Helemaal goud-29aug-EBK

Zondagmorgen 29 augustus 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Micha 4: 3b-4 en Johannes 15: 1-8


preek-20210829-01.jpgVrijdagavond op de afscheidsavond werd ik verrast door een prachtig cadeau van de gemeente: voor de achtertuin van ons nieuwe huis in Brielle een kasje!
en ook twee druivenstruiken om daarin te laten groeien…
Hoe Westlands wil je het hebben!
Ik ben er echt heel erg blij mee.
En iedereen die er was kon een groet of een wens opschrijven op een groen of paars rondje,
en daar werden die druiventrossen van gemaakt
die aan het eind van de avond binnengedragen werden
zoals in het Bijbelverhaal de verspieders, die het beloofde land verkend hadden, terugkwamen met prachtige druiventrossen.
We hebben ze mee naar huis genomen, en thuis als die goede en lieve woorden gelezen. Om stil van te worden.
Helemaal goud, zeggen we dan.
Gistermiddag heb ik ze samen met Ina hier opgehangen in de kerk, zodat iedereen ze nog een keer kan zien,
en óók omdat dat kasje en die druivenplanten, en deze druiventrossen prachtig passen bij het Bijbelgedeelte van vandaag. Alsof ze al wisten waarover vandaag de preek zou gaan:
over druiven en een druivenstruik, over een wijnrank en een wijnstok. “Ik ben de ware wijnstok” horen we Jezus in dit Bijbelverhaal zeggen, “en mijn Vader is de wijnbouwer”, de druiventeler.

preek-20210829-02.jpgTwee maanden geleden kwam dit boek uit: “De ark van de smaak in Nederland, Voedsel, kennis en verhalen over gastronomisch erfgoed.”
Mooie titel: De ark van de smaak. Bij de ark denk ik aan het verhaal van de ark in de Bijbel.
In de ark stop je dat wat niet ten onder mag gaan, wat behouden moet blijven. En dat is ook de bedoeling van dat boek, denk ik: erfgoed, dat wat je moet bewaren voor het nageslacht, omdat het zo bijzonder is.
En in dat boek staat ook een hoofdstukje over de Westlandse druiven. Gastronomisch erfgoed. Moet echt bewaard blijven, gekoesterd worden door onze generatie en ook aan komende generaties doorgegeven. Erfgoed.
Het Westlandse goud…

preek-20210829-03.jpg

Sommigen denken misschien dat dit het Westlandse goud is, maar volgens dat boek zijn het toch echt de Westlandse druiven. Erfgoed. Het bewaren en doorgeven waard.
Dat sluit prachtig aan bij de symboliek die we vandaag in de Bijbelgedeeltes tegenkomen.
Omdat de druiven daar vooral gebruikt werden voor het maken van wijn worden meestal de woorden wijngaard en wijnstok gebruikt.
Voor het begrijpen van het Bijbelgedeelte van vandaag is het goed wat van de achtergrond van deze symboliek te weten.
Wijngaard, wijnstok, het is een terugkerend thema al in het Oude Testament.
We lezen daarvan voor het eerst bij het verhaal van Noach en de ark (!).
Zodra hij de ark voorgoed verlaten heeft, begint hij een wijngaard aan te planten.
Je kunt je afvragen: Is dat nou de eerste prioriteit nadat die ramp zich voltrokken heeft en alles weer opgebouwd moet worden, een wijngaard?
Maar daar gaat het niet om. Het is een téken dat gesteld wordt.
De wijngaard is in de Bijbel vaak het beeld voor Israël.
Israël, het oude volk Israël, wordt dan vergeleken met een wijngaard door God zelf aangeplant.
En die planter verwacht natuurlijk vruchten. Die plant die wijngaard aan met de bedoeling dat daar iets goeds gaat groeien, mooie druiven, goede vruchten.
Het oude volk Israël is dan in die gedachtegang een soort proeftuin voor heel de wereld.
Dat principe kennen we Naaldwijk ook!

preek-20210829-04.jpg

Hier een oude ansichtkaart van het gebouw van de proeftuin aan de Zuidweg.
Eind 19e eeuw opgericht als de Proeftuin Westland werd het later het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas. Het is inmiddels gesloten en de activiteiten zijn verhuisd naar elders en het gebouw is afgebroken.
De bedoeling van zo’n proeftuin was en is om daar dingen uit te proberen: wat levert nou de beste vruchten op, de mooiste opbrengst?
Een proeftuin, klein, lokaal, met de bedoeling om dat wat daar ontdekt werd wereldwijd te kunnen toepassen,
zodat niet alleen hier maar overal de mensen de vruchten er van zouden kunnen plukken.
Nou, op een vergelijkbare manier zien we dat in het Oude Testament het volk Israël een soort proeftuin is, een wijngaard als een proeftuin voor de hele wereld, dat is de gedachtegang.
En mooie, volle trossen staan dan symbool voor het goede leven, leven zoals het bedoeld moet zijn. Door God.
Dat is ook de symboliek van die enorme tros druiven die de verkenners van het beloofde land mee terug nemen. Er zijn twee mensen nodig om die tros druiven te dragen.
Dat móet wel het beloofde land zijn!
Tegelijk wordt die symboliek ook op andere manieren gebruikt. Want het gaat niet altijd goed in die proeftuin.
Soms wil het niet groeien, groeit er niks, of wordt de wijngaard kaalgevreten of leeggeroofd.
Zo gaat het soms in het leven. Mensen doen niet de goede dingen. Zijn er niet voor elkaar, maar hebben alleen maar oog voor zichzelf. Mensen staan elkaar naar het leven.
Zo wordt het verhaal in de Bijbel verteld.
Maar, ook al groeien in de wijngaard, in de proeftuin niet altijd goede vruchten, de wijngaard en de wijnstok blíjven symbool voor de hoop die men koestert dat er ooit vrede, recht en gerechtigheid voor alle mensen zal zijn.

