Protestanse Gemeente Naaldwijk

De rug recht houden-27jan-EBK

Zondagmorgen 27 januari 2019,

Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Ester 3
 preek-20190127-1.png

Toen ik afgelopen vrijdag op zoek was naar afbeeldingen voor vanmorgen en ik uit het achterraam keek zag ik aan de overkant van de vaart allerlei vogels bij elkaar: eenden, meeuwen, ganzen, witte, zwarte, gemengde, gekleurde, vogels van diverse pluimage – ik weet niet of er op dat moment voor hen iets te halen viel – maar het leek erop dat ze elkaar de ruimte om er te zijn niet gunden.preek-20190127-2.png
 
De ene pikte om zich heen om de ander weg te jagen, totdat die ene zelf weer weggejaagd werd door weer een andere. De een probeerde nog te blijven staan, weerstand te bieden, een andere maakte direct pas op de plaats en droop af.
Ik zag dat daar gebeuren en ik vroeg me af: Waarom gunnen ze elkaar niet de ruimte om te leven?
Dat is de natuur. Ja, dat is de natuur, maar is daarmee alles gezegd?
In de natuur is het de survival of the fittest, de sterkste wint het, de zwakke delft het onderspit.
Soms lijkt het in de mensenwereld ook zo te gaan.
Wie sterk is, wie macht heeft, kan ruimte voor zich opeisen, de ander moet door z’n knieën.
Wie sterk is kan de ander voor zich laten kruipen.
Ja, dat is de natuur, maar daarmee is niet alles gezegd.
Er is ook een ander verhaal, een tegenstem, het verhaal van de Bijbel waarin alles wordt omgekeerd.
Juist wie zwak is en weggeduwd wordt, krijgt de ruimte.

Afgelopen maandag, 21 januari, was het Martin Luther Kingdag, dat is een Amerikaanse feestdag ter gedachtenis aan dominee Martin Luther King die in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw bekend werd als voorvechter van gelijke rechten voor zwarte mensen.
Het was bijvoorbeeld bij wet vastgelegd dat in de bus zwarte mensen moesten opstaan om witte mensen een zitplaats te geven.
In 1963 hield Martin Luther King zijn beroemde toespraak ‘I have a dream’, waarin hij een wereld voor zich ziet waarin zwarte en witte mensen samen aan één tafel zitten.
Hij boog niet voor het onrecht dat zwarte mensen werd aangedaan. Hij ging niet door de knieën, maar hield zijn rug recht. Met geweldloos verzet streed hij die strijd en inspireerde hij anderen om daarin mee te gaan.
In 1968 werd hij vermoord.
Zal het recht van de sterkste dan toch zegevieren?
Ik zie allerlei parallellen met het verhaal van vanmorgen, met Mordechai, die ene joodse man die niet door de knieën ging voor Haman, voor die wet dat hij moest buigen, voor die wet die mensen kleineerde en voor die grootmacht liet kruipen.
Mordechai kende een andere wet, die mensen juist de ruimte geeft om voluit te leven, een wet die mensen niet laat kruipen, maar hen doet opstaan en hen op hun benen doet staan.
 preek-20190127-3.png
Afgelopen maandag was het Marin Luther Kingdag en, heel bijzonder, op die dag gingen in de Bethelkapel in Den Haag twee dominees voor die overgevlogen waren uit Amerika.
U weet het misschien wel: In de Bethelkapel in Den Haag is vanaf eind oktober een kerkdienst gaande om daarmee kerkasiel te bieden aan een Armeense familie die al negen jaar in Nederland is, en die van de staat Nederland moet verlaten.
Twee keer heeft een rechter uitgesproken dat ze mogen blijven, beide keren ging de Nederlandse staat daartegen in beroep.
En ook een beroep op het kinderpardon, een regeling die zegt dat je kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, eigenlijk niet meer terug kunt sturen, ook een beroep op het kinderpardon mocht niet baten.
Er is het zogenaamde meewerkcriterium, en als je als ouders ook maar een keer een afspraak niet nagekomen bent, kan dat al reden genoeg zijn om het gezin met kinderen terug te sturen. Want regels zijn regels. Ja toch? Anders is het einde zoek.
Die kerkdienst daar in Den Haag maakt ook gebruik van een regel: zolang een kerkdienst gaande is, mag de overheid niet binnenvallen.
Nu waren daar afgelopen maandag twee voorgangers, van een gemeente in Amerika die ook asiel verleent.
Een kerkganger in Ohio was diep geraakt toen hij hoorde over het kerkasiel in Den Haag voor de familie Tamrazyan. Hij doneerde al zijn 'frequent flyer miles' om tickets te regelen voor de twee voorgangers,
zodat ze mee konden doen in dat kleine protest tegen de onbarmhartige en onrechtvaardige manier waarop met het kinderpardon wordt omgegaan.preek-20190127-4.png
 
Hoe dat gaat aflopen is nog spannend, ook nog nu een week geleden het CDA van standpunt veranderd is.
 “Ik voer beleid uit zoals het is” zegt de staatssecretaris, ik ga niet stoppen met uitzetten,
want regels zijn regels, afspraak is afspraak. Alsof het gaat om een wet van Meden en Perzen die niet veranderd kan worden. Zo kun je je verschuilen achter een afspraak en hoef je de onbarmhartige werkelijkheid niet onder ogen te zien. Als het dossier maar op orde is.
Mordechai is vandaag de man die ons laat zien dat hij niet buigt voor een wet die niet deugt.

