Royaal- 13 januari 2019- Ds. Eibert Kok

Royaal

Zondagmorgen 13 januari 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Lucas 3: 15-16 en 21-22

preek 13 jan 1

Vandaag de doop van drie kinderen. Dat is toch mooi om mee te maken!
Maar waarom laat je je kind eigenlijk dopen?
Nou, vraag het aan de ouders zelf.
Bij de voorbereidingsavond heb ik die vraag ook gesteld, en er kwamen hele mooie dingen voorbij.
Een van de dingen die genoemd werden was: dankbaarheid.
Als ouder wil je op deze manier laten zien dat je dankbaar bent dat dit leven jou geschonken is.
Dat is misschien wel het geheim van leven: dat het gegeven is. In de kerk zeggen we dan: gegeven door God, die de bron is van alle leven.
Dankbaarheid.
Maar er is meer. Met de doop breng je je kind binnen in een gemeenschap die veel groter is, waar je zelf bij hoort, en daar mag ook je kind bij horen.
Het is ook dat je kind iets meekrijgt. Er wordt een zegen uitgesproken. Je weet dat de liefde van God er is. God houdt van alle kinderen, gedoopt of niet. Maar door de doop krijg je dat nog weer een keertje mee.
Dat betekent ook dat je je kind iets mee wilt geven, niet alleen vandaag, maar ook in de tijd die komt, als ze opgroeien: je wilt ze iets van de liefde van God meegeven, iets van die positieve kracht, je wilt ze de verhalen meegeven die jou en ook hen iets vertellen over waarden en normen. Hoe sta je in het leven? Hoe ga je met elkaar om?
Iets van wat je zelf meegekregen hebt en ervaren hebt in die omgeving van kerk en geloof wil je ook aan je kinderen meegeven. Wat ze er later mee zullen doen, is aan hen, maar dat geldt voor bijna alles wat je ze meegeeft in de opvoeding.
Zo kwamen allerlei gedachten voorbij waarom je je kind zou laten dopen.
Nu komt dat vandaag samen met het verhaal van de doop van Jezus.
In de Bijbelverhalen over Jezus wordt het zo verteld dat Jezus eerst als timmermanszoon in de anonimiteit in Nazareth geleefd heeft en dat hij toen hij een jaar of 30 was in de openbaarheid is getreden en is gaan rondtrekken als leermeester met twaalf vaste leerlingen om zich heen.
Op die overgang van anonimiteit en optreden in de openbaarheid laat hij zich dopen door Johannes in het water van de rivier de Jordaan.
Hij is dus niet als kind gedoopt, maar als volwassene. Dat zal een doop geweest zijn waarbij hij kopje onder ging in het water.
Johannes was als langer daar actief als een soort charismatisch prediker. Hij riep de mensen op om hun leven te beteren.
Laat dat achter je wat niet goed is in je leven, en begin vandaag met een nieuw leven.
De doop was daarbij het ritueel, een symbool van reiniging; met een schone lei opnieuw beginnen.
Bij Jezus is het altijd de vraag geweest: waarom wilde hij zich laten dopen? Hij had die reiniging toch helemaal niet nodig. Hij deed juist het goede.
Maar het mooie ervan dat Jezus zich laat dopen vind ik toch wel dat hij één wordt met de mensen om zich heen. Solidariteit. Hij wil er niet bóven staan, maar er naast. Het lot van alle mensen is zijn lot. Identificatie.
En doop is niet alleen reiniging, het is ook dat je een nieuwe kracht meekrijgt. Dat zien we heel duidelijk in het verhaal van Jezus’ doop. Hij krijgt iets bijzonders mee. Daar kom ik zo op.
Eerst iets anders. Het verhaal van de doop van Jezus wordt altijd gelezen op deze zondag in januari.
Op de zondag ervoor klinkt altijd het verhaal van de wijzen uit het oosten. Dat was dus vorige week.
En de zondag ná de zondag van de doop van Jezus staat standaard het verhaal van de bruiloft in Kana op het programma. Die drie zondagen horen bij elkaar.
Wat mij opvalt aan die zondagen is de enorme royaliteit die er in doorklinkt.
Een duidelijk motief in het verhaal van Matteüs over de wijzen uit het oosten is dat Jezus gekomen is voor álle volken, voor heel de wereld.
Het zijn vreemdelingen, buitenlanders, die wijzen uit het oosten, die naar Jezus komen. Zij vertegenwoordigen in het verhaal heel de wereld, alle mensen.
Aan het einde van het bijbelboek Matteüs komt datzelfde motief weer terug. We hebben het als inleiding op de doop al gehoord: Maak alle volken tot mijn leerlingen. God is een God die alle mensen op het oog heeft, een God die alle mensen liefheeft.
Dat was toen een revolutionaire boodschap.
Want iedereen dacht dat zijn God de God was van Israël alleen, of van Egypte alleen, of van de Romeinen alleen.
God is van mij en niet van jou. Afgrenzing.
Nee, zegt het bijbelverhaal: die God die goed is voor jou is er voor alle mensen.
Dat was toen revolutionair en dat is eigenlijk nog steeds,
want heel veel mensen denken afgrenzend, gelovig of niet.
Dit is voor ons en niet voor hen.
Dit is Europa en niet Afrika. Fort Europa doet z’n best z’n grens te bewaren en in Amerika wil Trump miljarden voor een muur. Afgrenzing.
Royaal, jazeker wel, maar voor een beperkte groep.
preek 13jan 2
Toen ik op zoek was naar een plaatje kwam ik deze tegen.
De Dacia Série Limitée Royaal. Het is een royale auto: lichtmetalen velgen, parkeersensoren, digitale radio.
