Protestanse Gemeente Naaldwijk

Geld je God?- 14 oktober 2018- ds. Eibert Kok

Geld je God?

Zondagmorgen 14 oktober 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Deuteronomium 15: 1-11 en Marcus 10: 17-27

 preek 14okt1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het lied dat we net zongen stelt het ons voor als een rigoureuze keus: Wat kies je?

Leven – dood; afgod geld – genadebrood; alles houden wat ik heb – of mij geven, gaandeweg. Of het een – of het ander, een tussenweg is er niet.

Nu zit het leven meestal niet zo zwart-wit in elkaar, of-of, met alleen maar uitersten, tegenpolen,

vaak hebben wij mensen iets van beide tegenpolen in ons,

en bewegen we ons daartussen.

Maar zo radicaal zwart-wit iets tegenover elkaar zetten helpt wel om duidelijk te maken waar het nu om gaat. Heel scherp wordt het even neergezet.

Dat kan soms pijnlijk duidelijk maken waar het aan mankeert.

Iets vergelijkbaars gebeurt in de evangelielezing van vandaag.

Het wordt pijnlijk duidelijk waar het die man die naar Jezus toekomt aan mankeert.

Een prachtig passende lezing samen met de lezing uit het aloude testament op deze zondag voor het werelddiaconaat.

Het gaat over geld, over hebben en houden, en hoe daarmee om te gaan.

Het gaat over rijke mensen en over arme mensen.

Twee groepen mensen die heel verschillend denken als het over geld gaat.

De rijke denkt: hoe kan mijn geld groeien, hoe kan het méér worden? Sparen, beleggen investeren.

De arme denkt: hoe knoop ik de eindjes aan elkaar, waar kan ik bezuinigen, mínder uitgeven?

preek 14okt 2

Misschien hebt u deze wel gezien. Een schilderij van de mysterieuze Britse kunstenaar Banksy kwam een week geleden onder de hamer en werd verkocht voor

meer dan één miljoen euro.

Op het moment van de verkoop vernietigde het schilderij zichzelf door een papierversnipperaar die de kunstenaar in de lijst had ingebouwd. Verbijstering bij de mensen.

Fantastisch natuurlijk zo’n kunstenaar die op deze manier de waarde van zijn eigen werk relativeert.

En heel wonderlijk, de persoon die het gekocht heeft wil het werk nog steeds hebben voor dat enorme bedrag.

Er wordt wel gezegd dat door deze actie dit schilderij nóg meer waard geworden is.

Dat kun je als rijke doen met je geld, investeren, in kunst bijv.

preek 14okt 3

Als arme sta je heel anders in het leven.

Als dakloze betekent dat ene muntje veel, want zo kun je wat geld bij elkaar schrapen om eten te kopen en je maag te vullen.

De rijke denkt: hoe kan mijn geld laten rollen.

De arme denkt: hoe knoop ik de eindjes aan elkaar.

Het gaat vandaag dus over geld en hoe dat mensen in z’n greep kan houden, rijke mensen en arme mensen, en dat dat nu juist níet de bedoeling is.

preek 14okt 5

De Oudtestamentische lezing vertelt over een regel die dat tegen gaat, om uit die wetmatigheid te komen en te blijven dat rijken steeds rijker en armen steeds armer worden: het sabbatsjaar.

Dat is in de bijbel niet dat je er voor kiest om even een tijdje je gewone werk los te laten,

maar volgens die oude Bijbelse regels is het een voorgeschreven jaar, telkens het zevende jaar om datgene wat mogelijk scheefgegroeid is weer recht te zetten.

Eén van de regels was dat in het 7e jaar het land niet bebouwd zou worden, om het tot rust te laten komen. Geen uitputting van de grond.

Die regel wordt door sommige orthodoxe joden in het land Israël nog steeds toegepast.

Maar ik verbaasde me toen ik las over de manier waarop sommige (lang niet alle!) daarmee omgaan.

Een jaar lang je land zomaar braak laten liggen kost geld. Dus je verkoopt je land voor één jaar aan een allochtoon, een niet-jood, want die hoeft zich als niet-jood niet aan deze regel van de Tora te houden.

Zo voldoe je aan de letter van de wet, zonder dat je het echt voelt in je portemonnee.

Je voldoet aan de letter, maar eigenlijk ga je tegen de geest van de regel in.

Een andere regel voor het sabbatsjaar zijn we tegengekomen in de lezing van vandaag.

Heb je schulden moeten maken, dan moet je ze gewoon terugbetalen, maar kun je je schulden om wat voor reden ook echt niet terugbetalen, dan worden die schulden jou in dat 7e jaar kwijtgescholden.

Dan kun je dus opnieuw beginnen, met een schone lei.

Zo’n regel kan mensen berekenend maken: als het 7e jaar eraan komt, wil ik niet meer uitlenen. Of aan de andere kant, als het 7e jaar eraan komt, proberen zoveel mogelijk leningen los te krijgen. Nee, zo moet je er niet mee omgaan.

Natuurlijk kunnen we dat niet één op één overzetten naar onze tijd.

Je neemt en hypotheek, en hup, in het 7e jaar is het huis van jou.

