Bij je naam genoemd-4apr-CWvdM

Overdenking Paasmorgen 2021 – Ontmoetingskerk
Lezingen: Jesaja 43: 1 en Johannes 20: 1-18
Thema: Bij je naam genoemd

Gemeente van Jezus Christus,

Een mens zou er het heen en weer van krijgen, het eerste deel van het evangeliegedeelte dat Wilco heeft voorgelezen. De mensen lopen heen en weer en ze weten niet waar ze het zoeken moeten. Maria Magdalena loopt naar het graf, vroeg in de morgen, het is nog donker. Dat zegt niet alleen iets over het tijdstip, het zegt ook iets over het leven van Maria. Het is donker om haar heen. Het is in haar leven of de dood alles overheerst. Zo gaat ze naar het graf van Jezus. En wat ze daar ziet maakt alles alleen nog vreemder. De steen is weggerold. En daar gaat ze weer. Ze rent nu. Naar Simon Petrus en de andere leerling die Jezus liefhad. Ze delen met elkaar het verdriet, de verwarring, de angst. Ze gaan naar het graf. De een rent nog harder dan de ander. Ze lopen heen en weer en ze weten niet waar ze het zoeken moeten. Maar wat ze zien verandert niets aan hun leven. Het blijft donker en angstig. Ze vinden een leeg graf. Wat ze zien, geloven ze. Zo staat het er over de leerling die Jezus liefhad. Hij zag en geloofde. Maar dat betekent dat hij geen millimeter verder gelooft dan wat hij ziet. Er was hem nog geen licht opgegaan. De boodschap, dat Jezus uit de doden op moest staan, had hij nog niet uit de schrift, de heilige boeken verstaan, vertelt Johannes, achteraf. En daar gaan ze weer, de leerlingen, ze gaan maar weer naar huis.
Het roept bij mij de beelden op van mensen die op de vlucht zijn, met de dood op de hielen. Mensen worden heen en weer gedreven door de macht van de dood, die alle kansen krijgt in een land dat geregeerd wordt door machthebbers die beheerst worden door een vreemde mengeling van kwaad en waanzin. Er heerst duisternis in landen als Syrië of Ethiopië, een duisternis die z'n sluier ook over onze wereld werpt. En we roepen elkaar toe: afschuwelijk, wat ik nu gezien heb, wat ik vanmorgen gehoord, gelezen heb. We halen er anderen bij. En we zien het en geloven het. De dood heerst in deze wereld. Het kan ons overkomen, dat die overtuiging ons leven gaat regeren. Het is een valkuil op onze weg, een valkuil als een graf. Het vergaat ons als de twee leerlingen. We geloven geen millimeter verder dan wat we zien. We gaan maar naar huis. Het maakt allemaal toch niets uit. Goede tijden, slechte tijden.

Zo kan het gaan. Maar dat verhaal is niet het verhaal van de Paasmorgen. Het verhaal van het Evangelie is niet het verhaal van een doodlopende weg. En het verhaal van het Evangelie kan het verhaal van ons leven worden. Dat begint dan weer met Maria Magdalena. Want in het donker ging een vrouw op weg. Een vrouw. Alle Evangelie-verhalen komen op dit punt overeen: het waren vrouwen die vooraan stonden. Als de mannelijke Evangelie-schrijvers het zo hadden kunnen versieren dat Petrus of Johannes de eersten waren geweest, dan hadden ze zich die kans vast niet laten ontnemen. Maar blijkbaar konden ze niet om de vrouwen heen. Een vrouw staat op in het donker en gaat. Maria Magdalena. Het is duister. Alles is woest en leeg. Waar is het licht? Maar die vraag leidt haar niet in de valkuil van de machteloze afkeer en de onverschilligheid. Ze gaat niet naar huis. Ze blijft bij het graf. Ze weigert als het ware zich door de dood af te laten pakken wat ze in liefde ontvangen heeft, hoe verdrietig ze ook is.
En dan komt er licht in de duisternis. Ze buigt zich naar het graf, en ziet twee engelen in witte kleren. Bij het verschijnen van engelen denken wij misschien meteen aan sensatie, de redacties van drie talkshows, zoals dat in goed Nederlands genoemd wordt, staan al met de camera's in aanslag, maar daar is in het Evangelie niets van te merken. De engelen vragen alleen maar: waarom huil je? Als je verdriet serieus genomen wordt heb je misschien wel met een engel te maken. En Maria Magdalena spreekt haar verdriet uit. Ze vertelt over waar ze zich niet bij neer kan leggen, waar ze opstandig van wordt.