Laten we naar het verhaal gaan kijken. De Amerikaans joodse kunstenaar Richard McBee heeft een prachtige serie schilderijen gemaakt over het verhaal van Ester.preek-20190127-5.jpg
 
Hier zien we er een van. Vier personen knielen voor Haman, drie liggen plat op de grond, één op z’n knieën. Maar er is er één die niet knielt.
Het is wonderlijk, maar zo gaat het vaker in het leven van mensen: In het vorige hoofdstuk wordt verteld dat Mordechai ergens opvangt dat een paar mannen een aanslag willen plegen op koning Ahasveros. Mordechai geeft dat door en zo wordt een aanslag voorkomen. Dus je zou mogen verwachten dat Mordechai grote eer daarvoor zou ontvangen. Maar nee, tegen alle verwachtingen in krijgt niet Mordechai alle eer maar een zeker Haman. Als uit het niets komt hij het verhaal binnen.
Wie is die Haman? Hij is een nakomeling van Agag. Daarmee komt een hele wereld binnen.
Hij is genoemd naar de koning van de Amelekieten, een volk dat vaker in de Bijbel voorkomt: de rover die het kwetsbare volk in de rug aanvalt. Haman is de personificatie van het kwaad.
Nakomeling van Agag. Een naam vergelijkbaar met die van iemand als Hitler.
Als die naam valt, lopen de rillingen over je rug.
Met die naam Haman komt de grote vernieler binnen.
Verongelijktheid, boosheid en haat worden uitgeleefd op iemand of op een groep mensen die als zondebok worden uitgekozen. Zíj hebben het gedaan, zij moeten oprotten.
Als Haman op het paard wordt getild, wordt iets kapotgemaakt waar soms jaren voor gestreden is.
Maar het gebeurt, en de staat schrijft voor dat ieder zich daarin moet voegen: door de knieën voor Haman, breng hem de Hitlergroet. En de mensen buigen als een knipmes, de angst regeert.
Behalve één man: Mordechai.
Net als koningin Wasti in hoofdstuk 1 verzet hij zich tegen deze onderwerping en houdt hij zijn rug recht.
Maar de koning heeft natuurlijk zijn functionarissen, zijn mannetjes, de regelneven en letterknechten en zij spreken Mordechai erop aan. Mordechai antwoordt niet. Hij gaat door met zijn geweldloos verzet.
Haman heeft het zelf niet in de gaten.
Dat krijg je als je als hooggeplaatst persoon daar ergens hoog boven zweeft en eigenlijk geen idee hebt wat daar beneden bij het gepeupel afspeelt, als je vooral met jezelf bezig bent en je eigen machts – positie, als iemand die met het hoofd in de lucht alles en iedereen voorbijloopt.
Dan lichten de functionarissen van de staat Haman in.
De vraag is: kan Mordechai standhouden?
Haman weet er wel raad mee. Hij besluit Mordechai uit de weg te ruimen.
Maar als hij hoort van welk volk Mordechai is, is dat hem niet genoeg, hij wil meer: heel dat volk van Mordechai ombrengen.
Hamas, alle joden aan het gas. Het klinkt nog steeds.
Het mechanisme is van alle tijden. De daad van die ene geradicaliseerde jongen is aanleiding tot afkeer van, verzet en haat tegen een hele groep, een heel volk, een hele godsdienst. Het mechanisme van de zondebok.
Zo werkt dat met ongenoegen en haat. Dat het niet goed gaat, komt door ‘hullie’. Weg ermee!
 preek-20190127-6.jpg
En Haman, voordat hij naar de koning gaat om zijn plan te ontvouwen, laat hij het lot werpen. Het lot moet bepalen wanneer toe te slaan. Die en die dag zal het zijn.
Het krijgt zo de schijn van: ik kan er ook niets aan doen, toevallig viel het lot op die en die dag. Kwaadaardige willekeur, maar in feite strak geregeld.
Zo bereidt Haman het plan voor om al die al vreemdelingen het land uit te krijgen.
Hij gaat met zijn plan naar koning Ahasveros.
En Haman stookt de zaak op. Die mensen wonen als rotte appels in ons rijk. Hun wetten verschillen van die van ons. En ze houden zich niet aan onze wetten. Dat is gevaarlijk. Daarmee ondermijnen ze onze rechtsorde.
En Haman wil er ook nog wel een smak geld tegenaan gooien, hij wil het wel financieren en een astronomisch bedrag storten bij de ambtenaren van de koninklijke schatkist.
Mensen worden tegen elkaar opgezet, een bepaalde groep mensen wordt in een kwaad daglicht gezet.
De beschuldiging dat ze zich niet houden aan de wetten en gebruiken van het land doet het altijd, ook al mist die alle grond. Haatzaaiende oneliners hebben succes.
De koning lijkt het allemaal weinig te interesseren. De koning heeft niet in de gaten dat hij hiermee het leven van koningin Ester op het spel zet.
Hij geeft zijn zegelring aan Haman en daarmee een vrijbrief om te doen wat die wil. Dat klinkt onheilspellend, als rechten van mensen niet meer tellen, en elke begrenzing van het kwaad wegvalt, als mensen de ruimte krijgen om regels te maken die anderen de ruimte om te leven ontnemen.
Haman, de verpersoonlijking van het kwaad, neemt zijn ruimte, snel en efficiënt.
Vanaf vers 12 komen de staatsadministratie en de bijbehorende communicatiestrategie aan de orde.
Het hele ambtenarenapparaat is er druk mee om deze actie precies en efficiënt overal bekend te maken, zodat de slagkracht op die ene vastgestelde dag meteen raak zal zijn. Einde probleem.
Op de dertiende dag van de twaalfde maand moeten alle joden gedood worden, en alles wat van hen is mag ingepikt worden.
De 13e van de 12e, die dag, die datum zal vanaf nu als het zwaard van Damocles boven hun hoofd hangen. De dag dat je er niet meer mag zijn.
Dan is het gebeurd met jou. Geen plaats meer. Weg ermee. Terug naar je eige land.
De brieven worden verstuurd, de administratie is op orde, de procedure klopt, volkomen legaal.
Dan eindigt het hoofdstuk met dit zinnetje: “En terwijl de koning en Haman rustig zaten te drinken, raakte de stad Susa in rep en roer.” Burgers, ga rustig slapen, alles is onder controle.

