Talenten-27feb-CWvdM

Overdenking op 27 februari 2022
Lezingen: Jesaja 58: 6-10 en Mattheus 25: 14-30
Thema: Talenten

Gemeente van Jezus Christus,

Geloven is weinig ontspannen, zo lijkt het. Want God eist je voor 200% op. Ik zou me kunnen voorstellen dat iemand die gedachte krijgt bij het horen van de gelijkenis over de talenten. Het zou, geloof ik, een tragisch misverstand zijn als u met die gedachte straks de kerk uitgaat. Maar hoe moet je het dan uitleggen, die gelijkenis over die heer die van vijf tien krijgt, van twee vier, en boos is als hij terugkrijgt wat hij gegeven heeft?
Gaat het over geld, in de gelijkenis van de talenten? Je zou het wel zeggen. In de tekst komen we het woord ‘geld’ in ieder geval twee keer tegen. In het begin, wanneer er sprake van is dat de man, die op reis gaat, het geld dat hij bezit in beheer geeft aan zijn dienaren. En aan het eind, wanneer diezelfde man, teruggekomen, boos tegen zijn dienaar uitvalt, de dienaar die het talent begraven had, en zegt: ‘Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven.’ In de vertaling staat er twee keer hetzelfde: ‘geld’. In de oorspronkelijke taal, het Grieks, staat er iets anders. Daar kom ik straks op terug.
Intussen moet u de gedachte loslaten dat het hier letterlijk over geld gaat. In de tijd dat Jezus leefde was het woord ‘talent’ weliswaar de aanduiding van een groot bedrag aan geld, maar hier verwijst het ergens naar. Jezus vertelt een gelijkenis. De heer in de gelijkenis verwijst naar God. De dienaren zijn beeld voor de mensen. De talenten die de mensen ontvangen zijn het beeld voor de gaven die God aan mensen geeft. ‘Ieder naar wat hij aankon’, horen we in de gelijkenis. Je hoeft niet allemaal hetzelfde te kunnen. God schenkt talenten naar het vermogen waar mensen over beschikken. Er wordt geen bovenmenselijke religieuze prestatie verwacht van mensen die God willen dienen.
Maar er wordt wel iets van je verwacht. En dat is toch niet gering. De dienaar die vijf talenten ontvangt verdient er vijf bij. De dienaar die twee talenten ontvangt verdient er twee bij. Honderd procent winst. Zo gauw is de Heer blijkbaar ook weer niet tevreden. Je moet woekeren met je talenten, zoveel is wel duidelijk. Is het dan vreemd dat er mensen zijn die wat angstig worden in hun manier van geloven? Mensen die zich afvragen of zij de geloofssprong wel halen die van hen gevraagd wordt, als er een God is die de lat zo hoog legt: woekeren met wat je aan talenten gegeven is, God wil het dubbele terugzien van wat Hij je meegegeven heeft. Dan pas toont Hij zijn vriendelijk gelaat. Maar wee je gebeente als je minder gepresteerd hebt. Als God zó is, is het dan vreemd dat mensen angstig reageren, dat mensen reageren als de dienaar die zijn talent begraven had?
Als God zó zou zijn, dan wel, ja. Maar zo is God niet. Als je de gelijkenis leest zie je een heel ander beeld van God. De heer uit de gelijkenis geeft zijn bezit zomaar in beheer van zijn dienaren. Hij verbindt er geen eisen aan. Hij vertelt ze niet dreigend wat er allemaal van hen verwacht wordt. Hij houdt alleen maar rekening met de verschillen die er tussen zijn dienaren zijn. Hij geeft ze niet allemaal hetzelfde, omdat ze niet allemaal hetzelfde aankunnen. Wat hij hun geeft is overeenkomstig hun eigen vermogen, hun eigen kracht, zo staat het er. En verder worden er geen eisen gesteld. Er is alleen maar vertrouwen. En vreugde bij de terugkeer, wanneer het beheer van zijn dienaren zoveel positiefs heeft opgeleverd.
Tot het moment van de omslag in de gelijkenis. En dat moment wordt niet bepaald door een rekensom. Dat moment wordt bepaald door de kijk van de derde dienaar op zijn heer. De derde dienaar schetst het beeld van iemand die hardvochtig is, die het onderste uit de kan wil, die zijn dienaren uitperst. De woede van de heer wordt niet opgeroepen omdat hij geen geld te zien krijgt. Dat geld interesseert hem niet. Hij geeft dat ene talent zo weer weg. De woede van de heer wordt opgeroepen door het beeld dat van hem geschetst wordt. Daarom is het antwoord dat hij zijn dienaar geeft ook op te vatten als: ‘Als je wist dat ik zo hard was, waarom heb je je daar dan niet naar gedragen?
De boosheid van de heer wordt veroorzaakt omdat hij miskend wordt, omdat er een beeld van hem geschetst wordt dat hem geen recht doet. Niets is er terug te zien van het vertrouwen dat de heer in zijn dienaren stelt. Niets van zijn gulheid en zijn vriendelijkheid. Niets van de vreugde waar eerder in de gelijkenis sprake van is. Het is weg. Niet omdat de heer plotseling veranderd is. Maar omdat zijn dienaar er geen oog voor heeft. De dienaar begrijpt niets van zijn heer en van wat zijn heer hem in handen geeft. De dienaar ziet niets in dat ene talent. Hij wil er niets mee doen.