Maar deze uitvoering is gelimiteerd. Er is maar een beperkt aantal van deze auto’s te koop. Dus maar een beperkte groep mensen kan van deze royaliteit profiteren.
Dat is het nu precies: mensen willen best royaal zijn, maar de groep voor wie dat kan, is begrensd. Royaal, en tegelijk een afgrenzing. Niet voor iedereen.
Dat vind ik wel het mooie aan de verhalen van deze drie zondagen, het gaat over een royaliteit die grenzen doorbreekt, het is voor álle mensen.
Het derde verhaal, van volgende week, is van de bruiloft in Kana, waar enorme vaten water staan, die worden veranderd in wijn.
preek 13jan 3
Een prachtig verhaal met veel symboliek. Er is zoveel overvloed, er is genoeg voor iedereen om mee te doen aan dat feest.
Die verhalen proberen mij verder te doen kijken dan mijn eigen grenzen. Dat heb ik soms nodig. Ieder mens is een uniek schepsel, geliefd door God.
Álle mensen zijn belangrijk. Royaliteit, ongelimiteerd. De liefde en de aandacht van God is er voor ieder mens. Dat is de bron waaruit alle mensen mogen leven. Ieder mens mogen wij zien in dat licht, zien als kind van God.
Dan zitten wij bij vandaag, het verhaal van de doop, jij bent mijn geliefde kind.
Dat was toen en dat is misschien nog wel steeds revolutionair.
Even een zijstraat. Iedereen heeft vast wel iets gelezen of gehoord van de Nashvilleverklaring die, ondertekend door een grote groep zeer behoudende dominees en ook anderen, een week geleden naar buiten kwam.
Ik schrok daarvan. Natuurlijk weet ik ook wel dat die opvatting binnen de kerken bestaat,
dat homoseksualiteit en geslachtsverandering volgens de Bijbel niet zouden mogen,
maar volgens deze verklaring is dat ook de enige uitleg die mogelijk is.
Ik ben het daar absoluut mee oneens, volgens mij geeft de Bijbel mij alle ruimte en ook de richting om daar juist positief mee om te gaan.
Wat mij diep raakt in die verklaring is de strakke grens die wordt getrokken: wanneer hoor je nu wel en wanneer hoor je nu niet bij God? Deze zware jongens lijken dat precies te weten. En wie er anders over denkt krijgt een trap na. Mensen worden afgewezen.
Terwijl ik denk, dat is mijn geloofsovertuiging, dat ieder mens welkom is bij God, zonder voorwaarden vooraf.
Daarom hebben we vanmorgen ook als Ontmoetingskerk de regenboogvlag opgehangen.
Jaarlijks in oktober hangen we die vlag op op coming-out dag, maar dus ook vandaag, om te laten zien dat ieder mens welkom is, hoe die ook is.
Ik vind het mooi dat bij de doop, zoals vanmorgen, niet eerst aan de ouders gevraagd wordt of ze hun kind willen laten dopen. Natuurlijk willen ze dat, anders hadden ze hun kind niet aangemeld voor de doop.
Maar openlijk antwoord op de doopvragen geven ze pas ná de doop.
Om daarmee aan te geven: Gods liefde geldt onvoorwaardelijk voor ieder mens.
Terug naar het Bijbelverhaal. Wat betekent nu die doop van Jezus? En wat betekent in het verlengde daarvan mijn eigen doop, en de doop van de drie kinderen vanmorgen?
Ik geloof dat Jezus zich niet voor niets identificeert met de mensen om hem heen.
Dat doet hij zodat de mensen om hem heen, zodat ik, zodat wij ons ook mogen identificeren met hem.
preek 13jan 4
Dan kom ik op dit punt: Wie ben ik? Wat is mijn identiteit? Waardoor wordt mijn identiteit bepaald? Waardoor wíl ik die laten bepalen?
Onze identiteit, wie we zijn, wordt altijd mede bepaald door de mensen met wie we verbonden zijn.
Je ouders bepalen mede wie je bent, of je dat nu fijn vindt of niet. Je levenspartner, je kinderen, de mensen op je weg met wie je nauw verbonden bent.
Omstandigheden bepalen mede wie je bent. Of je nu geboren bent in een welvarend gezin, in Nederland of in een arme omgeving, in Afrika. Of je opgroeit in een harmonieuze setting of in een omgeving met veel botsingen en brokken.
Als ik er dan aan terugdenk dat ik ooit gedoopt bent, dan betekent dat voor mij dat mijn identiteit, wie ik ben, mede bepaald wordt door Jezus, dat ik wie ik ben mede wil láten bepalen door Jezus. Met hem ben ik verbonden, en door hem met God, de bron van alles.
Dat is gave, én opgave. Het is ook een opdracht.
Wat ik van hem meekrijg is ook bedoeld om wáár te maken, handen en voeten te geven in het leven van elke dag.
De vraag is dan telkens weer: Wil ik mijn identiteit, wie ik ben, láten bepalen door hem, door zijn leven, door zijn liefde?
Wat gebeurt er als Jezus gedoopt wordt?
En als wij onze identiteit mede willen laten bepalen door hem, mag het ook voor ons gelden, en ook voor de kinderen die vanmorgen gedoopt zijn:
De hemel gaat open, de hemel als de plek van God.
Die verbinding mag er zijn.
De heilige Geest, Gods kracht, daalt in de vorm van een duif op hem neer.
Zo hopen we dat Gods kracht ons helpt vorm te geven aan ons leven.
Er klinkt een stem uit de hemel: jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.
Jij bent mijn geliefde kind.
Zo kijkt God naar deze mens, en naar alle mensen.
Met die doop kan Jezus zijn openbare optreden beginnen.
Met die kracht mogen wij beginnen, en verder gaan.