Jezus en de overspelige man- 11 juli 2021- Ds. Eibert Kok

Jezus en de overspelige man

Zondagmorgen 11 juli 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: Johannes 8: 1-11

Preek 11 jul 1

Vandaag gaat het over een liefdesspel.
Op verschillende manieren.
Dat begon al bij de doop, dat spel met het water,
die drie handjes water die over het hoofdje van de dopeling stroomden als teken van Gods liefde en trouw die over haar heen stroomt,
dat water, dat over ons allemaal heen stroomt, of je nu gedoopt bent of niet.
Liefde en trouw. Van Gods kant naar ons toe. Gods liefdesspel. Daar leven we uit. Dat is de bron waaruit we elke zondag weer willen putten, waardoor we ons willen laten inspireren.
Liefdesspel.
In het Bijbelverhaal van vandaag speelt het ook op een andere manier.
Een vrouw die het liefdespel gespeeld heeft, wordt door mannen bij Jezus gebracht. Het was geen geóorloofd liefdesspel, het was overspel. Ze was vreemdgegaan.
Die mannen lijken er haast plezier in te hebben haar openlijk te schande te maken. Het kan vreemd gaan.
Zo ga je toch niet met elkaar om?
Het is sowieso een vreemd verhaal, op verschillende manieren.
Allereerst is het eigenlijk wel zeker dat dit verhaal helemaal niet in het Johannesevangelie thuis hoort.
In de oudste handschriften komt het niet voor, en in latere handschriften vinden we dit verhaal op verschillende plekken in de evangeliën.
Waarschijnlijk is het een los verhaal geweest, dat langzaam maar zeker een vaste plek in het NT gekregen heeft.
Verder, dit verhaal staan bekend als het verhaal van de overspelige vrouw. Dat is raar. Want waar is de overspelige man? Dat liefdesspel dat er gespeeld is, zal zij niet in haar eentje gedaan hebben. Waar is die overspelige man?
Of heeft dat te maken met die vreemde manier van doen dat er met twee maten gemeten wordt: een man die vreemdgaat wordt anders beoordeeld dan een vrouw?
Gaat de man, als zo vaak, eerder vrijuit? Geldt ook hier het fabeltje dat de vrouw een slet is, en de man de jager, of dat de man het slachtoffer is van de aantrekkelijkheid van de vrouw?
Een vreemd verhaal.
Daarbij: het is in dit Bijbelverhaal nog maar de vraag wie de overspeligen zijn, wie overspeelt hier nu eigenlijk zijn of haar hand? We zullen het zien.
Bij dit verhaal, zeker met dit plaatje erbij, moest ik direct denken aan het bekende gedicht van Gerrit Achterberg:
“En Jezus schreef in ’t zand:
Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in 't zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.” Zo begint dat gedicht.
Zo zat dit Bijbelverhaal ook in mijn hoofd: zand, Jezus, de vrouw, en een stel mannen. En Jezus schreef in ’t zand.
Maar zo wordt het helemaal niet verteld.
Preek 11 jul 2
Wie goed geluisterd heeft, heeft gehoord dat het in de témpel gesitueerd is,
in de drukte van de tempel van Jeruzalem,
waar de grond verhard zal zijn geweest, geplaveid met stenen,
stenen met stof en zand er boven op, daarin schrijft Jezus met zijn vinger op de grond,
hier afgebeeld op een schilderij van Pieter Brueghel de Jonge.
Ik merk dat de manier waarop dit verhaal mij ooit is verteld mij op het verkeerde been heeft gezet,
geen zandvlakte ergens in de vrije natuur met een paar mensen, maar in de tempel.
Dat is niet voor niets denk ik. De tempel is de centrale plek in het godsdienstige leven van Israël,
de plek waar onderricht gegeven wordt in de wet, hoe te leven,
en ook de plek waar de offers gebracht worden, bedoeld om verzoening tot stand te brengen.
Verzoening! Geen veroordeling.
Die wet is niet bedoeld als een kille afgrenzing van wat wel en niet mag en moet, maar als een handreiking hoe te leven, een wegwijzer,
en soms ga je een vreemde weg, van het pad af,
juist daarom is er ook die dienst van de verzoening, om weer op het goede spoor te komen.
De tempel is juist een plek om weer op adem te komen, verzoening te bewerkstelligen, een nieuwe start te maken, weer overeind te komen, je leven weer op de rails te krijgen, nieuwe moed te krijgen.
In een kerkgemeenschap is het niet anders, tenminste zo zou het moeten zijn: ook een plek om weer op adem te komen, verzoening te ervaren, niet geoordeeld te worden, laat staan veroordeeld.
Zo’n plek zou de kerk moeten zijn. maar ik weet dat er ook in de kerk nog wel eens oordelend naar een ander gekeken wordt of over een ander gesproken wordt. Dat is een vreemde gang van zaken, die niet deugt.
Laten we ons vandaag laten leiden door Jezus.
Nu: vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe. Hij ging zitten en gaf hun onderricht, als een rabbi die de menigte mensen onderwijst.
