Bij Marcus 11: 1-11 - 14 april 2019- Ds. M.M. de Vries

Bij Marcus 11:1-11
Door Marjan de Vries

Gemeente van Jezus Christus,
lieve mensen,

Afgelopen week gingen de woorden van Juf Ank uit de televisieserie de Luizenmoeder rond over het internet. De Luizenmoeder gaat over het leven op en rond basisschool de klimop.
In de aflevering waar het over ging wordt Juf Ank, een van de leraressen van de school, vanaf het plein weggeroepen naar het kantoortje van de directeur. Hij is in beraad met de directeur van de koepel van de scholengemeenschap die een andere baan heeft gekregen. Bij een woningbouwalliantie. Je kunt aan hem zien dat hij vindt dat hij het heeft gemaakt. De directeur van de basisschool kan doorschuiven naar zijn positie en ze hebben bedacht dat Juf Ank dan wel directeur kan worden van de basisschool, natuurlijk voor een hoger salaris. Dat is voor haar toch ook de logische volgende stap op de ladder? Maar juf Ank ziet het anders en geeft aan wat ze mist.

Ze zegt en ik quote: “Ik mis het vertrouwen. Basisvertrouwen, in onszelf in de kinderen. Vertrouwen in de goede afloop. In elkaar. In dat het goed is zoals het is. Ik moet hier enkel nog dealen met ouders die kinderen inzetten om hun bodemloze bestaan te rechtvaardigen. Allemaal wonderkindertjes die vooral niet mogen falen, omdat er geen enkel besef meer is dat we deel uitmaken van een groter geheel. Dat we gedragen worden door elkaar. Zodat iedereen zich geborgen en gesteund kan voelen. Ook als je faalt of mislukt, of niet de grootste waffel hebt. We zijn allemaal mensen, en we hebben allemaal de onweerstaanbare drang om elkaar op een goed moment de hersens in te slaan. Dus als jij dan met je dikke portemonnee en je Audi A6 in het sprookje gaat geloven dat je werkelijk wat voorstelt, dan richt ik mij op het sprookje van geloof, hoop en liefde.” Einde quote.

Juf Ank houdt zo een pleidooi tegen het ikke, ikke, ikke en de rest kan… . Ze is moe van de wereld waarin het eigen geluk voorop wordt gesteld en niet aan anderen wordt gedacht. Ze droomt van een wereld waar mensen samenwerken en samen zoeken naar oplossingen. Waar we elkaar nodig hebben. En niet de een minder is dan de ander. Waar het gewoonweg niet alleen maar draait om het ik.
De koepeldirecteur reageert verbluft. In zijn wereld is er duidelijk niets groters dan geld en macht voor jezelf. Hij begrijpt het niet, maar heeft wel door dat hij Juf Ank niet meer kan ompraten. Ze is niet gevoelig voor geld en macht. Haar doel ligt ergens anders. Zij kiest voor het sprookje van geloof, hoop en liefde.

Die twee sprookjes naast elkaar vormen een duidelijk contrast. Hoewel wat eendimensionaal weergegeven. Ik ken wel mensen met mooie auto’s en veel geld, die ook de weg van geloof hoop en liefde proberen te gaan. Maar telkens zien en horen en ervaren we hoe de dingen van het meer, beter, groter, je ook in de weg kunnen zitten soms.

 Preek 14 apr 1

Het doet me denken aan een foto die ik deze week zag. We zien de paus op z’n knieën bij de president van Zuid Soedan. Hij kust de voeten van de president. En die man staat er ongemakkelijk en verlegen bij. Iets wat ik me voor kan stellen als je voeten worden gekust.
Maar wat gebeurt er daar? Paus Franciscus verzocht president Salva Kiir, diens voormalige plaatsvervanger Riek Machar, die weer rebellenleider werd, en drie andere vicepresidenten de afgesproken wapenstilstand te respecteren en zich in te zetten voor de vorming van een regering van nationale eenheid volgende maand.
Hij improviseert “Ik vraag u als een broeder de vrede te bewaren. Ik vraag u met mijn hart, laten we voorwaarts gaan. Er zullen veel problemen opdoemen, maar die zullen ons niet overweldigen. Los uw problemen op”.

Bij het zien van de foto dacht ik ‘wat knap’. De paus heeft door hoe hij zijn ‘macht’ kan inzetten voor het goede. Hij laat hier op slimme manier zien dat het niet om hemzelf gaat. Om zijn macht of uitstraling. Nee, hij kan zich laten neervallen aan de voeten van deze man. En hem biddend smeken om zijn eigen belang aan de kant te zetten en te zorgen voor de mensen in zijn land in plaats van steeds maar ruzie en oorlog te blijven schoppen.