Eigenlijk zouden we verder moeten lezen in het boek Ester. Dat doen we volgende week.
Dan blijkt dat alles wordt omgekeerd.
Zit er dan helemaal geen licht in het hoofdstuk van vandaag?
Misschien toch, in een klein detail.
De doodsbrieven worden rondgestuurd als het Pascha nabij is. De dag dat de uittocht uit Egypte wordt herdacht, dat het uit de benauwdheid van Egypte opstond om de weg van de bevrijding te gaan.
De dag dat de brief met de onheilstijding op de mat valt, wordt Gods bevrijding gevierd.

Wanneer ga je door de knieën en wanneer houd je je rug recht, soms tegen de stroom in?
Dat is de vraag die vanuit dit verhaal naar onszelf toekomt.
Welke keuzes maken wij, thuis, op ons werk, op school, bij familie en vrienden?
Nog één keer Martin Luther King, die zijn rug recht hield en niet door de knieën ging voor regels en gebruiken die onrechtvaardig zijn: “The time is always right to do what is right.”

Royaal- 13 januari 2019- Ds. Eibert Kok

Royaal

Zondagmorgen 13 januari 2019, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Lucas 3: 15-16 en 21-22

preek 13 jan 1

Vandaag de doop van drie kinderen. Dat is toch mooi om mee te maken!
Maar waarom laat je je kind eigenlijk dopen?
Nou, vraag het aan de ouders zelf.
Bij de voorbereidingsavond heb ik die vraag ook gesteld, en er kwamen hele mooie dingen voorbij.
Een van de dingen die genoemd werden was: dankbaarheid.
Als ouder wil je op deze manier laten zien dat je dankbaar bent dat dit leven jou geschonken is.
Dat is misschien wel het geheim van leven: dat het gegeven is. In de kerk zeggen we dan: gegeven door God, die de bron is van alle leven.
Dankbaarheid.
Maar er is meer. Met de doop breng je je kind binnen in een gemeenschap die veel groter is, waar je zelf bij hoort, en daar mag ook je kind bij horen.
Het is ook dat je kind iets meekrijgt. Er wordt een zegen uitgesproken. Je weet dat de liefde van God er is. God houdt van alle kinderen, gedoopt of niet. Maar door de doop krijg je dat nog weer een keertje mee.
Dat betekent ook dat je je kind iets mee wilt geven, niet alleen vandaag, maar ook in de tijd die komt, als ze opgroeien: je wilt ze iets van de liefde van God meegeven, iets van die positieve kracht, je wilt ze de verhalen meegeven die jou en ook hen iets vertellen over waarden en normen. Hoe sta je in het leven? Hoe ga je met elkaar om?
Iets van wat je zelf meegekregen hebt en ervaren hebt in die omgeving van kerk en geloof wil je ook aan je kinderen meegeven. Wat ze er later mee zullen doen, is aan hen, maar dat geldt voor bijna alles wat je ze meegeeft in de opvoeding.
Zo kwamen allerlei gedachten voorbij waarom je je kind zou laten dopen.
Nu komt dat vandaag samen met het verhaal van de doop van Jezus.
In de Bijbelverhalen over Jezus wordt het zo verteld dat Jezus eerst als timmermanszoon in de anonimiteit in Nazareth geleefd heeft en dat hij toen hij een jaar of 30 was in de openbaarheid is getreden en is gaan rondtrekken als leermeester met twaalf vaste leerlingen om zich heen.
Op die overgang van anonimiteit en optreden in de openbaarheid laat hij zich dopen door Johannes in het water van de rivier de Jordaan.
Hij is dus niet als kind gedoopt, maar als volwassene. Dat zal een doop geweest zijn waarbij hij kopje onder ging in het water.
Johannes was als langer daar actief als een soort charismatisch prediker. Hij riep de mensen op om hun leven te beteren.
Laat dat achter je wat niet goed is in je leven, en begin vandaag met een nieuw leven.
De doop was daarbij het ritueel, een symbool van reiniging; met een schone lei opnieuw beginnen.
Bij Jezus is het altijd de vraag geweest: waarom wilde hij zich laten dopen? Hij had die reiniging toch helemaal niet nodig. Hij deed juist het goede.
Maar het mooie ervan dat Jezus zich laat dopen vind ik toch wel dat hij één wordt met de mensen om zich heen. Solidariteit. Hij wil er niet bóven staan, maar er naast. Het lot van alle mensen is zijn lot. Identificatie.
En doop is niet alleen reiniging, het is ook dat je een nieuwe kracht meekrijgt. Dat zien we heel duidelijk in het verhaal van Jezus’ doop. Hij krijgt iets bijzonders mee. Daar kom ik zo op.
Eerst iets anders. Het verhaal van de doop van Jezus wordt altijd gelezen op deze zondag in januari.
Op de zondag ervoor klinkt altijd het verhaal van de wijzen uit het oosten. Dat was dus vorige week.
En de zondag ná de zondag van de doop van Jezus staat standaard het verhaal van de bruiloft in Kana op het programma. Die drie zondagen horen bij elkaar.
Wat mij opvalt aan die zondagen is de enorme royaliteit die er in doorklinkt.
Een duidelijk motief in het verhaal van Matteüs over de wijzen uit het oosten is dat Jezus gekomen is voor álle volken, voor heel de wereld.
Het zijn vreemdelingen, buitenlanders, die wijzen uit het oosten, die naar Jezus komen. Zij vertegenwoordigen in het verhaal heel de wereld, alle mensen.
Aan het einde van het bijbelboek Matteüs komt datzelfde motief weer terug. We hebben het als inleiding op de doop al gehoord: Maak alle volken tot mijn leerlingen. God is een God die alle mensen op het oog heeft, een God die alle mensen liefheeft.
Dat was toen een revolutionaire boodschap.
Want iedereen dacht dat zijn God de God was van Israël alleen, of van Egypte alleen, of van de Romeinen alleen.
God is van mij en niet van jou. Afgrenzing.
Nee, zegt het bijbelverhaal: die God die goed is voor jou is er voor alle mensen.
Dat was toen revolutionair en dat is eigenlijk nog steeds,
