Ken je mij ? Wie ben ik dan ?- 27 juni 2021- ds. Eibert Kok

Ken je mij? Wie ben ik dan?

Zondagmorgen 27 juni 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Preek 27jun 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee weken geleden publiceerde het Nederlands Dagblad de resultaten van een onderzoek dat ze gedaan hadden onder vrouwelijke voorgangers, predikanten, in Nederland.

Daaruit bleek dat bijna negen op de tien vrouwelijke voorgangers bij hun werk in de kerk seksisme ervaren.
Ze krijgen ongewenste opmerkingen over kleding en uiterlijk, er wordt getwijfeld of ze wel geschikt zijn als predikant, enkel en alleen omdat ze vrouw zijn.
Ze merken dat ze soms anders, ongelijk behandeld ten opzichte van hun makkelijke collega’s.
Ik vond dat schokkend om te lezen, bijna negen op de tien.
Toen dat in een collegiaal overleg ter sprake kwam, werd dat door de vrouwelijke collega’s bevestigd. Het gebéurt, ook hier, dat er, want dat is het toch, minderwaardig over je gesproken wordt als vrouw in die functie.
Nog niet zo lang geleden kreeg ik een berichtje onder ogen, geschreven door een man: “Dat zul jij als vrouw wel niet begrijpen…” Het klassieke voorbeeld.
Je kunt als man je gelijk of je zin niet krijgen tegenover een vrouw, en je neemt hiertoe je toevlucht
Je maakt jezelf groter dan je bent en de ander kleiner: Jij zult dat wel niet begrijpen.
Een vreemd mechanisme: jezelf hoger op de ladder zetten door de ander naar beneden te trappen. Maar het gebeurt.
En misschien maken we ons er wel schuldig aan zonder dat we in de gaten hebben wat we nou eigenlijk doen.
Preek 27jun 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Iets heel anders maar misschien toch ook wel weer niet.
Het stadion in München mocht afgelopen week tijdens het EK-duel tussen Duitsland en Hongarije van de UEFA niet worden verlicht in regenboogkleuren.
Dat had een protest moeten zijn tegen een nieuwe Hongaarse wet die het verbiedt om aan minderjarigen voorlichting te geven over homoseksualiteit en gendervraagstukken.
Ik zie wel een parallel: hetero en cisgender zijn is de norm, en alles wat anders is probeer je weg te duwen, minder belangrijk.
Preek 27jun 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Daarom vind ik het ook mooi dat Wijnaldum vandaag met de one love aanvoerdersband gaat spelen,
eigenlijk ontstaan als protest tegen racisme in het voetbal, oerwoudgeluiden tegen zwarte spelers, om maar wat te noemen.
Weer dat mechanisme van de ander naar beneden duwen en jezelf omhoog.
Voetbal verbindt, staat er op. Dat hoop ik altijd maar: dat er verbinding gemaakt wordt, niet dat er verwijdering ontstaat – dat gebeurt zo gemakkelijk. Verbinding zoeken!
Ken je mij? Wie ben ik dan?

