Protestanse Gemeente Naaldwijk

De rug recht houden-27jan-EBK

Zondagmorgen 27 januari 2019,

Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Ester 3
 preek-20190127-1.png

Toen ik afgelopen vrijdag op zoek was naar afbeeldingen voor vanmorgen en ik uit het achterraam keek zag ik aan de overkant van de vaart allerlei vogels bij elkaar: eenden, meeuwen, ganzen, witte, zwarte, gemengde, gekleurde, vogels van diverse pluimage – ik weet niet of er op dat moment voor hen iets te halen viel – maar het leek erop dat ze elkaar de ruimte om er te zijn niet gunden.preek-20190127-2.png
 
De ene pikte om zich heen om de ander weg te jagen, totdat die ene zelf weer weggejaagd werd door weer een andere. De een probeerde nog te blijven staan, weerstand te bieden, een andere maakte direct pas op de plaats en droop af.
Ik zag dat daar gebeuren en ik vroeg me af: Waarom gunnen ze elkaar niet de ruimte om te leven?
Dat is de natuur. Ja, dat is de natuur, maar is daarmee alles gezegd?
In de natuur is het de survival of the fittest, de sterkste wint het, de zwakke delft het onderspit.
Soms lijkt het in de mensenwereld ook zo te gaan.
Wie sterk is, wie macht heeft, kan ruimte voor zich opeisen, de ander moet door z’n knieën.
Wie sterk is kan de ander voor zich laten kruipen.
Ja, dat is de natuur, maar daarmee is niet alles gezegd.
Er is ook een ander verhaal, een tegenstem, het verhaal van de Bijbel waarin alles wordt omgekeerd.
Juist wie zwak is en weggeduwd wordt, krijgt de ruimte.

Afgelopen maandag, 21 januari, was het Martin Luther Kingdag, dat is een Amerikaanse feestdag ter gedachtenis aan dominee Martin Luther King die in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw bekend werd als voorvechter van gelijke rechten voor zwarte mensen.
Het was bijvoorbeeld bij wet vastgelegd dat in de bus zwarte mensen moesten opstaan om witte mensen een zitplaats te geven.
In 1963 hield Martin Luther King zijn beroemde toespraak ‘I have a dream’, waarin hij een wereld voor zich ziet waarin zwarte en witte mensen samen aan één tafel zitten.
Hij boog niet voor het onrecht dat zwarte mensen werd aangedaan. Hij ging niet door de knieën, maar hield zijn rug recht. Met geweldloos verzet streed hij die strijd en inspireerde hij anderen om daarin mee te gaan.
In 1968 werd hij vermoord.
Zal het recht van de sterkste dan toch zegevieren?
Ik zie allerlei parallellen met het verhaal van vanmorgen, met Mordechai, die ene joodse man die niet door de knieën ging voor Haman, voor die wet dat hij moest buigen, voor die wet die mensen kleineerde en voor die grootmacht liet kruipen.
Mordechai kende een andere wet, die mensen juist de ruimte geeft om voluit te leven, een wet die mensen niet laat kruipen, maar hen doet opstaan en hen op hun benen doet staan.
 preek-20190127-3.png
Afgelopen maandag was het Marin Luther Kingdag en, heel bijzonder, op die dag gingen in de Bethelkapel in Den Haag twee dominees voor die overgevlogen waren uit Amerika.
U weet het misschien wel: In de Bethelkapel in Den Haag is vanaf eind oktober een kerkdienst gaande om daarmee kerkasiel te bieden aan een Armeense familie die al negen jaar in Nederland is, en die van de staat Nederland moet verlaten.
Twee keer heeft een rechter uitgesproken dat ze mogen blijven, beide keren ging de Nederlandse staat daartegen in beroep.
En ook een beroep op het kinderpardon, een regeling die zegt dat je kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, eigenlijk niet meer terug kunt sturen, ook een beroep op het kinderpardon mocht niet baten.
Er is het zogenaamde meewerkcriterium, en als je als ouders ook maar een keer een afspraak niet nagekomen bent, kan dat al reden genoeg zijn om het gezin met kinderen terug te sturen. Want regels zijn regels. Ja toch? Anders is het einde zoek.
Die kerkdienst daar in Den Haag maakt ook gebruik van een regel: zolang een kerkdienst gaande is, mag de overheid niet binnenvallen.
Nu waren daar afgelopen maandag twee voorgangers, van een gemeente in Amerika die ook asiel verleent.
Een kerkganger in Ohio was diep geraakt toen hij hoorde over het kerkasiel in Den Haag voor de familie Tamrazyan. Hij doneerde al zijn 'frequent flyer miles' om tickets te regelen voor de twee voorgangers,
zodat ze mee konden doen in dat kleine protest tegen de onbarmhartige en onrechtvaardige manier waarop met het kinderpardon wordt omgegaan.preek-20190127-4.png
 