want heel veel mensen denken afgrenzend, gelovig of niet.
Dit is voor ons en niet voor hen.
Dit is Europa en niet Afrika. Fort Europa doet z’n best z’n grens te bewaren en in Amerika wil Trump miljarden voor een muur. Afgrenzing.
Royaal, jazeker wel, maar voor een beperkte groep.
preek 13jan 2
Toen ik op zoek was naar een plaatje kwam ik deze tegen.
De Dacia Série Limitée Royaal. Het is een royale auto: lichtmetalen velgen, parkeersensoren, digitale radio.
Maar deze uitvoering is gelimiteerd. Er is maar een beperkt aantal van deze auto’s te koop. Dus maar een beperkte groep mensen kan van deze royaliteit profiteren.
Dat is het nu precies: mensen willen best royaal zijn, maar de groep voor wie dat kan, is begrensd. Royaal, en tegelijk een afgrenzing. Niet voor iedereen.
Dat vind ik wel het mooie aan de verhalen van deze drie zondagen, het gaat over een royaliteit die grenzen doorbreekt, het is voor álle mensen.
Het derde verhaal, van volgende week, is van de bruiloft in Kana, waar enorme vaten water staan, die worden veranderd in wijn.
preek 13jan 3
Een prachtig verhaal met veel symboliek. Er is zoveel overvloed, er is genoeg voor iedereen om mee te doen aan dat feest.
Die verhalen proberen mij verder te doen kijken dan mijn eigen grenzen. Dat heb ik soms nodig. Ieder mens is een uniek schepsel, geliefd door God.
Álle mensen zijn belangrijk. Royaliteit, ongelimiteerd. De liefde en de aandacht van God is er voor ieder mens. Dat is de bron waaruit alle mensen mogen leven. Ieder mens mogen wij zien in dat licht, zien als kind van God.
Dan zitten wij bij vandaag, het verhaal van de doop, jij bent mijn geliefde kind.
Dat was toen en dat is misschien nog wel steeds revolutionair.
Even een zijstraat. Iedereen heeft vast wel iets gelezen of gehoord van de Nashvilleverklaring die, ondertekend door een grote groep zeer behoudende dominees en ook anderen, een week geleden naar buiten kwam.
Ik schrok daarvan. Natuurlijk weet ik ook wel dat die opvatting binnen de kerken bestaat,
dat homoseksualiteit en geslachtsverandering volgens de Bijbel niet zouden mogen,
maar volgens deze verklaring is dat ook de enige uitleg die mogelijk is.
Ik ben het daar absoluut mee oneens, volgens mij geeft de Bijbel mij alle ruimte en ook de richting om daar juist positief mee om te gaan.
Wat mij diep raakt in die verklaring is de strakke grens die wordt getrokken: wanneer hoor je nu wel en wanneer hoor je nu niet bij God? Deze zware jongens lijken dat precies te weten. En wie er anders over denkt krijgt een trap na. Mensen worden afgewezen.
Terwijl ik denk, dat is mijn geloofsovertuiging, dat ieder mens welkom is bij God, zonder voorwaarden vooraf.
Daarom hebben we vanmorgen ook als Ontmoetingskerk de regenboogvlag opgehangen.
Jaarlijks in oktober hangen we die vlag op op coming-out dag, maar dus ook vandaag, om te laten zien dat ieder mens welkom is, hoe die ook is.
Ik vind het mooi dat bij de doop, zoals vanmorgen, niet eerst aan de ouders gevraagd wordt of ze hun kind willen laten dopen. Natuurlijk willen ze dat, anders hadden ze hun kind niet aangemeld voor de doop.
Maar openlijk antwoord op de doopvragen geven ze pas ná de doop.
Om daarmee aan te geven: Gods liefde geldt onvoorwaardelijk voor ieder mens.
Terug naar het Bijbelverhaal. Wat betekent nu die doop van Jezus? En wat betekent in het verlengde daarvan mijn eigen doop, en de doop van de drie kinderen vanmorgen?
Ik geloof dat Jezus zich niet voor niets identificeert met de mensen om hem heen.
Dat doet hij zodat de mensen om hem heen, zodat ik, zodat wij ons ook mogen identificeren met hem.
preek 13jan 4
Dan kom ik op dit punt: Wie ben ik? Wat is mijn identiteit? Waardoor wordt mijn identiteit bepaald? Waardoor wíl ik die laten bepalen?
Onze identiteit, wie we zijn, wordt altijd mede bepaald door de mensen met wie we verbonden zijn.
Je ouders bepalen mede wie je bent, of je dat nu fijn vindt of niet. Je levenspartner, je kinderen, de mensen op je weg met wie je nauw verbonden bent.
Omstandigheden bepalen mede wie je bent. Of je nu geboren bent in een welvarend gezin, in Nederland of in een arme omgeving, in Afrika. Of je opgroeit in een harmonieuze setting of in een omgeving met veel botsingen en brokken.
Als ik er dan aan terugdenk dat ik ooit gedoopt bent, dan betekent dat voor mij dat mijn identiteit, wie ik ben, mede bepaald wordt door Jezus, dat ik wie ik ben mede wil láten bepalen door Jezus. Met hem ben ik verbonden, en door hem met God, de bron van alles.
Dat is gave, én opgave. Het is ook een opdracht.
Wat ik van hem meekrijg is ook bedoeld om wáár te maken, handen en voeten te geven in het leven van elke dag.
De vraag is dan telkens weer: Wil ik mijn identiteit, wie ik ben, láten bepalen door hem, door zijn leven, door zijn liefde?
Wat gebeurt er als Jezus gedoopt wordt?
En als wij onze identiteit mede willen laten bepalen door hem, mag het ook voor ons gelden, en ook voor de kinderen die vanmorgen gedoopt zijn:
De hemel gaat open, de hemel als de plek van God.
Die verbinding mag er zijn.
De heilige Geest, Gods kracht, daalt in de vorm van een duif op hem neer.
Zo hopen we dat Gods kracht ons helpt vorm te geven aan ons leven.
Er klinkt een stem uit de hemel: jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.
Jij bent mijn geliefde kind.
Zo kijkt God naar deze mens, en naar alle mensen.
Met die doop kan Jezus zijn openbare optreden beginnen.
Met die kracht mogen wij beginnen, en verder gaan.