Dat is vreemd. Zeker omdat de andere dienaren zo spontaan, zo probleemloos, zo vrolijk met hun talenten aan de slag gaan. Dat brengt me terug bij de vraag wat we ons voor moeten stellen bij die talenten. Wat is het dat de heer zijn dienaren in beheer geeft? In de vertaling staat dat het geld is. Ik denk dat die vertaling alleen aan het eind klopt. Daar zegt de heer op boze toon dat zijn geld beter naar de bank gebracht had kunnen worden. In het Grieks staat daar het woord ‘zilver’. Daar is duidelijk dat er ‘geld’ wordt bedoeld. Maar dat woord heeft een plek in de bedorven verhouding tussen de heer en zijn dienaar.
In het begin van de gelijkenis, als er alleen maar gulheid en vertrouwen is staat er iets heel anders. De heer geeft zijn dienaren het beheer over ‘de dingen waar hij zeggenschap over heeft’. Dat staat er letterlijk. ‘De dingen waar hij zeggenschap over heeft’. En wat zou daar nu mee bedoeld kunnen worden? Wat is het belangrijkste dat wordt beheerd door God, die met de heer in de gelijkenis bedoeld wordt? Waar heeft God een onmetelijk kapitaal van? Het kapitaal van God wordt niet becijferd in geld, maar bemeten in liefde en genade. Liefde en genade, dat is waar God zeggenschap over heeft. Daar deelt hij van uit aan zijn dienaren. Dat geeft hij in beheer. Iedere dienaar van de heer krijgt liefde en genade, ieder naar wat hij aankan. Ieder naar zijn eigen vermogen.
En als je de gelijkenis zo leest, dan draaien we de zaak helemaal om. Want de dienaar die het kleinste eigen vermogen heeft, heeft de meeste liefde en genade nodig. De laatsten zijn de eersten, bij de heer. Vijf talenten genade voor de dienaar die zijn leven het slechtst op orde heeft. Twee talenten genade voor de dienaar die de zaken wat beter op een rijtje heeft. En één talent genade voor de dienaar die een heel eind komt op eigen kracht.
Maar daar ligt meteen de valkuil. De dienaar die één talent genade ontvangt weet niet wat hij aan moet met wat hij van God ontvangt. Hij kan alleen maar denken in termen van verdienste. Hij staat anders tegenover God. Want de dienaar die vijf talenten ontvangt gaat dankbaar aan de slag. Hij dacht dat hij aan het einde was, maar door wat hij van zijn heer ontvangt is er een nieuw begin. Vol dankbaarheid en vreugde gaat hij aan de slag en hij laat de genade en de liefde die hij ontvangen heeft hun werk doen onder de mensen met wie hij te maken heeft. Hij is voor de mensen om hem heen zo goed als zijn heer voor hem is. Een dankbaar mens verdubbelt de genade die hij van God ontvangen heeft.
Zo is het met de dienaar die vijf talenten ontvangen heeft. Zo is het met de dienaar die twee talenten ontvangen heeft. Maar de dienaar die één talent ontvangen heeft stopt de genade onder de grond. Hij leeft niet uit genade. Hij heeft immers zijn eigen kracht, zijn eigen verdienste. Maar zijn kracht wordt zijn zwakheid. Hij leeft uit berekening. En hij denkt dat God net zo is als hij. Dat heeft hij verkeerd. God is niet inhalig. God is ruimhartig. God schenkt zijn genade met volle handen. In de hoop dat zijn voorbeeld dubbel en dwars gevolgd wordt. Door dienaren die zijn genade en liefde herkennen, en zien dat er winst voor het leven te halen valt als we met die liefde en genade aan het werk gaan. Hun zwakheid wordt hun kracht.
Dat is wat God van de mensen, zijn dienaren vraagt. Dat we ons niet blind staren op onze eigen, kleine kracht. Dat we aan de slag gaan met wat we ontvangen. Dat is een boodschap die voor ons mensen vaak moeilijk te begrijpen is. We moeten immers onze kansen zelf grijpen, leren we elkaar, we moeten het zelf maken. We denken dat we er in het leven komen door te grijpen en te graaien. Maar wat we ontvangen, daar kijken we vreemd tegen aan. Dat stoppen we onder de grond. De liefde en de genade worden in deze wereld maar al te vaak onder de grond gestopt. Er gebeurt niets mee. Maar dan is het leven genadeloos. Dan wordt de wereld vanuit het Kremlin geregeerd, waar de kille macht heerst. Waar Poetin geen boodschap heeft aan een God van liefde, hoezeer hij ook goede vrienden lijkt met de patriarch van de Russisch Orthodoxe kerk. Een kerk die de brute inval in de Oekraïne met nog geen enkel woord veroordeeld heeft. Een kerk die zelfs bij monde van rijk uitgedoste bisschoppen achter de oorlog staat, een kerk die de wapens zegent. De talenten die God ons mensen geeft liggen diep onder het Rode Plein in Moskou begraven. En er zal een dag komen dat God om rekening en verantwoording komt vragen. Een dag dat God vraagt wat er gebeurd is met de talenten van liefde en genade die Hij geschonken heeft.
Wat God van ons mensen vraagt is dat we open staan voor de talenten van genade en liefde waarmee hij ons leven verrijkt. Hoe minder we zelf denken te hebben, hoe meer God ons wil geven. En met het talent van de genade in handen wordt ons leven steeds rijker. Kunnen we anderen steeds meer geven van de rijkdom die God ons schenkt. Als mensen uit die genade willen leven, zijn ze geen bedreiging voor elkaar. Dan hoeven ze niets voor elkaar te verstoppen. Dan gaat er niets onder de grond. Dan vertrouwen mensen elkaar. Dan zijn ze betrouwbare dienaren van de Heer. Ik hoop dat wij zulke dienaren willen zijn. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Heilzame verwarring-30jan-CWvdM