En dan breekt in het Evangelie opnieuw een straal licht door. In haar verdriet blijkt er iemand achter Maria Magdalena te staan. Iemand die naar haar verdriet vraagt. Maar ook vraagt: wie zoek je? Want hij begrijpt het verdriet van de radeloosheid. Dat mensen denken dat ze er alleen voor staan in het leven. Dat ze alleen zijn op een doodlopende weg. Dat ze om zich heen kijken of er iemand is die hen kan helpen, kan bijstaan, kan redden. En Maria Magdalena komt in het volle licht te staan omdat haar naam gekend en genoemd wordt, omdat ze een andere metgezel blijkt te hebben dan de dood. Het is Jezus, die bij haar is en haar naam noemt. Ze voelt zich een nieuw mens omdat haar naam met liefde wordt genoemd. Er is iemand die haar kent, iemand die van haar houdt en haar naam noemt. Maria komt in het volle licht te staan omdat ze de stem en de gestalte herkent van liefde die eindeloos is, die zelfs de dood overwint. Ze herkent de gestalte van de meester die haar leven regeert, over de grenzen van de dood heen.
Sleutelwoord in dit verhaal is het woord 'zien'. Het staat er zeven keer. In het Evangelie naar Johannes komt het 22 keer voor. Het heeft altijd te maken met het zien van licht en het herkennen van de Messias - met geloven dus. In dit verhaal is ‘zien’ in eerste instantie niets meer dan waarnemen met je zintuigen, daarna betekent het zoiets als ‘ervaren’, en tenslotte betekent ‘zien’: geloven. "Ik heb de Heer gezien", boodschapt ze de leerlingen, de broeders die nog niet zover zijn. Ik heb de Heer gezien. Ik ben tot zien, tot geloven gekomen. Ze was bij het graf gekomen en ze heeft gezien dat ze daar niets meer te zoeken had. Het leven van Jezus is door geen dood te stuiten en door geen graf vast te houden. Dat heeft ze gezien, dat gelooft ze, en van dat geloof is ze vol.
Dat betekent niet dat we er zijn. We krijgen niet te horen dat Maria zegt: nou, dat is goed afgelopen, we kunnen wel naar huis. Het is niet zo dat we met het geloof op zak onze tijd verder maar wat uitzitten hier op aarde. Raak mij niet aan, zegt Jezus. Ga niet met mij aan de haal. Het Evangelie van de opstanding vertelt ons niet van een "happy end", maar van een nieuw begin. Maria wordt door Jezus op weg gestuurd om iedereen, die zich met hem verbonden voelt, te vertellen dat het zin heeft om op weg te gaan, om Jezus na te volgen op de weg van de liefde. Te vertellen dat die weg toekomst heeft, want zijn Vader is onze Vader, zijn God is onze God, zijn leven is ons leven, zijn toekomst is onze toekomst. Het is aan ons om de naam van de mensen die God op onze weg brengt, met liefde te noemen. Het is aan ons om het licht van het geloof door te geven op onze weg.
We vieren de opstanding van Jezus uit de dood. Niet omdat dat betekent dat alle vluchtelingen van de weg verdwenen zijn, niet omdat alle vragen beantwoord zijn, maar omdat het Evangelie van de opstanding ons nieuwe moed geeft om op weg te gaan. Omdat het Evangelie van de opstanding ons openbaart dat het laatste woord niet is aan de dood, of die nu spreekt met de mond van Nero, Hitler, Poetin of Xi Jing Ping. Het laatste woord is aan de liefde die levend maakt. Zo trekt er een tocht van pelgrims, door de eeuwen heen, op weg naar Gods toekomst. Ze delen verdriet en zorgen, en ze vinden steeds weer nieuwe moed in hun geloof, omdat er iemand is die hen bij de naam noemt, iemand die hen door zijn grote liefde over de barrière van kwaad en zonde heen tilt, iemand die de hemel op aarde brengt, die de mensen bij God brengt. Hij noemt hen vol liefde bij hun naam, en zij noemen hem: meester. En laten zich door hem op weg sturen, als pelgrims die geloven in nieuw leven, pelgrims van geloof, hoop en liefde. Mogen wij zulke pelgrims zijn. Omdat er bij ons al eens iemand is opgestaan van de doden. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Vriendschap en liefde- 21 maart 2021-Ds Eibert Kok