Een spoor van licht-6jan-CvdM

Overdenking op 6 januari 2019
Lezingen: Jesaja 60: 1-6 en Mattheus 2: 1-12
Thema: Een spoor van licht

Gemeente van Jezus Christus,

Is het u wel eens opgevallen dat we de ster van Bethlehem in het verhaal over de wijzen op een gegeven moment kwijt zijn? We vertellen elkaar wel dat die drie wijzen uit het oosten door de ster naar de plek gebracht zijn waar Jezus is geboren, maar Mattheus vertelt dat ze een soort omweg maken. De wijzen komen niet direct in Bethlehem terecht. Ze hebben zijn ster gezien. Ze hebben een ster zien opgaan in hun eigen land en ze hebben dat begrepen als een teken. Een teken van de hemel dat er iets bijzonders was gebeurd op aarde.
De ster was voor hen het teken dat er een nieuwe koning zou komen regeren op aarde. Te beginnen in de kring van het Joodse volk. Zo hebben de profeten het immers voorspeld. De toekomst draagt voor het Joodse volk de belofte in zich van een groot licht. Maar dat licht schijnt niet alleen voor de mensen van het Joodse volk. Dat licht schijnt voor alle volken. Volken laten zich leiden door dat licht, profeteert Jesaja, zoals we gehoord hebben vanmorgen. Koningen laten zich leiden door de glans van dat schijnsel.
Voor de evangelist Mattheus is heel het leven van Jezus de vervulling van de beloften van God, zoals die door de profeten van Israël is verwoord. Die vervulling is vanaf het eerste begin duidelijk. Koningen laten zich leiden door het schijnsel, door het licht dat in Israël opkomt. En daar komen ze. Drie wijzen, drie koningen. We laten onze verbeelding ook werken, bij het evangelie. Want Mattheus zelf noemt geen getal. Hij vertelt in ieder geval over wijze mensen en mensen van aanzien. Anders waren ze nooit door koning Herodes, de zetbaas van de keizer in Rome, ontvangen in zijn paleis.
Daar komen ze terecht omdat ze het blijkbaar even niet meer weten. Ze zijn de ster kwijt. Ze zijn hun licht, hun richting verloren. En nu zoeken ze raad. Waar moet je dan zijn? Op die vraag krijg je in deze wereld vanzelf antwoord. De mensen achter de macht willen graag antwoord geven op je vragen. Zo wil Herodes de vraag van de wijzen maar wat graag zien te beantwoorden. Want als je mensen antwoord geeft, geef je sturing aan hun leven. Dan hou je ze in het gareel. Dan kun je ze inschakelen bij je plannen en ze voor je eigen karretje spannen.
Dat is precies wat we Herodes zien doen. Het is of er twee lijnen door elkaar lopen in het verhaal. De ene lijn is de weg waarop mensen gebracht worden door het licht dat God doet opgaan in deze wereld. Dat geeft mensen perspectief. Het brengt mensen op hun bestemming. Ze gaan op zoek naar een ander. De andere lijn is de weg waarop mensen terecht komen doordat ze gemanipuleerd worden. Daar is de waarde van een mensenleven teruggebracht tot het middel dat ze kunnen vormen voor machthebbers om hun doel te bereiken. Dat zie je aan het plan dat Herodes ontwerpt. Op die weg komen mensen niet tot hun bestemming. Hun weg loopt dood in de plannen en de strategieën van de op macht beluste Herodes. Die zoekt alleen maar zichzelf. De ander komt bij hem niet in beeld. De ander is alleen iemand die hij kan manipuleren. En als dat niet kan is de ander een bedreiging.
De wijzen vormen als het ware het beeld van de mens die uitkijkt naar de ander, die gelooft dat de ander ons leven kan en wil verrijken. De ander is een belofte. Een belofte waarin de Ander, die God is, zich wil openbaren. De wijzen leven niet uit angst, maar op de adem van de belofte, vol vertrouwen. Ze hebben ook niets te verbergen. Ze praten met iedereen over hun doel: ze willen het kind, dat de belofte voor de toekomst belichaamt, zoeken en vereren.
Herodes heeft totaal geen boodschap aan een ander. Hij heeft alleen oog voor zichzelf en zijn eigen belang. Al weet hij natuurlijk goed hoe hij dat moet verbergen. En zelfs wijze mensen prikken daar blijkbaar niet altijd doorheen. Hij weet de wijzen bij zich naar binnen te lokken en overlegt met hen in het geheim. Stiekem probeert hij hen zonder dat zij het weten in te schakelen in het spel om de macht. En dat hebben de wijzen niet in de gaten, zou je zeggen. Ze laten zich door Herodes op weg sturen.