Overdenking op 30 januari 2022

Lezingen: Genesis 11: 1-9 (hoofdlezing) en Jacobus 3: 3-10

Thema: Heilzame verwarring

Gemeente van Jezus Christus,

Als ik zou willen zou ik deze overdenking kunnen beperken tot een paar regels. Dan zou ik de uitleg volgen van de mensen die zeggen dat het verhaal over de toren van Babel alleen een verklaring wil geven voor het feit dat er verschillende talen worden gesproken door de mensen op aarde. Meer dan dat zou er niet staan. Meer dan dat hoef je er dus niet over te zeggen. Nu houd ik wel van een korte overdenking. Ik geloof niet dat iemand mij, in de bijna tien jaar dat ik hier nu dominee ben, op een lange preek heeft kunnen betrappen. Maar wie in dit verhaal niets anders hoort dan een verklaring voor het bestaan van verschillende talen heeft volgens mij niet goed geluisterd naar wat er in Genesis 11 verteld wordt. Het gaat over veel meer in dit verhaal. Het gaat volgens mij vooral over macht. En over de vraag hoe de mensen daarmee om willen gaan en hoe God wil dat wij mensen daar mee om gaan.
Eigenlijk zouden we nog een stukje door moeten lezen in het boek Genesis om helemaal te begrijpen waar het over gaat. Want verderop in hoofdstuk 11 maken we kennis met Abraham, die de vader van alle gelovigen wordt genoemd. En Abraham heeft geen vaste verblijfplaats. Hij leidt een zwervend leven en woont in tenten. Dat zwervende en kwetsbare bestaan staat tegenover de wens van de mensen over wie in het begin van Genesis 11 wordt verteld. Daar horen we dat ze kleiblokken willen bakken om ze als stenen te gebruiken. Dat klinkt in onze oren misschien nog vrij onschuldig. Maar in de oren van het Joodse volk klinkt dat al onheilspellend. Want daarin klinkt meteen het verhaal door over de onderdrukking en de slavernij waar het Joodse volk in Egypte onder gebukt ging. Daar en toen moesten de mensen van het volk Israël ook zulke stenen bakken. Stenen die nodig waren om versterkte voorraadsteden te maken. En die voorraadsteden waren nodig om de militaire macht van de koning van Egypte te ondersteunen. Wie in die tijd stenen nodig had bouwde aan macht. En dat is precies wat de mensen in Babel ook wilden. Geen kwetsbaar bestaan, maar macht. Hardgebakken in steen. Niet kapot te krijgen.
Wie goed luistert hoort dat het daarom gaat. Want wat brengt de mensen ertoe om een stad van steen te bouwen, met een hoge toren? In de eerste plaats willen ze naam maken in de wereld. Dat is niet mis te verstaan, lijkt me. Als je naam wilt maken wil je belangrijk worden. Wil je dat mensen tegen je opkijken. Dat mensen niet om je heen kunnen. Mensen die naam willen maken zijn op zoek naar invloed, zijn op zoek naar macht. En die macht moet behouden blijven. Daarom staat er ook achter dat ze niet over de hele aarde verspreid willen worden. Macht is niet gebaat bij versnippering. Macht moet ergens geconcentreerd zijn.
Maar de mensen die daarop uit zijn zorgen altijd voor spanning in de wereld. Dat is precies wat we deze dagen zien gebeuren rond het land Oekraïne. Ooit maakte dat land deel uit van de machtige Sowjet Unie. Zoals zoveel andere landen, die zelfstandig werden nadat de macht van de Sowjet Unie ingestort was, begin jaren negentig. De huidige president van Rusland, Vladimir Poetin, beschouwt die versnippering als een tragedie, hij spreekt er over als ‘de val van het historische Rusland onder de naam van de Sowjet Unie’. Hij zou de oude grootheid en macht van dat historische Rusland het liefst herstellen. Alles moet geconcentreerd worden rond de torens van het Kremlin op het Rode Plein in Moskou. Poetin is in mijn ogen de hedendaagse vertegenwoordiger van het machtsdenken in Babel.
En er staat nog een reden genoemd waarom de mensen in Babel in steen willen bouwen. Ze willen niet alleen een stad, nee, in die stad moet ook een toren staan die tot in de hemel reikt. Zo’n toren heeft natuurlijk te maken met het zusje van de macht, dat prestige heet. Denk maar aan de kerktorens die in de Middeleeuwen ook in ons eigen land werden opgemetseld. De bisschop van Utrecht heeft die prestigeslag tenslotte gewonnen. Daar hebben we de Domtoren aan overgehouden. Nu een toeristische attractie. Maar in die tijd symbool van de macht van de bisschop van Utrecht, die niet alleen kerkelijk, maar ook wereldlijk heerser was in Utrecht. Predikers als Geert Groote hebben de bisschop daar in het openbaar over bekritiseerd, in de veertiende eeuw. Nederige dienaren van God horen geen hoge torens te bouwen. Maar de bisschop zat niet op zulke kritiek te wachten. En het is dat Geert Groote besmet werd met de pest, toen hij zieken verzorgde in Deventer, anders was hij als ketter veroordeeld en in de gevangenis terecht gekomen, of erger.