Dat knielen door de belangrijkste man in de katholieke kerk is een tegenbeweging. Een beweging die het ik of het zelf aan de kant zet en het wij bovenaan. Jezus zegt: wie mij wil volgen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aankomen (Marcus 8:34). Wat de paus daar doet is hier een voorbeeld van. Hij stelt het zelf niet voorop, nee, hij neemt een dienende houding aan. Het gaat niet meer om zijn positie of de man die hij is. Hij wil en kan dienen.

Vandaag ontmoetten we in onze schriftlezing weer die andere man. Jezus, die man die wij volgen willen. Hij rijdt Jeruzalem binnen op de rug van een ezelsveulen.
Jezus manier van binnenkomen in Jeruzalem heeft hij zelf voorbereidt. Hij stuurt twee leerlingen vooruit om dat ezeltje te gaan halen. Een ezel die nog nooit bereden is.
De ezel was een koninklijk dier, maar niet een dier van strijd – daarvoor neemt een koning een veel sneller paard. De ezel is een dier van gelijke hoogte een langzame gang. Door mensen makkelijk bij te houden en benaderbaar.
En dit ezeltje is een veulen. Het wordt bereden voor de eerste keer. Daarin lijkt iets door te klinken als – jullie zien nu een bekend beeld en ja ik wil er zijn voor jullie als koning, maar niet op de manier die jullie kennen. Een oude lijn wordt voortgezet, maar met dit ezelsveulen ben ik er ook op nieuwe manier.

Deels heeft Jezus deze entree in Jeruzalem zo voorbereid. Hij lijkt te willen vervullen wat door de profeten zo is voorspeld. De koning komt op een ezelsveulen Jeruzalem binnengereden.
De mensen die zijn toegestroomd heeft hij niet kunnen voorbereiden al wist hij wel dat ze er waren. Ook zij kennen de profeten ze schreeuwen immers: Hosanna, gezegend deze koningszoon. Zoon van David. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna.
Het zijn mensen met verwachtingen. Hopen op een nieuwe regering van hun land. Hopen op verandering ten goede. Hopen dat Jezus de Messias is.
Zo trekken mensen hun jassen uit en halen takken van de bomen.
De verwachtingen rijzen tegen de bergen op.

Ook wij herkennen Jezus de Messias. Hij laat zien hoe het anders kan in deze wereld. En ook vandaag hebben wij hem nog nodig en verwachten we veel van hem. We kunnen en willen het nog steeds niet zonder hem.
Al kiezen we telkens weer voor ons eigen gelijk, en tegen het samen. Ook vandaag komen wij hier op deze zondag een week voor Pasen om weer te ontdekken en te horen dat het verhaal van deze Messias ons leven verandert op een heel andere manier dan wij ook maar kunnen denken of verwachten. Wij zijn die mensen van controle. Wij willen graag weten hoe de dingen lopen, welke dingen we moeten doen om het goed te doen en wie we moeten toejuichen. We worden ook nu zo regelmatig heen en weer geslingerd tussen het een en het ander.

We gaan een roerige week tegemoet. Een week van lijden en dood. Waarin we met Jezus meeleven. Samen met hem die weg gaan. Het zal een stille week zijn. Een week van verlangen naar hoe het ook anders kan. En Jezus zal ons dat laten zien. En dat doet hij natuurlijk al.
De paus heeft het begrepen. En Juf Ank zegt, ik kies niet voor de weg van groter, beter, hoger, mooier, maar voor het sprookje van geloof, hoop en liefde.
Jezus slaat met zijn intocht in Jeruzalem de weg van de liefde in. Een weg die voor hem dwars door de dood heen leidt. Een weg die voor ons niet te bevatten is. Zo moeilijk, zwaar en eenzaam. Jezus geeft zo invulling aan dienend leiderschap op een manier die geen van ons hem na zal kunnen doen.
Aan de ene kant zien we onszelf staan tussen de mensen die hem schreeuwend binnenhalen in de stad. Aan de andere kant zijn we er stil van en weten we niet goed wat we ermee aan moeten.

Straks zullen onze kinderen met de palmpasenstokken binnenkomen. Zij verbeelden met hun stokken de weg die Jezus zal gaan. Het verhaal van het lijden en sterven van Jezus.

Preek 14apr 2

Ook wij mogen als wij vandaag de kerk uitgaan daar iets van meenemen. Een klein takje. Dat takje wordt in de traditie van de kerk meegenomen door mensen op palmzondag. Ze steken dat takje dan ergens in huis op een zichtbare plek. Het is een takje dat herinnert aan wie Jezus is. En wie wij als mensen zijn. Want ook daar gaat het over – hoe mensen in een week tijd kunnen omslaan en iemand zomaar doodwensen.
Dat takje mag je meenemen en dan op aswoensdag aan de start van de veertigdagentijd volgend jaar verbranden we het weer. En wordt het getekend als een kruis op ons voorhoofd. Een teken van onze nederigheid. Zo worden wij steeds weer met onze voeten op de grond gezet.