Vriendschap en liefde

Zondagmorgen 21 maart 2021, ds. Eibert Kok, Ontmoetingskerk

Lezing: Johannes 15: 9-17

Ubi caritas et amor, Deus ibi est – Waar vriendschap en liefde is, daar is God

Preek 21 mrt 1

 

 

 

 

 

 

 


Vandaag gaat het over vriendschap, echte vriendschap, vriendschap onderling, maar ook over vriendschap met God.
Vriendschap betekent niet dat je elkaar elke dag ziet, wel dat je voor elkaar klaarstaat als dat nodig is, dan bén je er.
Vriendschap heeft alles met liefde te maken. En liefde is in de Bijbel niet dat je elkaar lief vindt, wel dat je je met die ander verbonden weet, dat je iets voor elkaar over hebt, dat je misschien wel – als het er op aan komt – alles voor elkaar over hebt.
“Er is geen grotere liefde” horen we Jezus zeggen “dan je leven te geven voor je vrienden.
Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg.”
Vriendschap van Jezus, met Jezus.
Het is een bepaald soort taal, een bepaalde manier van zeggen en denken die we in het Johannesevangelie én in de brieven van Johannes tegenkomen: de gedachte dat God daar is waar vriendschap is.
‘God is liefde’ is een bekend Bijbelcitaat dat uit diezelfde manier van denken komt.
Mensen hebben nog wel eens moeite met die die woorden ‘God is liefde’.
Hoe kan dat dan, als God liefde is, dat er zoveel ellende om ons heen is?
Dan wordt gedacht: God daar boven, die moet het hier beneden goed doen, die moet hier zijn liefde laten zien.
In het denken van Johannes werkt het heel anders: als de mensen hier, geïnspireerd door de liefde van daar, de Bron, de liefde van God, die hier beneden in het leven van Jezus heel concreet geworden is, die liefde handen en voeten geven, concreet maken, dan woont God hier, in mensen.
“Niemand heeft God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons, en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.”
Vriendschap, echte vriendschap is blijkbaar iets van Gods presentie, van zijn aanwezigheid bij ons mensen.
En misschien reikt die vriendschap ook wel verder dan de mensen die wij gewoonlijk als onze vrienden beschouwen.
Waar liefde en vriendschap is, daar is God.

 Preek 21 mrt 2

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu even terug naar de realiteit van elke dag, met beide benen op de grond: zit onze werkelijkheid wel zo in elkaar, past dat wel? Is liefde en vriendschap op die manier niet een illusie?
Afgelopen week was de week van de verkiezingen voor de Tweede Kamer, belangrijk, het feest van de democratie, dan kun je je stem laten horen.

Ik kan nou niet zeggen dat ik blij ben met deze uitslag.
Een record aantal partijen in de Tweede Kamer.
Misschien komt dat omdat bepaalde groepen mensen in onze samenleving te weinig gezíen zijn, de zittende partijen hadden geen oog voor hun problemen. Dat zou heel goed kunnen.
Maar bij sommige partijen lijken de denkbeelden zo op elkaar dat ik niet zo goed weet wat hun bestaansrecht is, anders dan dat ze ruziënd met anderen die bijna hetzelfde denken over straat zijn gerold. En toen konden ze niet meer door één deur.
De christelijke partijen zijn kleiner geworden, zo constateer ik.
Wat ik misschien nog wel belangrijker vind: Bijbelse waarden als zorg voor de arme, de zwakke, de vreemdeling – solidariteit –, en zorg voor de schepping lijken minder aanwezig. Andere thema’s hebben blijkbaar de stemming bepaald.
Preek 21 mrt 3

 

 

 

 

 

 

 


En de afbeelding van mensen met hun eigen belangen, tegenstrijdige belangen soms, die met elkaar op de vuist lijken te willen gaan.
De polarisatie lijkt alleen maar toe te nemen en gevoed te worden. Tegenstelling worden uitvergroot en soms gekoesterd.
Past vriendschap en liefde wel bij deze harde werkelijkheid?
Eigenlijk wordt de vraag dan: Past God wel in deze werkelijkheid?
Ik denk dat we dat tegengeluid dat vandaag vanuit de Bijbel klinkt heel hard nodig hebben.
En ik hoop dat iets van vriendschap en liefde het zal winnen. Ook in de politiek. Ook in de samenleving.
Liefde bouwt een brug naar de ander, geen muur.
Liefde en vriendschap probeert iets óp te bouwen, niet iets stuk te maken van een ander, zoekt verbinding, ís er voor de ander als dat nodig is.
Preek 21 mrt 4