Hoe dat gaat aflopen is nog spannend, ook nog nu een week geleden het CDA van standpunt veranderd is.
 “Ik voer beleid uit zoals het is” zegt de staatssecretaris, ik ga niet stoppen met uitzetten,
want regels zijn regels, afspraak is afspraak. Alsof het gaat om een wet van Meden en Perzen die niet veranderd kan worden. Zo kun je je verschuilen achter een afspraak en hoef je de onbarmhartige werkelijkheid niet onder ogen te zien. Als het dossier maar op orde is.
Mordechai is vandaag de man die ons laat zien dat hij niet buigt voor een wet die niet deugt.

Laten we naar het verhaal gaan kijken. De Amerikaans joodse kunstenaar Richard McBee heeft een prachtige serie schilderijen gemaakt over het verhaal van Ester.preek-20190127-5.jpg
 
Hier zien we er een van. Vier personen knielen voor Haman, drie liggen plat op de grond, één op z’n knieën. Maar er is er één die niet knielt.
Het is wonderlijk, maar zo gaat het vaker in het leven van mensen: In het vorige hoofdstuk wordt verteld dat Mordechai ergens opvangt dat een paar mannen een aanslag willen plegen op koning Ahasveros. Mordechai geeft dat door en zo wordt een aanslag voorkomen. Dus je zou mogen verwachten dat Mordechai grote eer daarvoor zou ontvangen. Maar nee, tegen alle verwachtingen in krijgt niet Mordechai alle eer maar een zeker Haman. Als uit het niets komt hij het verhaal binnen.
Wie is die Haman? Hij is een nakomeling van Agag. Daarmee komt een hele wereld binnen.
Hij is genoemd naar de koning van de Amelekieten, een volk dat vaker in de Bijbel voorkomt: de rover die het kwetsbare volk in de rug aanvalt. Haman is de personificatie van het kwaad.
Nakomeling van Agag. Een naam vergelijkbaar met die van iemand als Hitler.
Als die naam valt, lopen de rillingen over je rug.
Met die naam Haman komt de grote vernieler binnen.
Verongelijktheid, boosheid en haat worden uitgeleefd op iemand of op een groep mensen die als zondebok worden uitgekozen. Zíj hebben het gedaan, zij moeten oprotten.
Als Haman op het paard wordt getild, wordt iets kapotgemaakt waar soms jaren voor gestreden is.
Maar het gebeurt, en de staat schrijft voor dat ieder zich daarin moet voegen: door de knieën voor Haman, breng hem de Hitlergroet. En de mensen buigen als een knipmes, de angst regeert.
Behalve één man: Mordechai.
Net als koningin Wasti in hoofdstuk 1 verzet hij zich tegen deze onderwerping en houdt hij zijn rug recht.
Maar de koning heeft natuurlijk zijn functionarissen, zijn mannetjes, de regelneven en letterknechten en zij spreken Mordechai erop aan. Mordechai antwoordt niet. Hij gaat door met zijn geweldloos verzet.
Haman heeft het zelf niet in de gaten.
Dat krijg je als je als hooggeplaatst persoon daar ergens hoog boven zweeft en eigenlijk geen idee hebt wat daar beneden bij het gepeupel afspeelt, als je vooral met jezelf bezig bent en je eigen machts – positie, als iemand die met het hoofd in de lucht alles en iedereen voorbijloopt.
Dan lichten de functionarissen van de staat Haman in.
De vraag is: kan Mordechai standhouden?
Haman weet er wel raad mee. Hij besluit Mordechai uit de weg te ruimen.
Maar als hij hoort van welk volk Mordechai is, is dat hem niet genoeg, hij wil meer: heel dat volk van Mordechai ombrengen.
Hamas, alle joden aan het gas. Het klinkt nog steeds.
Het mechanisme is van alle tijden. De daad van die ene geradicaliseerde jongen is aanleiding tot afkeer van, verzet en haat tegen een hele groep, een heel volk, een hele godsdienst. Het mechanisme van de zondebok.