Datzelfde, verbinding zoeken, zoeken naar de waarde van de ander, vanuit een uitgangspunt van gelijkwaardigheid, misschien wel zoeken naar de meerwaarde in de ander,
dat alles vind ik terug in het Bijbelgedeelte van vandaag.
We lezen deze weken uit het Johannesevangelie.
Johannes is een prachtig evangelie, anders dan de andere drie evangeliën.
Sytze de Vries vergelijkt het met bladerdeeg, laag op laag, niet te scheiden. Het bladert zo heerlijk weg. Er staat meer dan er staat.
Dat geeft soms ook verwarring, want de een zit bij de ene laag en de ander bij de andere, maar ze horen bij elkaar.
Het begint ermee dat Jezus op de terugweg is van Jeruzalem naar Galilea.
En dan staat er: Daarvoor moest hij door Samaria heen.
Dat is helemaal niet zo, dat hoeft helemaal niet, en Joden in die tijd deden dat ook liever niet. Bij voorkeur trok je er omheen, via een omweg.
Tussen Judea rond Jeruzalem en Galilea in het noorden ligt dit gebied, met inwoners die zich, net als het joodse volk, beroepen op hun verbondenheid met het land.
Naar eigen overtuiging zijn ze een overblijfsel van de tien noordelijke stammen, een overblijfsel dat eeuwen geleden niet is weggevoerd in ballingschap.
Maar al eeuwen liggen de Samaritanen overhoop met het officiële jodendom dat teruggekeerd is uit de ballingschap en de tempel herbouwd heeft.
Religieuze en politieke spanningen, misschien wel wat te vergelijken met de spanningen tussen Joden en Palestijnen nu.
Een gesprek lijkt onmogelijk. Men ontwijkt elkaar en verhardt zich in het eigen gelijk.
Dus daar loop je het liefst met een grote boog omheen.
Maar Jezus móest door Samaria gaan. Dat is een soort innerlijk moeten: Ik wil niet met een grote boog om die mensen heen lopen. Jezus zoekt verbinding.
Het is wel grappig: die vrouw hier heeft juist ontwijkingsgedrag.
Jezus gaat vermoeid van de reis bij de Jakobsbron zitten, hij is alleen, zijn leerlingen zijn elders, op zoek naar eten.
Het is rond het middaguur, staat er. Nou, dat is geen tijd om je in te spannen, het is dan bloedheet, dan ga je niet naar de put om water te halen. Maar deze vrouw wel. Ze gaat op een tijdstip dat ze waarschijnlijk geen andere mensen zal tegenkomen. Ontwijkingsgedrag. Wellicht wordt er over haar gepraat, negatief, minderwaardig.
Dan treft ze Jezus, en er ontstaat een ontmoeting.
Jezus vraagt om een slokje water.
De verbaasde vraag van de vrouw – Hoe kunt u mij vragen? – kun je je indenken. Jood – Samaritaanse, man – vrouw.
Jezus reageert op een hele ander laag en het klinkt wat geïrriteerd. Als je eens wist wat God wil geven en wie het je vraagt, zou je er hém om vragen en dan zou je levend water krijgen.
Ik kan me voorstellen dat die vrouw zich nu afvraagt wat die man begint te emmeren over levend water, híj had toch dorst? Ik weet niet waar je het over hebt.
Jij, Jood met je superioriteitsgevoel jegens ons Samaritanen.
Het schuurt hier aan alle kanten.
Genoeg ingrediënten om de verbinding weer te verbreken.
Maar dat gebeurt niet, dat is het mooie, er ontstaat een echte ontmoeting.
Jezus gaat verder: Als je het míj zou vragen, zou ik je levend water te drinken geven. Altijd stromend water dat dorst lest en je verkwikt. En dat water zal in je een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
De vrouw zit nog steeds op de laag van het glaasje water, maar Jezus heeft het hier niet meer over een glaasje water,
het is beeld geworden voor heel het leven van deze vrouw.
Het is ook mooi om te zien hoe in de tekst gesproken wordt over een brón, en hoe dat spreken al gaande bijna ongemerkt overgaat in het spreken over een pút, een diepe put waar je niet zomaar bij kunt.
Een bron en een put. Stromend water is stilstaand water geworden. Misschien wel symbolisch voor het leven van deze vrouw. Maar, dat zijn de woorden van Jezus: het zal in je een bron worden. Het leven zal weer gaan stromen.
Het water dat ik je geef zal in je een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
