Protestanse Gemeente Naaldwijk

Ware wijnstok-1mei-MMdV

Overdenking 29 april 2018
bij Johannes 15:1-8
Door ds. Marjan de Vries


Gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

Beeld
Kennismaken met de gemeente is een mooie taak. Je komt nog eens ergens. En in zo’n week dat je mag voorgaan is het bijzonder dat je op maandag leest over de wijnstok en er op dinsdag een ziet. Het hielp voor mij om de bijbeltekst te illustreren. Ik heb het me laten uitleggen. Hoe groeit dat – en wat moet je precies snoeien om goede bloei en vruchten te krijgen?
Zo stond ik hier in Naaldwijk voor een wijnstok. En zag de groene ranken, vruchten –klaar om te gaan groeien en druiven te worden.
En op de grond bij mijn voeten zag ik ze liggen. Ranken gesnoeid, losgesneden van de levensader die de wijnstok voor ze is, lagen ze te verdorren.
 
En misschien heb jij dit beeld ook net zo helder voor ogen. Het snoeien in de vingers.
Of weet je van werken met met tomaten, aardbeien of een andere fruit- of groentesoort waar gesnoeid en uitgedund moet worden om een goed eindproduct te krijgen.
Het is duidelijk: dit beeld van de wijnstok en de ranken is uit het leven gegrepen.

Maar hoe kunnen wij het vandaag verstaan?

Context – waarom deze woorden?
Jezus spreekt deze woorden in zijn afscheidsrede die plaatsvind tussen de hoofdstukken 14-17. Hij neemt afscheid van de leerlingen en bereidt hun voor op de tijd dat zij zonder hem moeten leven. Steeds vertelt hij iets van wie hij zelf is. Hoe hij tegenover de wereld staat en wie zijn Vader is. Al een aantal keer heeft hij gezegd dat Hij in de Vader is, en de Vader in hem. Ze zijn met elkaar verbonden en verweven.

Gelijk geeft hij aan in het derde vers – jullie zijn al schoon door alles wat ik tegen jullie gezegd heb. In dit beeld dat hij neerzet van de wijnstok en de ranken is dat schoon/rein precies hetzelfde woord als dat gebruikt wordt als hij vertelt hoe de wijngaardenier de wijnstok schoonmaakt/of snoeit.
Waarom moet dit gebeuren? Om de beste groei te creëren. De mooiste en lekkerste vruchten te krijgen.
Het is een mooi afscheidswoord dat Jezus spreekt. Hij vertelt hoe hij en zijn leerlingen ook verbonden blijven met elkaar, zoals hij zelf verbonden is met de Vader. De manier waarop hij de verbinding legt is die van het levenssap van de wijnstok. Jezus’ levenssap stroomt door ons heen als wij uit zijn woord blijven leven. Dichterbij Jezus kun je bijna niet komen.

Bijbelse traditie
Jezus zet zichzelf met dit beeld van de wijnstok in een levende Bijbelse traditie.. Er wordt veel wijn gedronken in de bijbel. Wijn is een teken van overvloed. Dat het goed gaat. Het eerste wat Noach deed toen hij na de zondvloed weer aan land kwam was het planten van een wijnstok. We kennen het beeld van de verspieders als ze aankomen in het beloofde land. Zij dragen met meerdere mensen de druiventrossen die ze daar aangetroffen hebben. De trossen zijn een teken van ultieme vruchtbaarheid. Het is het land waar God hen brengt. In psalm 80 wordt dit beeld ook gebruikt: Israël wordt daar vergeleken met een wijnstok die uitgegraven is in Egypte en gepland op een nieuwe ruime plek. Hij schoot wortel en vulde het land staat er. Israël is hier de wijnstok.

Jezus zegt: Ik ben de ware wijnstok. Hij zet zichzelf over dit beeld van Israël als wijnstok gepland door God heen. Jezus zegt en mijn Vader is de wijngaardenier. God blijft de tuinman – degene die met liefde zorgt voor wat hij gepland heeft. Jezus zegt ik ben de ware wijnstok. Door het beeld te gebruiken wat iedereen kent, zet hij het verhaal door. Het beeld is een beeld dat al bekend is en Jezus gebruikt dit beeld om de mensen te vertellen wie hij is. Hij zegt dan ook dat degenen die hem volgen deel van Gods Volk zijn. Het volk dat God uitverkoren heeft en waarmee God zijn verbond sloot. Hij blijft met dit volk op reis en onderweg.

Spanning
Toch roept de tekst ook spanning op. Vers 6: Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
Het is bijna een dreigement.
Blijf dicht bij mij want anders…..
Ik weet dat het vaak ook zo uitgelegd is.
Als je afdwaalt door de zonde – dan… etc
En dat vuur is dan natuurlijk het vuur van de hel.

Hoe kunnen we toch met dit beeld onderweg blijven zonder dat we het zo uitleggen dat er nu eenmaal mensen zijn die geen vrucht dragen? Ik vind dit een worsteling. Het is wat deze tekst tot een lastige tekst maakt. In het lied van de maand zingen we het steeds: zij zullen branden. Dat is lastig – hoe moeten we het voor ons zien?
Ik merk dat ik er steeds omheen draai en er niet goed uitkom.

Want wat ik zie en lees in het verhaal is een wijngaardenier die liefdevol met zijn plant omgaat. Er goed voor zorgt. Het is biologisch bepaald dat sommige takken geen vrucht dragen en dat het het beste werkt om die te moeten snoeien. Het getuigt volgens mij van zorgzaamheid om te snoeien en te krenten. Dat heeft weinig met disciplineringen of straffen te maken. Voor mij zijn het gewoon acties van de wijngaardenier.