Ieder jaar rond mogen wij zo leven met ons mens-zijn. Dat is waar we ons mee verbonden mogen voelen. We zijn allemaal mensen. Verlangend, verwachtingen koesterend, van onszelf, van anderen. Hopend vooruit te komen in de wereld, maar ook gewezen op onze verantwoordelijkheden als onze voeten worden gekust of gewassen, maar levend, op de weg van Jezus.
De weg van geloof, hoop en liefde.

Amen

Bij God is er genoeg-24mar-MMdV

Overdenking bij Mattheus 13:1-9 & 18-23
Doopdienst 24 maart 2019
ds. Marjan de Vries

Gemeente van Jezus Christus,
Lieve mensen,

zaaier van Gogh

In mijn korte werktijd als predikant heb ik al een aantal dingen over technologie van het zaaien en oogsten mogen leren. In Zeeland woonde ik op een boerderij mocht ik mee op een combine om de wintertarwe die maandenlang achter mijn huis had staan groeien te oogsten. Een computergestuurde grote tractor, die precies weet welke route hij moet nemen om zo min mogelijk verlies te dragen.
En ook hier in het Westland heb ik al een aantal bedrijven mogen bezoeken.
Ook hier wordt er zo optimaal mogelijk gewerkt. Als je door de kassen loopt - en dat kan straks weer met kom in de kas – ervaar je dat het niet zonder technologie kan.
Het hele proces is ingericht om zo maximaal mogelijk te kunnen oogsten.
In onze tijd gaat dat meeklinken als we een bijbelverhaal horen over een zaaier die het zaad in zijn schorten heeft. Deze zaaier zaait zo breed dat er zaad op de weg valt, tussen de rotsen en tussen de distels. Zaad dat niet ontkiemen kan. Dat niet opbrengen kan wat de boer nodig heeft. Is hij een slordige en nonchalante zaaier?

Jezus geeft de betekenis van de gelijkenis als hij alleen is met zijn leerlingen. Het is een beeld voor het verstaan van de woorden van het evangelie dat bij de mensen gezaaid wordt. Een beeld voor het geloofsleven van binnen en buiten de kerk. Zo is het ook altijd uitgelegd.
Het evangelie wordt net als het zaad van de zaaier breed uitgezaaid, maar niet overal even goed wordt verstaan en ontvangen.
Jezus vraagt dan aan zijn leerlingen of zij het verstaan hebben. En zij antwoorden bevestigend. Toch weet Jezus dat zij hem uiteindelijk verlaten zullen om hun eigen hachje te redden. Denk maar aan het verhaal van de laatste uren van Jezus. Als Petrus Jezus verraadt….

Toch blijft Jezus zijn vertrouwen uitspreken. Ook al weet hij wel dat deze discipelen hem verlaten zullen, blijft hij in hen investeren. Totdat hij uiteindelijk zelfs hun de opdracht geeft zijn boodschap verder de wereld in te brengen.

Natuurlijk is Jezus zo een voorbeeld van de zaaier uit de gelijkenis. Hij zaait tussen alle mensen, de gewone menigte die hem komt bezoeken. Hij moet in een bootje stappen, zoveel mensen zijn er weer gekomen. Maar ook tussen tollenaars en hoeren, tussen zondaars en ernstig zieken, hij zaait bij de mensen die door demonen bezeten zijn. En blijft beloven dat er overvloedig geoogst zal worden.
Als we naar de gelijkenis luisteren is het niet moeilijk om de verschillende ondergronden te herkennen. Toch moeten we oppassen om die te benoemen met groepen mensen in gedachten.
Want weet je het werkelijk?
Laten we dus die grond niet op bepaalde groepen plakken, maar luisterend naar het verhaal eerlijk naar onszelf kijken.
Want misschien is het niet zo netjes als in die akker. Als ik naar mijn eigen leven kijk zijn er zeker plekken te benoemen met de verschillende plekken waar het zaad valt.
Soms gaan dingen die ik hoor of me voorneem het ene oor in het andere uit.
Op andere momenten is mijn leven rotsig van de drukte, en kunnen dingen echt niet ontkiemen. Of er pikken vogels van de onzekerheid zaden van de weg. En soms ja soms weten we geen weg te vinden kunnen we door alles wat er gegroeid is niet meer zien waar het nou werkelijk om begonnen was. Alsof je de goede zaadjes moet zoeken tussen de distels. Maar hier en daar komt het ook tot ontkiemen. Dan besef ik ja, zo is het, er groeit toch geloof in mij.