preek-20210829-05.jpg

Dat zien we bijvoorbeeld in het Bijbelgedeelte dat we als eerste gelezen hebben, uit Micha.
Dat is die prachtige spreuk, die woorden van hoop, misschien wel bekend:
“Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…”
Die woorden staan op dit beeld in de tuin van het gebouw van de Verenigde Naties in New York.
Als je goed kijkt, kun je het misschien lezen, het begin van de Bijbelwoorden van vandaag:
“Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…”
Het Bijbelgedeelte gaat verder: “en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog.” Zozo.
Dat zijn woorden die mij wel raken, zeker als je bijvoorbeeld ziet hoe de afgelopen dagen de situatie in Afghanistan zich ontwikkeld heeft,
nu de naties die zich verenigd hadden om daar iets op te bouwen zich terugtrekken.
Ik hou mijn hart vast hoe het verder zal gaan,
als ik zie hoe geweld, zwaarden gebruikt worden om anderen figuurlijk en letterlijk een kopje kleiner te maken.
Nee, zegt deze tekst dan hoopvol: ze zullen zwaarden omsmeden tot ploegijzers.
En, zo staat er dan, en daarom is die tekst vandaag zo intrigerend: “Ieder zal zitten onder zijn wijnstok.”
De wijngaard en de wijnstok staan symbool voor het goede leven, waar mensen in rust en vrede kunnen leven, niet opgejaagd of klemgezet door wie of wat dan ook, Gods nieuwe wereld. Wat eerst gebruikt werd voor de oorlog zal gebruikt worden om mensen van eten te voorzien.

preek-20210829-07.jpg

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd dit beeld in Oost-Duitsland, in de toenmalige DDR, gestimuleerd door de kerk daar, een téken van hoop, en ook van geweldloos verzet tegen de onderdrukking. Men liep tegen een muur aan.
Totdat de muur viel. Muren kunnen vallen, grenzen doorbroken worden.
Daarbij hoort dus bij Micha het beeld van de wijnstok, als teken van hoop, van het goede leven, waar voor ieder mens plaats is, leven in vrede, harmonie, met God en elkaar
Tegen die achtergrond horen we Jezus zeggen: “Ik BEN de ware wijnstok, en mijn vader is de wijnbouwer.”
Vervolgens worden wij mensen dan vergeleken met de ranken.
Jezus gebruikt dit beeld om de leerlingen hun ról duidelijk te maken. Wat is belangrijk?
Nou, dat je verbónden blijft met die wijnstok. Dan kunnen de voedingssappen uit de wijnstok in de ranken stromen en kunnen er vruchten groeien.
Het is leven vanuit de inspiratie en liefde die hij belichaamt. Het is leven uit de bron, leven uit liefde, vergeving, genade.
Vanuit die verbinding, die inspiratiebron zullen er goede vruchten komen. Dat kan bijna niet anders.
Ik ben de wijnstok zegt Jezus, en die wijnstok vormt het hart, de bron, maar het gaat in dit beeld om de ranken, om hún rol, om onze rol.
De oproep die dan meegegeven wordt is: blijven!
Blijven. Dat klinkt een beetje vreemd in een afscheidsdienst.
Maar het gaat niet over híer blijven, het gaat over verbonden blijven, die verbinding in stand houden, de verbinding met de bron, met Jezus, en met elkaar, gevoed uit diezelfde bron van liefde. Zonder die verbinding gaat het niet.
Zonder die verbinding, zonder die liefde en zonder elkaar wordt het dor en droog.
Leven uit de bron. Ik denk dat dat voor ons als mensen, en voor ons als kerkgemeenschap ontzettend belangrijk is.
Telkens weer die verbinding zoeken om ons daardoor te laten voeden, inspireren, bemoedigen, corrigeren.
Vanzelfsprekend is die verbondenheid niet. Daarom die oproep: Blijf in mij, dan blijf ik in jullie.
Dan kunnen er onverwachte, niet vermoede dingen gebeuren, dan kunnen muren vallen.
“Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.”
Nou, zo werkt het ook weer niet, dat weten we uit ervaring: je kunt vragen wat je wil en het zal gebeuren. God laat zich niet voor ons karretje spannen.
Wat gevraagd wordt is of wij ons voor zijn karretje willen laten spannen.
Tegelijk geven deze woorden aan dat er méér mogelijk is dan wij vaak denken,
als we zijn liefde, Góds liefde die we in hem leren kennen, handen en voeten geven,
gevoed door die bron, de wijnstok, de bron van het goede leven.
Zoals in dat lied voor de preek klonk: Wat zijn de goede vruchten?
Liefde, vreugde, vrede, geduld, goedheid, geloof.
Blijf in mij, dan blijf ik in jullie.
Daarvoor hebben we elkaar nodig, om tegen alles in wat er tegen spreekt hoog te houden dat het kán, leven uit de liefde,
in verbondenheid met hem die ons is voorgegaan,
met vallen en opstaan, natuurlijk.
Maar wel in verbondenheid, met elkaar, samen uit die ene bron.
Dan zullen jullie veel vrucht dragen.