We zien diezelfde prestigeslag vandaag de dag ook nog. Wie kan de hoogste toren bouwen? Komt die ergens in New York te staan, of in het domein van een oliesjeik, of in Tokyo, of ergens in China? Grootmachten proberen elkaar af te troeven.
Maar in Babel zat er nog iets anders achter. De toren moest tot in de hemel reiken. Dat is veelzeggend wanneer je bedenkt dat we voorafgaand aan het verhaal over de toren van Babel gehoord hebben over het verhaal van de zondvloed. Het verhaal over de wereld die ten onder gaat aan het kwaad, verdrinkt in het kwaad. Er is alleen de ark van het behoud, waarin God het leven bewaart dat niet dorst naar macht maar verlangt naar liefde. Aan de belofte dat zo’n zondvloed niet nog een keer plaats zal vinden hebben ze in Babel geen boodschap. Ze nemen het zekere voor het onzekere. Een toren die tot in de hemel reikt beschermt tegen een zondvloed. Wat kan ons nog gebeuren wanneer we ons veilig in die toren kunnen verschuilen? Dan kunnen we doen wat we willen zonder dat het consequenties heeft. Met een toren zijn we van onze kwetsbaarheid af en hebben we niemand nodig. We maken zelf de dienst uit.
Dat doet me denken aan wat ik vorige week in de krant las. Er zijn wetenschappers met het idee gekomen om ruimteschilden te maken die UV straling tegen kunnen houden. Het ei van Columbus, roepen sommige mensen. Dan wordt de opwarming van de aarde een halt toegeroepen en staan we niet straks tot de nek in het water door de klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel. Of, anders gezegd: dan kunnen we gewoon doorgaan met een manier van leven die de aarde uitput, dan heeft het geen consequenties dat we roofbouw plegen. Tenminste, geen consequenties voor de korte termijn van ons leven. De anderen, die na ons leven, zoeken het maar uit. Na ons de zondvloed, zoals het motto was van de Franse adel vlak voor het uitbreken van de Franse revolutie.
Die manier van denken en die manier van leven wordt in Genesis 11 een halt toegeroepen, geloof ik. De stem van God klinkt in dit verhaal. Dit is nog maar het begin, horen we die stem zeggen. Als het zo doorgaat houdt niets de mensen meer tegen. Dan kunnen ze alles doen wat ze willen. En je kunt je afvragen of we dan de goede kant op gaan met z’n allen. Ik zie niets in een beperking van wetenschappelijk onderzoek. Maar wie bepaalt of alle wetenschappelijke vondsten ook een toepassing moeten krijgen? Om een voorbeeld te noemen: genetisch onderzoek levert mooie resultaten op voor de behandeling van bepaalde ziekten. Maar betekent dat ook dat we ruimte moeten bieden aan een ontwikkeling om mensen te kweken die aan bepaalde eisen voldoen? Eisen met betrekking tot intelligentie, bij voorbeeld? Ik hoorde van de week een reclame op de radio van een bedrijf dat z’n klanten beloofde dat ze met geen enkele beperking te maken zouden krijgen. Wij maken alles voor u mogelijk. Alles? Zonder voorbehoud? Wordt er ook nog met grenzen gerekend, grenzen die met goed en kwaad te maken hebben? Wat is dat voor een manier van denken, wat is dat voor een manier van leven, die geen grenzen wil accepteren? Een grenzeloos leven is, ben ik bang, een waardeloos leven. Een leven waarin met menselijkheid en rechtvaardigheid niet meer gerekend wordt. Dat is wat er in Babel aan de hand is. En het verhaal wordt ons doorgegeven om te verstaan dat de wereld geen Babel moet worden, maar Jeruzalem, de stad van de vrede.
In het verhaal over de toren van Babel zorgt God ervoor dat de mensen elkaar niet meer verstaan. Het grote plan van de macht wordt gedwarsboomd door een heilzame verwarring. Genesis 11 toont ons hoe die macht gebroken wordt. Gelukkig maar. De woorden uit de brief van Jacobus, die ook gelezen zijn, laten ons voldoende merken hoe veel schade mensen alleen al met taal kunnen aanrichten. Ook taal kan een wapen van de macht zijn. Maar nu moeten de mensen moeite doen om elkaar te verstaan. Ze moeten elkaars taal leren spreken. God heeft ervoor gezorgd dat mensen elkaar aandacht moeten geven voor ze samen iets ondernemen. Ze moeten elkaar leren kennen. Als ze iets willen bereiken hebben ze de ander nodig. Zo moeten we op de wereld leven. Als mensen die elkaar willen leren kennen, die zich in elkaar willen verdiepen. Mensen die begrijpen dat we geen torens van macht, maar dat we de ander nodig hebben om het leven op deze aarde de moeite waard te maken. Daar wordt de aarde, daar wordt ons leven beter van, daar wordt het heel van. Daarom noem ik het verhaal over de toren van Babel een verhaal over heilzame verwarring. Ik hoop dat het verhaal zo tot ons spreekt, als de stem van God, en we ervoor kiezen om niet in een toren, maar in een open wereld te leven, en uitzien naar de ander, die ons leven tot samenleven maakt. Een leven dat de moeite waard is. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Mijn licht, mijn heil is Hij…-10okt-SvdH

