Jezus en de overspelige man- 11 juli 2021- Ds. Eibert Kok

Jezus en de overspelige man

Zondagmorgen 11 juli 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Johannes 8: 1-11

Preek 11 jul 1

Vandaag gaat het over een liefdesspel.
Op verschillende manieren.
Dat begon al bij de doop, dat spel met het water,
die drie handjes water die over het hoofdje van de dopeling stroomden als teken van Gods liefde en trouw die over haar heen stroomt,
dat water, dat over ons allemaal heen stroomt, of je nu gedoopt bent of niet.
Liefde en trouw. Van Gods kant naar ons toe. Gods liefdesspel. Daar leven we uit. Dat is de bron waaruit we elke zondag weer willen putten, waardoor we ons willen laten inspireren.
Liefdesspel.
In het Bijbelverhaal van vandaag speelt het ook op een andere manier.
Een vrouw die het liefdespel gespeeld heeft, wordt door mannen bij Jezus gebracht. Het was geen geóorloofd liefdesspel, het was overspel. Ze was vreemdgegaan.
Die mannen lijken er haast plezier in te hebben haar openlijk te schande te maken. Het kan vreemd gaan.
Zo ga je toch niet met elkaar om?
Het is sowieso een vreemd verhaal, op verschillende manieren.
Allereerst is het eigenlijk wel zeker dat dit verhaal helemaal niet in het Johannesevangelie thuis hoort.
In de oudste handschriften komt het niet voor, en in latere handschriften vinden we dit verhaal op verschillende plekken in de evangeliën.
Waarschijnlijk is het een los verhaal geweest, dat langzaam maar zeker een vaste plek in het NT gekregen heeft.
Verder, dit verhaal staan bekend als het verhaal van de overspelige vrouw. Dat is raar. Want waar is de overspelige man? Dat liefdesspel dat er gespeeld is, zal zij niet in haar eentje gedaan hebben. Waar is die overspelige man?
Of heeft dat te maken met die vreemde manier van doen dat er met twee maten gemeten wordt: een man die vreemdgaat wordt anders beoordeeld dan een vrouw?
Gaat de man, als zo vaak, eerder vrijuit? Geldt ook hier het fabeltje dat de vrouw een slet is, en de man de jager, of dat de man het slachtoffer is van de aantrekkelijkheid van de vrouw?
Een vreemd verhaal.
Daarbij: het is in dit Bijbelverhaal nog maar de vraag wie de overspeligen zijn, wie overspeelt hier nu eigenlijk zijn of haar hand? We zullen het zien.
Bij dit verhaal, zeker met dit plaatje erbij, moest ik direct denken aan het bekende gedicht van Gerrit Achterberg:
“En Jezus schreef in ’t zand:
Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in 't zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.” Zo begint dat gedicht.
Zo zat dit Bijbelverhaal ook in mijn hoofd: zand, Jezus, de vrouw, en een stel mannen. En Jezus schreef in ’t zand.
Maar zo wordt het helemaal niet verteld.
Preek 11 jul 2
Wie goed geluisterd heeft, heeft gehoord dat het in de témpel gesitueerd is,
in de drukte van de tempel van Jeruzalem,
waar de grond verhard zal zijn geweest, geplaveid met stenen,
stenen met stof en zand er boven op, daarin schrijft Jezus met zijn vinger op de grond,
hier afgebeeld op een schilderij van Pieter Brueghel de Jonge.
Ik merk dat de manier waarop dit verhaal mij ooit is verteld mij op het verkeerde been heeft gezet,
geen zandvlakte ergens in de vrije natuur met een paar mensen, maar in de tempel.
Dat is niet voor niets denk ik. De tempel is de centrale plek in het godsdienstige leven van Israël,
de plek waar onderricht gegeven wordt in de wet, hoe te leven,
en ook de plek waar de offers gebracht worden, bedoeld om verzoening tot stand te brengen.
Verzoening! Geen veroordeling.
Die wet is niet bedoeld als een kille afgrenzing van wat wel en niet mag en moet, maar als een handreiking hoe te leven, een wegwijzer,
en soms ga je een vreemde weg, van het pad af,
juist daarom is er ook die dienst van de verzoening, om weer op het goede spoor te komen.
De tempel is juist een plek om weer op adem te komen, verzoening te bewerkstelligen, een nieuwe start te maken, weer overeind te komen, je leven weer op de rails te krijgen, nieuwe moed te krijgen.
In een kerkgemeenschap is het niet anders, tenminste zo zou het moeten zijn: ook een plek om weer op adem te komen, verzoening te ervaren, niet geoordeeld te worden, laat staan veroordeeld.
Zo’n plek zou de kerk moeten zijn. maar ik weet dat er ook in de kerk nog wel eens oordelend naar een ander gekeken wordt of over een ander gesproken wordt. Dat is een vreemde gang van zaken, die niet deugt.
Laten we ons vandaag laten leiden door Jezus.
Nu: vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe. Hij ging zitten en gaf hun onderricht, als een rabbi die de menigte mensen onderwijst.