Maar dan geeft Mattheus zijn evangelie een wending. Hij laat duidelijk zien waarom het een goede boodschap is die hij vertelt. Want God grijpt als het ware in. Op twee momenten in het verhaal. Om te beginnen hebben de wijzen opeens Herodes helemaal niet meer nodig om hun de weg te wijzen. Want ze waren nog maar net op weg, of kijk: de ster! De ster die ze hadden zien opgaan verscheen weer. De ster ging voor hen uit en bracht hen precies bij de plaats waar het kind was. Ze waren de ster een tijdje kwijt geweest. En ze dachten dat ze ergens anders te weten moesten komen hoe ze de richting van hun leven moesten bepalen. We zijn soms zo ongeduldig. We willen meteen weten hoe het moet. Welke kant we uit moeten. Maar soms doet een beetje geduld wonderen als we het licht willen zien. Als we altijd maar gehaast door willen richting ons doel raken we de goede richting juist kwijt. We hebben rust en geduld nodig om het schijnsel te kunnen zien waarmee God ons op de goede weg brengt.
De wijzen bereiken hun doel. Ze komen bij het kind Jezus en bewijzen hem eer. Ze staan oog in oog met de belofte van een toekomst vol geloof, hoop en liefde en ze hebben er al hun schatten voor over. En daarna helpt de hand van God hen nog een keer op de goede weg. Want Mattheus vertelt dat ze een droom krijgen. Een droom waarin ze gewaarschuwd worden voor Herodes. Ze reizen niet terug over Jeruzalem. Ze geven Herodes niet waar hij om gevraagd heeft: de informatie die machthebbers gebruiken om het spel van de macht te blijven spelen. Herodes geeft het niet op, natuurlijk. Maar Mattheus maakt duidelijk dat hij niet krijgt wat hij wil. Niet iedereen buigt voor hem. Niet iedereen buigt voor machthebbers. Er zijn ook mensen die voor een kind buigen dat de belofte van de toekomst in zich draagt. Niet alles gebeurt volgens de wil van Herodes. Of welke naam machthebbers ook door de eeuwen dragen. Vult u zelf maar een naam in. Maar God gaat zijn eigen gang door de geschiedenis en laat het spoor van liefde dat hij door de geschiedenis trekt niet onderbreken.
De boodschap van Gods liefde heeft een langere adem dan het dictaat van de macht. Al moeten we soms geduld oefenen om het licht van die belofte te zien. Want het spoor van de liefde is een kwetsbare weg. Dat hoor je ook in dit gedeelte van het evangelie. De wijzen vragen immers aan het begin van het verhaal waar de pasgeboren Koning van de Joden te vinden is? Dat is een veelzeggende aanduiding, de Koning van de Joden. Want die komt pas veel later in dit evangelie terug. In hoofdstuk 27. In het hoofdstuk waarin wordt verteld dat Jezus wordt ondervraagd door Pilatus. ‘Ben jij de koning van de Joden?’, vraagt Pilatus. Daarna wordt Jezus bespot door de Romeinse soldaten. Koning van de Joden, noemen ze hem. En op het kruis wordt een bord gespijkerd waarop staat: Jezus van Nazareth, koning van de Joden.
Dat klinkt allemaal al mee in dit tweede hoofdstuk van het evangelie naar Mattheus, wanneer we horen over de pasgeboren Koning van de Joden. Maar ook daarin schijnt een licht voor alle volken. Omdat in het leven van Jezus de liefde wordt geopenbaard die sterker is dan al het andere, sterker dan de dood. Het licht van de opstanding schijnt al door in het verhaal over de ster van Bethlehem. Het is dat licht waardoor God ons leven wil leiden. Een licht om geduldig en met volharding naar uit te kijken. Dat is de moeite waard, want het wijst ons door de tijd heen de weg naar onze bestemming. Ik hoop dat wij ons niet van dat spoor af laten brengen en dat het licht van God ons brengt op de plaats waar de ander in liefde ontmoeten. De ander in wie Jezus zich laat herkennen. De ander die de levende gestalte van Gods liefde is. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Stip op de horizon- 16 december 2018- ds. Eibert Kok