 

 

 

 

 

 

 


Ik kwam deze week dit plaatje tegen, en ik bleef daarbij hangen.
Als we het hebben over liefde, vriendschap, relaties, verbondenheid met elkaar, verbondenheid met God,
dan kan dat soms zo voelen.
Die sterke band die er ooit was, die vanzelfsprekende verbondenheid, met de ander, met God, het lijkt soms wel alsof die niet zo sterk meer is, alsof er maar een klein draadje over is.
Zal die het houden, zal die verbondenheid, zal die vriendschap blijven bestaan?
Is dat draadje sterk genoeg? Of zal het knappen? Verbinding verbroken?
Ik vond dat best wel heftige vragen die dit plaatje bij mij opriepen.
Mij helpt het dan om het Bijbelgedeelte van vandaag te lezen.
Vriendschap en liefde begint bij God, dat is de bron,
begint bij Jezus die die liefde in zich had meer dan wie ook.
Jezus zegt: Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg.
En wat is dat dan? Nou: Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. Liefhebben.
Is dat dan een voorwaarde? Jullie zijn mijn vrienden áls je doet…
Nee, nee, wat ik juist mooi vindt: het komt van de andere kant, het komt naar mij toe: Jezus zegt: Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie. Dat lijntje breekt niet. Ik heb jullie uitgekozen. Het is geen voorwaarde.
Maar het werkt wel andersom: het wordt pas echt, het krijgt pas body, het krijgt inhoud wanneer je doet wat ik zeg.
Net hiervoor heeft Jezus het beeld gebruikt van de wijnstok en de ranken: als de ranken verbonden blijven aan de stam dan kunnen de sappen stromen.
Laat zo de vriendschap en liefde van mij naar je toestromen, en door jou heen verder stromen naar jouw omgeving.
Dan komen er mooie vruchten. Dat is het beeld.
Ik zit aan hem vast. En eigenlijk wil ik ook niet anders.
Dan is het misschien maar goed dat ik die opdracht meekrijg, dat gebod dat ik soms zomaar vergeet: dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad.
Ik word opgeroepen om me te laten meenemen in die missie van Jezus.
Preek 21 mrt 5

 

 

 

 

 

 

 


Je hebt van die uitdrukkingen: een knoop in je zakdoek leggen, knoop het in je oren.
Toen vond ik deze: leg een knoop in dat touw, als een herinnering, dat je eraan moet werken, dat je eraan kunt werken, dat je eraan mag werken,
aan de vriendschap, die verbinding met de ander, de ander met een kleine letter, en de Ander met een hoofdletter, dat je je telkens weer bewust wordt: waar vriendschap en liefde is, daar is God.
Preek 21 mrt 6

 

 

 

 

 

 

 


Toen vond ik ook nog deze.
Die vriendschap van boven, die vriendschap van boven naar beneden en van beneden naar boven,
en de vriendschap naar de mensen om ons heen komen hier samen in de vorm van het kruis.
Jezus zegt: Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
Hij gaf zelf zijn leven. In deze weken op weg naar Goede Vrijdag en Pasen staan we daarbij stil.
Hij gaf zijn leven voor anderen, voor ons. Met de bedoeling dat wij hem zouden volgen op die weg van vriendschap en liefde.
Waar is God?
De kerkvader Augustinus zie het zo:
‘Je kunt natuurlijk altijd opwerpen: ik zie God niet. Daar zou ik tegenover willen stellen dat je nooit kunt zeggen: ik zie de mens niet! Heb de mens dus lief, want als jij je medemens, die je ziet, bemint, dan zie je tegelijk ook God. Dan zie je immers de liefde en in het hart van de liefde woont God.’
Woorden om mee te nemen.