Bijbellezing: Haggai 1: 1-15
Muziek: Fughetta in A - Felix Mendelssohn Bartholdy
Bijbellezing: uit Lucas 21:

Lied psalm 27: 1, 2 Mijn licht, mijn heil is Hij…

Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen

Een paar weken geleden hadden we het ook over bouwen. Toen ging het over het bouwen van de gemeente, op de startzondag. Een hele mand vol bouwstenen kregen we mee. Kijk maar wat er in zit. We hebben met elkaar heel wat in huis. Niet altijd is het goed zichtbaar. Maar het is fijn te weten dat we zoveel kunnen. Stenen zijn broodnodig. Om te bouwen. Niet alleen als fundament, ook als bouwsteen. Wij zijn geen vogels dat we genoeg hebben aan takjes of modder, of muizen die genoeg hebben aan haar en pluis.
Die stenen waren in de tijd van de tweede tempelbouw al nodig. Daarover gaat het boek van de profeet Haggai. De eerste was verwoest door de overheersers. Een tempel is namelijk een plek van samenkomst van mensen en God. En daarmee wordt een tempel een plaats van kracht. Mensen doen er kracht op: geestkracht. Kracht om kwalijke zaken het hoofd te bieden, kracht om niet ten onder te gaan aan onderdrukking. Kracht die sterker is dan het geweld van veroveraars. Het is niet voor niets dan in de Nederlandse koloniën slaven geen godsdienstonderwijs mochten krijgen. Ze zouden daar maar sterk van geest van worden! Nee, slaven moet je onder de duim houden. En dat lukt niet als ze een God hebben op wie ze kunnen vertrouwen.
Dus geen godsdienstonderwijs voor slaven en dus ook maken overheersers tempels en kerken stuk. De overheerser die de eeuwenoude tempel lang geleden heeft stukgemaakt, die nog uit de tijd van koning Salomo stamt, heeft ook meteen het rijke deel van het volk meegenomen in ballingschap. Niemand zorgt meer voor de ruïnes. De mensen hebben het te druk met simpelweg overleven.
Tientallen jaren later keren de ballingen terug. Je zou denken dat het eerste dat ze gaan doen bouwen is. En dat is ook zo, maar ze bouwen niet aan de tempel maar aan hun eigen huizen. Ze vinden de tempel niet zo belangrijk. Dat is gek. Want zoals ik al zei: de tempel is een plaats waar je kracht kunt opdoen. Een plaats zoals de kerk, maar nog een beetje krachtiger, want er is er maar eentje van in het hele land. Als je een kind krijgt, of je hebt iets belangrijks te vieren, of je hebt iets heel erg stoms gedaan, dan moet je daarheen om een offer te brengen. Het is DE plek waar alle belangrijke dingen tussen God en mensen plaatsvinden.
Het land is arm, er groeit weinig en er is armoe en honger. Dat is niks voor de teruggekeerde ballingen. Ze willen zo gauw mogelijk hun oude voorspoed weer terug. Dus eerst een mooi huis. Comfort. “ik eerst”.
En dat accepteert de Eeuwige niet. “Zo zijn we niet getrouwd” lijkt de boodschap. Als jullie zo doorgaan, met alleen maar zorgen voor jezelf, dan trek ik mijn handen terug. Dan rust er geen zegen op het land.
In de tweede lezing zien we een arme weduwe in de inmiddels toch herbouwde tempel. Ook haar plaats is daar. “weduwe” in die tijd betekende per definitie arm. Vrouwen zonder man hebben vooral geen rechten. Ze hebben geen land, moeten bedelen en maar zien hoe ze zichzelf en haar eventuele kinderen voeden. Maar ook zij is welkom in de tempel. Het is ook haar plaats. Zij mag er zijn.
En dan staat er dat Jezus er dagelijks te vinden is om les te geven, te onderwijzen. Zijn plaats is ook in de tempel. Wat onderwijst hij dan?