preek-20210829-07.gif

Deze liet ik een paar maanden geleden al een keer zien, een Banksy, in Betlehem. Veelzeggend!
Muren kunnen vallen, grenzen doorbroken worden. Een opening kan er komen.
Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…
Ieder zal zitten onder zijn wijnstok…
door niemand opgeschrikt.
Laten we zo een proeftuin zijn van een nieuwe wereld. Geloven metterdaad.
Helemaal goud.

Naar buiten- 15 augustus 2021- ds. Eibert Kok

Naar buiten

Zondagmorgen 15 augustus, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Ezechiël 34: 1-4 en Johannes 10: 1-16

Preek 15 aug 1

 

 

 

 

 

 

 


Door wie of door wat laten wij ons leiden in ons leven?
Ik ben de goede herder, zegt Jezus in het Bijbelgedeelte van vanmorgen, en de bedoeling van dat Bijbelgedeelte is, denk ik, dat helder wordt dat volgelingen van Jezus zich laten leiden door Jezus als de goede herder.
Ik ken mijn schapen, de schapen kennen mij, de schapen kennen mijn stem. Zij luisteren naar mijn stem.
Maar als ik dan in mijn eigen leven kijk, dan vraag ik me dat wel eens af: Mooi gezegd, en dat wil ik ook, mij laten leiden door Jezus als de grote inspiratiebron, maar als ik heel eerlijk ben: door wie of door wat laat ik me nou leiden?
Het is niet om het even. Je hebt stemmen en dingen die je de goede kant op leiden, en ook stemmen en dingen die je de verkeerde kant op leiden, hoe herken je nou de stem die je de goede kant op stuurt? En de stem die je de verkeerde kant op stuurt? En het ligt ook niet altijd zwart-wit. Hoe vind je de goede weg door het leven?
Bij het zoeken van afbeeldingen laat ik me leiden door Google. Je kunt je afvragen of dat goed is, krijgt Google door al die mensen die zich door hen laten leiden niet veel te veel macht in deze wereld?
Dit keer leidde Google me niet de goede kant op, tenminste niet gelijk.
Ik ben de goede herder, zegt Jezus. Dus ik zoek op herder, en wat krijg ik?
Een pagina met allemaal herders, herdershonden wel te verstaan. Ja, dat noem je ook een herder, maar die bedoelde ik niet.
Jezus zegt ook: Ik ben de deur. Ik zoeken, en wat vind ik?
Een foto van een oud boekje van Bhagwan: I am the gate.
Bhagwan was een jaar of veertig geleden een oosterse wijsheidsleraar, een goeroe, met volgelingen over heel de wereld. In het bos bij het dorp waar ik opgroeide kochten mensen van de Bhagwanbeweging toen een oud landhuis, en in hun oranje pakken kwamen ze in de winkels van het dorp. Het hele dorp sprak erover.
Google leidde me op de verkeerde weg.
Wat maar weer duidelijk maakt dat je altijd je ogen en je oren goed open moet houden, en je niet zomaar een bepaalde kant op moet laten leiden. Je kunt zomaar de mist in gaan.
Door wie of door wat laten wij ons leiden?
In de kerk willen we ons laten leiden door Jezus als de goede herder.
Het is zo’n overbekend beeld. En voor veel mensen is het ook een dierbaar beeld geworden, een beeld van geborgenheid, veiligheid. De Heer is mijn herder.
God als onze herder, en wij als zijn schapen. Het beeld van Psalm 23.
Nu kan ik me goed voorstellen dat niet iedereen het leuk vindt om vergeleken te worden met een schaap.
Bij een schaap dan denken we al gauw aan kuddementaliteit en aan schaapachtige volgzaamheid.
Ook al komt kuddementaliteit bij ons mensen misschien wel meer voor dan we zouden willen, het niet wat in is. Het is in om je eigen weg te zoeken.
Zelfontplooiing, je eigen individuele keuzes maken wordt meestal hoger aangeslagen dan een kuddementaliteit.
Dus misschien niet voor iedereen een prettig beeld: God als herder, Jezus als de goede herder, en wij zijn schápen.
Of je het nu leuk vindt of niet, dat is de vergelijking die hier gemaakt wordt.
Het is dan wel weer goed om te weten dat die vergelijking gemaakt wordt tegen de achtergrond van wat we gelezen hebben in het eerste Bijbelgedeelte, van de profeet Ezechiël. De boosheid druipt er daar van af.
Het is een profetie tegen de herders van Israël, tegen de leiders van Israël zoveel eeuwen vóór onze jaartelling.
Het is eigenlijk een politiek beeld. De politieke leiders van dat moment zouden, zo zou het toch moeten zijn, goed voor hun onderdanen moeten zorgen,
maar dat doen ze niet, ze hebben geen hart voor de mensen.
Het enige waar het hen om te doen is, is om er zelf beter van te worden.
Ze zouden moeten zorgen voor de zwakken in de samenleving, maar dat ze doen het niet.
Het is niet zo moeilijk om van daaruit de vergelijking te trekken met politieke leiders in onze tijd.
Hebben zij echt hart voor de mensen, of hebben ze vooral oog voor hun eigen positie en zijn ze vooral uit op het beste voor zichzelf?
Mensen zijn zo als schapen zonder herder, er is niemand die voor hen zorgt, en zij die het wel zouden moeten doen, maken er een potje van. Slechte herders dus.
Tegen die achtergrond klinkt dat woord van Jezus: Ik ben de goede herder. Ik ben een leider die wel hart heeft voor de mensen, die alles voor ze over heeft.
Jezus profileert zich daarmee tegenover de geestelijke leiders van zijn tijd, die hij blijkbaar beschouwt als mísleiders, als mensen zonder hart voor de mensen aan wie ze leiding hebben te geven. En de schapen, de schapen zijn daarvan de dupe.
Als Jezus hier zegt ‘Ik ben de goede herder’ is dat geen lieflijk beeld, maar is dat een clash, een aanval op al die zogenaamde leiders.
Velen hebben toch, denk ik, als het gaat over de goede herder het wat romantische beeld van de herder met zijn schapen op de grote stille heide.
Als je zoekt naar afbeeldingen van Jezus als de goede herder, dan vind je allemaal lieve afbeeldingen van een herder met een schaap op zijn nek, dat hij veilig naar de stal brengt.
Niet dat dat beeld niet klopt, maar het beeld van de herder is veel breder.
Het leven van een herder, en ook het leven van een schaap, is vanuit het Bijbelse beeld niet lieflijk, maar het beeld van een ruw, rauw en hard bestaan,
een kudde dieren in een schraal en rotsachtig landschap, zoals het leven van ons mensen soms ruw en hard en schraal kan zijn, een kudde schapen misschien wel met elkaar botsend om die paar grassprietjes of blaadjes te bemachtigen,
in de verzengende hitte overdag en in de ijzige kou ’s nachts.
Natuurlijk, bij voorkeur gaan de schapen als het donker wordt de stal in, maar dat is niet een schaapskooi zoals wij die kennen, nee, dat is in het Israël van toen niet meer dan een simpel muurtje, een omwalling, met een kleine opening om er in te kunnen, en er uit. Hiermee komen we dichter bij het beeld dat gebruikt wordt.
Preek 15aug 2