Het goede van het leven-10mar-CWvdM

Overdenking op 10 maart 2021 – Biddag voor gewas en arbeid

Lezingen: Prediker 2: 20-26 en Mattheus 6: 19-23

Thema: Het goede van het leven

 

Gemeente van Jezus Christus,

Een mens kan niet alles onthouden wat je in een heel leven onder ogen komt, maar er zijn dingen die je een leven lang bijblijven. Zo zag ik jaren terug een cartoon die afgelopen week helder in m’n geheugen opdook toen ik de tekst uit het boek Prediker las. Het was eigenlijk een klein stripverhaal. Op het eerste plaatje zag je een man ontspannen onder een palmboom zitten. Naast hem stonden een paar aardewerken vazen. In het volgende plaatje stond er een man naast hem met een vrachtwagen. Duidelijk een handelaar. Hij kwam de vazen kopen. En hij vroeg aan de man die onder de palmboom zat: Waarom maak je niet meer van die vazen? De man onder de palmboom vroeg waarom hij dat zou doen. Dan kan ik meer vazen van je kopen en krijg je meer geld. Dan kun je na een paar jaar misschien een paar mensen in dienst nemen die de vazen voor je maken. En dan kun jij lekker ontspannen onder je palmboom zitten. Waarop de man onder de palmboom hem vragend aankeek en zei: En wat doe ik nu dan?
Er zal ongetwijfeld een blik economen opengetrokken kunnen worden die met een theoretisch verhaal komen om aan te tonen dat het verhaal achter die tekening niet klopt. Voor een gezonde economie is groei nodig, wordt dan betoogd. Dat zal waar zijn. Maar hoeveel groei is gezonde groei? En daarom vind ik die tekening, waar ik het over had, een mooie blikopener. Het richt onze blik op heel verschillende manieren om in het leven te staan. Een manier van leven die gericht is op het goede van het leven. En een manier van leven die alleen maar gericht is op groei. Op meer. Een manier van leven waarbij het woord ‘genoeg’ uit het woordenboek is geschrapt.
Dat is niet van vandaag of gisteren. Want de schrijver van het boek Prediker heeft het ook al gezien, die manier van leven. Blijkbaar is het geen uitvinding van de westerse neoliberale economie. Het is een virus dat al een mensengeschiedenis lang rondwaart en mensen in de greep probeert te krijgen. Met varianten over alle werelddelen. Een voorbeeld van zo’n variant: er is een oude Grieke sage over koning Midas. Hij mocht een wens doen van de god Dionysus. De koning hoefde hierover niet lang na te denken en sprak: “Laat dan alles wat ik aanraak in goud veranderen.” De wens werd onmiddellijk vervuld. Een takje dat Midas van de boom afhaalde, een steen die hij opraapte van de grond: werkelijk alles veranderde in goud zodra de koning het aanraakte. De koning was in de wolken. Hij zou alle vorsten ter wereld nu in rijkdom overtroeven. Terug in zijn paleis kwam Midas er achter dat er ook wat nadelen kleefden aan zijn nieuwe gave. Zijn onderdanen maakten een heerlijk feestmaal voor hem. Toen Midas het brood pakte, veranderde het echter onmiddellijk in goud waardoor hij er niet meer van kon eten. Hetzelfde gebeurde met het vlees, het fruit en zelfs met de drank. Al snel verging de koning van de honger en de dorst. Tot overmaat van ramp veranderde ook de dochter van de koning in een gouden standbeeld, nadat Midas haar had aangeraakt. Het was Midas inmiddels wel duidelijk wat voor stomme wens hij had gedaan. Wanhopig smeekte hij Dionysos de wens ongedaan te maken, zodat hij tenminste weer normaal kon eten en drinken. De god van de wijn streek over zijn hart en sprak: “Ga naar de rivier die stroomt door het rijk van de Lydiërs en vindt de bron van de waterstroom. Steek vervolgens je hand in de bron en baad je in het water. Daarna zal het ongeluk van je verdwijnen.” Midas volgde de loop van de rivier, vond de bron en deed daar wat de god hem had gezegd. De wonderkracht ging hierop op de rivier over, waardoor die vanaf dat moment goud met zich meevoerde. Midas was hierna wel genezen van zijn hebzucht en koos voor een meer bescheiden leven.