Terug naar de wijnstok en de ranken
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
We zijn verbonden met Christus als ranken aan een wijnstok. Het sap dat de wijnstok als voeding opdrinkt uit de aarde geeft hij aan ons door. Het is als de schepping die gevierd wordt.
Jezus neemt afscheid en vertelt volgens mij een verhaal over verbinding, over wederkerigheid en afhankelijkheid.
Wij horen bij Jezus zoals hij bij ons hoort. Samen zijn we een. Wij dragen vrucht door de dingen die hij ons vertelt. Het houdt ons in leven. Wij ademen door hem.
Het gaat over afhankelijkheid. Zonder Jezus zijn wij niets. Zullen wij verdrogen als die ranken die weggesnoeid worden. Als wij ons niet meer verbinden met het woord komen er geen vruchten. Is er geen toekomst. Stopt ons leven in Christus.
En als je het zo bekijkt is het eigenlijk heel logisch. Het is iets dat wij ook wel weten. Het maakt dat wij actief bezig gaan met ons geloof ons inzetten voor de kerk en samen zorgen dat wij meer te weten komen over wie Christus is.

Jezus zegt ik ben de wijnstok. Leven met mij gaat om relatie. Niet alleen relatie met mij, maar als jullie de ranken zijn – ook relatie met elkaar. We zijn gelijkwaardig, staan allemaal, als ranken even ver van Christus af. We staan als ranken op gelijke hoogte aan elkaar. Niemand is meer, of dichterbij Christus. Uiteindelijk hebben wij samen dezelfde relatie naar Christus toe. Iedere rank heeft potentie. En in Gods hand groeit en bloeit de wijnstok dat het een lieve lust is.
Ik vind dat een inspirerend en bemoedigend beeld.
Geloof moet je voeden om het te laten groeien en bloeien. Je moet steeds verbonden blijven en blijven luisteren, om overvloedig vrucht te kunnen dragen.

Amen

Godenzonen- 22 april 2018- Ds. Eibert Kok

Godenzonen

Zondagmorgen 22 april 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Genesis 6: 1-8 en Johannes 10: 11-16

 preek22apr 1

Vandaag is wel een heel wonderlijk Bijbelverhaal aan de beurt, over godenzonen en mensendochters.

Ik denk dat er veel kerkgangers zijn die dat verhaal niet kennen.

Zo’n Bijbelverhaal waarvan je denkt: wat heeft dat nou in hemelsnaam te betekenen?

Godenzonen, laten we daarmee beginnen.

Als je godenzonen opzoekt, is het eerste wat je vindt: Ajax. Die voetbalclub uit Amsterdam.

Bijna vijf jaar geleden verscheen er zelfs een boek over Ajax met als titel: ‘Tussen godenzonen’.

Ajax was drie jaar op rij landskampioen geworden, had in dat jaar ook de Johan Cruyffschaal gewonnen. Het kon niet op.

Er was al eerder een boek verschenen over Ajax met een vergelijkbare titel: ‘De godenzonen van Ajax’, in 1995, het absolute topjaar.

Dat zijn blijkbaar onze godenzonen, de topvoetballers, vorstelijk betaalde sporters, verbonden aan clubs van naam en faam. In alle kranten zijn hun namen te lezen. Op tv worden hun prestaties breed uitgemeten.

Bij godenzonen zou je bijna gaan denken dat het geen gewone mensen meer zijn, maar mensen die een status en aanzien verworven hebben die hen uittilt boven het gewone. Bovenmenselijk zijn ze geworden, ze groeien naar een bijna goddelijke status.

Aanbeden worden ze door massa’s voetbalsupporters.

En soms zie je dat ze zich ook gaan gedragen als godenzonen. Dat is misschien nog wel het ergste dat sommige spelers en sommige trainers zelf gaan geloven dat ze meer zijn dan gewone stervelingen. Tussen godenzonen.

Zou in Genesis ook iets dergelijks bedoeld zijn als daar gesproken wordt over de zonen van de goden?

Ik vind dat zelf een mooie manier om deze woorden te lezen. Dan krijgen ze ineens ook betekenis voor nu.

Dan gaat het hier over mensen tegen wie aangekeken wordt als godenzonen en die zich ook als godenzonen gedragen, of misschien beter gezegd: misdragen,

want de Bijbelschrijver is er volstrekt duidelijk in dat dit een manier van leven is die niet getolereerd kan worden.

Mensen moeten zich niet als goden gaan gedragen. Mensen zijn mensen, en goden zijn goden, en dat moet je niet zomaar met elkaar gaan vermengen. Daar komen ongelukken van.

Nu is er in de loop van de eeuwen veel te doen geweest over de vraag wie er nu bedoeld kunnen zijn met die godenzonen hier die zich vermengen met de mensendochters.

Een paar jaar geleden is er een dikke studie verschenen over Genesis 6: 1-4 en de schrijver van dat boek heeft uitgezocht hoe die godenzonen in de loop van de eeuwen werden uitgelegd.

Dan blijkt dat er al in de tijd van Jezus twee verschillende interpretaties daarvan de ronde doen.

Volgens de ene interpretatie gaat het machtige mensen, het zijn gewoon mensen, maar wel mensen die op de een of andere manier boven de andere mensen uitstijgen.

