De hoop van Pinksteren-23mei-CWvdM

Overdenking op 23 mei 2021 - Pinksteren
Thema: de hoop van Pinksteren
Lezingen: Handelingen 2: 1-13 en Romeinen 8: 18-27

Gemeente van Jezus Christus,

Een Bijbelverhaal is net als een diamant. Het heeft zoveel verschillende facetten dat je nooit uitgeluisterd raakt. Iedere keer hoor je weer iets nieuws. Iets dat de tijd, waarin je zelf leeft, op een nieuwe manier in het licht zet. Zo bleef ik afgelopen week haken in het eerste vers van het Pinksterverhaal, zoals de schrijver van het boek Handelingen, Lukas, het vertelt. Wat horen we in dat eerste vers? Dat de leerlingen van Jezus allemaal bij elkaar waren, binnenshuis. Er wordt niet gemeld dat ze plannen maakten voor een grote evangelisatiecampagne. Lukas vertelt niets over hoopvolle initiatieven. Als je luistert naar vers 1 hoor je alleen een grote stilte. Een doodse stilte. De dag heeft niets van een feest. De leerlingen zitten bij elkaar. En dat is het dan.
Volgelingen van Jezus zijn ze geweest. Maar Jezus is er niet meer, zo lijkt het. Het ziet er naar uit dat de beweging, waar ze deel van uit maakten, is stilgevallen. Het eerste vers van het Pinksterverhaal roept bij mij het beeld op van mensen die opgesloten zitten in hun eigen onmacht. Daar staren ze zich op blind. Ze zijn alleen maar bezig met hun eigen situatie, waarin ze vast zitten.
Het lijkt misschien een beetje op een lockdown, zal ik maar zeggen. Thuis opgesloten zitten en alleen maar kunnen somberen over wat er allemaal niet kan. Alsof er geen ander nieuws in ons leven was dan het aantal besmettingen van deze dag, het aantal ziekenhuisopnamen, het aantal mensen op de intensive care. Daar bedoel ik niet mee te zeggen dat we de corona epidemie moeten relativeren, dat het allemaal zo erg niet is. Mensen die nog altijd hardnekkig beweren dat het corona virus niet meer dan een griepje is moeten maar eens een dagje meelopen met verpleegkundigen op een intensive care afdeling. Kijken hoe ze er dan over denken. Of laat eens tot je doordringen wat er de afgelopen weken in India gebeurd is. De beelden uit dat land spreken een duidelijke taal over de ernst van het virus, lijkt me.
Nee, het gevaar van een lockdown is in mijn ogen dat we voor niets anders meer oog hebben dan voor de mogelijkheden die ons zijn ontnomen. En daardoor krijgen we geen zicht op wat er nog wel mogelijk is. Gelukkig waren er de afgelopen maanden ook andere berichten. Inspirerende berichten, waar ik vrolijk van werd. Berichten over mensen die hun ouders in een verzorgingshuis gingen feliciteren vanaf een hoogwerker. Een kerk waar mensen paasontbijtjes rond gingen brengen bij alleenstaanden. Een familie die de bewoners van een verpleeghuis opvrolijkten door een draaiorgel voor dat huis te laten spelen, zoals een tijdje terug hier in Naaldwijk gebeurde, bij de Hooge Tuinen.
Iedere keer dat ik zo´n bericht hoorde vlamde er iets in me op. Je zou kunnen zeggen: iedere keer dat zo’n bericht binnen komt is het een beetje Pinksteren. Want je wordt weggeroepen uit het sombere gedachtenkringetje waarin je opgesloten zit. Je wordt bevrijd uit de eenzijdige gedachtenreeks van onmogelijkheden en krijgt weer toegang tot het rijk van de mogelijkheden. Je gaat weer bedenken wat er allemaal kan en mag. Je krijgt nieuwe inspiratie.
Dat is wat er gebeurde met de leerlingen van Jezus die Pinksterdag. Er ging een andere wind waaien, hun sombere gedachten verloren het alleenrecht, ze hoorden ergens van op en dat zette hen in vuur en vlam. Ze gingen ergens anders over praten. Het onderwerp was niet langer wat zij allemaal niet konden. Hun woorden gingen over iets anders. We horen het in vers 11. Ze gingen spreken over Gods grote daden. We kunnen leven in het sombere perspectief van menselijke onmacht. Maar het feest van Pinksteren laat een andere wind waaien in ons leven. Het feest van Pinksteren maakt ruimte voor andere gedachten, een ander perspectief: het perspectief van Gods macht, die zichtbaar wordt in liefde die zich door niets laat tegenhouden.