Zoals ik al zei: het virus van ‘nooit genoeg’ bestaat al een mensengeschiedenis lang, en al die tijd klinken er waarschuwingen tegen. Maar luisteren we daar ook naar? Leren we daar ook van? Voor iedereen die z’n ogen open heeft is het glashelder dat we met z’n allen een hoge prijs aan het betalen zijn voor de ongebreidelde groei van de welvaart. Er komt niet alleen een steeds grotere kloof tussen arm en rijk in onze wereld. Ook de schepping betaalt een hoge prijs. We stoken de wereld in een hoog tempo op met z’n allen. Er wordt om iets anders gevraagd dan altijd maar weer ‘meer’. En niet alleen vanwege de het behoud van de schepping. Ook in verband met het geluk in ons eigen leven.
Want de stem van de Prediker laat ons in de spiegel kijken. En hij vraagt ons: Mens, ben je nu echt zo gelukkig met alles wat je bij elkaar hebt gegraaid? En het antwoord is duidelijk: nee, dat maakt een mens niet gelukkig. Het maakt ons leven leeg. Het is lucht en leegte, zegt de Prediker, een kwalijke zaak, een grof schandaal. Het maakt dat we ons verlagen tot hebzucht en jaloezie, egoïsme en onverdraagzaamheid. Het maakt dat we uit het oog verliezen wat ons leven zin geeft. Het gaat er niet om dat je steeds meer krijgt, zegt Prediker. Dat levert je alleen maar verdriet en zorgen op. Tegenwoordig zeggen we: stress. En we proberen van alles om van die stress af te komen, we mediteren ons suf, zal ik maar zeggen. Maar we vergeten de oorzaak van die stress aan te pakken. We vergeten ons leven eerlijk onder ogen te zien. Zoals Prediker doet. En wat hij ziet brengt hem tot vertwijfeling. Hij is alleen maar op jacht geweest naar meer. Maar hij is vergeten te genieten van de gewone dingen die God een mens geeft. Het is een eenvoudige wijsheid, zegt Prediker. Genieten van wat we uit Gods hand ontvangen. Maar we kiezen eerder voor de kwellende bezigheid van de jacht naar meer en meer. We zijn altijd maar bezig schatten te verzamelen hier op aarde, horen we in het Evangelie naar Mattheus. Maar dat zijn schatten die ons uit de handen glippen.
Ik las ergens de volgende vergelijking: Wie schatten verzamelt op de aarde, is als een boer die zoveel mogelijk hooi probeert binnen te halen, terwijl de bosbrand zijn boerderij nadert. Zijn schuren zullen er alleen maar des te harder van branden. Dat is de situatie waarin wij met z’n allen verkeren. In de tekst uit Prediker gaat het over iemand die al de eigen inspanningen overziet en dóórziet. De inspanningen worden aangeduid met ‘gezwoeg’. Maar zijn inspanningen zullen niet beklijven en hun doel missen als ‘hij zijn ziel het goede niet laat zien’. In de vertaling die we gelezen hebben wordt dat weergegeven met ‘de goede kanten’, de goede kanten van het leven, blijkbaar. In de Nieuwe Bijbelvertaling wordt het woord genieten gebruikt. Maar wat er letterlijk in het Hebreeuws staat gaat dieper, vind ik. Het gaat er om dat we onze ziel het goede laten zien. Dat we eerlijk durven zijn over ons leven. Dat we beseffen wat ons leven ´goed´ maakt. Wat ons geen stress oplevert, maar geluk.
Waar bidden we om, op de Biddag voor gewas en arbeid? Laten we bidden om ons leven kritisch te bezien. Laten we bidden om de moed om door het klatergoud van onze welvaart heen te kijken en oog te krijgen voor wat echt goed is: welzijn voor alle mensen. Heelheid van ons leven, van heel de schepping. Als we zaaien met dat voor ogen, mogen we hopen op een oogst van geluk voor iedereen. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Lockdown- 20 december 2020- Ds. Eibert Kok