 

 

 

 

 

 

 


Het Bijbelgedeelte van vanmorgen valt eigenlijk in drieën uiteen. Eerst vertelt Jezus een soort verhaaltje over een schaapskooi met een toegangspoort, over schapen en over dieven en rovers, zonder dat hij dat expliciet op zichzelf betrekt. Zo gaat het.
Een dief of een rover, of dat nou een persoon is of een dier, een wolf bijvoorbeeld, dat maakt niet uit, komt niet via de voordeur, want daar is bewaking, die klimt ergens anders naar binnen. De echte herder, die gaat door de deuropening.
En, zo staat er dan: De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn schapen bij hun naam. Ze zijn geen nummer, ze hebben een gezicht, een naam.
En hij leidt ze naar buiten. Bijzonder. Dat vind ik mooi.
Het idee is al snel, dat de goede herder zijn schapen veilig binnen brengt, veilig in de stal.
Dat is ook zo, maar het beeld gaat verder. Hij leidt ze ook weer naar buíten. Dáár ligt onze opdracht, niet om warm samen binnen in de stal te zijn, soms is dat even nodig, maar daar gaat het uiteindelijk niet om, hij leidt ze naar buíten.
Daar loopt hij vóór ze uit, en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen.
Wat Jezus ons heeft vóórgedaan heeft hij gedaan met de bedoeling dat wij hem zouden volgen op die weg.
Daar begint het mee, een algemeen verhaaltje over een schaapskooi, over een herder en over schapen.
Preek 15aug 3

 

 

 

 

 

 

 


Dan volgt het tweede deel waarin Jezus het helemaal op zichzelf betrekt en zegt: Ik ben de deur.
Ik vond een tekening daarbij. Er zijn wat weinig schapen getekend, maar de positie van Jezus als de deur wordt wel mooi weergegeven.
In het derde, laatste deel van het Bijbelgedeelte zegt Jezus dan die woorden: Ik ben de goede herder. Die twee beelden, deur en herder, vullen elkaar aan.
De schaapskooi is die omwalling met dat gat als in- en uitgang. Als herder is hij ook de poortwachter. Hij brengt de schapen binnen,
en hij zet zich, wanneer de schapen voor de nacht naar binnen zijn gebracht, daar neer als een deur.
Een deur opent iets, een nieuwe werkelijkheid. En een deur sluit ook iets af, beschermt tegen datgene wat je liever niet binnen hebt.
Zo weert hij met zijn eigen lichaam de dreiging van buiten af.
Ik ben de deur.
En ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen.
Dat is hét kenmerk van een góede herder, dat hij of zij zich helemaal geeft voor wie aan hen zijn toevertrouwd.
Preek 15aug 4