Als we dan opnieuw luisteren naar het verhaal van de zaaier valt weer die zaaier op. Het zaad dat gezaaid wordt is het zaad van het koninkrijk. Zaad dat overvloedig wordt gezaaid. Niet afgepast met een zaaimachine van deze tijd, maar met handenvol uit de zak van een zaaier van vroeger tijd.
Er is genoeg en als altijd hoeven we er alleen maar voor open te staan.

Dit verhaal gaat niet over welke grond je bent. Want we weten dat we allemaal een beetje van iedere grondsoort in ons hebben.
Maar over dat vruchtbare koninkrijkszaad dat die zaaier, Jezus zaait. Het komt met brede gebaren op de akker van de wereld, van ons leven neer. En het wordt zonder oordeel gezaaid. Niet op de ene plek meer dan op de andere, maar overal gelijk.

Het zaad is het goede dat in de wereld gezaaid wordt. Het zijn de verhalen die we aan de dopelingen gaan vertellen over Jezus. Het zaad zijn de mensen die bezoekwerk doen. Het zijn die keren dat we aan anderen iets durven laten zien van het geloof dat wij leven. En als het zaad ontkiemt in ons leven, als wij de focus en aandacht kunnen geven aan het geloof dat wij belangrijk vinden, dan is de opbrengst ook groot.

En als wij dan de zaaiers zijn, en bijvoorbeeld met kinderen spreken over hun geloof. Hun een verhaal vertellen, of in het begin een boekje voorlezen mogen we dat op de ontspannen manier van de zaaier doen. Met brede gebaren. Kom er maar bij, het is ook voor jou. We hoeven dat niet al oordelend en beoordelend te doen, aan hem wel, aan haar niet. We mogen het gewoon vertellen zoals de zaaier zaait. Want wij kunnen niet zien of dat zaad zal gaan ontkiemen. Wij weten niet wat voor vlees we in de kuip hebben van tevoren. Het is niet aan ons. Het mag er dus gewoon zijn bij iedereen.
Die zaaier die zo breed zaait dat het zaad overal valt geeft ons dus ontspanning.
Want de zaaier beloofd dat er geoogst zal worden. En in het verhaal dat Jezus verteld wordt er veel meer geoogst dan wat een normale oogst zou opbrengen.
Het 100, 60 en 30-voudige van wat een normale oogst opbrengt.

Bij God is er genoeg, genoeg voor iedereen. Genoeg en daar mag de kerk ook in ontspannen. Als we maar ons best doen om te blijven zaaien hoeven we niet bang te zijn wat we oogsten, want bij God zal het genoeg zijn.

Moge het zo zijn,
Amen.

Pas op de plaats maken-20 maart 2019- ds. Eibert Kok

Pas op de plaats maken

Zondagmorgen 17 maart, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Leviticus 25: 1-13 en Matteüs 9: 9-13