Volgens de andere interpretatie gaat het echt over goddelijke wezens, het zou dan volgens die interpretatie gaan over engelen, maar dan wel gevallen engelen, foute engelen dus, die seksueel contact zoeken met mooie vrouwen, en daar worden dan kinderen uit geboren, giganten, reuzen.

Een fantastisch verhaal ontstaat zo, aangevuld met allerlei flarden uit andere verhalen, maar ik kan daar weinig mee, met die interpretatie als zou het hier gaan om gevallen engelen.

Het Bijbelverhaal zelf geeft er ook geen aanleiding toe om het zo uit te leggen.

De zonen van de goden. Dat is alles wat het Bijbelverhaal vermeldt.

Of de schrijver daar nu menselijke wezens mee heeft bedoeld, of goddelijke, wie zal het zeggen?

Volgens mij ook niet zo belangrijk voor ons.

Helder is dat de schrijver wil zeggen dat als het goddelijke zich op deze manier met het menselijke verbindt, het dan mis gaat. Welke manier is dat dan?

Kijken we naar het verhaal.

Het begint zo, in de oude vertaling: En het geschiedde dat de mens zich begon te vermenigvuldigen…

Dat gaat dus goed, zou je zeggen, want dat is de opdracht die Adam en Eva hebben meegekregen: gaat heen en vermenigvuldigt u. Niks mis mee, zo had God het bedoeld.

En zij kregen dochters, ook niks mis mee. Ja er werden ook zonen geboren, lees maar in het vorige hoofdstuk, het geslachtsregister van Adam tot Noach, zij kregen zonen en dochters, maar het gaat in hoofdstuk 6 nu even om die dochters, die zijn namelijk een gewilde prooi voor de godenzonen.

In oude vertalingen staat er boven dit bijbelgedeelte wel eens als opschrift: het huwelijk der godenzonen.

Maar klopt dat met wat er gebeurt?

Het gaat hier niet om een fatsoenlijk huwelijk, het gaat hier om mannen, die mooie vrouwen zien, en die dan uitkiezen wie ze maar willen.

Dit doet denken aan de oude praktijk van een vorst met een heel harem vrouwen, een man die denkt dat hij alles kan maken.

Kom je een lekker ding tegen, huppakee, inpikken. Geen vrouw is veilig voor jou. Genoeg vrouwen om je heen om je in bed mee te vermaken.

Volgens mij wordt dat hier verteld met die ene zin: De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.

Niks huwelijk. Pak wat je pakken kunt.

preek22apr 2Of misschien toch huwelijk zoals bij Hendrik VIII, koning van Engeland, zo’n 500 jaar geleden.

Hendrik was berucht vanwege zijn huwelijksperikelen: hij heeft zes vrouwen gehad, van wie hij er twee liet onthoofden.

Vanwege zijn scheiding kwam hij in conflict met de paus van Rome, toen toch algemeen gezien als de vertegenwoordiger van het goddelijk gezag.

Hij gedroeg is autoritair, als een godenzoon, liet zich aan niemand iets gelegen liggen, pakte de vrouw die hij wilde.

Volgens mij is dat de bedoeling van Genesis: niet om het verhaal te vertellen van wat toen gebeurde, maar om het verhaal te vertellen van wat steeds weer gebeurt.

Nog steeds. Voorbeelden genoeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

preek22apr 3Mannen, meestal mannen, die zich gedragen als godenzonen, die zich niets aan anderen gelegen laten liggen, die denken dat ze alles kunnen maken, dat alles om hen draait, en dat je een mooie vrouw kunt pakken waar je wilt.

 

 

 

 

preek22apr 4

Misschien is dat wel de grootste verleiding voor een mens,

om grenzeloos te leven, om de grenzen die er aan ons mens-zijn gesteld worden niet te respecteren.

Het is het verhaal dat in de eerste hoofdstukken van Genesis op verschillende plaatsen verteld wordt: dat de mens zijn plaats als mens niet kent, maar als God wil zijn. Dan gaat het mis.

Het wordt verteld in Genesis 3, het verhaal van de slang in de hof van Eden, de zondeval zoals het meestal genoemd wordt.

Het wordt verteld in Genesis 4, het verhaal van Kaïn die zijn broer Abel vermoordt.

Het wordt verteld in het hoofdstuk van vandaag, Genesis 6.

Het wordt verteld in Genesis 11, het verhaal van de torenbouw in Babel.

Niets is genoeg.

Maar God stelt een grens, zodat het niet volledig uit de hand loopt.

Hier in het verhaal van vandaag wordt een grens gesteld van 120 jaar leven, niet langer.

In het hoofdstuk hiervoor, het geslachtsregister van Adam tot Noach, wordt iedereen veel ouder. Maar als God ziet dat het niet goed gaat, gaat hij er paal en perk aan stellen.

Als mens moet je niet denken dat je god bent, en alles kunt maken. Gods schepping vraagt niet om godenzonen, dan gaat het mis, maar om mensenkinderen,

niet om giganten die vertrouwen op hun eigen reusachtigheid,

maar om mensen die vertrouwen op de Ene, vertrouwen op God.

Dit Bijbelverhaal gaat over macht,

over mannen met macht, over mannen die hun macht misbruiken,

over vrouwen die géén macht hebben, die worden ingepalmd, gebruikt of misbruikt, respectloos behandeld.

Het enige wat die mensendochters hier doen is kinderen baren, verder niks.

De Bijbelschrijver kijkt buitengewoon afkeurend naar die manier van leven, en naar alles wat daaruit voorkomt.

De Bijbelschrijver gaat verder: De HEER zag het kwaad… En dan.