Het zit meer in de sfeer van de studiefinanciering. Als je het na zoveel jaar echt niet terug kunt betalen, wordt het je kwijtgescholden. Zodat je niet klem komt te zitten met een lening die je niet betalen kunt.

Het gaat dus niet om de letter. Het gaat wel om de inhoud: zorg dat mensen niet verarmen, en laten schulden geen blijvende molensteen om je nek zijn. 

Het komt aan op solidariteit.

Ik heb de indruk dat ik dat woord minder hoor.

Volgens sommige mensen is solidariteit diefstal.

Zíj leven op onze centen. Zij krijgen alles, wij moeten ervoor betalen. Ontwikkelingshulp is weggegooid geld, dat kunnen we beter hier gebruiken, en als het naar daar gaat dan moet het ons wel wat opleveren.

Natuurlijk moet je naar al dat soort zaken heel nuchter kijken of het een goede manier is om je geld uit geven,

maar het gaat om de grondhouding.

De gedachte is helder: richt de samenleving zo in, regel dingen zo, dat er niemand hoeft te zijn die kapot gaat omdat hij het niet meer kan betalen.

Zorg dat de rijken de armen niet in de houdgreep krijgen, maar dat iedereen kan leven, een nieuwe kans krijgt.

Dat is misschien wel de grondbetekenis van vergeven: dat je, als het nodig is, bereid bent op te draaien voor de lasten van een ander, dat je het hem of haar niet meer aanrekent, maar de schuld zelf op je neemt.

Je rijkdom heb je niet alleen voor jezelf, maar ook om de ander te ondersteunen.

Komen we bij de tweede lezing.

Komt een man naar Jezus toe met de vraag: Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?

Dat is nog eens een vraag! Een spirituele man, religieus betrokken, hij richt zich op de zaken van de eeuwigheid. ’t Oog omhoog, het hart naar boven.

Een man serieus bezig met die verticale lijn.

Deze man wil niet oppervlakkig en materialistisch leven, nee, hij wil zich richten op het eeuwige leven. En hij vraagt Jezus naar de weg.

Jezus’ antwoord is bijzonder.

Allereerst wordt de man gecorrigeerd: je moet mij niet goed noemen, alleen God is goed.

En dan wordt de blikrichting direct van dat verticale verschoven naar het horizontale.

Je kent de geboden. Dan noemt Jezus alleen de geboden die gaan over het intermenselijke verkeer, hoe ga je met elkaar om.

‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’

Ik ben geen beginner, ik ben een gevorderde, help me bij die laatste stap.

Het lijkt wel of Jezus een probleem heeft met mensen die zichzelf als gevorderde beschouwen, als elite.

Jezus kijkt hem liefdevol aan, en zet hem helemaal terug.

Hier niet: Groot is uw geloof o.i.d., nee: één ding ontbreekt u.

‘Verkoop alles wat je hebt en geef het geld aan de armen’

Deze man krijgt de schrik van zijn leven. Hij had namelijk veel bezittingen.

preek 14okt 6

Zijn handen zijn gevuld met wat hij heeft.

“Wat te kiezen, leven – dood; afgod geld – genadebrood;

alles houden wat ik heb – of Hem volgen op zijn weg.

Wat mij vasthoudt, wat mij heeft,

wat mij werft en wat mij leeft,

is het vele, geld en goed,

aarden schatten, overvloed.”

De man druipt af. Dit is teveel gevraagd…

Jezus maakt er een leerpunt: het is niet makkelijk voor een rijke, binnen te gaan in het koninkrijk.

Opvallend, Jezus gebruikt andere termen gebruikt: binnengaan in het koninkrijk van God, niet eeuwig leven.

Het koninkrijk kan al hier en nu zijn, dat is niet alleen iets van straks.

En eeuwig leven zegt ook iets over de kwaliteit van dat leven: leven met de Eeuwige, die Ene van wie Jezus zei dat die als enige goed is, leven uit die bron van al het goede.

Hier en nu al eeuwig leven, leven met de Eeuwige. Dan is het koninkrijk van God binnengaan niet iets van straks, maar ook al iets van nu.

Als deze man zijn rijkdom had kunnen loslaten, had hij nu al iets van Gods koninkrijk geproefd, in Gods koninkrijk geleefd, vrij.

Net zoals die anderen die Jezus tegenkwam, die vrij waren van hun blindheid, of hun zonden; voor deze man is het zijn rijkdom die hem vasthoudt, en Jezus wil die hem afnemen.

preek 14okt 7

Misschien moeten we even terug naar het Bijbelgedeelte hiervoor: wie voor het koninkrijk niet openstaat als een kind, zal het zeker niet binnengaan. 

Daarom spreekt Jezus zijn leerlingen dan ook precies op dit moment aan met: kinderen! Als een kind, zou dat kunnen zijn: onbevangen, niet berekenend, met lege handen, open handen?

Laat wat wij hebben, wat wij bezitten, ons niet zo fascineren dat het ons afhoudt van waar het echt in dit leven om gaat. Dat zou eeuwig zonde zijn. Maar voor wie eenvoudig wordt, een kind gelijk, ligt het koninkrijk van God, ligt eeuwig leven hier en nu voor het grijpen.