dan weer om een ander soort aandacht.
Voor die reclamecampagne hebben ze Colin Kaepernick, een bekende en veelbelovende figuur als American Football speler.
In Amerika is het gebruik dat bij het spelen van het volkslied iedereen gaat staan. Maar twee jaar geleden was hij een van de eersten die bij het spelen van het volkslied niet ging staan, maar knielde, uit protest tegen het gegeven dat in Amerika zwarte mensen nog steeds minder rechten hebben dan witte. In theorie zijn de rechten gelijk, maar in de praktijk niet.
Zwarte mensen hebben minder kansen, zijn eerder verdacht, noem maar op.
Uit protest ging hij niet meer staan maar knielde hij, en steeds meer mensen gingen hem volgen.
Dat riep uiteraard ook weerstand op, met als gevolg dat het verboden werd om niet te gaan staan bij het spelen van het volkslied.
En er is nu geen club meer te vinden in de nationale competitie daar die Kaepernick wil hebben.
Dat is het offer dat hij heeft moeten brengen voor zijn strijd tegen de nog steeds bestaande ongelijkheid tussen zwarte en witte mensen.
Dat kledingmerk haakt daar nu op in.
Geloof ergens in, zelfs als dat betekent dat je alles moet opofferen.
Nu is het nog maar even de vraag of Kaepernick alles moest opofferen, in zijn sportcarrière tot nu toe heeft hij zoveel verdiend dat hij zich prima kan redden,
maar het is zeker wel waar dat hij een groot offer heeft moeten brengen. Zijn sportcarrière lijkt over, het wordt hem onmogelijk gemaakt door krachten die datgene waar hij voor staat en gaat niet willen zien, krachten die de overhand hebben gekregen.
Het is een heel interessante reclame, ook naast de evangelielezing van vandaag. Je hebt een ideaal, een droom waarvoor je wilt gaan, gelijkheid voor ieder mens, wit en zwart,
je zet je carrière daarvoor op het spel, je verliest iets, maar je gaat ervoor omdat je iets anders wilt winnen, iets wat belangrijker, waardevoller is dan dat wat je kunt verliezen.
Geloof ergens in, zelfs als dat betekent dat je alles moet opofferen.
Dat was het tweede waaraan ik moest denken.
Even terug naar het eerste. Aandachtszondag.
Dat doen we niet zomaar, voor de aardigheid.
Dat heeft alles te maken met de bron waaruit we mogen leven: Gods aandacht en liefde voor ons mensen.
Die bron proberen we telkens weer aan te boren, zodat die aandacht en liefde die naar ons toe komt niet alleen ons goed doet en doet groeien, maar ook verder stroomt door ons heen naar anderen toe, Gods aandacht en liefde die nergens zo duidelijk handen en voeten gekregen heeft als in de persoon van Jezus.
Maar wie is hij? Wie is Jezus? Wat zou je dan zelf zeggen?
Wat zou je zeggen als, noem maar wat, je vriend, je buur, je schoondochter of je eigen kind aan je zou vragen: Wie is Jezus? Jij gaat toch naar die kerk? Vertel me eens, wie is Jezus? En dan niet allerlei algemeenheden die ik ook op wikipedia kan vinden, maar wie is Jezus nu voor jou? Wat betékent hij voor jou? Wat zou dan je antwoord zijn?
Dat is de vraag waarmee het bijbelverhaal over Jezus dat we vandaag gelezen hebben begint.
Het is een verhaal dat niet direct zo gemakkelijk te volgen is.
Het begint met díe vraag van Jezus zelf aan zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen dat ik ben? Een soort wikipediavraag, wat zegt men?
Nadat er wat antwoorden gegeven zijn, vervolgt hij met de vraag: Maar wat vinden jullie nu zelf? Geef daar maar eens een antwoord op.
Petrus geeft spontaan als antwoord: U bent de messias.
Dat klinkt geweldig. Bij het woord messias gaat van alles meeklinken. Christus, dat is hetzelfde woord. Gezalfde betekent het. Dat doet terugdenken aan de koningen die er vroeger in Israël waren. Die werden tot koning gezalfd.
En in Israël, dat in die tijd door de Romeinen werd bezet, leefde het verlangen dat er ooit weer eens een nieuwe koning zou komen, een gezalfde, een messias, die hen zou bevrijden van onderdrukking, een koninklijke figuur een reddende gezalfde, die het volk Israël weer hoop, toekomst en perspectief zou geven. Isrels hoop in bange dagen. Een nieuwe leider die een doorbraak zal forceren.
U bent de messias. Geweldige uitspraak. Petrus heeft veel vertrouwen in Jezus.
Jezus beaamt het niet, maar hij bestrijdt het ook niet.
Als hij vervolgens verder gaat, spreekt niet over de messias, maar over de mensenzoon – Jezus wordt hier dus aangeduid als de messias, door Petrus, en ook als de mensenzoon, door Jezus zelf – die moet lijden, die gedood zal worden, en die weer zal opstaan. Krijg je toch een heel ander idee dan Petrus gehad zal hebben bij het woord messias.
