Wie is de mol - 17 februari 2019 - ds. Eibert Kok

Wie is de mol?

Zondagmorgen 17 februari 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Ester 7:1 – 8:2

preek 17 feb 1
Veel mensen kennen denk ik wel het tv-programma ‘Wie is de mol?’. Gisteravond was er weer een nieuwe aflevering. De finale komt nu dichtbij.
Voor wie het niet kent, ‘Wie is de mol?’ is een spel in wekelijkse afleveringen. Elke week valt er één kandidaat af. De opnames worden gemaakt in een ver land. Dit keer in Colombia. De deelnemers moeten allerlei opdrachten uitvoeren om geld voor de pot te verdienen. Daarbij moeten ze samenwerken, maar één van de deelnemers is de mol. Die probeert de zaak te saboteren, oftewel te mollen. Maar dat probeert hij of zij zo te doen dat anderen dat niet in de gaten hebben.
Dat is lastig. Je moet samenwerken, maar niet iedereen is te vertrouwen. Er is iemand die er net zo uitziet als alle anderen, die gewoon het spel mee lijkt te spelen, maar die een masker opzet en maar één doel heeft: de zaak mollen.
Het valt niet mee de aanwijzingen op te merken die wijzen in de richting van de mol. Die zijn ook niet altijd eenduidig.
De heel normale, vertrouwenwekkende buitenkant van de ander kan je zomaar misleiden. Wie is de mol? Wijs ’m maar eens aan.

Nu is dat een spel. Maar ook in de werkelijkheid zijn er (meer dan) genoeg mensen die iets van een mol in zich hebben. Een heel normaal voorkomen, mooie woorden, vlotte babbel, een glimlach die bevriest.
Maar is het niet een façade, een masker dat iets verbergt? Gaat er soms niet iets van een mol achter schuil, iets dat de boel kapot wil maken, omdat die daar belang bij heeft of plezier in heeft? Net doen alsof het allemaal heel normaal is en ondertussen over anderen heen walsen.

preek 17feb 2
Afgelopen vrijdag las ik deze over een man die een paar jaar geleden vrijkwam na een gevangenisstraf uitgezeten te hebben en in talkshows verscheen en een column ging schrijven, een heel gewoon mens zoals iedereen, zo leek het. Maar justitie probeert nu het bewijs rond te krijgen dat hij de opdrachtgever was van een heel aantal moorden.
Het is nog even de vraag of dat gaat lukken. Zijn er aanwijzingen genoeg om hem te ontmaskeren als de mol?

Wanneer is iemand een wolf in schaapskleren? Wanneer heeft iemand iets boosaardigs in zich? Dat valt soms nog niet mee om vast te stellen.
Neem deze.
preek 13jan 3
Een man die vaak niet eens probeert om zich fatsoenlijk te gedragen. Met één grote doelstelling, zo lijkt het, niet verborgen maar openlijk: een muur bouwen om vreemdelingen tegen te houden. Alles lijkt voor dat ene doel te moeten wijken.
Zal dat het land goed doen, of maakt het meer kapot?
De meningen zijn verdeeld.
Wie is de mol?