Stip op de horizon

Zondag 16 december 2018, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Sefanja 3: 14-20 en Lucas 3: 7-18

preek 16 dec
We zijn deze dienst begonnen met de derde adventskaars en een gedichtje daarbij:
“De derde kaars steken we aan
er komt nog meer licht bij.
Oorlog en ellende zullen overgaan
dan leven alle mensen vrij.”
Dat zou toch prachtig zijn!? Maar, “Zal er ooit een dag van vrede, zal er ooit bevrijding zijn?”
Nu leven wij in een land waar het al meer dan 70 jaar vrede en vrijheid is. Dat is bijzonder.
Ja natuurlijk, ook in ons land is van alles mis en van alles loos. Er zijn genoeg dingen die niet goed gaan en die beter kunnen. Wat dat betreft kunnen we allemaal wel in gele hesjes gaan lopen om te protesteren tegen wat niet deugt,
maar als je het vergelijkt met andere plekken op aarde dan hebben wij het hier goed en leven we in vrede en vrijheid.
In de Adventskalender las ik gisteren over de situatie in het Midden-Oosten. Daar is het heel anders:
“Eén op de zes inwoners van Libanon is een Syrische vluchteling. En dat op een oppervlakte van nog geen kwart van Nederland. Voorzieningen schieten in het land aan alle kanten tekort. De crisis is te groot. Niet alleen is er te weinig water voor de overvloed aan mensen, de infrastructuur is ook volledig overbelast. De wegen zijn overvol, heel de dag door zijn er files. Er is een groot tekort aan huizen, waardoor huur en huizenprijzen de pan uit rijzen. In veel dorpen met vluchtelingenkampen is een tekort aan sanitaire voorzieningen voor alle mensen. Er zijn dorpen die letterlijk overspoeld zijn met vluchtelingen.
Het leven voor Syrische vluchtelingen in Libanon en Jordanië is zwaar. Een moeder vertelt: “Mijn man is ziek en ons leven is een dagelijkse strijd om te overleven, hard werken en voor de kinderen zorgen. Alles wat ik wens is een goed bestaan voor
mijn kinderen. Dat is mijn droom.””
Hoor ik weer dat zinnetje: Oorlog en ellende zullen overgaan, dan leven alle mensen vrij. Was het maar waar.
En toch, dat is denk ik advent, toch blijven we geloven, toch blijven we die droom hooghouden dat het goed zal komen.
Daar bidden we om in het Onze Vader: Uw koninkrijk kome.
Het woord advent betekent zoiets als: dat wat er aankomt, aankomst. Advent is kijken naar wat komt.
In een van de gesprekskringen waar ik bij betrokken ben, spreken we dit seizoen met elkaar over de verschillende zinnen van het Onze Vader.
Daarbij hebben we ook stilgestaan bij die bede: Uw koninkrijk kome.
De vraag die dan naar boven komt, is: Betekent dit nu dat we God bidden dat dat koninkrijk, dat rijk van vrede, aan ons gegeven zal worden, dat dat naar ons toekomt, in de trant van ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’? Van Gods kant komt dat rijk naar ons toe.
Of betekent dat dat wij ons daarvoor moeten inspannen, dat dat rijk door onze handen tot stand zal moeten komen, en is dit een gebed tot God waarmee wij uitspreken dat wij ons daarvoor willen inzetten en tegelijk God vragen of hij daartoe ons de inspiratie en de kracht zal geven?
Is het een belofte of is het een opdracht?
Of is het een combinatie van beide: God zal het geven en wij zullen ons daarvoor inzetten?
Is het misschien een belofte én een opdracht?
In de gesprekskring klonken verschillende geluiden, maar over één ding waren we het wel eens: Dat het in ieder geval ook een opdracht is.
Voor advent geldt, denk ik, precies hetzelfde. Die twee kanten zitten er aan: belofte, maar ook: opdracht.
Dan hoor ik in dat zinnetje ‘Oorlog en ellende zullen overgaan’ ook ineens allebei: belofte én opdracht.
Bij de voorbereidingen kwam ik het plaatje tegen met de stip op de horizon.
Ik kwam het meerdere keren tegen: bij een site over management, bij overheidsinstellingen, bij een politieke partij.
Telkens gaat het om de stip op de horizon: waar wil je naar toe als bedrijf, als overheidsinstantie, als politieke partij, als persoon? Wat is jouw stip op de horizon?
Zomaar iets wat ik tegenkwam: “Een einddoel voor ogen hebben is een uitstekend startpunt voor alles wat je wilt bereiken. … Een schip zonder roer is een stuurloos schip. Het mist richting. Het kan zijn motorkracht niet doelgericht inzetten, want het dobbert doelloos rond. Plus: als je niet weet wat je wilt, word je al gauw ingezet voor het bereiken van doelen van anderen die wèl weten wat ze willen bereiken.
Een doel voor ogen hebben, je stip op de horizon, werkt heel krachtig. Juist omdat het zo krachtig werkt is het zo belangrijk om heel zorgvuldig te zijn in het formuleren van wat je stip op de horizon is. Als je je realiseert dat alles in jou, bewust en onbewust, aan de slag gaat om je einddoel te realiseren, weet je dat het heel belangrijk is dat je toewerkt naar een doel dat je ook daadwerkelijk wilt bereiken.” Einde citaat.
Advent gaat volgens mij ook over die stip op de horizon.
En die stip op de horizon is het koninkrijk van God, een wereld waarin ieder mens in vrede kan leven. Het gaat er om dat dat koninkrijk dichterbij komt.
Als ik dan die sites lees, dan gaat het over strategieën om dat te bereiken, om keuzes die je moet maken: wat doe je wel, wat doe je niet? Wat is er voor nodig om je doel te bereiken?
Nog een keer in die taal: alles in jou gaat, bewust en onbewust, aan de slag om je einddoel te realiseren.