preek 20 mrt 1
Deze foto is alweer een paar jaar oud, maar als je goed kijkt, dan herken je waarschijnlijk wel waar dit is. Deze foto is genomen vanaf de Middel Broekweg vlakbij de kruising met de Burgemeester Elsenweg. We kijken richting de Wollebrand, voordat het World Horti Center daar gebouwd werd, een prachtig doorkijkje.
Ik weet niet wat anderen vinden, maar ik vind het een plaatje dat rust uitstraalt.
Maar dat is soms anders als je hier langsloopt met allemaal druk verkeer op de Middel Broekweg, grote vrachtwagens die af- en aanrijden, onderweg van of naar de veiling, met alle bedrijvigheid, lawaai en onrust die dat met zich meebrengt.
Wij hier in het Westland zijn een ondernemend volkje, harde werkers, druk in de weer, we rennen en vliegen maar door, de 24-uurseconomie vraagt om actie.
En ook in onze zogenaamde vrije tijd plannen we van alles en nog wat, van alles waarvan we vinden of waarvan men vindt dat we dat moeten doen, drukke levens, we moeten eruit halen wat er in zit, en soms, soms lopen we onszelf voorbij.
Als ik dat zo zeg, wordt dit rustige plaatje omgeven door onrust.
En dit doorkijkje is er ook niet meer. De grond heeft een nieuwe bestemming gekregen.
Er is weer allerlei activiteit hier. Het gebouw van het World Horti Center is hier verrezen, en daarachter zijn ze al tijden bezig met wegwerkzaamheden: nieuwe wegen, snellere aanvoerroutes. We kunnen weer vooruit.
Maar jaren heeft het land hier braak gelegen, en verderop ligt nog steeds een groot deel braak.
Het was productieve tuinbouwgrond, die werd opgekocht door de veiling om uit te breiden, maar dat liet maar op zich wachten.
Al die tijd lag die grond daar maar, braak, leeg, niet productief, het levert je weinig tot niks op, ja, mooie doorkijkjes misschien, maar daar kun je niet van leven, grond die braak ligt kost je misschien alleen maar geld.
Vanuit die gedachte is land dat braak ligt géén goed teken, het geeft misschien een rustig plaatje, maar het is veel beter als er weer gebouwd of verbouwd wordt, actie!
Want dan is de grond productief, dan kan het weer iets opbrengen. Met stukjes braakliggende grond kun je de kost niet verdienen.
Rust en actie, hoe verhoudt zich dat in ons leven, in de manier waarop wij in het leven staan?
Worden we er gelukkig van als we altijd maar doorrennen, jachten en jagen?
Wordt de wereld er beter van als alles altijd maar doordraait?
Nu zeg ik het wel heel groot (als altijd alles maar doordraait), maar dat is wel het gevoel dat mensen soms kan overvallen. Mag ik ook nog eens een keer even op adem komen? Even een adempauze. Even me niet laten opjagen door van alles wat zo nodig moet. Even de dingen loslaten. Even in je eigen leven de zaak braak laten liggen. Even geen actie. Laat maar komen wat er komt.
Rust en actie. Hoe kiezen we daarin? Want het gaat om keuzes.
Braakliggende grond. Wat levert het op?
preek 20 mrt 2
Dit plaatje kwam ik tegen en dat trok gelijk mijn aandacht.
Om twee redenen.
Allereerst omdat het gelijk de boel op z’n kop zet en toch weer naar hetzelfde wijst.
Van dat land aan de Middel Broekweg is het volgens mij nooit de bedoeling geweest dat het jaren braak zou liggen.
De bedoeling zal vast en zeker geweest zijn om dat land zo snel mogelijk weer een functie geven waarmee het productief zou zijn.
Op dit plaatje zien we grond waarop heel goed bijv. woningen gebouwd zouden kunnen worden, huizen waar mensen in kunnen wonen,
maar de eigenaar van de grond laat die grond mooi braak liggen met de bedoeling om er over een paar jaar misschien wel veel meer aan te verdienen. Speculeren met grond.
En het gebeurt niet alleen met land, ook met huizen bijv. In de grote steden worden woningen opgekocht door mensen met te veel geld, en dan niet met de nobele bedoeling om medemensen te voorzien van een dak boven hun hoofd, maar om er zo veel mogelijk geld aan te verdienen. Dat is waar mensen zich vooral druk om lijken te maken: geld, méér geld, ook al heb je meer dan genoeg.
Dat is de eerste reden dat dit plaatje mijn aandacht trok: het zet de boel op z’n kop en verwijst toch weer naar hetzelfde.
De tweede reden is dat het die vraag stelt: Waarom ligt dit braak?
Het is goed om die vraag zo af en toe te stellen. Waarom?
Waarom doen we de dingen zoals we ze doen?
Waarom zijn we zo druk met van alles en nog wat, vliegen we van het een naar het ander, proberen we alle ballen hoog te houden, zonder adempauze?
Waarom zijn we vaak zo gefocust op geld, op meer, op groeien en groter?
Heeft het daarmee te maken dat we moeilijk echt rust kunnen vinden?
Waarom zouden we er niet voor kiezen om af en toe het maar gewoon braak te laten liggen, rust te nemen, en maar te zien wat er gaat groeien? Misschien gaat er dan wel iets moois groeien, iets wat anders geen kans krijgt.
Al deze gedachten kwamen bij mij naar boven n.a.v. het bijbelgedeelte van vanmorgen uit Leviticus 25.
Daarin gaat het over het sabbatsjaar en het jubeljaar.
Het zijn voorschriften, zo wordt het verteld, die Mozes namens God aan het volk Israël moet doorgeven.
Het is in de lijn van het sabbatsgebod: zes dagen arbeiden en de zevende dag is dan een dag om te rusten, om op adem te komen.
En die rustdag is dan niet zoals dat vroeger nog wel eens gebracht werd een dag waarop je van alle niet mág, maar een dag waarop je van alles niet hoeft. Je mag vrij zijn, even adempauze, een mens moet van ophouden weten,
met de bedoeling om daarmee ruimte te maken om je op die dag extra te richten op de ander, de Ander met een hoofdletter, God, maar ook de ander met een kleine letter, de medemens,