Maar dan komt daar een stel andere rabbi’s langs: schriftgeleerden en farizeeën, met een vrouw die op heterdaad op overspel betrapt was.
Als ik me dat probeer voor te stellen, dan moet dat echt vreselijk zijn voor die vrouw.
Ik moet dan denken aan de behandeling van de zgn. moffenmeiden kort na de bevrijding in 1945, hoe die naar het Wilhelminaplein gesleurd werden en kaalgeschoren, openlijk
vernederd en te schande gemaakt.
Gelukkig dat ds. Banning van de Oude Kerk begreep dat dit niet de bedoeling was en er een stokje voor stak.
Ook al is er iets mis gegaan, zo ga je niet met elkaar om.
Maar deze rabbi’s zijn niet zo van de verzoening, zal ik maar zeggen, meer van de strenge wet.
Mozes heeft in de wet bevolen zulke vrouwen te stenigen.
Er staat toch in de Bijbel dat. En zo worden mensen met teksten om de oren geslagen en klein gemaakt. Jij/zij mag er niet zijn.
Maar de Bijbel naar de letter citeren is vaak de halve waarheid, en zo als snel een hele leugen.
Inderdaad, in Leviticus en Deuteronomium worden duidelijk grenzen getrokken, bepaalde wegen aangeduid als doodlopende wegen.
Maar in Leviticus en Deuteronomium is sprake van de vrouw én de man. Beiden even verantwoordelijk, even schuldig.
Waar is hier in dit verhaal de man, de overspelige man?
En dan hebben we het nog niet over vooronderzoek en bewijslast. Twee getuigen zijn volgens diezelfde wet nodig. Waar zijn die? En waar is de mededader? Dit rammelt aan alle kanten.
En het wrange is: het gaat er deze mensen volgens mij helemaal niet om wat deze vrouw heeft gedaan of wat haar aangedaan is en wordt, de vrouw is voor hen niet meer dan een middel om Jezus te testen.
Ze wordt gebruikt, niet gezien als een mens, maar door hen gebruikt als een ding. Ze misbruiken haar. Dat is precies wat overspel is! Niet de ander in haar waarde laten, maar gebruiken, misbruiken als een ding, een demonstratiemodel, een ding in de hoofden van de mannen.
Jezus zegt niets, maar bukt zich en schrijft met zijn vinger op de grond,
niet in het zand, maar op de stenen vloerplaten,
zoals God zelf ooit eigenhandig zijn wet schreef op de twee stenen platen, de tien woorden van het verbond, de wegwijzer op onze weg door het leven.
Een verwijzing misschien voor al die oordelende rabbi’s om nog eens goed te lezen wat er geschreven staat, dat er méér staat dan zij nu in hun fanatisme roepen?
Pieter Breughel de Jongere laat Jezus schrijven: Wie zonder zonde is…
In het Bijbelverhaal staat niet wat Jezus schreef. Wel dat hij zich na een tijdje opricht en deze woorden spréekt: Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.
En hij bukt zich weer en schrijft op de grond.
Jezus trekt daarmee de aandacht weg van de vrouw en richt alle aandacht op die mannen, op hun eigen verantwoordelijkheid.
Kijk eens in de spiegel, kijk eens naar jezelf!
Ik moet denken aan dat andere woord van Jezus, over de splinter in het oog van een ander en de balk in je eigen oog.
Oordeel toch niet zo snel.
Jezus stelt voor die mannen hun eigen ‘zonde’ aan de kaak. Zij overspelen hun hand, hoe vaak zijn ze zelf wel niet vreemde wegen gegaan?
Zijn zij zelf niet de overspelige mannen, die een andere weg gaan dan wat geschreven staat? Gaan zij de weg van Gods bevrijdende liefde en trouw, die zich op allerlei manieren laat vertalen in het concrete leven van elke dag?
Jezus verontschuldigt de vrouw niet, maar op deze manier be-schuldigt hij de mannen.
Iedereen druipt af, ze laten hem alleen, met de vrouw ‘in het midden’ zo staat er, de vrouw komt in het centrum te staan.
Nu niet als middel, als ding, maar als mens.
Preek 11jul 3
Rembrandt schilderde haar prachtig in het centrum, in het witte licht, in het licht van de verzoening, die daar in de tempel bewerkstelligd wordt,
in het witte licht van het nieuwe begin.
Ze wordt weer op haar benen gezet.
Ze wordt weer op haar benen gezet om niet meer te zondigen.
Jezus gaat niet voorbij aan haar eigen aandeel, haar verantwoordelijkheid, haar schuld. Ze is niet alleen maar slachtoffer, object. Ze heeft haar eigen verantwoordelijkheid.
Jezus richt zich op: Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?
Niemand.
Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, zondig niet meer.
Kom ik terug bij het begin, het liefdesspel van God.
Hij overspoelt ons met een liefde die niet neemt maar gunt, geeft en vergeeft,
met de bedoeling dat ook wij zo in het leven zullen staan
als vertegenwoordigers van hem, van zijn liefde,
niet oordelend, niet onszelf groot makend door anderen klein te maken,
niet als mensen die hun hand overspelen,
maar als mensen die anderen op waarde schatten, zoals God ons op waarde schat,
als mensen die anderen overeind, op weg helpen.

