Begrenzing van de macht-24feb-CWvdM

Overdenking op 24 februari 2019 – Ontmoetingskerk
Lezing: Ester 8: 3-8. 10-13; 9: 20-23
Thema: Begrenzing van de macht

Gemeente van Jezus Christus,

De verleiding is groot om het verhaal over Ester samen te vatten in het fraaie Nederlandse gezegde ‘Boontje komt om z’n loontje’. Haman laat een galg neerzetten voor Mordechai, en hij komt er zelf aan te hangen. Alle mensen die het Joodse volk willen uitroeien komen zelf om. Zo. Er zijn even een paar dingen in de geschiedenis rechtgezet en we slaan tevreden het boek dicht. Eind goed al goed. Maar wie de bijbel op die manier leest gaat voorbij aan datgene waar de verhalen in de bijbel nu precies op gericht zijn. De bijbel gaat niet over het Land van Ooit. Al die verhalen, ook het verhaal over Ester, zijn bedoeld om ons te helpen ons leven te verstaan. Het gaat in die verhalen om mensen vandaag. Het gaat om ons. Hier. Nu. Deze wereld. In welk licht zien wij ons bestaan? En is dat anders dan het licht dat het verhaal over Ester op ons bestaan werpt?
In dat licht zien we in ieder geval dat de strijd om het voortbestaan voor het Joodse volk nooit opgehouden is. Er zijn heel wat hoofdstukken in de geschiedenis van het Joodse volk die met zwarte inkt geschreven zijn. En de eerlijkheid gebiedt om hardop te zeggen dat die zwarte inkt niet zelden een product was dat afkomstig was van christenen. Er is in de loop van de eeuwen nogal eens een oproep gedaan vanaf christelijke kansels om het Joodse volk te vervolgen. Keer op keer werd na de zoveelste pestepidemie beschuldigend naar de Joden gewezen: zij zouden de bronnen en de waterputten vergiftigd hebben. De vervolging die op zulke loze beschuldigingen volgde was meestal gruwelijk.
Een ander voorbeeld. Onze christelijke voorouders hebben bepaald dat Joden geen lid van een gilde mochten zijn. Dat wil zeggen dat ieder ambacht voor hen was afgesloten, of ze nu bakker of metselaar wilden worden. De enige economische activiteit die niet door het gildensysteem was geregeld, was de handel. Dus kon je daar Joodse mensen vinden. Niet omdat ze dat zo graag wilden. Maar omdat ze geen andere keus hadden. En wij maar zeggen, tot op de dag van vandaag, dat de handel, met name de geldhandel, de Joden in het bloed zit. Een vooroordeel, als de schandelijke erfenis van eeuwenlange discriminatie van Joodse mensen in Europa.
De afloop was dus in werkelijkheid heel vaak niet zo mooi als in het boek Ester. Toch zijn Joodse mensen het boek blijven lezen, en het feest dat in het boek wordt beschreven zijn ze blijven vieren. Misschien wel als een fakkel van hoop, een licht in het donker van het antisemitisme. In de Joodse traditie staat het boek Ester in verband met het Poerimfeest. Elk jaar wordt dat feest gevierd. Het is een uitbundig feest. Het lijkt een beetje op carnaval, met optochten en verkleedpartijen. Eén dag in het jaar is Ester weer koningin. Eén dag in het jaar dragen mensen maskers om elkaar als Haman aan het schrikken te maken. Iedere keer als de naam Haman valt wordt er uitbundig gerateld met een zogenaamde Haman-ratel. En aan het eind van de dag worden er Hamans-oren gegeten, zoet gebak in de vorm van oren. Een leuk feest, maar wat betekent het voor mensen, in de wereld van vandaag?
Dat is een knellende vraag, want de naam Haman verschilt maar één letter van het woord Hamas, de Palestijnse beweging die zich met geweld tegen de staat Israël verzet. En reken maar dat die vergelijking wordt gemaakt. Hoeveel mensen zouden vinden dat er met Hamas korte metten moet worden gemaakt, zoals er met Haman afgerekend werd? Je zou bijna denken dat het boek Ester ook in die richting wijst. Iedere groep gewapenden die het Joodse volk aanvalt mogen ze doden, tot de laatste man. Dat lezen we in hoofdstuk 8. Waar gaat het boek Ester over? Over zelfverdediging? Over wraak? Over machtsmisbruik?