een dag om op een andere manier te investeren,
in rust, in aandacht, in liefde en vriendschap, een dag om bij te tanken.
In het verlengde daarvan kent de Tora het voorschrift van het sabbatsjaar, elke zevende jaar.
Gaat het bij de sabbat over het kleine, persoonlijke, bij het sabbatsjaar worden de lijnen wijder getrokken, naar heel de samenleving.
Elk zevende jaar moet een bijzonder jaar zijn voor de Israëlieten. De akkers en wijngaarden moeten rust krijgen, want dat jaar is bestemd voor God.
Niemand hoeft dan te zaaien of te oogsten. Het sabbatsjaar.
Moet je je dan geen zorgen maken of er wel genoeg te eten zal zijn? Nee, is het antwoord dat verderop in het hoofdstuk te lezen is. De opbrengst van het jaar ervoor zal genoeg zijn voor het sabbatsjaar.
Dus even niet: actie, actie, meer, meer, nee, even pas op de plaats maken, dat voortdurend bezig willen zijn loslaten, leren leven van vertrouwen!
Dan hoor ik daarin elementen terugkomen waarmee we ook vandaag de dag aan de slag kunnen.
Kijk, die praktijk van het sabbatsjaar, het is maar de vraag of het in Israël vroeger in praktijk gebracht is, maar het geeft wel hints.
Zoals mijn opa al wist: je moet niet jaren achtereen hetzelfde verbouwen op de grond, en het is goed om af en toe een stukje grond níet in te zaaien, maar gewoon braak te laten liggen.
Oftewel: je moet de grond niet uitputten.
En wat doen wij? Op wat voor manier zijn wij bezig met de aarde? Putten wij in onze drang naar meer en meer onze aarde niet uit? Zou het niet goed zijn om af en toe pas op de plaats te maken, terughoudender, zorgvuldiger om te gaan met de aarde die ons gegeven is, de aarde rust te gunnen?
Zodat dingen zich kunnen herstellen en andere zaken kans krijgen om te gaan groeien.
Hoe vaak is niet financieel gewin topprioriteit nr. 1?
Laat dat eens even los. Laat geld niet allesbepalend zijn, maar leef in het besef dat wij de aarde te leen gekregen hebben, en dat het onze taak is daar goed voor te zorgen, om die zo door te geven aan een volgende generatie, geen uitgeputte grond, maar vruchtbaar land.
Richting duurzaamheid geeft dit Bijbelgedeelte geen pasklare antwoorden, maar wel hints een bepaalde richting in.
Een andere hint zit voor mij hierin: “Wat er in dat jaar (het sabbatsjaar) op het land groeit is voor jullie állen! Je mag er zelf van eten, maar ook je slaven en slavinnen, je loonarbeiders en de vreemdelingen die bij je te gast zijn; ook voor je veestapel en voor de in het wild levende dieren kan het als voedsel dienen.”
Het land behoort aan God, zo is hier de gedachte, en de opbrengst is voor iedereen!
Dus niet: wie niet werkt zal ook niet eten, nee, voor ieder is er te eten.
Het gaat hier om solidariteit. Dat komt nog sterker naar voren in het vervolg, over het jubeljaar: na zeven keer zeven sabbatsjaren heb je in het vijftigste jaar een jubeljaar.
Als er mensen zijn die in de schulden terecht zijn gekomen, als er mensen zijn die hun grond hebben moeten verkopen vanwege schulden, of als mensen zichzelf hebben moeten verkopen als slaaf dan zal in dat vijftigste jaar alles weer rechtgezet worden, schulden kwijtgescholden, zodat mensen weer met een schone lei kunnen beginnen en niemand gewurgd wordt door de schulden die hem achtervolgen.
Terug naar die vraag: waarom ligt dit braak? Omdat dat goed is voor de aarde, omdat dat goed is voor mensen.
preek 20mrt 3
Kom ik bij de tweede lezing, de roeping van Matteüs.
In het Centraal Museum in Utrecht is (nog net) een prachtige tentoonstelling te zien met werk van de Italiaanse schilder Caravaggio en een aantal Nederlandse navolgers van zijn stijl.
Dit is een schilderij van Hendrik ter Brugghen uit 1621.
Matteüs was een tollenaar, en tollenaars stonden in de tijd van Jezus bekend als mensen die geld verdienden op een foute manier (ze inden het belastinggeld voor de bezettende macht, de Romeinen) maar ook als mensen die geld verdienden ten koste van anderen doordat ze veel te veel provisie voor zichzelf berekenden. Zakkenvullers.
Jezus ziet hem in het tolhuis zitten en zegt tegen Matteüs: Volg mij. Het verhaal vertelt dan dat Matteüs Jezus gaat volgen, maar dit is het moment dat hij geroepen wordt, prachtig verbeeld.
We zien Matteüs daar in het midden met die grote baard en gefronst voorhoofd. Wat zal hij kiezen?
Rechts een oude man in een harnas die niet de gaten lijkt te hebben dat Jezus daar aankomt.
Met zijn rechterhand wijst hij naar de munten voor hem op tafel waar hij met toegeknepen ogen door een brilletje naar kijkt.
Hij lijkt alleen met het materiële bezig, geld bepaalt zijn leven, die bril maakt zijn blikveld nog kortzichtiger.
Daarachter/boven een jongeman die smachtend kijkt en met zijn hand wijst naar het geld op tafel.
Dan Matteüs met zijn gefronste voorhoofd die niet lijkt te weten wat hij met die roepstem van Jezus aan moet.
Als we goed kijken zien we dat Jezus’ hand naar hem wijst.
Met zijn rechterhand wijst Matteüs naar zichzelf, ja het gaat om hem, wat zal hij kiezen?
met zijn linkerhand wijst hij, wat flauwtjes, naar dat geld daar voor hem op tafel, wat zal hij kiezen?
“Jezus die langs de straten kwam
en tollenaars terzijde nam…
Hij komt misschien vandaag voorbij
en neemt ook jou terzij of mij
en vraagt ons, Hem te geven
de rijkdom van ons leven.”
Wat kiezen wij? Durven we dat aan? Durf ik dat aan, die levensoriëntatie?
Luisteren naar dat geluid, soms even pas op de plaats maken, niet doorjakkeren, ‘geld-groeien-méér’ prioriteit nr. 1 laten zijn,
maar ruimte maken voor de ander, de Ander met een hoofdletter en de ander met een kleine letter.