Ken je mij ? Wie ben ik dan ?- 27 juni 2021- ds. Eibert Kok

Ken je mij? Wie ben ik dan?

Zondagmorgen 27 juni 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Preek 27jun 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee weken geleden publiceerde het Nederlands Dagblad de resultaten van een onderzoek dat ze gedaan hadden onder vrouwelijke voorgangers, predikanten, in Nederland.

Daaruit bleek dat bijna negen op de tien vrouwelijke voorgangers bij hun werk in de kerk seksisme ervaren.
Ze krijgen ongewenste opmerkingen over kleding en uiterlijk, er wordt getwijfeld of ze wel geschikt zijn als predikant, enkel en alleen omdat ze vrouw zijn.
Ze merken dat ze soms anders, ongelijk behandeld ten opzichte van hun makkelijke collega’s.
Ik vond dat schokkend om te lezen, bijna negen op de tien.
Toen dat in een collegiaal overleg ter sprake kwam, werd dat door de vrouwelijke collega’s bevestigd. Het gebéurt, ook hier, dat er, want dat is het toch, minderwaardig over je gesproken wordt als vrouw in die functie.
Nog niet zo lang geleden kreeg ik een berichtje onder ogen, geschreven door een man: “Dat zul jij als vrouw wel niet begrijpen…” Het klassieke voorbeeld.
Je kunt als man je gelijk of je zin niet krijgen tegenover een vrouw, en je neemt hiertoe je toevlucht
Je maakt jezelf groter dan je bent en de ander kleiner: Jij zult dat wel niet begrijpen.
Een vreemd mechanisme: jezelf hoger op de ladder zetten door de ander naar beneden te trappen. Maar het gebeurt.
En misschien maken we ons er wel schuldig aan zonder dat we in de gaten hebben wat we nou eigenlijk doen.
Preek 27jun 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Iets heel anders maar misschien toch ook wel weer niet.
Het stadion in München mocht afgelopen week tijdens het EK-duel tussen Duitsland en Hongarije van de UEFA niet worden verlicht in regenboogkleuren.
Dat had een protest moeten zijn tegen een nieuwe Hongaarse wet die het verbiedt om aan minderjarigen voorlichting te geven over homoseksualiteit en gendervraagstukken.
Ik zie wel een parallel: hetero en cisgender zijn is de norm, en alles wat anders is probeer je weg te duwen, minder belangrijk.
Preek 27jun 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Daarom vind ik het ook mooi dat Wijnaldum vandaag met de one love aanvoerdersband gaat spelen,
eigenlijk ontstaan als protest tegen racisme in het voetbal, oerwoudgeluiden tegen zwarte spelers, om maar wat te noemen.
Weer dat mechanisme van de ander naar beneden duwen en jezelf omhoog.
Voetbal verbindt, staat er op. Dat hoop ik altijd maar: dat er verbinding gemaakt wordt, niet dat er verwijdering ontstaat – dat gebeurt zo gemakkelijk. Verbinding zoeken!
Ken je mij? Wie ben ik dan?