 

 

 

 

 

 

 


Góede herder.
Vanuit de achtergrond van Ezechiël een politiek beeld.
Wanneer ben je een goede herder, en wanneer een slechte?
Het kenmerk van een goede herder is dat die z’n schapen kent. Het zijn geen nummers voor hem. Het is geen verdienmodel om zelf met je vriendjes beter van te worden.
Een goede herder. Dan gelden deze woorden.
Preek 15aug 5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dit is de titel van een boekje dat onlangs uitkwam.
Bij een goede herder ben je gezien, gekend, geliefd.
Ken je mij, wie ben ik dan?
Maar daarmee zijn we er niet. Dit zijn passieve woorden.
Door de goede herder weten we ons gezien, gekend, geliefd.
Maar onze bestemming ligt buiten de kooi.
Het is de bedoeling om dat wat we als een geschenk in de schoot geworpen krijgen verder te brengen, om zelf ook de ander te zien, te kennen, lief te hebben.
We worden zelf herders, goede herders, in zijn spoor.
Passieve woorden worden actieve woorden.
Hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buíten.
De herder gaat voorop.
Hij heeft de routekaart, naar het veelbelovende land.
Hij gaat voorop, als wegwijzer, en als baanbreker.
Nog één keer die vraag: door wie of wat willen wij ons laten leiden?
Zodat we ook anderen kunnen leiden.

Het teken aan de wand - 1 augustus 2021 - Ds. Carel van der Meij

Overdenking op zondag 1 augustus


Lezingen: Daniël 5: 1-2, 5-9, 13-17, 23-28 (hoofdlezing) en Lukas 14: 7-11


Thema: Het teken aan de wand.