Maar dan komt daar een stel andere rabbi’s langs: schriftgeleerden en farizeeën, met een vrouw die op heterdaad op overspel betrapt was.
Als ik me dat probeer voor te stellen, dan moet dat echt vreselijk zijn voor die vrouw.
Ik moet dan denken aan de behandeling van de zgn. moffenmeiden kort na de bevrijding in 1945, hoe die naar het Wilhelminaplein gesleurd werden en kaalgeschoren, openlijk
vernederd en te schande gemaakt.
Gelukkig dat ds. Banning van de Oude Kerk begreep dat dit niet de bedoeling was en er een stokje voor stak.
Ook al is er iets mis gegaan, zo ga je niet met elkaar om.
Maar deze rabbi’s zijn niet zo van de verzoening, zal ik maar zeggen, meer van de strenge wet.
Mozes heeft in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen.
Er staat toch in de Bijbel dat. En zo worden mensen met teksten om de oren geslagen en klein gemaakt. Jij/zij mag er niet zijn.
Maar de Bijbel naar de letter citeren is vaak de halve waarheid, en zo als snel een hele leugen.
Inderdaad, in Leviticus en Deuteronomium worden duidelijk grenzen getrokken, bepaalde wegen aangeduid als doodlopende wegen.
Maar in Leviticus en Deuteronomium is sprake van de vrouw én de man. Beiden even verantwoordelijk, even schuldig.
Waar is hier in dit verhaal de man, de overspelige man?
En dan hebben we het nog niet over vooronderzoek en bewijslast. Twee getuigen zijn volgens diezelfde wet nodig. Waar zijn die? En waar is de mededader? Dit rammelt aan alle kanten.
En het wrange is: het gaat er deze mensen volgens mij helemaal niet om wat deze vrouw heeft gedaan of wat haar aangedaan is en wordt, de vrouw is voor hen niet meer dan een middel om Jezus te testen.
Ze wordt gebruikt, niet gezien als een mens, maar door hen gebruikt als een ding. Ze misbruiken haar. Dat is precies wat overspel is! Niet de ander in haar waarde laten, maar gebruiken, misbruiken als een ding, een demonstratiemodel, een ding in de hoofden van de mannen.
Jezus zegt niets, maar bukt zich en schrijft met zijn vinger op de grond,
niet in het zand, maar op de stenen vloerplaten,
zoals God zelf ooit eigenhandig zijn wet schreef op de twee stenen platen, de tien woorden van het verbond, de wegwijzer op onze weg door het leven.
Een verwijzing misschien voor al die oordelende rabbi’s om nog eens goed te lezen wat er geschreven staat, dat er méér staat dan zij nu in hun fanatisme roepen?
Pieter Breughel de Jongere laat Jezus schrijven: Wie zonder zonde is…
In het Bijbelverhaal staat niet wat Jezus schreef. Wel dat hij zich na een tijdje opricht en deze woorden spréekt: Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.
En hij bukt zich weer en schrijft op de grond.
Jezus trekt daarmee de aandacht weg van de vrouw en richt alle aandacht op die mannen, op hun eigen verantwoordelijkheid.
Kijk eens in de spiegel, kijk eens naar jezelf!
Ik moet denken aan dat andere woord van Jezus, over de splinter in het oog van een ander en de balk in je eigen oog.
Oordeel toch niet zo snel.
Jezus stelt voor die mannen hun eigen ‘zonde’ aan de kaak. Zij overspelen hun hand, hoe vaak zijn ze zelf wel niet vreemde wegen gegaan?
Zijn zij zelf niet de overspelige mannen, die een andere weg gaan dan wat geschreven staat? Gaan zij de weg van Gods bevrijdende liefde en trouw, die zich op allerlei manieren laat vertalen in het concrete leven van elke dag?
Jezus verontschuldigt de vrouw niet, maar op deze manier be-schuldigt hij de mannen.
Iedereen druipt af, ze laten hem alleen, met de vrouw ‘in het midden’ zo staat er, de vrouw komt in het centrum te staan.
Nu niet als middel, als ding, maar als mens.
Preek 11jul 3
Rembrandt schilderde haar prachtig in het centrum, in het witte licht, in het licht van de verzoening, die daar in de tempel bewerkstelligd wordt,
in het witte licht van het nieuwe begin.
Ze wordt weer op haar benen gezet.
Ze wordt weer op haar benen gezet om niet meer te zondigen.
Jezus gaat niet voorbij aan haar eigen aandeel, haar verantwoordelijkheid, haar schuld. Ze is niet alleen maar slachtoffer, object. Ze heeft haar eigen verantwoordelijkheid.
Jezus richt zich op: Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?
Niemand.
Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, zondig niet meer.
Kom ik terug bij het begin, het liefdesspel van God.
Hij overspoelt ons met een liefde die niet neemt maar gunt, geeft en vergeeft,
met de bedoeling dat ook wij zo in het leven zullen staan
als vertegenwoordigers van hem, van zijn liefde,
niet oordelend, niet onszelf groot makend door anderen klein te maken,
niet als mensen die hun hand overspelen,
maar als mensen die anderen op waarde schatten, zoals God ons op waarde schat,
als mensen die anderen overeind, op weg helpen.