Zo werkt dat met ongenoegen en haat. Dat het niet goed gaat, komt door ‘hullie’. Weg ermee!
 preek-20190127-6.jpg
En Haman, voordat hij naar de koning gaat om zijn plan te ontvouwen, laat hij het lot werpen. Het lot moet bepalen wanneer toe te slaan. Die en die dag zal het zijn.
Het krijgt zo de schijn van: ik kan er ook niets aan doen, toevallig viel het lot op die en die dag. Kwaadaardige willekeur, maar in feite strak geregeld.
Zo bereidt Haman het plan voor om al die al vreemdelingen het land uit te krijgen.
Hij gaat met zijn plan naar koning Ahasveros.
En Haman stookt de zaak op. Die mensen wonen als rotte appels in ons rijk. Hun wetten verschillen van die van ons. En ze houden zich niet aan onze wetten. Dat is gevaarlijk. Daarmee ondermijnen ze onze rechtsorde.
En Haman wil er ook nog wel een smak geld tegenaan gooien, hij wil het wel financieren en een astronomisch bedrag storten bij de ambtenaren van de koninklijke schatkist.
Mensen worden tegen elkaar opgezet, een bepaalde groep mensen wordt in een kwaad daglicht gezet.
De beschuldiging dat ze zich niet houden aan de wetten en gebruiken van het land doet het altijd, ook al mist die alle grond. Haatzaaiende oneliners hebben succes.
De koning lijkt het allemaal weinig te interesseren. De koning heeft niet in de gaten dat hij hiermee het leven van koningin Ester op het spel zet.
Hij geeft zijn zegelring aan Haman en daarmee een vrijbrief om te doen wat die wil. Dat klinkt onheilspellend, als rechten van mensen niet meer tellen, en elke begrenzing van het kwaad wegvalt, als mensen de ruimte krijgen om regels te maken die anderen de ruimte om te leven ontnemen.
Haman, de verpersoonlijking van het kwaad, neemt zijn ruimte, snel en efficiënt.
Vanaf vers 12 komen de staatsadministratie en de bijbehorende communicatiestrategie aan de orde.
Het hele ambtenarenapparaat is er druk mee om deze actie precies en efficiënt overal bekend te maken, zodat de slagkracht op die ene vastgestelde dag meteen raak zal zijn. Einde probleem.
Op de dertiende dag van de twaalfde maand moeten alle joden gedood worden, en alles wat van hen is mag ingepikt worden.
De 13e van de 12e, die dag, die datum zal vanaf nu als het zwaard van Damocles boven hun hoofd hangen. De dag dat je er niet meer mag zijn.
Dan is het gebeurd met jou. Geen plaats meer. Weg ermee. Terug naar je eige land.
De brieven worden verstuurd, de administratie is op orde, de procedure klopt, volkomen legaal.
Dan eindigt het hoofdstuk met dit zinnetje: “En terwijl de koning en Haman rustig zaten te drinken, raakte de stad Susa in rep en roer.” Burgers, ga rustig slapen, alles is onder controle.

Eigenlijk zouden we verder moeten lezen in het boek Ester. Dat doen we volgende week.
Dan blijkt dat alles wordt omgekeerd.
Zit er dan helemaal geen licht in het hoofdstuk van vandaag?
Misschien toch, in een klein detail.
De doodsbrieven worden rondgestuurd als het Pascha nabij is. De dag dat de uittocht uit Egypte wordt herdacht, dat het uit de benauwdheid van Egypte opstond om de weg van de bevrijding te gaan.
De dag dat de brief met de onheilstijding op de mat valt, wordt Gods bevrijding gevierd.

Wanneer ga je door de knieën en wanneer houd je je rug recht, soms tegen de stroom in?
Dat is de vraag die vanuit dit verhaal naar onszelf toekomt.
Welke keuzes maken wij, thuis, op ons werk, op school, bij familie en vrienden?
Nog één keer Martin Luther King, die zijn rug recht hield en niet door de knieën ging voor regels en gebruiken die onrechtvaardig zijn: “The time is always right to do what is right.”