Gemeente van Jezus Christus,
Een teken aan de wand. Die uitdrukking kon je een aantal keren tegenkomen, de afgelopen weken, in reacties op de natuurrampen die op verschillende plaatsen in de wereld gebeuren. Dat begon met de overstromingen in Limburg, en meer nog in België en Duitsland, maar sindsdien is er ook meer aandacht voor bosbranden in de Verenigde Staten en Canada, in Turkije en Siberië, en voor overstromingen in India en China. Al die rampen wijzen er op, lees je in een aantal commentaren, dat de natuur op hol is geslagen. Niet zomaar, maar als gevolg van de klimaatverandering. Die weer het gevolg is van de roofbouw die de mens op de aarde, op de schepping, pleegt. Wie dat niet begrijpt ziet het teken aan de wand niet, of wil het niet zien en begrijpen.
Hebben de schrijvers van die commentaren gelijk? Laten we, voor we over die vraag nadenken maar eens goed luisteren naar het Bijbelverhaal waar die uitdrukking vandaan komt: het teken aan de wand. We worden in het verhaal, dat vanmorgen klinkt, meegenomen naar het paleis van Belsassar, de zoon van koning Nebukadnessar. Het was Nebukadnessar die Jeruzalem heeft laten verwoesten, die de tempel met de grond gelijk heeft laten maken, die alle kostbaarheden uit de tempel heeft laten roven en een groot deel van de bewoners van Jeruzalem in ballingschap weg heeft laten voeren. Nu heeft zijn zoon Belsassar de troon overgenomen. En zo te horen is de troon voor hem vooral een plek om het er goed van te nemen. En de mensen die meedeinen in de polonaise van de macht pikken graag een glaasje mee. Of twee.
Wat niemand intussen ziet, of wat niemand wil zien is dat het fundament van de macht is verzakt: het leger van de Meden en de Perzen, onder koning Darius, ligt al om de muren van de stad Babel. Maar niemand die zich daar druk over maakt, zo te zien. Ze voelen zich veilig achter de muren van de grote stad Babel. Ze voelen zich onkwetsbaar. In Babel wordt het feest van de overdaad gevierd. Ze kennen daar alleen het gebod van het genot. Een festival zonder einde.
En dan verschijnen er vingers van een mensenhand die iets op de wand in de feestzaal schrijven. Er komt iets op de muur te staan tegenover de luchter met olielampen, zodat het licht er goed op valt en iedereen het ziet. Er komen woorden op de wand te staan, het teken aan de wand. In het verhaal wordt gewacht op Daniël, om te begrijpen wat er op de wand geschreven staat en wat die woorden betekenen. Het is veelzeggend dat al de adviseurs van de koning daar niets van begrijpen, want eigenlijk is het helemaal niet zo raadselachtig wat daar staat. Het zijn gewoon Aramese woorden, zoals het hele boek Daniël in het Aramees geschreven is. En de betekenis van die woorden is vrij duidelijk.
Het zijn woorden die gewichten aanduiden, en tegelijk verwijzen naar bepaalde werkwoorden. Het woord "mene" staat voor een zwaar gewicht, en het werd ook wel gebruikt om het totaal, de afrekening aan te duiden. Het werkwoord "tellen" zit er ook in. Het woord "tekel" staat voor het lichtste gewicht, en het werkwoord "wegen" zit er in. Het woord "ufarsin" staat voor een meervoud van gedeelde zwaargewichten, halve "mene's", zou je kunnen zeggen. En het werkwoord "verbreken" zit er in. En ook nog het woord: Perzen, als aanduiding van de macht die komt.
Het teken aan de wand moet voor iedereen duidelijk geweest zijn. Er staat zoiets als: totaal: kilo, gram, ponden. Daar en toen betekent dat: Nebukadnezar, de zwaargewicht, heeft een opvolger die duizend keer minder is. En de macht zal gedeeld gaan worden: door de Meden en de Perzen.
Het teken aan de wand is duidelijk, zoals ook het verhaal duidelijk schildert hoe lichtzinnig en cynisch het eraan toeging aan het hof in Babel. Het sterkste punt van de koning is het organiseren van drinkgelagen. En dat is nog niet alles. Het drinkt nog het lekkerst uit heilig vaatwerk. Laten we de bekers en de schalen gebruiken die die oude Nebukadnezar uit Jeruzalem meegenomen heeft. Nu had Nebukadnezar dat gouden en zilveren vaatwerk in een schatkamer geborgen. Want ik wil hier geen pleidooi voeren voor de afgodendienst in het Babylonische rijk, maar de juiste vormen werden plechtig in acht genomen. Het vaatwerk werd bewaard als trofee, maar niet gebruikt, zeker niet in de eredienst voor een andere god - ze zouden er eens boos over kunnen worden!
En hier wordt het vaatwerk zelfs gebruikt voor een orgie - er is geen respect meer. Ook niet voor de goden van de Babyloniërs zelf, want die wordt tijdens het drinkfestijn eer en lof toegezongen, lallend en wel. Erg verheffend zal het wel niet geweest zijn. Het is leeg en cynisch. Het sluit aan bij het bericht van de Griekse geschiedschrijver Xenophon. Die vertelt dat de Perzische koning, toen hij Babel veroverde en binnenging, daar een stad aantrof vol drinkgelagen en dansen, een frivole en zorgeloze stad, waar niemand zich meer vragen stelde naar enig regime, naar wie verantwoordelijk was.
Een stad waar geen mens nog iets deed dat gewicht in de schaal legde, waar geen vorm van samenleving meer was. Het cynisme was van het hof overgeslagen tot in de brede lagen van de bevolking. Alles moet kunnen en niets doet er meer toe. Zo'n land, zo'n cultuur, zo'n manier van leven is uitgeteld en daarvan verschijnt het teken aan de wand. Maar wie meedoet aan de house-party in het paleis heeft er geen idee van wat het betekent. Er is alleen een vage angst. De koning verschiet van kleur, het schiet in z'n rug en z'n knieën knikken tegen elkaar.
Maar je kunt altijd nog hard schreeuwen om je angst te verdringen. Dat doet Belsassar dan ook. Hij schreeuwt om een oplossing. Maar hij werd omringd door mensen die het niet zagen, of door mensen die het niet hardop durfden zeggen. Want het teken aan de wand is duidelijk! Maar wie durft de betekenis hardop te zeggen?
Daniël durft dat. Hij wordt door de koning laatdunkend benaderd: ben jij een van die ballingen? Ik heb gehoord dat er een geest der goden in je woont. Nou, laat je kunstjes maar eens zien. De beloning is groot. Daniël laat zich niet intimideren. En die beloning interesseert hem niet. Hij durft te zeggen wat het teken aan de wand betekent. Hij durft te zeggen waar het op staat.
Hij durft te zeggen waar God voor staat, en hoe mensen voor God staan. Hij heeft niets te maken met wat Belsassar noemt: "een geest der goden". Hij spreekt in dienst van God, de Allerhoogste. Hij durft hardop te zeggen dat er een wereld is waar mensen niets meer voor elkaar doen, een wereld waar niemand nog iets doet dat gewicht in de schaal legt. Hij durft hardop te zeggen dat die wereld geen toekomst heeft. Daarom zegt hij ook: hou je geschenken maar. Ik doe niet mee in die mallemolen. Ik verlang niet naar macht. Ik verlang niet naar genot. Dat is mijn wereld niet. Want het is een wereld zonder toekomst. Koning Belsassar blijft doof voor wat Daniël zegt. Hij laat Daniël met purper bekleden en met goud omhangen, horen we in vers 29. Hij doet alsof er nog altijd niets aan de hand is. En in het volgende vers horen we: Diezelfde nacht werd Belsassar, de koning van de Chaldeeën, gedood.
Er is leven dat de belofte van toekomst in zich draagt. En er is leven dat op een doodlopende weg is. Mensen kunnen kiezen voor een leven van delen en samenleven of ze kunnen kiezen voor een leven van overdaad, waarbij ze elkaar en de aarde overvragen. Veel is goed, meer is beter, is dan het motto. Maar die manier van leven heeft een prijs. Delen van de wereld dreigen onbewoonbaar te worden. Als je dat wilt zien, tenminste. Als je de betekenis van wat we om ons heen zien tot je door wilt laten dringen. Als we elkaar de waarheid durven zeggen en er na de zomer politici blijken te zijn die de moed hebben om te zeggen: genoeg is genoeg. Ik hoop dat we de moed zullen vinden van Daniël, die het teken aan de wand begreep en niet bang was om de betekenis daarvan rond te bazuinen. Het is het geluid dat we nodig hebben om de weg naar de toekomst te vinden. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Jezus en de overspelige man- 11 juli 2021- Ds. Eibert Kok