Work harder-13mar-MMdV

Overdenking bij 2 Kronieken 1:7-13
uitgesproken 13 maart 2019
ds. Marjan de Vries

Gemeente van Jezus Christus,

preek-20190313-1.jpgWe beginnen met een kleine cursus leiderschap op deze woensdagavond.
Het zijn de leiderschapscapaciteiten van Koning Salomo waarbij we stilstaan. Hij neemt zijn leiderschapsteam mee een berg op. Komende vrijdagavond doen we dat ook met de kerkenraad van deze gemeente. We gaan samen niet een berg op maar naar de druiventuin in Monster om samen eens te kijken en stippen te zetten op de horizon. Samen in gesprek te blijven.
Zo neemt Salomo de leiders over duizend, over honderd en alle familie hoofden mee Jeruzalem uit de berg op. Daar is de ontmoetingstent, de tent die met Mozes en het volk mee door de woestijn is getrokken. En voor die tent is een altaar gemaakt. En daar offert koning Salomo duizend dieren. Ze blijven daar om de nacht door te brengen en in die nacht vraagt God aan Salomo. Wat wil je dat ik je geef?
En hij neemt zijn mensen daarin mee. Hij klopt bij God aan en geeft aan dat de verantwoordelijkheid die hij gekregen heeft zwaar op hem drukt. Hoewel hij tot dan toe succesvol is geweest wil hij zich ervan verzekeren dat God bij hem blijft in het werk dat hij moet doen als koning.
Het is mooi dat hij zo zijn kwetsbaarheid laat zien, niet alleen aan God, maar ook aan de mensen om hem heen, de mensen die hij moet leiden.

Wat vraagt Salomo in zijn gebed? Hij zegt: U hebt mij aangesteld als koning over een volk dat zo talrijk is als het stof van de aarde, schenk mij daarom wijsheid en inzicht, zodat ik dit volk kan leiden.
De juiste vraag is die naar wijsheid en inzicht. Telkens weer zal hij als eindverantwoordelijke van dit volk grote beslissingen moeten nemen. Wijsheid en inzicht zullen van pas komen. Wijsheid en inzicht zullen hem helpen de juiste weg wijzen om samen met het volk te gaan. Voor Salomo is duidelijk wat dat is: Het volk houden op de weg van recht en vrede van de Levende.
En Salomo leeft hen dit voor omdat hij steeds, ook als hij als koning heel succesvol is zich blijft richten op de Eeuwige.

Vandaag is het biddag voor gewas en arbeid. En we mogen erop vertrouwen dat nu wij hier samen zijn God ook aan ons vraagt: Wat wil je dat ik je geef?
En ook wij vragen om gerichtheid.
Juist vandaag, al doen we dat iedere zondag, iedere maandag dinsdag en woensdag. Iedere dag van het jaar, staat nog meer in het teken van de verbinding tussen het leven van alledag en onze Godsdienst. Traditioneel bidden we vandaag voor het zaaien dat bij de boeren plaatsvind in deze maanden.
Dat het goed mag verlopen, er regen mag zijn en zonneschijn zodat de oogst zal groeien.
Maar in het huidige Nederland werkt het op veel gebieden anders. Zeker bij ons in het Westland, we zijn geen boeren meer. Toch zijn ook wij vandaag naar de kerk gekomen vanavond. Omdat we hopen dat ook het komende seizoen een goed seizoen is. Dat God erbij is.
En dat wij met God mogen gaan. Welk werk we ook onder onze handen krijgen. Met natuurlijke materialen, of in de technologie, in het besturen of met onze voeten in de spreekwoordelijke klei. We bidden vanavond dat wij gericht mogen worden. Dat ons werk richting heeft, dat wij met wijsheid en inzicht ons werk kunnen doen. Zoals Salomo dat vroeg voor zijn werk.