Hij onderwijst de Thora. De oude woorden. Wat hebben ze vandaag de dag nog te zeggen? In de tijd van Jezus was geloof vanzelfsprekend. Heel anders dan nu. De mensen waren gewend om met hun geloof bezig te zijn. In het joodse geloof is het altijd discussiëren over iedere betekenis van ieder woord. Alle mannen mogen meepraten. Het is niet zo dat de een alle wijsheid in pacht heeft, en de ander moet maar gehoorzamen en accepteren. Dat onderwijzen is dan ook een soort van tweespraak. De leerlingen zullen reageren. Ze zullen hun eigen kennis naar voren brengen. Ze kijken met hun eigen ogen en verklaren in hun eigen woorden. Jezus staat niet zo op een voetstuk als wij soms denken.
Wat staat er dan in die oude woorden? Daar staan bijvoorbeeld verhalen in over de tempel, de plek waar ze zijn op dat moment. Zoals iedereen dat doet, en wij vandaag ook, zo legt Jezus die oude tekst uit, zodat de mensen van zijn tijd het begrijpen. Als je dat niet doet, dan gaat de tekst dood. Dan luistert niemand meer, want niemand kan het begrijpen. We noemen het “het oude testament”. En dan lijkt het net of het afgedaan heeft, maar in feite is het natuurlijk vooral “oud” ten opzichte van het tweede, zoals de ene mens ouder is dan de ander. Of misschien zoals een wijzere oudere zus of broer.
Hoe dan ook heeft Jezus het gehad over de tempel. Wat is de tempel? Voor wie is die? Gebouwd van stenen bijvoorbeeld. Maar stenen gaan stuk. Een gebouw kan verwoest worden. maar de ziel van het gebouw zit ‘m niet in de stenen. Dat is wat hij laat zien als hij naar de weduwe wijst. En dat is ook wat de profeet Haggai laat zien als hij de Eeuwige boos laat worden om gebrek aan de bouw. Dat gaat niet om die stenen. Het gaat om prioriteiten: wat doe je eerst? Wat is het belangrijkste? WIE is het belangrijkste?
Ben je dat zelf? Of is dat je naaste die niks heeft? Is dat God die niks is zonder de mensen? Die alleen plaats kan bieden aan zo’n arme weduwe als mensen dat doen in zijn plaats? Want daar gaat het om. Niet om dat gebouw, hoe mooi en groot het ook is. We horen later dat Jezus zegt dat geen steen op de andere zal blijven staan. En we herkennen het ook: want wat is een kerkgebouw zonder ziel? Zonder gemeente die voor elkaar klaar staat? Het is een leeg omhulsel. En voor je het weet is het een ruïne.
Kort geleden las ik de suggestie dat we de kerk eens 3 maanden zouden sluiten om stil te worden en ons te bezinnen op wat de kerk nou eigenlijk is en voor wie ze er zou moeten zijn. Het boek is geschreven voor corona het hele kerkelijk leven plat legde. Ik denk dat de schrijfster anders had geschreven dat dit bij uitstek de tijd was om ons te bezinnen op “hoe nu verder?” De stilte is ook iets wat bij de tempel en de kerk hoort. De wereld om ons heen is vol geluid, vol eisen en drukte. Voor je het weet, verlies je alle contact met God, de eeuwigheid, jezelf en je naaste. Dat is het risico als je alleen maar bezig bent met je hebben en houden.
Dat de tempel er is, is een soort van cadeautje voor de hele mensheid om tot rust te komen. En om je steeds opnieuw in gedachten te brengen wat er nou eigenlijk toe doet. Daarom lezen we die oude verhalen waarin we nieuwe moed krijgen als we zonder moed zijn geraakt, waarin we horen hoe God zich ontfermt over wie het moeilijk hebben, waarin we op onze kop krijgen als we niet naar elkaar en vooral naar de armen en de vreemdelingen omkijken. We lezen en zingen liederen, de psalmen, over alles wat een mens kan overkomen. We bezingen de schepping, we doen ons best de aarde leefbaar te houden en te maken als er woestijnen zijn ontstaan. We gunnen elkaar in Godsnaam het leven. Niet alleen onze vrienden en vriendinnen, maar juist ook Gods eigen oogappels: de mensen die voor ons niet meetellen.
Dat is wat die tempel doet. Het gebouw brengt mensen bij elkaar. En door elkaar te zien en te ontmoeten en te erkennen als naaste en broeder en zuster, daardoor worden we mensen van God. En dat geeft leven. Niet de stenen. Maar wie we voor elkaar zijn, wat we voor elkaar betekenen.
In Gods naam. Amen.