Hij krijgt spijt dat hij de mens heeft geschapen.

Het pijnigde zijn hart, staat er. God is er beroerd van.

Dan ontstaat het plan om het allemaal ‘uit te wissen’.

Alleen Noach vond bij de HEER genade.

Dan komt het verhaal van de zondvloed. Dat is voor volgende week.

God zal het allemaal uitwissen.

Dat ‘uitwissen’ is hetzelfde woord als later gebruikt wordt in de zin dat God alles tranen zal uitwissen.

Dat uitwissen is nooit bedoeld om er een bot einde aan te maken, maar bedoeld om een nieuw begin mogelijk te maken, om opnieuw ruimte te scheppen waarin de mens kan leven.

preek22ap 5Ik wil afsluiten door een paar dingen te zeggen over de lezing uit het Nieuwe Testament.

We hebben die bekende woorden van Jezus gelezen waar hij zegt:

“Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen…”

Van Jezus wordt ook gezegd dat hij Zoon van God is.

Ook daarbij altijd weer diezelfde vraag: is hij nou een menselijk of een goddelijk wezen?

Al vanaf het begin van de kerk zijn daar verschillende antwoorden op gegeven.

Sommigen legden zoveel nadruk op het goddelijke dat de mens Jezus uit beeld verdween.

Anderen vonden hem eigenlijk alleen maar mens, misschien een bijzonder mens, maar niet meer dan dat. Het goddelijke verdween uit beeld.

Als ik die vraag aan mensen stel ‘Wie was Jezus?’ dan krijg ik meestal antwoorden die iets zeggen over zijn menselijke kant.

Tegelijk geloof ik dat hij ook iets van Gods werkelijkheid vertegenwoordigde. Volgens mij werd hij niet voor niets Zoon van God genoemd.

preek22ap 6

In hoe hij er was, als goede herder voor de mensen, die zijn leven overheeft voor de schapen, in hoe hij was, leefde, liefhad, sprak, liet hij iets zien van God, zijn hemelse Vader,

openbaarde hij ons God liefde. Gods liefde in levende lijve.

Hoe wordt het goddelijke in ons mensen werkelijkheid?

Niet door onszelf op te krikken tot goddelijke hoogte,

maar door te gaan in het spoor van hem die oog en hart had juist voor het kleine en onaanzienlijke.

Paulus zegt in de Romeinenbrief dat wij door hem kinderen, dochters, zonen van God zijn.

Hij schrijft dat ‘allen die door de Geest van God worden geleid, kinderen van God zijn.’ 

Sytze de Vries heeft die gedachten van Paulus mooi verwoord in een lied, een dooplied is het eigenlijk, lied 611: “Wij zullen leven, God zij dank, genoemd als dochters en als zonen.”

Zo vader, zo dochter, zo zoon.

Twist- 15 april 2018- Ds. Eibert Kok

ATwist

Zondagmorgen 15 april 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Genesis 4: 1-16 en Johannes 21: 15-19

preek 15apr 1
In deze Paastijd lezen we uit de eerste hoofdstukken van de Bijbel uit het boek Genesis,
het boek van het begin,
en dat gaat het volgens mij niet om een historisch begin,
maar om de zaken waar het in beginsel, in principe om gaat,
het gaat om de principiële, de fundamentele vragen van ons menszijn.
Het boek begint ermee dat God licht schept in de duisternis. Het allereerste principe, Gods allereerste woord: Er moet licht komen.
Zo scheidt God het licht van de duisternis.
Daar gaat het met Pasen natuurlijk ook over, dat ons opnieuw duidelijk gemaakt wordt dat het licht schijnt in het donker, dat het licht het donker overwint.
Pasen betekent niet dat het donker er niet meer is, dat is er wel degelijk, en in het licht van Pasen zien wij de duisternis in de wereld misschien wel scherper dan ooit.
Terug naar het begin van de Bijbel, oerverhalen over oervragen: Mens, waar ben je? En waar is je broer, je zus?
preek 15apr 2
Afgelopen week kwam ik deze ergens tegen, een beeld dat bij mij bleef hangen.
In het Noord-Brabants museum is een tentoonstelling van een collecte kunst uit China, en dit is een van de kunstwerken.
Het is kopie van een tank, gemaakt van duur leer, waar ook dure merktassen van worden gemaakt,
een kopie van een van de tanks die in 1989 in China op het plein van de hemelse vrede de studentenopstand neersloegen.
Deze tank is ongevaarlijk, ligt daar als een leeggelopen opblaasding op de grond.
Je kunt er van alles bij bedenken.
Ik denk dat de kunstenaar hiermee aandacht wil vragen voor de gruwelen van bijna 30 jaar geleden. Opdat wij niet vergeten.
Zelf gaf hij aan dat hij hiermee wilde laten zien dat oorlog niet alleen gevoerd wordt met harde wapens, zoals tanks en raketten (ja ook daarmee, afgelopen week waren er weer vreselijke berichten over de situatie in Syrië), maar ook op andere manieren wordt er oorlog gevoerd, politiek en diplomatiek, en bijv. met economische middelen: de één die de ander het leven ontneemt of onmogelijk maakt. Mensen die niet gezien worden als mensen, maar alleen maar gebruikt worden als middel, als pionnen. Mensen die als slaven moeten werken in fabrieken voor een hongerloon. Mensen die de mond gesnoerd wordt omdat ze onwaarheid, onrecht en onvrijheid aan de kaak stellen.
De oorlog gaat door.
Zo zal ieder z’n eigen gedachten hebben bij dit beeld.