Datzelfde, verbinding zoeken, zoeken naar de waarde van de ander, vanuit een uitgangspunt van gelijkwaardigheid, misschien wel zoeken naar de meerwaarde in de ander,
dat alles vind ik terug in het Bijbelgedeelte van vandaag.
We lezen deze weken uit het Johannesevangelie.
Johannes is een prachtig evangelie, anders dan de andere drie evangeliën.
Sytze de Vries vergelijkt het met bladerdeeg, laag op laag, niet te scheiden. Het bladert zo heerlijk weg. Er staat meer dan er staat.
Dat geeft soms ook verwarring, want de een zit bij de ene laag en de ander bij de andere, maar ze horen bij elkaar.
Het begint ermee dat Jezus op de terugweg is van Jeruzalem naar Galilea.
En dan staat er: Daarvoor moest hij door Samaria heen.
Dat is helemaal niet zo, dat hoeft helemaal niet, en Joden in die tijd deden dat ook liever niet. Bij voorkeur trok je er omheen, via een omweg.
Tussen Judea rond Jeruzalem en Galilea in het noorden ligt dit gebied, met inwoners die zich, net als het joodse volk, beroepen op hun verbondenheid met het land.
Naar eigen overtuiging zijn ze een overblijfsel van de tien noordelijke stammen, een overblijfsel dat eeuwen geleden niet is weggevoerd in ballingschap.
Maar al eeuwen liggen de Samaritanen overhoop met het officiële jodendom dat teruggekeerd is uit de ballingschap en de tempel herbouwd heeft.
Religieuze en politieke spanningen, misschien wel wat te vergelijken met de spanningen tussen Joden en Palestijnen nu.
Een gesprek lijkt onmogelijk. Men ontwijkt elkaar en verhardt zich in het eigen gelijk.
Dus daar loop je het liefst met een grote boog omheen.
Maar Jezus móest door Samaria gaan. Dat is een soort innerlijk moeten: Ik wil niet met een grote boog om die mensen heen lopen. Jezus zoekt verbinding.
Het is wel grappig: die vrouw hier heeft juist ontwijkingsgedrag.
Jezus gaat vermoeid van de reis bij de Jakobsbron zitten, hij is alleen, zijn leerlingen zijn elders, op zoek naar eten.
Het is rond het middaguur, staat er. Nou, dat is geen tijd om je in te spannen, het is dan bloedheet, dan ga je niet naar de put om water te halen. Maar deze vrouw wel. Ze gaat op een tijdstip dat ze waarschijnlijk geen andere mensen zal tegenkomen. Ontwijkingsgedrag. Wellicht wordt er over haar gepraat, negatief, minderwaardig.
Dan treft ze Jezus, en er ontstaat een ontmoeting.
Jezus vraagt om een slokje water.
De verbaasde vraag van de vrouw – Hoe kunt u mij vragen? – kun je je indenken. Jood – Samaritaanse, man – vrouw.
Jezus reageert op een hele ander laag en het klinkt wat geïrriteerd. Als je eens wist wat God wil geven en wie het je vraagt, zou je er hém om vragen en dan zou je levend water krijgen.
Ik kan me voorstellen dat die vrouw zich nu afvraagt wat die man begint te emmeren over levend water, híj had toch dorst? Ik weet niet waar je het over hebt.
Jij, Jood met je superioriteitsgevoel jegens ons Samaritanen.
Het schuurt hier aan alle kanten.
Genoeg ingrediënten om de verbinding weer te verbreken.
Maar dat gebeurt niet, dat is het mooie, er ontstaat een echte ontmoeting.
Jezus gaat verder: Als je het míj zou vragen, zou ik je levend water te drinken geven. Altijd stromend water dat dorst lest en je verkwikt. En dat water zal in je een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
De vrouw zit nog steeds op de laag van het glaasje water, maar Jezus heeft het hier niet meer over een glaasje water,
het is beeld geworden voor heel het leven van deze vrouw.
Het is ook mooi om te zien hoe in de tekst gesproken wordt over een brón, en hoe dat spreken al gaande bijna ongemerkt overgaat in het spreken over een pút, een diepe put waar je niet zomaar bij kunt.
Een bron en een put. Stromend water is stilstaand water geworden. Misschien wel symbolisch voor het leven van deze vrouw. Maar, dat zijn de woorden van Jezus: het zal in je een bron worden. Het leven zal weer gaan stromen.
Het water dat ik je geef zal in je een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
Maar de vrouw krijgt het pas door als Jezus vraagt om haar man. Ga uw man eens roepen en kom dan hier.
Het klinkt als: Kom eens tevoorschijn met wat je in huis hebt.
Uit haar antwoord blijkt dat Jezus een gevoelige plek heeft geraakt. ‘Ik heb geen man.’
Jezus vraagt waar ze bíj hoort, en haar antwoord geeft aan dat ze nergens bij hoort. In zekere zin een alleengaande vrouw.
Ze hoort nergens bij. Ken je mij? Wie ben ik dan?
Vijf mannen gehad. Die ze nu heeft, is haar man niet.
Veel is er gespeculeerd over die vijf mannen. Veel klassieke uitleg, vaak van mannen (!), maakt van haar een slet.
Zo gaat het vaker: van vrouwen wordt in zo’n situatie slecht gesproken, bij mannen veel minder. Let maar eens op. Eigenlijk is dat vreemd, meten met twee maten.
Maar, er is nog iets anders. Dit zou ook een verwijzing kunnen zijn naar 2 Koningen 17, waar sprake is van vijf verschillende goden die door de Samaritanen op verschillende plekken worden vereerd. Maar ook de huidige plaats, de berg Gerizim, is het niet.
Over dat thema gaat de tekst ook verder. Waar moet je God vereren? Kan dat alleen in Jeruzalem, zoals de Joden beweren? Of misschien toch ook op die plek daar in het gebied van de Samaritanen.
Jezus zegt dan dat het er om gaat de Vader te aanbidden in geest en waarheid.
Met andere woorden, Jezus overbrugt hier de tegenstelling tussen Joden en Samaritanen, tussen mensen die op een verschillende manier en vanuit verschillende traditie of achtergrond, God aanbidden. Hij ziet voorbij aan de verschillen en richt zich op een nieuwe verbinding. Dat wat scheiding is, hoeft geen scheiding meer te zijn,
niet gebonden aan een speciale plek, aan een groep of een volk dat een treetje hoger op de ladder zou staan.
In geest en waarheid, in de geest van waarachtigheid, echtheid, betrouwbaarheid.
Nu begrijp ik dat u een profeet bent.
Jezus wordt hier getekend als iemand die alles van mij weet. Die onze diepten doorziet. Die mij kent, dieper dan ik mijzelf ooit ken. Ken je mij? Wie ben ik dan?
Het heeft iets bevrijdends als je in een gesprek, een écht gesprek, oordeelloos je verhaal kunt doen. De geest van Jezus roept dat op.
Daarbij, is de geest van Jezus één die grenzen doorbreekt, die verschillen overbrugt, tussen man en vrouw, tussen Jood en Samaritaan, tussen de verschillende tradities, en geloven en overtuigingen. Niet om alles tot een kleurloze brij samen te roeren, maar om in de verscheidenheid de verbindende kern te ontdekken, geest en waarheid,
om weer volop te leven uit de bron van levend water,
water dat eeuwig leven geeft.
Eeuwig leven is als grenzen worden doorbroken, is leven met de Eeuwige.
Als een verleden wordt opengebroken, er is iemand die mij kent – bij wie ik mijzelf mag zijn, zonder welke schijn dan ook op te houden.
Die vrouw met een verleden, wordt een mens met toekomst.
Eeuwig leven is dat het leven dat vastgelopen is, weer stromen gaat. Haar leven stond op een dood spoor, als stilstaand water. Door de ontmoeting met Jezus komt het in een stroomversnelling.
Preek 27jun 4

