Een spoor van licht-6jan-CvdM

Overdenking op 6 januari 2019
Lezingen: Jesaja 60: 1-6 en Mattheus 2: 1-12
Thema: Een spoor van licht

Gemeente van Jezus Christus,

Is het u wel eens opgevallen dat we de ster van Bethlehem in het verhaal over de wijzen op een gegeven moment kwijt zijn? We vertellen elkaar wel dat die drie wijzen uit het oosten door de ster naar de plek gebracht zijn waar Jezus is geboren, maar Mattheus vertelt dat ze een soort omweg maken. De wijzen komen niet direct in Bethlehem terecht. Ze hebben zijn ster gezien. Ze hebben een ster zien opgaan in hun eigen land en ze hebben dat begrepen als een teken. Een teken van de hemel dat er iets bijzonders was gebeurd op aarde.
De ster was voor hen het teken dat er een nieuwe koning zou komen regeren op aarde. Te beginnen in de kring van het Joodse volk. Zo hebben de profeten het immers voorspeld. De toekomst draagt voor het Joodse volk de belofte in zich van een groot licht. Maar dat licht schijnt niet alleen voor de mensen van het Joodse volk. Dat licht schijnt voor alle volken. Volken laten zich leiden door dat licht, profeteert Jesaja, zoals we gehoord hebben vanmorgen. Koningen laten zich leiden door de glans van dat schijnsel.
Voor de evangelist Mattheus is heel het leven van Jezus de vervulling van de beloften van God, zoals die door de profeten van Israël is verwoord. Die vervulling is vanaf het eerste begin duidelijk. Koningen laten zich leiden door het schijnsel, door het licht dat in Israël opkomt. En daar komen ze. Drie wijzen, drie koningen. We laten onze verbeelding ook werken, bij het evangelie. Want Mattheus zelf noemt geen getal. Hij vertelt in ieder geval over wijze mensen en mensen van aanzien. Anders waren ze nooit door koning Herodes, de zetbaas van de keizer in Rome, ontvangen in zijn paleis.
Daar komen ze terecht omdat ze het blijkbaar even niet meer weten. Ze zijn de ster kwijt. Ze zijn hun licht, hun richting verloren. En nu zoeken ze raad. Waar moet je dan zijn? Op die vraag krijg je in deze wereld vanzelf antwoord. De mensen achter de macht willen graag antwoord geven op je vragen. Zo wil Herodes de vraag van de wijzen maar wat graag zien te beantwoorden. Want als je mensen antwoord geeft, geef je sturing aan hun leven. Dan hou je ze in het gareel. Dan kun je ze inschakelen bij je plannen en ze voor je eigen karretje spannen.
Dat is precies wat we Herodes zien doen. Het is of er twee lijnen door elkaar lopen in het verhaal. De ene lijn is de weg waarop mensen gebracht worden door het licht dat God doet opgaan in deze wereld. Dat geeft mensen perspectief. Het brengt mensen op hun bestemming. Ze gaan op zoek naar een ander. De andere lijn is de weg waarop mensen terecht komen doordat ze gemanipuleerd worden. Daar is de waarde van een mensenleven teruggebracht tot het middel dat ze kunnen vormen voor machthebbers om hun doel te bereiken. Dat zie je aan het plan dat Herodes ontwerpt. Op die weg komen mensen niet tot hun bestemming. Hun weg loopt dood in de plannen en de strategieën van de op macht beluste Herodes. Die zoekt alleen maar zichzelf. De ander komt bij hem niet in beeld. De ander is alleen iemand die hij kan manipuleren. En als dat niet kan is de ander een bedreiging.
De wijzen vormen als het ware het beeld van de mens die uitkijkt naar de ander, die gelooft dat de ander ons leven kan en wil verrijken. De ander is een belofte. Een belofte waarin de Ander, die God is, zich wil openbaren. De wijzen leven niet uit angst, maar op de adem van de belofte, vol vertrouwen. Ze hebben ook niets te verbergen. Ze praten met iedereen over hun doel: ze willen het kind, dat de belofte voor de toekomst belichaamt, zoeken en vereren.
Herodes heeft totaal geen boodschap aan een ander. Hij heeft alleen oog voor zichzelf en zijn eigen belang. Al weet hij natuurlijk goed hoe hij dat moet verbergen. En zelfs wijze mensen prikken daar blijkbaar niet altijd doorheen. Hij weet de wijzen bij zich naar binnen te lokken en overlegt met hen in het geheim. Stiekem probeert hij hen zonder dat zij het weten in te schakelen in het spel om de macht. En dat hebben de wijzen niet in de gaten, zou je zeggen. Ze laten zich door Herodes op weg sturen.