Het boek Genesis stelt hierbij fundamentele vragen aan de orde.
Vandaag hebben we het verhaal gelezen van de broedertwist.
preek 15apr 3
Het begon met Kaïn en Abel en het gebeurt nog steeds.
Er is in Genesis 4 nog maar nauwelijks het vereiste minimum aantal broeders aanwezig voor een broedertwist of een broedermoord en het gaat al mis.
Wij kennen ook allemaal wel de verhalen, soms pijnlijk dichtbij, hoe het mis ging,
hoe het misging in gezinnen tussen broers en zussen,
als kinderen tegen elkaar worden uitgespeeld,
als je het zwarte schaap van de familie bent,
als de een het lievelingetje is van vader en de ander van moeder en de derde van geen,
als je zus veel meer succes had dan jij,
toen een groter deel van de erfenis naar je broer ging en aan jouw neus voorbij.
Mensen ontwijken elkaar, negeren elkaar, kijken elkaar niet meer aan, je kunt de ander niet meer luchten of zien, hij of zij mag uit je leven verdwijnen.
Genesis plaatst de broedertwist aan het begin van alles,
de broedertwist die uitloopt op de broedermoord.
Bizar eigenlijk dat de eerste broedermoord het gevolg lijkt te zijn van de eerste religieuze daad. Het lijkt wel alsof religie en geweld met elkaar samenhangen.
Want wat gebeurt?
Kaïn brengt een offer aan God. Abel doet hetzelfde.
God aanvaardt het tweede offer, maar het eerste niet.
Kaïn wordt boos. God maant hem om zichzelf te beheersen.
Kaïn negeert de waarschuwing en vermoordt zijn broer.
Dan zegt God: ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.’
Zo ging het, en zo gaat het.
Dit is niet een verhaal van toen, dit is het verhaal van heel de mensengeschiedenis.
Het verhaal roept vragen op.
Waarom wijst God het offer van Kaïn af?
Waarom reageert Kaïn hierop door zijn broer te vermoorden?
Waar gaat die concurrentie tussen de broers over?
Een belangrijke aanwijzing voor beantwoording van die vragen zit in de namen Kaïn en Abel.
Abel betekent zoiets als: lucht.
Dat woord kennen we uit het boek Prediker.
‘IJdelheid der ijdelheden’ vertaalt dan de oude Statenvertaling.
‘Lucht en leegte’ in de Nieuwe bijbelvertaling.
Het gaat daar over de sterfelijkheid, de kwetsbaarheid, de vergankelijkheid, de vluchtigheid van het menselijke leven.
Zoals we zongen in het lied: Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig is der mensen leven.
Dat betekent het woord abel, zoiets als ‘adem’, een vluchtige ademhaling.
Het boek Prediker denkt na over het menselijke leven.
Het leven is niet meer dan een ademhaling
en alle rijkdom en aanzien die mensen hebben opgebouwd betekent niets,
want het enige dat ons scheidt van niet-bestaan is een enkele ademhaling.
Dezelfde gedachte als bijv. in Psalm 103:
God “weet dat wij, uit stof aan het licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.”
Abel staat symbool voor de menselijke sterfelijkheid.
Het enige dat ons scheidt van het graf is de adem die God in ons heeft geblazen.
Dat is Genesis 2: God blies de mens de levensadem in.
Meer zijn we niet, abel, alleen maar adem.
Maar het is wel Gods adem!
Wat uiteindelijk leidt tot de dood van Abel was Kaïn.
Kaïn betekent in het Hebreeuws zoiets als: verwerven, bezitten, hebben.
Dus het gaat hier over: iets als jouw bezit beschouwen, jouw eigendom.
In onze vertaling hoorden we Eva in het begin van ons hoofdstuk zeggen: ‘Met de hulp van de HEER heb ik leven geschonken aan een man.’
Maar er zit ook de betekenis in van: Met de hulp van de HEER heb ik een man ‘verworven’. Daarin zit dezelfde betekenis als in de naam Kaïn. Verworven: dat is van mij.
Je zet a.h.w. een hek om een stuk land en je zegt: dit is van mij, en dat betekent dus: niet van jou.
De grondgedachte van de Hebreeuwse Bijbel is dat wij niets ‘bezitten’.
Alles – het land, alles wat er op groeit, macht, kinderen, het leven zelf – het behoort aan God.
Wij zijn alleen maar beheerders, bewakers, rentmeesters, namens Hem.
We ‘hebben’ het misschien wel, maar we ‘bezitten’ het niet.
Het is niet ons eigendom.
Kaïn staat symbool voor het tegenovergestelde.
Hebben, hebben, hebben. Dat is van mij. Eigendom werkt ook als machtsmiddel.
Zo staan deze twee mensen daar naast elkaar en tegenover elkaar.
Abel: wij leven op de adem van zijn stem.
Kaïn: ik héb wat, bezit, dus ben ik iemand, en daarmee kan ik invloed uitoefenen op de ander,