Zo staat het te lezen op de Pinksterduiven die de afgelopen dagen zijn binnengewaaid en die u in de kerk ziet hangen. Wat breekt onze sombere werkelijkheid open, welke vlam licht op in het duister van onze onmacht? Het is de boodschap van recht en vrede, die steeds weer bij mensen aan komt waaien. Het is het vertrouwen dat hoop en liefde branden als een vuur dat door geen coronagolf geblust kan worden. Het is de vreugde dat we vrij mogen leven als kinderen van God, en niet als slaaf van het kwaad. Het is de blijdschap dat God ons aan elkaar gegeven heeft als medemensen, om samen te leven, naar elkaar te luisteren, elkaar goed te doen. We zien, kortom, de vruchten van de Heilige Geest: geduld, vriendelijkheid, goedheid, zachtmoedigheid, blijdschap, vrede en liefde. Alles wat Jezus ons in zijn leven heeft voorgeleefd en geopenbaard.
In al die dingen wordt openbaar wat God in het leven van ons mensen doet. Dat zijn de grote daden van God waar de leerlingen van Jezus over spraken, toen ze op die Pinksterdag in vuur en vlam waren gezet. We mogen leven met hoop en uitzicht. Het perspectief van ons leven is niet begrensd door de beperktheid van ons bestaan. Het perspectief van ons leven is veel ruimer. God is groter dan ons hart. We mogen leven op de adem van de belofte dat liefde ons leven uiteindelijk regeert, en dat ons leven daarom niet doodloopt maar toekomst voor zich heeft, verder dan onze ogen kunnen kijken.
Dat perspectief is ook waar de apostel Paulus over schrijft, in zijn brief aan de christenen in Rome. Ook voor de mensen die leefden in die tijd was het allemaal niet even gemakkelijk. Paulus heeft het zelfs over ´het lijden van deze tijd´. Daar gaan niet alleen de mensen onder gebukt, maar de hele schepping kreunt ervan. Dat heeft in onze tijd een actuele betekenis doordat we zien dat de hele schepping kreunt onder de belasting van het milieu. Daar zal Paulus niet aan gedacht hebben. Hij heeft het over de ervaring van zinloosheid die mensen kwelt, omdat niets en niemand zich lijkt te kunnen onttrekken aan de invloed van het kwaad. Maar dat kwaad heeft niet het laatste woord. Paulus wekt zijn lezers op om vast te houden aan de hoop dat alle mensen, al het leven, heel de schepping, mag hopen op bevrijding en verlossing. Dat we ons kinderen van God mogen weten helpt ons voorbij de grenzen te kijken die ons leven soms lijken te bepalen.
Geeft dat nu al een antwoord op al onze vragen? Zijn alle dagen nu al zo vrolijk gekleurd als de Pinksterduiven achter mij? Nee, dat is er nog niet hier en nu. Dat gold voor Paulus, in de tijd dat hij zijn brief schreef. Dat geldt ook voor ons, in ons leven in deze tijd. Een tijd met andere problemen. Maar die problemen hebben dezelfde achtergrond. Het gaat om de beperktheid van ons bestaan, de vragen waar we niet direct een antwoord op hebben, de vrede die uitblijft. Maar Paulus schrijft dat het de hoop is die ons gaande houdt, die ons in leven houdt. En als je leeft in hoop en verlangen, dan zul je soms al iets zien, even, van de toekomst die ons beloofd is. Een toekomst van recht en vrede. Een toekomst die geregeerd wordt door de Geest van Jezus’ liefde.
Die Geest heeft bezit genomen van ons leven wanneer we Jezus willen volgen. Die Geest voedt ons vertrouwen dat ons leven, zo vergankelijk als we zijn, iets van eeuwigheid in zich draagt. Die Geest brengt ons dichter bij God en bij elkaar, zelfs in situaties waarin we zelf geen woorden kunnen vinden. De Geest vertaalt ons gestamel, zodat God weet wat er leeft in ons hart. Op het Pinksterfeest vieren we dat de vlam van die hoop in ons leven is ontstoken. Ik hoop dat we zullen ervaren en vieren dat dat vuur ons steeds weer levensmoed geeft om naar de toekomst toe te leven. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.