De vraag van God aan Salomo is interessant, zeker omdat we geleerd hebben dat in gebed de mens de vragende partij is en God de ontvangende partij – Maar hier gebeurt het andersom: God helpt Salomo bij het gebed. Wat wil je dat ik je geef?
Het gebed wordt een gesprek.
De inbreng van God is ten eerste dat Hij Salomo helpt zich te richten.

Helpt God ons ook? Een belangrijke uitspraak die ik vandaag ook weer langs zag komen op de sociale media is: hier toegeschreven aan Albert Einsteinpreek-20190313-3.jpg
Bidden verandert de wereld niet, maar de mens en de mens verandert de wereld,
Op het moment dat Salomo het offer brengt en Gods hulp vraagt, geeft hij toe dat niet alles alleen maar van hem afhangt. Door te bidden, richt je je minder op jezelf en meer op God. Je opent je ogen en leert benoemen en zien waar het beter kan, en anders moet.
Mensen vragen mij weleens, dominee moeten we nu weer voor vrede bidden? En mijn antwoord is altijd ja. Omdat bidden mensen verandert. Dat gaat maar langzaam.
Maar we leren door te bidden ons te richten op die plekken in de wereld waar het nog niet is zoals we zouden willen.
We bidden een betere wereld dichterbij. Want de mens die bidt en werkelijk zijn hart openzet voor de dingen die mis zijn, en werkelijk daar de vinger op durft te leggen komt ook sneller in beweging.

Vandaag staan we met de Raad van Kerken stil bij de woorden Work Harder.
Het woord wordt verbonden, bijna op cynische wijze met de situatie van werkende armen in Nederland. In het boekje staat een interview met David, uit een artikel uit de Correspondent in 2017. David heeft een jaarcontract voor een deeltijdbaan bij PostNL.
Hij zegt niet te behoren tot de groep van werkende armen, mensen in loondienst of zzp’ers die onder de armoedegrens leven. ‘mensen die arm zijn hebben het veel moeilijker dan ik. Ze halen boodschappen bij de voedselbank. Ze kunnen hun vaste lasten niet meer betalen. Ik red me nog altijd zelf. Al is het op een gekke manier.’
David vergist zich. Hij weet niet dat de armoede grens voor een alleenstaande tussen de 971 en 1063 euro netto per maand ligt. Zijn inkomen zit daar ver onder. Hij heeft zich tot nu toe kunnen redden omdat zijn ouders bijspringen. Dat is die gekke manier.
Werk heeft hij nodig. Een bijstandsuitkering wil hij niet. Hij redt zich liever zelf.

Dan de cijfers: Van de werkende bevolking maakte in 2016 2,8% (203.000 personen) deel uit van een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. De  werknemers, mensen die voor een baas werken vormen de helft van deze groep. Onder zelfstandigen met personeel is het aandeel drie keer zo groot en onder zelfstandigen zonder personeel relatief 5x.  

Work harder het is de manier waarop onze samenleving lijkt te werken. Is er plaats voor kwetsbaren op de arbeidsmarkt? Tom Naastenpad voorganger uit Rotterdam verbindt het met de tekst uit Kronieken: waarom ziet de wereld er zo uit zoals ze eruit ziet? Omdat dit is waar we van dromen. Wij hebben het in deze wereld voor het zeggen.
Dat er werkende armen zijn, dat er kinderen in armoede zijn, heeft op pijnlijke manier te maken met wat wij in deze samenleving belangrijk vinden, waar we van dromen, waar we prioriteit aan geven. Op de een of andere manier zijn we onze samenleving onze economie en arbeidsmarkt zo vorm gaan geven, dat de meest kwetsbaren daarin niet goed mee komen, dat kinderen op het spel staan. Die kwetsbaren zeggen ons iets over onze samenleving. Uit hun mond, want ontmoetten wij God niet juist in de kwetsbaren?, klinken die woorden van de Levende God, wat wil je dat ik je geef?
Het Work Harder gaat dan ook anders klinken. Het klinkt als een opdracht naar ons. We mogen onszelf openstellen voor wat nodig is in de wereld en daar ons voor inzetten onder het motto work harder aan Gods koninkrijk hier op aarde.

Amen

NB. Genoemde informatie komt uit Work Harder, informatiebrochure van Kerk in Actie en de Raad voor Kerken Nederland

preek-20190313-2.jpg