misschien ook wel op de Ander met een hoofdletter, God.
Als ik hem een offer breng, dan doe ik dat om in ruil daarvoor iets van hem terug te krijgen.
Dat is een heidense manier van offeren: een manier om de goden tevreden te stellen of om hen om te kopen. Do ut des.
Maar zo’n offer aanvaardt God niet.
Wel het offer van Abel, adem. ‘God, ik ben slechts adem. Maar het is úw adem die ik adem, niet de mijne.’
Ziedaar de twee broers, naast elkaar, tegenover elkaar.
De één, Kaïn, wil bezitten, en daarmee macht uitoefenen over de ander, bezitten, een eigen territorium, waarin je een ander niet zomaar toelaat, alleen op jouw voorwaarden.
De tweede, Abel, wil leven, op Gods adem, leven zoals God leven bedoeld heeft.
Waarom negeert God Kaïn offer?
Het antwoord zit in het vervolg: Kaïn werd woedend en zijn blik werd donker.
Stel je voor: Je geeft iemand een cadeau, maar degene aan wie je het geeft wil het niet aannemen. Wat doe je?
Twee mogelijkheden:
Je kunt jezelf afvragen: Wat doe ik verkeerd?
Of je wordt boos op degene aan wie het cadeau wilde geven.
Als je jezelf afvraagt ‘Wat die ik verkeerd?’, zoek je de fout bij jezelf en probeer je de ander recht te doen.
Als je boos wordt, laat je zien dat je je vooral druk maakt om jezelf en niet om de ander.
Eigenlijk vind je dat die ander moet doen wat jij wilt. Ik geef, dus ik bepaal.
Dat is heidens offeren. Een soort beïnvloeding of manipulatie om de ander te laten doen wat jij wilt.
Dat is het tegenovergestelde van wat in de Bijbel doorklinkt als waar geloof: nederigheid tegenover God, respect voor alles wat God geschapen heeft, eerbied voor het menselijke leven.
Zeker ook dat laatste: eerbied voor het menselijke leven.
Want daarin zien we, ook dat is Genesis (!), in het menselijke leven zien we het beeld van God. elk mens draagt het beeld van God in zich, en daarom verdient elk mens respect.
Wat is het probleem van Kaïn? Dat hij boos wordt, woedend.
Boos zijn kan soms goed zijn, maar soms ook niet.
Die uitdrukking hier ‘boos worden’ is letterlijk ‘het aangezicht laten vallen’.
Je kijkt de ander niet meer aan, het contact wordt verbroken.
Moord, en oorlog, begint ermee dat de ander niet meer wordt aangekeken.
God probeert het nog te voorkomen bij Kaïn. God stelt vragen.
Waarom ben je zo boos?
‘Handel je goed dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken?
Handel je slecht, dán ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen.’
Pas op dat de zonde je niet te pakken krijgt.
‘Jij moet sterker zijn dan zij.’
Maar Kaïn geeft God geen antwoord.
Kaïn zou het moeten uitvechten met God. Hij zou moeten vechten met zichzelf.
Maar wat doet hij? Hij gaat op zoek naar een zondebok. En dat wordt zijn broer Abel. De broedermoord.
God roept hem ter verantwoording. ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet. Moet ik soms waken over mijn broer?’ ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.’
Zo vertelt Genesis het verhaal van onze situatie.
Als mensen elkaar niet aankijken, elkaar niet in de ogen willen kijken, elkaar niet zien als broers en zussen, kinderen van de hemelse Vader, dan loopt het mis.
preek 15apr 4
Met deze wil afsluiten.
Op twee manieren kun je dit zien.
Twee mensen die met elkaar op de vuist gaan.
Of als twee mensen die elkaar een boks geven, als teken van verbondenheid.
Zie je de ander als vreemde, indringer, tegenstander, concurrent? Of als broeder?
Zie je de ander als iemand die jou in de weg zit? Of als iemand met wie je het samen moet doen, die jou misschien wel nodig heeft.
Waar is je broer, je zus?
Eigenlijk moeten we nog verder lezen in het boek Genesis.
Het heeft vier verhalen over broedertwist.
Kaïn en Abel. Dat loopt uit op moord.
Isaak en Ismael. Ondanks hun conflict lukt het hen om samen aan het graf van hun vader te staan. Dan het hoogst haalbare.
Jacob en Esau: ze ontmoeten elkaar, omhelzen elkaar, maar gaan dan toch weer ieder hun eigen weg los van elkaar.
En tenslotte: Jozef en zijn broers. Als die broers in Egypte komen, maken ze met elkaar een proces van vergeving en verzoening door.
Broedertwist is te overwinnen, door een gunnende opstelling, door actieve inspanningen om verzoening tot stand te brengen. Daarmee sluit het boek Genesis af.