Lied 316 (Het woord dat u ten leven riep): 1, 4

 

Helemaal goud-29aug-EBK

Zondagmorgen 29 augustus 2021, Ontmoetingskerk, ds. Eibert Kok

Lezingen: Micha 4: 3b-4 en Johannes 15: 1-8


preek-20210829-01.jpgVrijdagavond op de afscheidsavond werd ik verrast door een prachtig cadeau van de gemeente: voor de achtertuin van ons nieuwe huis in Brielle een kasje!
en ook twee druivenstruiken om daarin te laten groeien…
Hoe Westlands wil je het hebben!
Ik ben er echt heel erg blij mee.
En iedereen die er was kon een groet of een wens opschrijven op een groen of paars rondje,
en daar werden die druiventrossen van gemaakt
die aan het eind van de avond binnengedragen werden
zoals in het Bijbelverhaal de verspieders, die het beloofde land verkend hadden, terugkwamen met prachtige druiventrossen.
We hebben ze mee naar huis genomen, en thuis als die goede en lieve woorden gelezen. Om stil van te worden.
Helemaal goud, zeggen we dan.
Gistermiddag heb ik ze samen met Ina hier opgehangen in de kerk, zodat iedereen ze nog een keer kan zien,
en óók omdat dat kasje en die druivenplanten, en deze druiventrossen prachtig passen bij het Bijbelgedeelte van vandaag. Alsof ze al wisten waarover vandaag de preek zou gaan:
over druiven en een druivenstruik, over een wijnrank en een wijnstok. “Ik ben de ware wijnstok” horen we Jezus in dit Bijbelverhaal zeggen, “en mijn Vader is de wijnbouwer”, de druiventeler.

preek-20210829-02.jpgTwee maanden geleden kwam dit boek uit: “De ark van de smaak in Nederland, Voedsel, kennis en verhalen over gastronomisch erfgoed.”
Mooie titel: De ark van de smaak. Bij de ark denk ik aan het verhaal van de ark in de Bijbel.
In de ark stop je dat wat niet ten onder mag gaan, wat behouden moet blijven. En dat is ook de bedoeling van dat boek, denk ik: erfgoed, dat wat je moet bewaren voor het nageslacht, omdat het zo bijzonder is.
En in dat boek staat ook een hoofdstukje over de Westlandse druiven. Gastronomisch erfgoed. Moet echt bewaard blijven, gekoesterd worden door onze generatie en ook aan komende generaties doorgegeven. Erfgoed.
Het Westlandse goud…

preek-20210829-03.jpg

Sommigen denken misschien dat dit het Westlandse goud is, maar volgens dat boek zijn het toch echt de Westlandse druiven. Erfgoed. Het bewaren en doorgeven waard.
Dat sluit prachtig aan bij de symboliek die we vandaag in de Bijbelgedeeltes tegenkomen.
Omdat de druiven daar vooral gebruikt werden voor het maken van wijn worden meestal de woorden wijngaard en wijnstok gebruikt.
Voor het begrijpen van het Bijbelgedeelte van vandaag is het goed wat van de achtergrond van deze symboliek te weten.
Wijngaard, wijnstok, het is een terugkerend thema al in het Oude Testament.
We lezen daarvan voor het eerst bij het verhaal van Noach en de ark (!).
Zodra hij de ark voorgoed verlaten heeft, begint hij een wijngaard aan te planten.
Je kunt je afvragen: Is dat nou de eerste prioriteit nadat die ramp zich voltrokken heeft en alles weer opgebouwd moet worden, een wijngaard?
Maar daar gaat het niet om. Het is een téken dat gesteld wordt.
De wijngaard is in de Bijbel vaak het beeld voor Israël.
Israël, het oude volk Israël, wordt dan vergeleken met een wijngaard door God zelf aangeplant.
En die planter verwacht natuurlijk vruchten. Die plant die wijngaard aan met de bedoeling dat daar iets goeds gaat groeien, mooie druiven, goede vruchten.
Het oude volk Israël is dan in die gedachtegang een soort proeftuin voor heel de wereld.
Dat principe kennen we Naaldwijk ook!