Maar de vrouw krijgt het pas door als Jezus vraagt om haar man. Ga uw man eens roepen en kom dan hier.
Het klinkt als: Kom eens tevoorschijn met wat je in huis hebt.
Uit haar antwoord blijkt dat Jezus een gevoelige plek heeft geraakt. ‘Ik heb geen man.’
Jezus vraagt waar ze bíj hoort, en haar antwoord geeft aan dat ze nergens bij hoort. In zekere zin een alleengaande vrouw.
Ze hoort nergens bij. Ken je mij? Wie ben ik dan?
Vijf mannen gehad. Die ze nu heeft, is haar man niet.
Veel is er gespeculeerd over die vijf mannen. Veel klassieke uitleg, vaak van mannen (!), maakt van haar een slet.
Zo gaat het vaker: van vrouwen wordt in zo’n situatie slecht gesproken, bij mannen veel minder. Let maar eens op. Eigenlijk is dat vreemd, meten met twee maten.
Maar, er is nog iets anders. Dit zou ook een verwijzing kunnen zijn naar 2 Koningen 17, waar sprake is van vijf verschillende goden die door de Samaritanen op verschillende plekken worden vereerd. Maar ook de huidige plaats, de berg Gerizim, is het niet.
Over dat thema gaat de tekst ook verder. Waar moet je God vereren? Kan dat alleen in Jeruzalem, zoals de Joden beweren? Of misschien toch ook op die plek daar in het gebied van de Samaritanen.
Jezus zegt dan dat het er om gaat de Vader te aanbidden in geest en waarheid.
Met andere woorden, Jezus overbrugt hier de tegenstelling tussen Joden en Samaritanen, tussen mensen die op een verschillende manier en vanuit verschillende traditie of achtergrond, God aanbidden. Hij ziet voorbij aan de verschillen en richt zich op een nieuwe verbinding. Dat wat scheiding is, hoeft geen scheiding meer te zijn,
niet gebonden aan een speciale plek, aan een groep of een volk dat een treetje hoger op de ladder zou staan.
In geest en waarheid, in de geest van waarachtigheid, echtheid, betrouwbaarheid.
Nu begrijp ik dat u een profeet bent.
Jezus wordt hier getekend als iemand die alles van mij weet. Die onze diepten doorziet. Die mij kent, dieper dan ik mijzelf ooit ken. Ken je mij? Wie ben ik dan?
Het heeft iets bevrijdends als je in een gesprek, een écht gesprek, oordeelloos je verhaal kunt doen. De geest van Jezus roept dat op.
Daarbij, is de geest van Jezus één die grenzen doorbreekt, die verschillen overbrugt, tussen man en vrouw, tussen Jood en Samaritaan, tussen de verschillende tradities, en geloven en overtuigingen. Niet om alles tot een kleurloze brij samen te roeren, maar om in de verscheidenheid de verbindende kern te ontdekken, geest en waarheid,
om weer volop te leven uit de bron van levend water,
water dat eeuwig leven geeft.
Eeuwig leven is als grenzen worden doorbroken, is leven met de Eeuwige.
Als een verleden wordt opengebroken, er is iemand die mij kent – bij wie ik mijzelf mag zijn, zonder welke schijn dan ook op te houden.
Die vrouw met een verleden, wordt een mens met toekomst.
Eeuwig leven is dat het leven dat vastgelopen is, weer stromen gaat. Haar leven stond op een dood spoor, als stilstaand water. Door de ontmoeting met Jezus komt het in een stroomversnelling.
Preek 27jun 4

Het verhaal is vaak afgebeeld. Hier Rembrandt.
Als de leerlingen terug komen verbazen ze zich erover dat hij gesprek is met een vróuw…
Ook zij hebben nog veel te leren van Jezus.
Het verhaal sluit ermee af dat de vrouw haar kruik laat staan,
de kruik die in het lied dat we zo zullen horen symbool staat voor de leegte in haar leven.
Ze laat de kruik staan, laat de leegte achter zich, gaat terug naar de stad, de plek waar ze woont,
want er is iemand die haar kent (weet jij mij beter dan ik?)
iemand die de leegte vult en het water weer laat stromen.
Ze wordt een boodschapper van het goede nieuws, bron van levend water,
de verbinding met mensen wordt gelegd:
Kom mee, er is iemand die alles van mij weet.
“Heer, die mij ziet zoals ik ben…
die met uw liefde mij geleidt.”
Zou dat niet de messias zijn?
Levend uit die bron stapt ze herboren het leven in
door ook zelf een bron voor anderen te zijn.