Bij deze preek heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het prachtige boek van Rabbi Jonathan Sacks: Niet in Gods naam.

Hoe kom ik binnen?-25mar-EBK

Zondagmorgen 25 maart 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Zacharia 9: 8-10 en Marcus 11: 1-11

 preek-20180325-1.png
Iets waar wij mensen ons soms heel erg druk om kunnen maken is de vraag: Hoe kom ik ergens binnen? Hoe kom ik over op andere mensen? Wat voor indruk maak ik op de mensen om mij heen?
Vinden mensen mij aardig of niet?
Vinden mensen dat ik er goed uitzie, of niet?
Hoe kom ik ergens binnen? Mensen doen soms enorm hun best om een goede indruk achter te laten en maken zich daar enorm druk om.
Op Facebook bijvoorbeeld. Mooie profielfoto. Hoe meer likes hoe beter.
Of als je in een nieuwe groep komt waar je nog niemand kent en de anderen jou ook nog niet kennen, dat kan heel spannend zijn. Hoe kom je dan binnen, wat zullen de anderen van jou vinden?
Of als je op een sollicitatiegesprek komt, hoe kom je dan binnen? De eerste indruk is belangrijk. Zorg dat je een goede indruk achter laat.
Zo kunnen wij mensen soms heel erg druk zijn met die vraag hoe we ergens binnenkomen, wat voor indruk we maken op anderen, wat anderen van ons zullen denken.
Dodelijk vermoeiend kan dat zijn.
We moeten in ons leven presteren, een goede indruk maken, want anders tellen we niet mee, liggen we er uit, zo lijkt het wel.
Mensen willen daarom sterk zijn, goed zijn, mooi zijn, sportief zijn, sympathiek zijn, de beste zijn, goed overkomen.
Maar vandaag zijn we in de kerk, en in de kerk hebben we geleerd om anders te kijken, om te kijken met de ogen van Jezus. Bij hem hoeven de mensen zich niet goed voor te doen, bij hem mogen de mensen komen zoals ze zijn, met hun sterke, maar ook met hun zwakke kanten.
Je hoeft niet eerst van alles te presteren, je mag komen zoals je bent.
Vandaag gaat het in het Bijbelverhaal over de vraag hoe Jezus zelf binnenkomt. Wat voor indruk wil hij maken? Wat zullen de mensen van hem vinden?
Als een koning op een ezel komt Jezus Jeruzalem binnen.
Wat wil hij daarmee duidelijk maken?
Een koning op een ezel, is dat niet een beetje raar?
Een koning reist toch niet op een ezel? Die laat zich toch rijden in een mooie koets, met allemaal paarden ervoor?
preek-20180325-2.jpg 
Dit zijn koning Willem Alexander en koningin Maxima, nu bijna 5 jaar geleden toen Willem Alexander koning werd.
Hij heeft een prachtige koningsmantel aan, een soort jas, en Maxima heeft een kroontje op haar hoofd.
Ze lopen over een mooie blauwe loper en er staat een erehaag met mensen in mooie uniformen.
Als je een koning bent, dan kom je zo binnen. Het ziet er allemaal heel mooi uit.
En als koning Willem Alexander zijn werk doet, dan rijdt hij niet op een ezel, maar dan gaat hij met zijn mooie grote dienstauto met chauffeur.
 preek-20180325-3.png
Daarmee kun je voor de dag komen.
Wat ik dan zo leuk vindt, is die andere vorst, de kerkvorst Paus Franciscus, die het liefste met een oud Renaultje rijdt dat hij ooit gekregen heeft.
 preek-20180325-4.png
Waarom? Ik denk omdat hij iets geleerd heeft van Jezus.
 preek-20180325-5.png
Toen hij vorige jaar een prachtige sportauto cadeau kreeg, ging hij er niet zelf in rijden, maar gaf hij die weg om te verkopen. Dat geld dat hij daarvoor kreeg, gaf hij weer aan de armen, want juist die mensen die vaak niet meetellen die zijn de belangrijk!
Hoe wil je bij mensen binnenkomen? Welke indruk achterlaten?
Er zijn genoeg voorbeelden te bedenken.
preek-20180325-6.png 
Trump, de president van Amerika, die vooral sterk wil zijn en naar niemand luistert. Die iedereen wegstuurt die het niet met hem eens is.
 preek-20180325-7.png
Of Poetin, die afgelopen zondag weer gekozen is als president van Rusland. Ook hij laat zich graag zien als een sterke man hoog op zijn paard. Mensen aan wie hij een hekel heeft mogen verdwijnen.
Koningen, presidenten, leiders. Hoe komen ze binnen? Machtig en sterk? Of durven ze ook klein en kwetsbaar te zijn, en hebben ze ook oog voor de mensen die niet meetellen?
Laten we gaan kijken naar het verhaal van Jezus.
 preek-20180325-8.png
Hoe wil Jezus binnenkomen? Op een ezel.
Naar ons idee is een ezel een dom beest.
Als iemand zich als een ezel gedraagt, dan gedraagt hij zich dom.
Die associatie hadden mensen in de tijd van de bijbel helemaal niet. Een ezel was een handig dier, die kon mensen of spullen vervoeren.
En de combinatie van een koning en een ezel is in de bijbel niet vreemd, komt vaker voor.
Ook de combinatie van een ezel en een profeet komt voor: het verhaal van Bileam, waar de ezel op een bepaald moment zelfs meer ziet, helderziender is dan de profeet Bileam.
Een ezel roept positieve gedachten op, geen negatieve.
Daarbij komt, in de bijbel is een ezel het tegenbeeld van een paard.
Een paard roept in de bijbel wel negatieve gedachten op.
Waarom? Nou een paard wordt gebruikt voor de oorlog.
Een vorst op een paard is een vorst die ten strijde wil trekken, die oorlogsplannen heeft, die geweld wil gebruiken.
Een paard is ook veel hoger.
Een koning op een paard kijkt vanuit de hoogte op zijn onderdanen neer,
een koning op een ezel kan zijn mensen gewoon in de ogen zien, niet iemand die boven de mensen wil staan, maar naast hen.
Met een paard verklaar je de oorlog, met een ezel roep je de vrede uit. Zo werkt het in de Bijbelse symbooltaal.
Dan kom ik bij wat we gelezen hebben uit het Oude Testament, een tekst van de profeet Zacharia.
In dat hoofdstuk gaat het over allerlei politieke en militaire spanningen die er zijn tussen Israël en de landen eromheen.
Er zijn grootmachten die soms zomaar een stukje land van een ander willen inpikken.
Het gebeurt nog steeds. Machthebbers willen hun macht laten gelden.
Mensen worden tegen elkaar kunnen opgezet.
Mensen die soms jaren in vrede met elkaar hebben samengeleefd worden ineens elkaars vijanden, want je wordt of in het ene of in het andere kamp getrokken.
Allerlei mánnen, niet letterlijk op paarden, maar figuurlijk wel, die zich groot maken en oorlogstaal uitslaan.
We horen het om ons heen.
De schrik slaat je om het hart, wat moet dat worden?
Iets dergelijks lees ik ook in Zacharia 9.
En ineens daar die uitroep:
“Juich…, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel…
Ik zal de strijdwagens … verjagen
en de paarden (!) uit Jeruzalem;
de bogen worden gebroken.
Hij zal vrede stichten tussen de volken…”
Paarden horen bij de oorlog, en een ezel hoort bij vrede.
Een soort visioen van vrede wordt hier uitgesproken, zo zal het zijn. Geen oorlog meer, maar vrede.
Dus een koning op een paard is een heel ander soort koning dan een koning op een ezel.