Die vraag is moeilijker geworden sinds de oprichting van de staat Israël, nu ruim zeventig jaar geleden. Voor die tijd bestond het Joodse volk wel, maar zonder regering, zonder leger, zonder macht. De kwetsbaarheid van het Joodse volk door de eeuwen heen klinkt al in de regels van het boek Ester door. Op die manier bestaat het Joodse volk nog steeds. Maar het valt niet samen met de staat Israël. Die staat is een belangrijke machtsfactor in het Midden Oosten. Die staat is soms verantwoordelijk voor dingen waar je vraagtekens bij moet zetten. Je hoort ook Joodse stemmen die kritisch zijn over de behandeling van de Palestijnen door de staat Israël. Begrijp me goed: ik ben blij dat de staat Israël bestaat, maar macht is blijkbaar iets gevaarlijks. Macht corrumpeert. Macht moet begrensd worden.
En als je goed in het boek Ester leest is dat nu precies wat je tegenkomt. Op twee manieren. Gesymboliseerd in de persoon van Haman en de persoon van Mordechai.  Haman is de mens voor wie het nooit genoeg is. Je leest het in hoofdstuk 5. Daar geeft Haman hoog op over zijn macht en rijkdom. Hij wijst op zijn gewéldige rijkdom, zijn macht, zijn eervolle positie. Maar het is hem niet genoeg. Dat hij koning Ahasveros boven zich heeft kan hem niet deren. Wie het boek Ester leest ziet dat die koning een onbenul is die Haman in zijn binnenzak heeft. Maar verder moet en zal iedereen voor hem buigen. Hij accepteert niet dat zijn macht grenzen zou kennen. En het interesseert hem niet of hij, om zijn doel te bereiken, één mens zou moeten doden of een heel volk zou moeten uitroeien. Maar wie zo leeft, leert de bijbel ons, heeft geen toekomst.
Mordechai is anders. Hij gaat niet prat op het eerbetoon dat hem bewezen wordt, zoals in hoofdstuk 6 verteld wordt. Als dat achter de rug is gaat hij gewoon terug naar zijn plek in de Koningspoort. En in hoofdstuk 8 horen we hoe er een bevel voor het hele rijk wordt opgesteld, precies zoals Mordechai wilde. Dat bevel geeft de Joden het recht om zich te verdedigen tegen iedereen die hen naar het leven staat. Maar dat recht is niet onbegrensd. Het geldt voor één dag in het jaar, de dertiende dag van de twaalfde maand. Er wordt nog bij verteld dat dat bij hoge uitzondering met één dag verlengd werd, alleen voor de Joden die woonden in de burcht Susa. Maar dan staat er nog uitdrukkelijk bij vermeld dat de Joden de bezittingen van hun vijanden met geen vinger aanraakten. In het boek Ester wordt de moordzucht van Haman een halt toegeroepen. Maar niet door het Joodse volk een vrijbrief te geven om de tegenstand genadeloos uit te roeien. De macht in deze wereld moet grenzen kennen en krijgt die in het boek Ester ook opgelegd.
De macht moet worden begrensd. De macht zál worden begrensd. Dat is de boodschap van het boek Ester, geloof ik. De machten die het Joodse volk naar het leven staan hebben de toekomst niet. Dat is de boodschap van hoop die door de hele geschiedenis heen klinkt. Een boodschap die in mijn ogen ook bevestigd is. Want de geschiedenis van het Joodse volk loopt niet dood. Ondanks de mensen, en die zijn er genoeg, die het stokje van Haman hebben willen overnemen. Tot op de dag van vandaag. Er zijn nog altijd mensen die durven beweren dat de Holocaust een mythe zou zijn. Eén bezoek aan voormalig concentratiekamp Westerbork en je weet beter. De Franse president Emmanuel Macron bezocht vorige week een begraafplaats in het dorp Quatzenheim, dat in de Elzas in het oosten van Frankrijk ligt. Daar werden vernielingen van tachtig Joodse graven ontdekt. De Franse politie registreerde vorig jaar circa 540 antisemitische incidenten. In vergelijking met een jaar eerder is dat een stijging van 74 procent. In een groot onderzoek werden vorig jaar ruim 16.000 Joden uit twaalf EU-lidstaten ondervraagd over antisemitisme. Negen op de tien ondervraagden in Nederland gaven aan dat antisemitisme de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Acht op de tien ervaren pesterijen of verwensingen op straat of op internet. In Nederland zegt het hoogste percentage, 11 procent, dat ze vermijden op publieke plekken herkenbaar te zijn als Jood. Er is alle reden om waakzaam te zijn.
Maar Haman en zijn opvolgers bereiken hun doel niet. De geschiedenis van het Joodse volk gaat verder, gedragen door hoop en belofte. Dat leert ons het boek Ester. De geschiedenis staat of valt met hoop en belofte. Niet met macht. Als het om macht gaat moeten we onze grenzen kennen. Als het om hoop en belofte gaat hebben we iets te vieren. Grenzeloos. Eindeloos. In die richting wijst het boek Ester. Ik hoop dat we in die richting durven leven. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.