In het Bijbelverhaal van Ester is er ook een mol die ontmaskerd moet worden.
En een koning die niets in de gaten heeft van het boosaardige plan van zijn hoogste ambtenaar.
Of beter gezegd, hij weet er wel van, hij heeft er zelf zijn toestemming voor gegeven, maar hij sluit zijn ogen ervoor, hij ziet het niet of wil het niet zien als een boosaardig plan, en hij heeft ook niet in de gaten dat daarmee zijn vrouw gevaar loopt.
Alle joden de dood in, weg met dat volk. Dat is het plan.
Dat is een geluid dat ook vandaag de dag nog steeds wordt gehoord. Het is ongelofelijk hoe bijv. in de Arabische wereld joden zwart worden gemaakt, hoe Jodenhaat daar wordt gevoed, hoe daar het algemene gevoel lijkt te zijn: weg met dat volk!
En ook ongelofelijk hoe antisemitisme ook in Europa steeds meer de kop opsteekt.
Het Bijbelverhaal van vandaag laat zien dat het kwaad ontmaskerd moet worden, dat er niet gezwegen mag worden, dat het beestje bij de naam genoemd moet worden, dat er gesproken moet worden. Het hoge woord moet er uit. Stop!
Vandaag volgt in het Bijbelverhaal de ontmaskering.
Opnieuw een feestmaal waar veel gedronken wordt. Het boek Ester staat er vol mee: feesten en drinken.
Het is het tweede banket dat koningin Ester organiseert waar koning Ahasveros en zijn hoogste ambtenaar Haman te gast zijn.
preek 17feb 7
Hier het schilderij dat de Amerikaans joodse kunstenaar Richard McBee bij dit hoofdstuk maakte. Ester die de beker reikt aan… ja, aan wie? Aan Ahasveros? Aan Haman?
Wat ik intrigerend vind aan dit schilderij is dat Ester zelf een masker voor haar hoofd houdt.
Dit hoofdstuk uit het boek Ester zou je de ontmaskering kunnen noemen. En dan denken we allemaal aan Haman die ontmaskerd wordt als de mol, als de boosaardige kracht die alles kapot wil maken. Maar dit schilderij doet mij ineens beseffen dat ook Ester ontmaskerd moet worden. Zij moet aan de koning niet alleen duidelijk maken wie Haman nu eigenlijk is, maar ook wie zij zelf nu eigenlijk is, zij moet zich blootgeven als iemand die onlosmakelijk verbonden is met dat ene volk. Durft zij zich te laten kennen?
Dat is niet zonder risico, dat weet ze heel goed.
Ze moet uit haar comfortzone vandaan komen.
Het hoge woord moet er nu echt uit.
Ik vind dat wel heel herkenbaar. Zo’n situatie dat je ziet dat iets niet goed gaat, dat aan iemand onrecht wordt aangedaan, dat er iemand is, een leidinggevende, een collega, een familielid, die de zaak molt, beduvelt, die iets of iemand kapot maakt. En wat doe jij?
Kijk je weg? Want je weet: als ik er iets van zeg, loop ik zelf het risico het doelwit te worden van die boosaardige kracht die ik daar aan het werk zie.
Verzet begint met een vraag, met iemand die z’n rug recht en z’n mond opentrekt: Waar ben je nou mee bezig? Dit kan niet!
Ester speelt hier een sleutelrol door risico te nemen. Ze verschuilt zich niet langer. Haar masker gaat af.
Ester moet het nu zeggen. Het kwaad moet worden benoemd.
‘Ester, wat is je vraag, wat is je verzoek? Al is het ook de helft van mijn koninkrijk.’
Nee, daarom vraagt ze niet.
Ze vraagt om ‘mijn leven’ en in het verlengde daarvan om dat van mijn volk.
Dat kun je slim noemen. Het hemd is nader dan de rok.
Ahasveros zal eerder geneigd zijn Ester een gunst te verlenen dan dat volk dat hij eigenlijk niet kent.
Zo gaat dat wel vaker met koningen, regeringsleiders, en andere leiders. Ze hebben nauwelijks interesse voor de mensen aan wie ze leiding hebben te geven.
Maar het is meer dan slim: Ester voelt zich onlosmakelijk met dat volk, met die mensen verbonden, ze is één van hen en wil ook één van hen zijn. Hun lot is haar lot.
‘We zijn verkocht’ – we (!) daarin klinkt ook die solidariteit met haar volk –, ‘ik en mijn volk, om gedood te worden, volledig uitgeroeid.’
‘Wie is die man, waar is die man, die zoiets van plan is?’
De koning lijkt van niets te weten.
Heel het rijk siddert voor Haman. Angst gaat door de straten.
Maar de koning weet van niets. Wir haben es nicht gewusst.
Nou, dat is nog maar de vraag, Ahasveros, als jij je ogen niet in je zak had gehad, je niet had verschuild achter ‘niet willen weten’, als jij niet met oogkleppen op had geleefd, als jij durft, echt durft te kijken wat de gevolgen van jouw beslissingen zijn voor andere mensen, dan had jij heel goed geweten wie hier de mol is, en ook dat jij zelf daar mede verantwoordelijk voor bent. Doe dat masker eens af en kijk! Kijk niet weg. Kijk hoe het zit, durf verder te kijken dan je neus lang is.
Als we dan naar onszelf kijken: willen we dingen wel weten?
Willen we wel weten hoe onbarmhartigheid soms met mensen wordt omgegaan, ook in ons eigen land?
Willen we wel weten hoe groot onze ecologische voetafdruk is?
Willen we wel weten hoeveel we verspillen, energie, spullen, eten,
waar ons eten vandaan komt, onze gehaktbal, hoe goed of slecht die dieren behandeld zijn?
Willen we wel weten waar onze kleren vandaan komen, of daarvoor misschien kinderen als slaaf gewerkt hebben onder slechte omstandigheden?
Willen we wel weten?
Of blijven we liever comfortabel ons leventje leven en zijn we ons van geen kwaad bewust?
preek 17feb 5
Of verschuilen we ons, zoals sommige multinationals doen, achter een mooie façade, we proberen een mooi (groen) imago te creëren, maar geven niet thuis als gevraagd wordt naar de verantwoordelijkheid voor een milieuramp in Nigeria.