Het verhaal is vaak afgebeeld. Hier Rembrandt.
Als de leerlingen terug komen verbazen ze zich erover dat hij gesprek is met een vróuw…
Ook zij hebben nog veel te leren van Jezus.
Het verhaal sluit ermee af dat de vrouw haar kruik laat staan,
de kruik die in het lied dat we zo zullen horen symbool staat voor de leegte in haar leven.
Ze laat de kruik staan, laat de leegte achter zich, gaat terug naar de stad, de plek waar ze woont,
want er is iemand die haar kent (weet jij mij beter dan ik?)
iemand die de leegte vult en het water weer laat stromen.
Ze wordt een boodschapper van het goede nieuws, bron van levend water,
de verbinding met mensen wordt gelegd:
Kom mee, er is iemand die alles van mij weet.
“Heer, die mij ziet zoals ik ben…
die met uw liefde mij geleidt.”
Zou dat niet de messias zijn?
Levend uit die bron stapt ze herboren het leven in
door ook zelf een bron voor anderen te zijn.

 

Verdubbel je waarde-30mei-EBK

Verdubbel je waarde

Zondagmorgen 30 mei 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezing: 1 Johannes 4: 7-16

preek-20210530-1.jpg“God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hen.”
Met die woorden sluit de lezing van vandaag af.
God is liefde. Prachtige woorden. Maar ook woorden die nogal eens vragen oproepen.
Als God liefde is, hoe kan het dan dat…
En dan wordt vaak gewezen naar alle narigheid in de wereld.
Hoe gaat dat samen met een God die liefde is?
Vandaag is die tekst ‘God is liefde’ aan de orde.
Misschien hebt u wel eens gehoord van de Britse kunstenaar Banksy.
Hij is een straatkunstenaar. Niemand weet wie hij is. Zijn kunstwerken zijn te vinden in verschillende Europese steden, en ook in de VS en in de Palestijnse gebieden.
Zijn afbeeldingen van een meisje met een hartjesballon die door de wind wordt meegenomen zijn heel bekend.
De wind die waait en die de liefde, gesymboliseerd in die ballon, verder brengt. Het zou zo een mooi plaatje voor Pinksteren kunnen zijn.
Die muurschilderingen van Banksy verschijnen zomaar onverwacht ergens op een muur.
preek-20210530-2.jpgDeze kwam in december in het nieuws.
Zomaar een huis in Bristol, Engeland, dat te koop staat,
opeens verschijnt er een schildering van Banksy op de zijkant van het huis, komt het huis wereldwijd in het nieuws en de waarde van het huis verdubbelt.
In ons land rijzen de huizenprijzen de pan uit, maar een Banksy op je huis kan de waarde verdúbbelen.
Hou die even vast: een Banksy kan de waarde verdubbelen.
preek-20210530-3.jpgDeze maakte hij bijvoorbeeld in Amsterdam, op een gebouw van de universiteit van Amsterdam, maar door een of andere onachtzaamheid werd deze vijf jaar geleden overgeschilderd. Weg Banksy.
Ik vind het een prachtig beeld: de liefde die de wereld in gestuurd wordt, gedragen door de wind.
Terug naar het Bijbelgedeelte van vandaag.
In dit korte stukje uit de eerste brief van Johannes gaat het over de liefde.
Het begint ermee: Gelíefde broeders en zusters. En dan gaat het om het eerste woord: Geliefde.
Die toevoeging broeders en zuster hier vind ik niet mooi, of beter gezegd: ongepast.
In het NT komt het nog wel eens voor, het woord adelfoi, broeders, zo werd het dan vertaald in de oude vertaling.
Om inclusief taalgebruik te krijgen, om vrouwen niet uit te sluiten, heeft de NBV er toen ‘broeders en zusters’ van gemaakt. Dat snap ik. En tegelijk denk ik, gezien allerlei ontwikkelingen in de maatschappij, waarbij er steeds meer aandacht komt voor mensen die zich niet als man of vrouw identificeren, nu in de trein niet meer ‘Dames en heren’ maar ‘Beste reizigers’ wordt omgeroepen – terecht, denk ik –,
gezien al die ontwikkelingen denk ik dat ‘broeders en zusters’ óók mensen uitsluit. Hoe je dan dat ene woord adelfoi moet vertalen (letterlijk: broeders), daar moet nog maar eens goed over nagedacht worden. Misschien iets als: verwanten.
Maar hier in de Johannesbrief wordt dat woord adelfoi helemaal niet gebruikt. Daar staat een ander woord, wat betekent: geliefden. Niks broeders en zusters, geliefden!
Geliefden. Dat betekent dat wij mensen mensen zijn die geliefd zijn.
Verderop in deze tekst wordt dat ook uitgewerkt,
maar voorop gaat de bron van liefde: God zelf.
Ik vind dat zo prachtig en dat raakt mij diep, te weten dat ik een geliefd mens ben, geliefd, door God. Dat mogen we allemaal op onszelf toepassen. Niemand uitgezonderd. Dat gaat voorop.
Verderop worden daar meer woorden aan gegeven: “Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad.”
Dat is een kerngedachte van de Johannes-geschriften in het NT: het Johannesevangelie en ook de brieven van Johannes.
De bron is God zelf. Daar begint een beweging van liefde, die mensen in beweging zet, inspireert (Pinksteren!)
om vanuit die bron, die kracht, vanuit die krachtbron in het leven te staan,
wetend dat je geliefd bent, en dat het je opdracht is om liefde te geven.
“Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.”