Maar dan geeft Mattheus zijn evangelie een wending. Hij laat duidelijk zien waarom het een goede boodschap is die hij vertelt. Want God grijpt als het ware in. Op twee momenten in het verhaal. Om te beginnen hebben de wijzen opeens Herodes helemaal niet meer nodig om hun de weg te wijzen. Want ze waren nog maar net op weg, of kijk: de ster! De ster die ze hadden zien opgaan verscheen weer. De ster ging voor hen uit en bracht hen precies bij de plaats waar het kind was. Ze waren de ster een tijdje kwijt geweest. En ze dachten dat ze ergens anders te weten moesten komen hoe ze de richting van hun leven moesten bepalen. We zijn soms zo ongeduldig. We willen meteen weten hoe het moet. Welke kant we uit moeten. Maar soms doet een beetje geduld wonderen als we het licht willen zien. Als we altijd maar gehaast door willen richting ons doel raken we de goede richting juist kwijt. We hebben rust en geduld nodig om het schijnsel te kunnen zien waarmee God ons op de goede weg brengt.
De wijzen bereiken hun doel. Ze komen bij het kind Jezus en bewijzen hem eer. Ze staan oog in oog met de belofte van een toekomst vol geloof, hoop en liefde en ze hebben er al hun schatten voor over. En daarna helpt de hand van God hen nog een keer op de goede weg. Want Mattheus vertelt dat ze een droom krijgen. Een droom waarin ze gewaarschuwd worden voor Herodes. Ze reizen niet terug over Jeruzalem. Ze geven Herodes niet waar hij om gevraagd heeft: de informatie die machthebbers gebruiken om het spel van de macht te blijven spelen. Herodes geeft het niet op, natuurlijk. Maar Mattheus maakt duidelijk dat hij niet krijgt wat hij wil. Niet iedereen buigt voor hem. Niet iedereen buigt voor machthebbers. Er zijn ook mensen die voor een kind buigen dat de belofte van de toekomst in zich draagt. Niet alles gebeurt volgens de wil van Herodes. Of welke naam machthebbers ook door de eeuwen dragen. Vult u zelf maar een naam in. Maar God gaat zijn eigen gang door de geschiedenis en laat het spoor van liefde dat hij door de geschiedenis trekt niet onderbreken.
De boodschap van Gods liefde heeft een langere adem dan het dictaat van de macht. Al moeten we soms geduld oefenen om het licht van die belofte te zien. Want het spoor van de liefde is een kwetsbare weg. Dat hoor je ook in dit gedeelte van het evangelie. De wijzen vragen immers aan het begin van het verhaal waar de pasgeboren Koning van de Joden te vinden is? Dat is een veelzeggende aanduiding, de Koning van de Joden. Want die komt pas veel later in dit evangelie terug. In hoofdstuk 27. In het hoofdstuk waarin wordt verteld dat Jezus wordt ondervraagd door Pilatus. ‘Ben jij de koning van de Joden?’, vraagt Pilatus. Daarna wordt Jezus bespot door de Romeinse soldaten. Koning van de Joden, noemen ze hem. En op het kruis wordt een bord gespijkerd waarop staat: Jezus van Nazareth, koning van de Joden.
Dat klinkt allemaal al mee in dit tweede hoofdstuk van het evangelie naar Mattheus, wanneer we horen over de pasgeboren Koning van de Joden. Maar ook daarin schijnt een licht voor alle volken. Omdat in het leven van Jezus de liefde wordt geopenbaard die sterker is dan al het andere, sterker dan de dood. Het licht van de opstanding schijnt al door in het verhaal over de ster van Bethlehem. Het is dat licht waardoor God ons leven wil leiden. Een licht om geduldig en met volharding naar uit te kijken. Dat is de moeite waard, want het wijst ons door de tijd heen de weg naar onze bestemming. Ik hoop dat wij ons niet van dat spoor af laten brengen en dat het licht van God ons brengt op de plaats waar de ander in liefde ontmoeten. De ander in wie Jezus zich laat herkennen. De ander die de levende gestalte van Gods liefde is. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.