De wereld staat in brand, maar koning Ahasveros weet van niets.
Wie is die man? Waar is die man? Wie is de mol? vraagt hij.
Dan volgt de ontmaskering van Haman. Het kwaad wordt ontmaskerd. Haman is de personificatie van het kwaad.
Nakomeling van Agag. Als die naam valt, lopen de rillingen over je rug.
Met die naam Haman komt de grote vernieler binnen.
Verongelijktheid, boosheid en haat worden uitgeleefd op iemand of op een groep mensen die als zondebok worden uitgekozen. Zíj hebben het gedaan, zíj moeten oprotten.
Haman wordt hier aangewezen. “Die meedogenloze vijand, dat is die ellendeling daar, Haman!” Ontmaskerd.
En met hem wordt het kwalijke politieke systeem van Ahasveros ontmaskerd.
Haman krimpt ineen. Hij is in een vrije val terechtgekomen, hij weet het, het is gedaan met hem.
Nogmaals: Haman is hier de personificatie van het kwaad.
Het kwaad heeft niet het laatste woord. De rollen worden omgekeerd. Dat is het verhaal dat de Bijbel veelvuldig vertelt.
preek 17feb 6
Hier een plaatje uit een oude Utrechtse historiebijbel van zo’n 600 jaar geleden.
De paal had Haman klaargezet voor Mordechai.
Een hoveling van de koning is er nu als de kippen bij om dat te zeggen. Nu durft hij wel.
We zien het door de geschiedenis heen: de geheime dienst die eerst het systeem bewaakten, staan zomaar in één klap aan de kant van hen die dat systeem omver hebben geworpen.
Daar hangt Haman. Aan de paal die voor Mordechai bestemd was.
Een hele wonderlijke ruil. Niet de dood heeft het laatste woord.
Ik moet als vanzelf aan Pasen denken.
Houd dat vertrouwen, dat het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben!

Ontmaskerend.

Ik moet denken aan een gezang dat in ons oude liedboek stond (485), waarin het gaat over het kwaad, over de macht van het kwaad die gebroken wordt,
en ik hoor daarin ook een opdracht:
“…ontmaskerend de machten
waarin hij zich vermomt,
ter wille van wie smachten
of niet de vrijheid komt.
Laat al wie zijn gebonden,
vervolgd, verdrukt, geschonden
bij ons zich veilig weten.
Maak ons aan U gelijk,
Christus naar wie wij heten, -
voorboden van uw rijk.