Zo begint het.
De gedachtegang en het woordgebruik in die verschillende Johannesgeschriften in de Bijbel lijken sterk op elkaar.
Er gaat een verhaal over de apostel Johannes. Volgens de overlevering preekte hij elke zondag het evangelie, tot op hoge leeftijd. Maar met dat hij ouder werd ging het moeizamer. Het kostte hem steeds meer moeite om de kansel te bestijgen. Zijn toespraken werden steeds korter. Tot op een gegeven moment hij met veel inspanning nog eenmaal de preekstoel op klom en tot de gemeente zei: ‘Geliefden. God is liefde. De rest is een verhaal eromheen’.
God is liefde. De rest is een verhaal eromheen. Dat is mooi gezegd. We hoeven het ook niet onnodig ingewikkelder te maken dan het is. Maar er is nog wel iets meer over te zeggen.
Want bij dat alledaagse woord, dat we vaak gebruiken, en waarvan we denken dat we weten wat het betekent – God is liefde – moet je ook oppassen voor misverstanden.
Allereerst valt het mij op dat die liefde in het Bijbelgedeelte van vandaag onmiddellijk verbonden wordt met het leven van Jezus: “God is liefde. Hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.”
Het leven van Jezus heeft er alles mee te maken. In zijn leven zien we ook dat die liefde niet iets is van een romantische liefde.
Er is een soort oppervlakkige manier om over de liefde te spreken en te zingen. Liefdesliedjes. Daar is niks mis mee, maar het oppervlakkige zit er in dat we daardoor vaak denken dat liefde te maken heeft met een bepaald gevoel. Vlinders in je buik. Liefde is smeltende ogen, tranen over je wangen, een film om bij te snotteren.
Nogmaals, niks mis mee op zijn tijd. Maar de liefde die in het geloof centraal staat, is nog wat anders dan dat. Liefde is meer dan een gevoel. Liefde is een vorm van betrokkenheid.
Dat weet iedereen ook wel. In een liefdesrelatie kan het soms ook flink knallen. Maar liefde is: elkaar niet laten vallen, in ieder geval dat probéren. Lukt niet altijd. Maar het geeft wel aan dat liefde knokken kan zijn, dat dat soms knokken is.
Bisschop Tutu, uit Zuid-Afrika, heeft ooit eens gezegd:
‘Jezus leert ons onze vijanden lief te hebben. Hij zegt niet dat we ze aardig moeten vinden.’ Dat is precies het verschil.
Liefde, de gevoelsliefde, die hebben we voor wie we aardig vinden. En als we de ander niet meer aardig vinden, dan is de aardigheid eraf. Maar liefde in Bijbelse zin, dat is een kwestie van betrokkenheid, van verantwoordelijkheid, van een relatie met anderen waarin je het goede voor die ander op het oog hebt, wie het ook is.
Gods liefde, de bron, krijgt diepgang in het leven van Jezus, blijkt liefde te zijn die de prijs van het offer kent.
Als het vandaag over de liefde gaat, dan gaat het dus over meer dan dat we aardig met elkaar omgaan.
Heel veel menselijke liefde is gelijk oversteken. Ik ben aardig voor jou zodat jij aardig bent voor mij. Ik doe wat voor jou en dan moet jij wat voor mij doen. Daar houden we elkaar aan. Als bij contract.
Maar de liefde die Jezus ons voorleeft, is een liefde die afziet van zichzelf, die denkt aan de ander en vanuit de ander en met het oog op de ander. Dat is de liefde die zich dienstbaar maakt, geheel en al, zonder enige voorwaarde en zonder enig voorbehoud.
Als wij in de kerk en het geloof over liefde praten, dan kunnen we niet anders dan dat woord vullen vanuit de liefde zoals we die hebben leren kennen in Jezus.
Deze liefde is het voorbeeld, de maatstaf, voor de liefde die wij aan elkaar besteden.
“Niemand heeft God ooit gezien.” Waar zie je God? “Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.” Daar zie je God.
In dát verband en niet anders klinken die woorden ‘God is liefde’. Tegenover al het kwaad in de wereld wil deze tekst niet zeggen: God is liefde, en die moet er maar iets aan doen.
Nee, God is liefde, en dat uít zich in mensen. Het is aan ons mensen om daaruit te leven, uit die bron, en die liefde wáár te maken.
preek-20210530-4.jpgDeze is ook van Banksy.
Deze maakte hij voor Betlehem, een stad waar mensen gescheiden leven, een stad met een muur, een stad met geweld.
Aan de ene kant Palestijnse moslims, en Palestijnse christenen, aan de andere kant joodse kolonisten.
Weer een kind. Dit keer met een vormenstoof, en een hamer om de vormen erdoorheen te tikken.
Als je goed kijkt dan zie de symbolen van jodendom, christendom en islam, elke met z’n eigen kleur.
En daarachter weer het hart, het symbool van de liefde, de liefde die een gat slaat in de muur tussen mensen.
Liefde niet als een liefdesgevoel,
maar als een kracht in de rauwe werkelijkheid van beton en staal, van een muur van beton en staal die mensen scheidt en klein houdt,
liefde als een kracht die in onze soms rauwe werkelijkheid een opening biedt op een nieuwe wereld.
“God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hen.”
Besef wel: het kan de waarde van je leven verdubbelen.