Petrus wordt fel, hij gaat Jezus terecht wijzen: Dat zal niet gebeuren. Je gaat jezelf niet opofferen!
Maar dan wordt Jezus zo mogelijk nog feller: Ga terug, achter mij, Satan! Jij denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen. Heftige woorden. Ongekend fel.
Petrus lijkt met zijn messiasbeeld op een verkeerd spoor te zitten, een beeld misschien wel ingegeven door de menselijke behoefte om graag sterke helden en krachtfiguren te zien en daarvan heil te verwachten. Make Israel great again! Zo’n figuur dus niet.
De krácht van de messias ligt daarin dat hij de mensenzoon is, die volop aandacht heeft voor mensen in nood, hen ziet, hen steunt, hen helpt als het nodig is, en zo mensen laat groeien.
Dat is zijn roeping, zelfs als het hem het leven zal kosten.
Dan verandert de setting. Jezus is niet meer in gesprek met alleen zijn leerlingen, maar hij roept de menigte samen.
Dus ineens is Jezus met veel meer mensen om zich heen.
En wat doet hij? Op een bepaalde manier de mensen oproepen diezelfde weg te gaan die hij ook gaat, op zo’n zelfde manier in het leven te staan.
Welke weg is dat? Dat is in zekere zin de weg die hij net benoemd heeft. Het is de weg van aandacht voor de ander. Het is niet de weg van de minste weerstand,
Er staan hier best wel heftige woorden: jezelf verloochenen, je kruis op je nemen.
 preek 9 sept 3
Hier een heel oude afbeelding van dat kruisdragen: een vrouw die achter Jezus aangaat, door een band met hem verbonden, net als bij Jezus ook een kruis op haar schouder.
Zo’n afbeelding was niet letterlijk bedoeld, maar een symbolische verbeelding van wat we in dit bijbelgedeelte lezen.
Maar hoe vertaal je dat naar het gewone leven?
Ik zei, heftige woorden.
Het leven durven verliezen om het te winnen. ‘Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet?’
In de oude vertaling stond dan: Wat baat het een mens de hele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?
Als je bereid bent los te laten om te ontvangen, te verliezen om te winnen, te sterven om te leven, dan zul je het echte leven vinden.
Nou is dat misschien wel een mooie wijsheid die we ook in het leven van Jezus zelf terugzien – zijn aandacht voor mensen, speciaal voor die mensen die niet de aandacht waard waren in de ogen van de meesten, zijn aandacht voor mensen deed anderen opleven, gaf hen nieuw leven, maar het kostte hem zelf zijn leven – hier roept Jezus mensen op net zo in het leven te staan, want alleen zo, in navolging van hem, vind je het ware leven.
Dat doet me denken aan mensen die vanwege hun geloof, of vanwege hun inzet voor recht en gerechtigheid, worden opgepakt of mishandeld, en die dat soms met de dood moeten bekopen. Toch hebben ze het er voor over, al die ellende, en verloochenen ze hun droom, hun ideaal niet.
Dan moet ik ook, hoewel van een andere orde maar toch ook weer vergelijkbaar, denken aan Colin Kaepernick, die American Football speler.
Je zet iets op het spel, met het risico dat je het verliest, maar het gaat er om iets anders te winnen, iets wat veel waardevoller is en het leven zelf waardevoller maakt.
 preek 9 sept 4
Deze kwam ik tegen bij de bloemententoonstelling in de Oude Kerk tussen allerlei andere spreuken: Het mooiste wat je kunt worden = jezelf.
Dat is er een om over na te denken.
Wanneer word je nou jezelf?
Het Bijbelgedeelte wijst daarin een weg.
Echte zelfverwerkelijking is daar zelfverloochening.
Dat staat misschien wel haaks op van alles wat naar ons toe komt: carrière maken, jezelf waarmaken, uit het leven halen wat er in zit, voor jezelf opkomen.
Wanneer word je echt jezelf?
Vanuit het evangelie gezien, begint het ermee dat je jezelf niet waar hoeft te maken.
We mogen leven uit Gods aandacht en liefde voor ieder mens. Dat is de bron.
Wanneer word je jezelf? Jezelf verloochenen. Dat is niet hetzelfde als jezelf wegcijferen, nee, je mag er zijn,
maar het is niet alleen opkomen voor jezelf, het is ook, of misschien wel juist opkomen voor de ander.
Gods aandacht voor ons vertaalt zich in onze aandacht voor anderen. God heeft altijd net iets meer aandacht voor de kleinen en de zwakken dan voor het grote en het sterke.
Wanneer word je jezelf? Misschien wel als je je geeft aan dat ideaal van Gods aandacht en liefde voor alle mensen.
Soms kan dat betekenen dat je iets moet loslaten, verliezen, om iets anders te winnen.
Echte aandacht voor het kleine en kwetsbare. Misschien vind je daar wel het echte leven.
Om met de slogan van de reclamecampagne af te sluiten – en dan zitten we ook bij de boodschap van de twee andere lezingen:
 preek 9 sept 5
 
Doe het gewoon.