Jezus en de overspelige man

Zondagmorgen 11 juli 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Johannes 8: 1-11

Preek 11 jul 1

Vandaag gaat het over een liefdesspel.
Op verschillende manieren.
Dat begon al bij de doop, dat spel met het water,
die drie handjes water die over het hoofdje van de dopeling stroomden als teken van Gods liefde en trouw die over haar heen stroomt,
dat water, dat over ons allemaal heen stroomt, of je nu gedoopt bent of niet.
Liefde en trouw. Van Gods kant naar ons toe. Gods liefdesspel. Daar leven we uit. Dat is de bron waaruit we elke zondag weer willen putten, waardoor we ons willen laten inspireren.
Liefdesspel.
In het Bijbelverhaal van vandaag speelt het ook op een andere manier.
Een vrouw die het liefdespel gespeeld heeft, wordt door mannen bij Jezus gebracht. Het was geen geóorloofd liefdesspel, het was overspel. Ze was vreemdgegaan.
Die mannen lijken er haast plezier in te hebben haar openlijk te schande te maken. Het kan vreemd gaan.
Zo ga je toch niet met elkaar om?
Het is sowieso een vreemd verhaal, op verschillende manieren.
Allereerst is het eigenlijk wel zeker dat dit verhaal helemaal niet in het Johannesevangelie thuis hoort.
In de oudste handschriften komt het niet voor, en in latere handschriften vinden we dit verhaal op verschillende plekken in de evangeliën.
Waarschijnlijk is het een los verhaal geweest, dat langzaam maar zeker een vaste plek in het NT gekregen heeft.
Verder, dit verhaal staan bekend als het verhaal van de overspelige vrouw. Dat is raar. Want waar is de overspelige man? Dat liefdesspel dat er gespeeld is, zal zij niet in haar eentje gedaan hebben. Waar is die overspelige man?
Of heeft dat te maken met die vreemde manier van doen dat er met twee maten gemeten wordt: een man die vreemdgaat wordt anders beoordeeld dan een vrouw?
Gaat de man, als zo vaak, eerder vrijuit? Geldt ook hier het fabeltje dat de vrouw een slet is, en de man de jager, of dat de man het slachtoffer is van de aantrekkelijkheid van de vrouw?
Een vreemd verhaal.
Daarbij: het is in dit Bijbelverhaal nog maar de vraag wie de overspeligen zijn, wie overspeelt hier nu eigenlijk zijn of haar hand? We zullen het zien.
Bij dit verhaal, zeker met dit plaatje erbij, moest ik direct denken aan het bekende gedicht van Gerrit Achterberg:
“En Jezus schreef in ’t zand:
Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in 't zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.” Zo begint dat gedicht.
Zo zat dit Bijbelverhaal ook in mijn hoofd: zand, Jezus, de vrouw, en een stel mannen. En Jezus schreef in ’t zand.
Maar zo wordt het helemaal niet verteld.
Preek 11 jul 2
Wie goed geluisterd heeft, heeft gehoord dat het in de témpel gesitueerd is,
in de drukte van de tempel van Jeruzalem,
waar de grond verhard zal zijn geweest, geplaveid met stenen,
stenen met stof en zand er boven op, daarin schrijft Jezus met zijn vinger op de grond,
hier afgebeeld op een schilderij van Pieter Brueghel de Jonge.
Ik merk dat de manier waarop dit verhaal mij ooit is verteld mij op het verkeerde been heeft gezet,
geen zandvlakte ergens in de vrije natuur met een paar mensen, maar in de tempel.
Dat is niet voor niets denk ik. De tempel is de centrale plek in het godsdienstige leven van Israël,
de plek waar onderricht gegeven wordt in de wet, hoe te leven,
en ook de plek waar de offers gebracht worden, bedoeld om verzoening tot stand te brengen.
Verzoening! Geen veroordeling.
Die wet is niet bedoeld als een kille afgrenzing van wat wel en niet mag en moet, maar als een handreiking hoe te leven, een wegwijzer,
en soms ga je een vreemde weg, van het pad af,
juist daarom is er ook die dienst van de verzoening, om weer op het goede spoor te komen.
De tempel is juist een plek om weer op adem te komen, verzoening te bewerkstelligen, een nieuwe start te maken, weer overeind te komen, je leven weer op de rails te krijgen, nieuwe moed te krijgen.
In een kerkgemeenschap is het niet anders, tenminste zo zou het moeten zijn: ook een plek om weer op adem te komen, verzoening te ervaren, niet geoordeeld te worden, laat staan veroordeeld.
Zo’n plek zou de kerk moeten zijn. maar ik weet dat er ook in de kerk nog wel eens oordelend naar een ander gekeken wordt of over een ander gesproken wordt. Dat is een vreemde gang van zaken, die niet deugt.
Laten we ons vandaag laten leiden door Jezus.
Nu: vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe. Hij ging zitten en gaf hun onderricht, als een rabbi die de menigte mensen onderwijst.
Maar dan komt daar een stel andere rabbi’s langs: schriftgeleerden en farizeeën, met een vrouw die op heterdaad op overspel betrapt was.