De hoop van Pinksteren-23mei-CWvdM

Overdenking op 23 mei 2021 - Pinksteren
Thema: de hoop van Pinksteren
Lezingen: Handelingen 2: 1-13 en Romeinen 8: 18-27

Gemeente van Jezus Christus,

Een Bijbelverhaal is net als een diamant. Het heeft zoveel verschillende facetten dat je nooit uitgeluisterd raakt. Iedere keer hoor je weer iets nieuws. Iets dat de tijd, waarin je zelf leeft, op een nieuwe manier in het licht zet. Zo bleef ik afgelopen week haken in het eerste vers van het Pinksterverhaal, zoals de schrijver van het boek Handelingen, Lukas, het vertelt. Wat horen we in dat eerste vers? Dat de leerlingen van Jezus allemaal bij elkaar waren, binnenshuis. Er wordt niet gemeld dat ze plannen maakten voor een grote evangelisatiecampagne. Lukas vertelt niets over hoopvolle initiatieven. Als je luistert naar vers 1 hoor je alleen een grote stilte. Een doodse stilte. De dag heeft niets van een feest. De leerlingen zitten bij elkaar. En dat is het dan.
Volgelingen van Jezus zijn ze geweest. Maar Jezus is er niet meer, zo lijkt het. Het ziet er naar uit dat de beweging, waar ze deel van uit maakten, is stilgevallen. Het eerste vers van het Pinksterverhaal roept bij mij het beeld op van mensen die opgesloten zitten in hun eigen onmacht. Daar staren ze zich op blind. Ze zijn alleen maar bezig met hun eigen situatie, waarin ze vast zitten.
Het lijkt misschien een beetje op een lockdown, zal ik maar zeggen. Thuis opgesloten zitten en alleen maar kunnen somberen over wat er allemaal niet kan. Alsof er geen ander nieuws in ons leven was dan het aantal besmettingen van deze dag, het aantal ziekenhuisopnamen, het aantal mensen op de intensive care. Daar bedoel ik niet mee te zeggen dat we de corona epidemie moeten relativeren, dat het allemaal zo erg niet is. Mensen die nog altijd hardnekkig beweren dat het corona virus niet meer dan een griepje is moeten maar eens een dagje meelopen met verpleegkundigen op een intensive care afdeling. Kijken hoe ze er dan over denken. Of laat eens tot je doordringen wat er de afgelopen weken in India gebeurd is. De beelden uit dat land spreken een duidelijke taal over de ernst van het virus, lijkt me.
Nee, het gevaar van een lockdown is in mijn ogen dat we voor niets anders meer oog hebben dan voor de mogelijkheden die ons zijn ontnomen. En daardoor krijgen we geen zicht op wat er nog wel mogelijk is. Gelukkig waren er de afgelopen maanden ook andere berichten. Inspirerende berichten, waar ik vrolijk van werd. Berichten over mensen die hun ouders in een verzorgingshuis gingen feliciteren vanaf een hoogwerker. Een kerk waar mensen paasontbijtjes rond gingen brengen bij alleenstaanden. Een familie die de bewoners van een verpleeghuis opvrolijkten door een draaiorgel voor dat huis te laten spelen, zoals een tijdje terug hier in Naaldwijk gebeurde, bij de Hooge Tuinen.
Iedere keer dat ik zo´n bericht hoorde vlamde er iets in me op. Je zou kunnen zeggen: iedere keer dat zo’n bericht binnen komt is het een beetje Pinksteren. Want je wordt weggeroepen uit het sombere gedachtenkringetje waarin je opgesloten zit. Je wordt bevrijd uit de eenzijdige gedachtenreeks van onmogelijkheden en krijgt weer toegang tot het rijk van de mogelijkheden. Je gaat weer bedenken wat er allemaal kan en mag. Je krijgt nieuwe inspiratie.
Dat is wat er gebeurde met de leerlingen van Jezus die Pinksterdag. Er ging een andere wind waaien, hun sombere gedachten verloren het alleenrecht, ze hoorden ergens van op en dat zette hen in vuur en vlam. Ze gingen ergens anders over praten. Het onderwerp was niet langer wat zij allemaal niet konden. Hun woorden gingen over iets anders. We horen het in vers 11. Ze gingen spreken over Gods grote daden. We kunnen leven in het sombere perspectief van menselijke onmacht. Maar het feest van Pinksteren laat een andere wind waaien in ons leven. Het feest van Pinksteren maakt ruimte voor andere gedachten, een ander perspectief: het perspectief van Gods macht, die zichtbaar wordt in liefde die zich door niets laat tegenhouden.