Lockdown

Zondagmorgen 20 december, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Lucas 1: 57- 79

preek 20dec 1

 

 

 

 

 

 

 


Níet kunnen zingen, ik vind het vreselijk. Weer voluit kunnen zingen, het lijkt mij heerlijk!
Dat gevoel verbindt mij met de figuur van Zacharias uit het Bijbelverhaal van vandaag.
Maandenlang kon hij niet zingen, zelfs niet spreken. Het Bijbelverhaal spreekt over een verlamming van zijn tong.
Toen hij maanden geleden dienst had in de tempel en een engel hem verscheen met de boodschap dat hij, Zacharias, en zijn vrouw Elisabeth op hun oude dag nog een kind zouden krijgen, kon hij het niet geloven.
Dat gebrek aan vertrouwen werkte bij hem verlammend, zo vertelt het verhaal. Toen viel alles stil. Hij kon geen woord meer uitbrengen. Maanden in lockdown. Ondanks dat hoopvolle bericht.
preek 20dec 2


Het brengt me terug in het voorjaar toen ik op een maandagmiddag deze foto van het Wilhelminaplein maakte. Normaal gesproken allerlei bedrijvigheid. Zelfs in maart al mensen op terrasjes.
Maar toen viel alles stil, toen die boodschap kwam die eerst maar nauwelijks tot mij wilde doordringen, dat, zo was het als snel, tot Pinksteren kerkdiensten niet mogelijk zouden zijn.
En zingen, dat moesten we maar laten.
De boodschap kwam als een dreun binnen, nooit gedacht, net als bij Zacharias, maar dan omgekeerd: geen positieve boodschap als bij Zacharias, maar een negatieve.
En we gingen in lockdown. Op allerlei vlakken.
Juist dan is het oppassen, want dat kan zo gemakkelijk verlammend werken. En volgens mij heeft bijna iedereen wel van die periodes of van die periodes gehad dat alle energie uit je wegliep.
En na voorzichtige versoepelingen afgelopen zomer en wat ge-heen-en-weer tussen strenger en soepeler dit najaar, kwam afgelopen maandag opnieuw dat bericht van een lockdown.
En daar zitten we dan, in een kerk zonder mensen, en de kerkgangers thuis, gelukkig wel verbonden via internet.
Juist dan is het belangrijk om vol te houden,
om te blijven geloven en vertrouwen dat die benauwende beperking verbroken wordt, om door te gaan, misschien wel voor ons gevoel tegen de klippen op.
Juist daarom vind ik het ook zo vreselijk dat we niet kunnen zingen, want juist zingen helpt om het vol te houden en te blijven geloven tegen de klippen op.
Als ik leeg ben, en het lied komt bij mij binnen, dan word ik opgetild.
Zacharias zal zich in zijn lockdown net zo goed vreselijk gevoeld hebben. En dan níet kunnen zingen…
Stilgezet worden heeft als bijeffect dat je misschien de stem van je hart wel beter hoort dan anders. Anders gaat alles maar door, maar nu even niet. Tijd om na te denken, over wat echt essentieel is. Niet essentiële winkels zijn dicht. Het essentiële blijft over.
Het verhaal vertelt niet wat Zacharias gedacht heeft, maar je kunt er van alles bij bedenken.
Hij zal de buik van Elisabeth hebben zien groeien, want er mankeerde niets aan zijn ogen.
Hij zal haar vrolijkheid en blijdschap gezien hebben, en haar opgetogen stem vol verwachting, want er mankeerde niets aan zijn oren.
Ik vraag me dan af: Wat heeft er zich in die man opgehoopt?
Misschien was hij aanvankelijk wel angstig en bang dat het niet goed zou gaan.
Maar ik kan me ook voorstellen dat gaandeweg die beklemming die hij gevoeld moet hebben, die rem op zijn hoop en verwachting minder geworden was.
Dat is, denk ik, ook nu de hoop en verwachting van velen waarnaar we uitkijken, dat die beklemming van de lockdown gaat verdwijnen, dat we met z’n allen weer vrij kunnen ademhalen.
Daarmee begint dat het gedeelte van vandaag.
“Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabeth een zoon ter wereld. Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest…”
Daar horen we al de naam doorklinken die dat kind zal krijgen: Johannes, de Heer is barmhartig, genadig.
Zacharias staat op een tweede plan, want op de achtste dag, de dag van de besnijdenis, wat ook de dag van de naamgeving is, willen de omstanders het kind de naam Zacharias geven, naar zijn vader. Nee, zegt zijn moeder, Johannes zal hij heten.
Dat vinden ze raar, er is niemand in de familie die zo heet.
Als ze er dan in die verwarring niet uitkomen, komt Zacharias pas in beeld.
Er staat dan dat die omstanders Zacharias gebaarden hoe het kind moest heten.
Gebaarden. Alsof Zacharias doof is. Dat is pas raar.
Het is een mechanisme dat je wel vaker ziet. Dan wordt er aan de persoon achter de rolstoel gevraagd wat de persoon in de rolstoel wil. Alsof er niet alleen iets mis is met de benen van die persoon, maar ook met het hoofd.
Een lockdown maakt mensen ook weer creatief, dat zien we ook om ons heen gebeuren. Als het op de ene manier niet kan, dan doen we het op een andere manier. Zo ook Zacharias.
Hij heeft het schrijfbord weer ontdekt. En hij schrijft: Zijn naam is Johannes.
Waarom niet de naam van zijn vader? Daar wil de verteller iets mee zeggen: Hier begint God iets nieuws.
Niet het gewone van elke dag zal altijd maar doorgaan – er is niets nieuws onder de zon –, er is wèl iets nieuws onder de zon! God schept een nieuwe opening in een donker bestaan.
Johannes is zijn naam: De Heer is barmhartig, genadig. Dat is niet nieuw – de verteller doet juist enorm zijn best om Johannes, en ook Jezus trouwens, helemaal in te bedden in de traditie van Israël: besnijdenis op de achtste dag bijvoorbeeld. Maar het zal niet zo blijven als het altijd was: er zal iets nieuws geboren worden, een nieuwe toekomst!
Die Johannes zal de weg banen voor een groter licht.
preek 20dec 3a