Als ik me dat probeer voor te stellen, dan moet dat echt vreselijk zijn voor die vrouw.
Ik moet dan denken aan de behandeling van de zgn. moffenmeiden kort na de bevrijding in 1945, hoe die naar het Wilhelminaplein gesleurd werden en kaalgeschoren, openlijk
vernederd en te schande gemaakt.
Gelukkig dat ds. Banning van de Oude Kerk begreep dat dit niet de bedoeling was en er een stokje voor stak.
Ook al is er iets mis gegaan, zo ga je niet met elkaar om.
Maar deze rabbi’s zijn niet zo van de verzoening, zal ik maar zeggen, meer van de strenge wet.
Mozes heeft in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen.
Er staat toch in de Bijbel dat. En zo worden mensen met teksten om de oren geslagen en klein gemaakt. Jij/zij mag er niet zijn.
Maar de Bijbel naar de letter citeren is vaak de halve waarheid, en zo als snel een hele leugen.
Inderdaad, in Leviticus en Deuteronomium worden duidelijk grenzen getrokken, bepaalde wegen aangeduid als doodlopende wegen.
Maar in Leviticus en Deuteronomium is sprake van de vrouw én de man. Beiden even verantwoordelijk, even schuldig.
Waar is hier in dit verhaal de man, de overspelige man?
En dan hebben we het nog niet over vooronderzoek en bewijslast. Twee getuigen zijn volgens diezelfde wet nodig. Waar zijn die? En waar is de mededader? Dit rammelt aan alle kanten.
En het wrange is: het gaat er deze mensen volgens mij helemaal niet om wat deze vrouw heeft gedaan of wat haar aangedaan is en wordt, de vrouw is voor hen niet meer dan een middel om Jezus te testen.
Ze wordt gebruikt, niet gezien als een mens, maar door hen gebruikt als een ding. Ze misbruiken haar. Dat is precies wat overspel is! Niet de ander in haar waarde laten, maar gebruiken, misbruiken als een ding, een demonstratiemodel, een ding in de hoofden van de mannen.
Jezus zegt niets, maar bukt zich en schrijft met zijn vinger op de grond,
niet in het zand, maar op de stenen vloerplaten,
zoals God zelf ooit eigenhandig zijn wet schreef op de twee stenen platen, de tien woorden van het verbond, de wegwijzer op onze weg door het leven.
Een verwijzing misschien voor al die oordelende rabbi’s om nog eens goed te lezen wat er geschreven staat, dat er méér staat dan zij nu in hun fanatisme roepen?
Pieter Breughel de Jongere laat Jezus schrijven: Wie zonder zonde is…
In het Bijbelverhaal staat niet wat Jezus schreef. Wel dat hij zich na een tijdje opricht en deze woorden spréekt: Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.
En hij bukt zich weer en schrijft op de grond.
Jezus trekt daarmee de aandacht weg van de vrouw en richt alle aandacht op die mannen, op hun eigen verantwoordelijkheid.
Kijk eens in de spiegel, kijk eens naar jezelf!
Ik moet denken aan dat andere woord van Jezus, over de splinter in het oog van een ander en de balk in je eigen oog.
Oordeel toch niet zo snel.
Jezus stelt voor die mannen hun eigen ‘zonde’ aan de kaak. Zij overspelen hun hand, hoe vaak zijn ze zelf wel niet vreemde wegen gegaan?
Zijn zij zelf niet de overspelige mannen, die een andere weg gaan dan wat geschreven staat? Gaan zij de weg van Gods bevrijdende liefde en trouw, die zich op allerlei manieren laat vertalen in het concrete leven van elke dag?
Jezus verontschuldigt de vrouw niet, maar op deze manier be-schuldigt hij de mannen.
Iedereen druipt af, ze laten hem alleen, met de vrouw ‘in het midden’ zo staat er, de vrouw komt in het centrum te staan.
Nu niet als middel, als ding, maar als mens.
Preek 11jul 3
Rembrandt schilderde haar prachtig in het centrum, in het witte licht, in het licht van de verzoening, die daar in de tempel bewerkstelligd wordt,
in het witte licht van het nieuwe begin.
Ze wordt weer op haar benen gezet.
Ze wordt weer op haar benen gezet om niet meer te zondigen.
Jezus gaat niet voorbij aan haar eigen aandeel, haar verantwoordelijkheid, haar schuld. Ze is niet alleen maar slachtoffer, object. Ze heeft haar eigen verantwoordelijkheid.
Jezus richt zich op: Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?
Niemand.
Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, zondig niet meer.
Kom ik terug bij het begin, het liefdesspel van God.
Hij overspoelt ons met een liefde die niet neemt maar gunt, geeft en vergeeft,
met de bedoeling dat ook wij zo in het leven zullen staan
als vertegenwoordigers van hem, van zijn liefde,
niet oordelend, niet onszelf groot makend door anderen klein te maken,
niet als mensen die hun hand overspelen,
maar als mensen die anderen op waarde schatten, zoals God ons op waarde schat,
als mensen die anderen overeind, op weg helpen.