Zo staat het te lezen op de Pinksterduiven die de afgelopen dagen zijn binnengewaaid en die u in de kerk ziet hangen. Wat breekt onze sombere werkelijkheid open, welke vlam licht op in het duister van onze onmacht? Het is de boodschap van recht en vrede, die steeds weer bij mensen aan komt waaien. Het is het vertrouwen dat hoop en liefde branden als een vuur dat door geen coronagolf geblust kan worden. Het is de vreugde dat we vrij mogen leven als kinderen van God, en niet als slaaf van het kwaad. Het is de blijdschap dat God ons aan elkaar gegeven heeft als medemensen, om samen te leven, naar elkaar te luisteren, elkaar goed te doen. We zien, kortom, de vruchten van de Heilige Geest: geduld, vriendelijkheid, goedheid, zachtmoedigheid, blijdschap, vrede en liefde. Alles wat Jezus ons in zijn leven heeft voorgeleefd en geopenbaard.
In al die dingen wordt openbaar wat God in het leven van ons mensen doet. Dat zijn de grote daden van God waar de leerlingen van Jezus over spraken, toen ze op die Pinksterdag in vuur en vlam waren gezet. We mogen leven met hoop en uitzicht. Het perspectief van ons leven is niet begrensd door de beperktheid van ons bestaan. Het perspectief van ons leven is veel ruimer. God is groter dan ons hart. We mogen leven op de adem van de belofte dat liefde ons leven uiteindelijk regeert, en dat ons leven daarom niet doodloopt maar toekomst voor zich heeft, verder dan onze ogen kunnen kijken.
Dat perspectief is ook waar de apostel Paulus over schrijft, in zijn brief aan de christenen in Rome. Ook voor de mensen die leefden in die tijd was het allemaal niet even gemakkelijk. Paulus heeft het zelfs over ´het lijden van deze tijd´. Daar gaan niet alleen de mensen onder gebukt, maar de hele schepping kreunt ervan. Dat heeft in onze tijd een actuele betekenis doordat we zien dat de hele schepping kreunt onder de belasting van het milieu. Daar zal Paulus niet aan gedacht hebben. Hij heeft het over de ervaring van zinloosheid die mensen kwelt, omdat niets en niemand zich lijkt te kunnen onttrekken aan de invloed van het kwaad. Maar dat kwaad heeft niet het laatste woord. Paulus wekt zijn lezers op om vast te houden aan de hoop dat alle mensen, al het leven, heel de schepping, mag hopen op bevrijding en verlossing. Dat we ons kinderen van God mogen weten helpt ons voorbij de grenzen te kijken die ons leven soms lijken te bepalen.
Geeft dat nu al een antwoord op al onze vragen? Zijn alle dagen nu al zo vrolijk gekleurd als de Pinksterduiven achter mij? Nee, dat is er nog niet hier en nu. Dat gold voor Paulus, in de tijd dat hij zijn brief schreef. Dat geldt ook voor ons, in ons leven in deze tijd. Een tijd met andere problemen. Maar die problemen hebben dezelfde achtergrond. Het gaat om de beperktheid van ons bestaan, de vragen waar we niet direct een antwoord op hebben, de vrede die uitblijft. Maar Paulus schrijft dat het de hoop is die ons gaande houdt, die ons in leven houdt. En als je leeft in hoop en verlangen, dan zul je soms al iets zien, even, van de toekomst die ons beloofd is. Een toekomst van recht en vrede. Een toekomst die geregeerd wordt door de Geest van Jezus’ liefde.
Die Geest heeft bezit genomen van ons leven wanneer we Jezus willen volgen. Die Geest voedt ons vertrouwen dat ons leven, zo vergankelijk als we zijn, iets van eeuwigheid in zich draagt. Die Geest brengt ons dichter bij God en bij elkaar, zelfs in situaties waarin we zelf geen woorden kunnen vinden. De Geest vertaalt ons gestamel, zodat God weet wat er leeft in ons hart. Op het Pinksterfeest vieren we dat de vlam van die hoop in ons leven is ontstoken. Ik hoop dat we zullen ervaren en vieren dat dat vuur ons steeds weer levensmoed geeft om naar de toekomst toe te leven. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.