 

 

 

 

 

 


Mooi om te zien trouwens hoe in de beeldende kunst de geboorte van Johannes wordt getekend.
Begin dit jaar was er in Gent die prachtige tentoonstelling: Van Eyck, een optische revolutie.
Jan van Eyck, dan zitten we zo 1400-1440, met een prachtige miniatuur in een boek met daarop afgebeeld de geboorte van Johannes de Doper. Als je goed kijkt, zie je van alles.
preek 20dec 4

 

 

 

 

 

 

 


In het midden een tafeltje in de stijl van het koorhek en de dekenstoel van de Naaldwijkse Oude Kerk.
preek 20dec 5

 

 

 

 

 

 

 


Aan de linkerkant een prachtig rood bed met daarin Elisabeth en haar pas geboren zoon Johannes.
Allemaal vrouwen. Waar is Zacharias?
preek 20dec 6

 

 

 

 

 

 

 

 

Die zit daar rechtsachter in een gangetje te lezen in een boek. Hij staat aan de kant.
Maar dan. Als hij die naam heeft uitgeschreven op dat schrijfbordje, is het alsof alle terughoudendheid en ongeloof van hem afvalt, en daarmee ook zijn verlamming doorbroken wordt.
Hij gaat zingen! Dit keer niet, zo lijkt het, omdat hij leeg is, maar omdat hij vol is, vol van blijdschap en hoop.
Alles wat er in hem opgehoopt is, stroomt er uit, alsof er een klep die onder hoge druk staat open gaat: golven van vreugde om dit kind, golven van vreugde over een God die omziet naar mensen.
Het lijkt wel een Psalm, een lied in de taal en traditie van Israël. Hij grijpt terug op de verhalen uit het Oude Testament, verhalen van God die meeleeft met zijn mensen, die bekommerd is om zijn volk, en ook een God die zijn volk heeft verlost.
Hij prijst de Heer voor de bevrijding alsof die al een feit is. Alsof het duister al volledig verdreven is.
Dat is niet zo. Maar toch: Er is licht aan het eind van de tunnel en dat licht straalt ons tegemoet. Op dat licht kunnen we ons focussen. Dat houdt ons op de been.
Heden, verleden en toekomst worden omspannen door de trouw van de Eeuwige aan mensen.
In dat lied van Zacharias gaat het over een reddende kracht uit het huis van David.
Daarin horen we iets van de beklemming van die tijd, van de bezetting door de Romeinen, van het onrecht en de onvrijheid die daarmee samenhangen, van het verlangen om daarvan bevrijd te worden. Dat klinkt politiek. Bevrijd worden uit de greep van onze vijanden. Dat is het ook, maar toch weer anders dan gedacht. Jezus zal in zijn leven laten zien dat die bevrijding toch iets anders is dan een nationaal-politieke bevrijding. Het gaat om een levensstijl, in vrijheid.
“Dat wij” ik citeer nu “hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.” Dat vind ik mooi. Leven in verbondenheid met de bron van ons leven.
Vervolgens richt Zacharias zich tot zijn zoon: En jij, kind… Jij zult de weg voor Heer gereed maken.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood
- dat lijkt Jesaja 9 wel, het gedeelte van vorige week –
zodat, daar eindigt het lied dan mee: zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.
Wij…
ónze voeten…
op de weg van de vrede, de weg die Jezus ons gewezen heeft.
Laten we dat doen, ook als we even niet kunnen zingen,
laten we niet toegeven aan de verlamming,
maar geïnspireerd door het licht dat naar ons toekomt,
onze voeten zetten op de weg van de vrede,
en zo een licht voor elkaar zijn.
Het lied van Zacharias is als het zingen van een vogel die in de vroege morgen, als het nog donker is, de nieuwe dag aankondigt.