Dat stelt mij nu voor de vraag in hoeverre ik mijn leven laat leiden door dat einddoel, door die stip op de horizon, in hoeverre ik mijn leven zo inricht, dat ik bewust en onbewust daarnaartoe werk.
In hoeverre laat ik mij leiden dat koninkrijk van God, dat in Jezus dichtbij gekomen is, en dat tegelijk als stip op de horizon daar voor me staat?
Wil ik me laten leiden door die stip op de horizon?
Ja… Maar… Er zijn ook nog zoveel andere dingen waar ik prioriteit aan geef.
Soms laat ik me helemaal niet leiden door die stip op de horizon, maar laat ik me inderdaad leiden door allerlei andere dingen die op mij afkomen.
Ter vergelijking. Gisteren is in Polen een klimaattop afgesloten. Bijna iedereen is het erover eens dat er maatregelen nodig zijn om klimaatprobleem aan te pakken.
Stip op de horizon: zoveel minder vervuiling over zoveel jaar.
Ja! Maar… Er zijn ook nog heel veel andere belangen,
waardoor die stip op de horizon vertraagd of helemaal nooit bereikt zal worden.
preek 16 dec 2
Een stip op de horizon vraagt om keuzes.
Wat doe je wel of ga je doen, en wat doe je niet, waar stop je mee?
Kom ik bij de lezingen van vandaag.
De eerste lezing is uit het boek Sefanja, een van de kleine profeten uit het Oude Testament.
Het boekje is waarschijnlijk ontstaan in of rond de tijd van de Babylonische ballingschap.
Kort na 600 voor Christus is Jeruzalem twee keer ingenomen door de Babyloniërs en de tweede keer ook verwoest. Een groot deel van het volk is gedeporteerd naar Babel.
Pas zo’n 50, 60 jaar later zien we kleine groepjes van die ballingen uit Jeruzalem en omgeving terugkeren naar Israël, naar een verwoeste stad en een tempel in puin.
Ergens in die tijd moet het boekje Sefanja ontstaan zijn, en het vertelt over een profeet die al vóór de ballingschap het volk voorhoudt dat het niet goed zal gaan. Het klinkt als een onheilsprofetie. De wegvoering in ballingschap wordt gezien als een oordeel van God.
Waarom? Omdat de mensen verkeerde keuzes maken.
Ze doen wat ze niet zouden moeten doen, en wat ze wel zouden moeten doen, doen ze niet.
Daarom worden ze weggevoerd in ballingschap.
Is het dan alleen maar kommer en kwel, we gaan met z’n allen toch naar de ondergang? Nee!
Wat wil Sefanja? Dat mensen zich weer gaan richten op God, als oriëntatiepunt.
Dat boekje eindigt met de tekst die we gelezen hebben. En dat is vol vreugde. Dat is de stip op de horizon. Dat is de situatie dat alles goed zal zijn.
“Jubel, vrouwe Sion” (Sion is een van de bergen van Jeruzalem)
“Zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem!”
Waarom? “De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan.”
Dat vonnis, dat oordeel, dat je weg moest uit je eigen land, met geweld meegevoerd naar een vreemd land, dat vonnis over jou wordt tenietgedaan, een streep erdoor.
God maakt gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid en zorgt dat er voor jou een toekomst is in een veilig land, een thuis, ruimte om in vrede te wonen.
“De HEER, de koning van Israël, is in je midden”
Immanuel, God in ons midden,
“je hebt geen kwaad meer te vrezen.”
Prachtig hoe hier aan mensen in een akelige situatie, een situatie van ballingschap en verwoesting een stip op de horizon wordt getekend.
De vraag hier is ongetwijfeld: Willen mensen zich laten leiden door die stip op de horizon?
Durven ze dat? Hebben ze het lef en het vertrouwen om in hun leven zo te kiezen dat ze ook alles op alles zetten om dat einddoel te bereiken?
“Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer – zegt de HEER.” Zo eindigt het boek Sefanja en de lezing van vanmorgen.
Ik doe het, zegt de HEER. Maar ook voor jullie ligt er een opdracht.
Kom ik tenslotte nog bij de lezing uit het Nieuwe Testament.
Johannes de Doper die, vlak voor het optreden van Jezus, de mensen oproept om hun leven te veranderen. Johannes de Doper heeft ook iets van een onheilsprofeet:
“Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?”
Je kunt je er wel achter verschuilen dat je van goeie komaf bent: Wij hebben Abraham als vader. Daar gaat het helemaal niet om.
Je kunt wel terug kijken, maar dat heeft geen zin. Kijk vooruit, naar de stip op de horizon, het goede nieuws van wat komen gaat, richt je daar op, en breng vruchten voort die passen bij een nieuw leven.
Een boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Dat is de stijl van Johannes.
Het is een andere toon dan we straks bij Jezus zullen horen, maar de overeenkomst is dat je je leven richt op het koninkrijk van God dat in Jezus dichtbij gekomen is.
De mensen vragen aan Johannes: Wat moeten we dan doen?
Johannes geeft heel praktische antwoorden.
Als je twee stel onderkleren hebt, geef er dan een aan wie er geen heeft. Doe met eten precies hetzelfde.
Als je tollenaar bent: Vraag niet meer dan je opgedragen is.
Als je soldaat bent: Pers niemand af, laat je niet omkopen.
Daar komt het op aan: Wat doe je wel, wat doe je niet, in hoeverre laat je je bij wat je doet leiden door die stip op de horizon?
preek 16 dec 3
Wat moeten we doen?
Hoe komt die stip op de horizon dichterbij?
In Libanon, in Syrië, in Israël, in Nederland?
Is dat niet ons laten leiden door dat vergezicht van het koninkrijk van God, die stip op de horizon, dat dichterbij proberen te halen,
in ons leven iets waarmaken van wat Jezus, in wie het koninkrijk van God dichtbij gekomen is, ons heeft voorgedaan, dat handen en voeten geven?
Kom, Schepper, Geest, vervul ons met uw kracht.