Jezus regisseert het daarom zelf zo, dat hij op een ezel Jeruzalem binnenkomt. Zo wil hij binnenkomen.
Het is trouwens wonderlijk hoe ze aan die ezel komen.
Jezus stuurt twee van zijn leerlingen vooruit en die zullen, zegt Jezus, een vastgebonden ezeltje tegenkomen. Dat moeten ze losmaken en meenemen. Even lenen.
Er zijn misschien wel mensen die dan zeggen: Hé wat doen jullie?
Dan moeten ze zeggen: De Heer heeft het nodig, en dan is het vast goed. En zo gaat het ook.
Ik las ergens dat iemand het zo uitlegde, en ik vond dat wel bijzonder, die uitleg.
Die ezel, dat zijn wij, wij mensen, wij mensen die door Jezus worden losgemaakt. Verlossing.
Niet losgemaakt om vervolgens alleen maar vrij rond te lopen,
maar om beschikbaar te zijn voor de Heer – De Heer heeft het nodig – om mee te gaan op die weg van vrede, om die boodschap van vrede en nederigheid verder te dragen.
Een bijzondere uitleg. Mooi.
De Heer heeft mij nodig. Hoe wil je dan bij anderen binnenkomen? Met vrede en nederigheid.

De Heer, dat is het Griekse woord Kyrios, wat wij nog kennen van: Kyrie eleis.
Het woord betekent aan de ene kant gewoon ‘meneer’, maar aan de andere kant heeft het ook de betekenis van ‘Heer’ in de zin van iemand die wat te betekenen heeft, een vorst, een koning. De keizer in Rome liet zich bijv. ook kyrios noemen.
Je ziet hier een soort overgang in het Marcusevangelie.
Hiervoor speelt alles zich af in en rond Galilea, en daar lijkt Jezus het enigszins weg te schuiven als mensen hem ‘Heer’ willen noemen.
Nu komt in het verhaal van Marcus het tweede deel in Jeruzalem, dat uitloopt op zijn dood en op Pasen,
dan begint Jezus dat wat tot nu toe een beetje stil gehouden is naar buiten te brengen.
Hij is Heer, hij komt nu als een soort koning Jeruzalem binnen. Door hemzelf zo geregisseerd, zo lijkt het.
En doordat hij op een ezel komt, maakt hij tegelijk een statement: dat hij een vorst van vrede zal zijn. Nederig. Niet iemand die boven de mensen staat, maar naast hen.

Jezus gaat op de ezel zitten. Wat doen de mensen?
Ze leggen hun jassen op de grond en rollen zo de loper voor Jezus uit, zoals op dat plaatje van Willem Alexander een mooie blauwe loper op de grond was neergelegd,
en aan de kant van de weg zwaaien ze met takken, als een soort erehaag.
De mensen gaan hem toezingen, met een lied, een stukje van Psalm 118:
“Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer…”
Hosanna, is een uitroep die zoveel betekent als: Heer, geef ons toch heil, help ons toch, laat het toch a.u.b. goed worden met ons.
Het is vergelijkbaar met wat wij wel gebruiken: Kyrie eleis. Heer, ontferm u.
Aan de ene kant zit daar vertrouwen in, en iets van achting, je acht die ander hoog, als Heer, dat is iemand van wie je iets verwachten kunt.
En tegelijk is het een roep om hulp. Help toch! Hosanna.

Zo komt Jezus Jeruzalem binnen.
Wij weten wat erna komt.
Een vorst die vrede brengt op een vredelievende manier wordt door de machthebbers niet op prijs gesteld,
zij willen hun eigen positie handhaven
en Jezus wordt ter dood veroordeeld.
En de mensenmenigte blijkt wispelturig.
Eerst roepen de mensen: Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, en een paar dagen later: Kruisig hem.
Dat is de weg die Jezus gaan zal, de weg waar wij in de 40-dagentijd bij stil staan.
Omdat we geloven dat dat geen doodlopende weg is,
maar de weg van de vrede.
Misschien kun je wel zeggen dat dit Bijbelgedeelte ons oproept, uitdaagt om hem op die weg te volgen,
om van onze paarden af te komen, waarmee we over elkaar proberen te heersen, elkaar soms naar het leven staan, elkaar het leven zuur maken.
Door wie of wat laat jij je beheersen?
Beheersen, ook daarin zit dat woord heer.
Door wie of wat laat jij je leiden?
Mag Jezus bij je binnenkomen om je leven te beheersen?
Ik sluit af met de woorden van de apostel Paulus die bij deze zondag horen:
“Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan,
maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf…
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.”