preek-20210829-04.jpg

Hier een oude ansichtkaart van het gebouw van de proeftuin aan de Zuidweg.
Eind 19e eeuw opgericht als de Proeftuin Westland werd het later het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas. Het is inmiddels gesloten en de activiteiten zijn verhuisd naar elders en het gebouw is afgebroken.
De bedoeling van zo’n proeftuin was en is om daar dingen uit te proberen: wat levert nou de beste vruchten op, de mooiste opbrengst?
Een proeftuin, klein, lokaal, met de bedoeling om dat wat daar ontdekt werd wereldwijd te kunnen toepassen,
zodat niet alleen hier maar overal de mensen de vruchten er van zouden kunnen plukken.
Nou, op een vergelijkbare manier zien we dat in het Oude Testament het volk Israël een soort proeftuin is, een wijngaard als een proeftuin voor de hele wereld, dat is de gedachtegang.
En mooie, volle trossen staan dan symbool voor het goede leven, leven zoals het bedoeld moet zijn. Door God.
Dat is ook de symboliek van die enorme tros druiven die de verkenners van het beloofde land mee terug nemen. Er zijn twee mensen nodig om die tros druiven te dragen.
Dat móet wel het beloofde land zijn!
Tegelijk wordt die symboliek ook op andere manieren gebruikt. Want het gaat niet altijd goed in die proeftuin.
Soms wil het niet groeien, groeit er niks, of wordt de wijngaard kaalgevreten of leeggeroofd.
Zo gaat het soms in het leven. Mensen doen niet de goede dingen. Zijn er niet voor elkaar, maar hebben alleen maar oog voor zichzelf. Mensen staan elkaar naar het leven.
Zo wordt het verhaal in de Bijbel verteld.
Maar, ook al groeien in de wijngaard, in de proeftuin niet altijd goede vruchten, de wijngaard en de wijnstok blíjven symbool voor de hoop die men koestert dat er ooit vrede, recht en gerechtigheid voor alle mensen zal zijn.

preek-20210829-05.jpg

Dat zien we bijvoorbeeld in het Bijbelgedeelte dat we als eerste gelezen hebben, uit Micha.
Dat is die prachtige spreuk, die woorden van hoop, misschien wel bekend:
“Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…”
Die woorden staan op dit beeld in de tuin van het gebouw van de Verenigde Naties in New York.
Als je goed kijkt, kun je het misschien lezen, het begin van de Bijbelwoorden van vandaag:
“Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…”
Het Bijbelgedeelte gaat verder: “en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog.” Zozo.
Dat zijn woorden die mij wel raken, zeker als je bijvoorbeeld ziet hoe de afgelopen dagen de situatie in Afghanistan zich ontwikkeld heeft,
nu de naties die zich verenigd hadden om daar iets op te bouwen zich terugtrekken.
Ik hou mijn hart vast hoe het verder zal gaan,
als ik zie hoe geweld, zwaarden gebruikt worden om anderen figuurlijk en letterlijk een kopje kleiner te maken.
Nee, zegt deze tekst dan hoopvol: ze zullen zwaarden omsmeden tot ploegijzers.
En, zo staat er dan, en daarom is die tekst vandaag zo intrigerend: “Ieder zal zitten onder zijn wijnstok.”
De wijngaard en de wijnstok staan symbool voor het goede leven, waar mensen in rust en vrede kunnen leven, niet opgejaagd of klemgezet door wie of wat dan ook, Gods nieuwe wereld. Wat eerst gebruikt werd voor de oorlog zal gebruikt worden om mensen van eten te voorzien.

preek-20210829-07.jpg

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd dit beeld in Oost-Duitsland, in de toenmalige DDR, gestimuleerd door de kerk daar, een téken van hoop, en ook van geweldloos verzet tegen de onderdrukking. Men liep tegen een muur aan.
Totdat de muur viel. Muren kunnen vallen, grenzen doorbroken worden.
Daarbij hoort dus bij Micha het beeld van de wijnstok, als teken van hoop, van het goede leven, waar voor ieder mens plaats is, leven in vrede, harmonie, met God en elkaar
Tegen die achtergrond horen we Jezus zeggen: “Ik BEN de ware wijnstok, en mijn vader is de wijnbouwer.”
Vervolgens worden wij mensen dan vergeleken met de ranken.
Jezus gebruikt dit beeld om de leerlingen hun ról duidelijk te maken. Wat is belangrijk?
Nou, dat je verbónden blijft met die wijnstok. Dan kunnen de voedingssappen uit de wijnstok in de ranken stromen en kunnen er vruchten groeien.
Het is leven vanuit de inspiratie en liefde die hij belichaamt. Het is leven uit de bron, leven uit liefde, vergeving, genade.
Vanuit die verbinding, die inspiratiebron zullen er goede vruchten komen. Dat kan bijna niet anders.
Ik ben de wijnstok zegt Jezus, en die wijnstok vormt het hart, de bron, maar het gaat in dit beeld om de ranken, om hún rol, om onze rol.
De oproep die dan meegegeven wordt is: blijven!
Blijven. Dat klinkt een beetje vreemd in een afscheidsdienst.
Maar het gaat niet over híer blijven, het gaat over verbonden blijven, die verbinding in stand houden, de verbinding met de bron, met Jezus, en met elkaar, gevoed uit diezelfde bron van liefde. Zonder die verbinding gaat het niet.
Zonder die verbinding, zonder die liefde en zonder elkaar wordt het dor en droog.
Leven uit de bron. Ik denk dat dat voor ons als mensen, en voor ons als kerkgemeenschap ontzettend belangrijk is.
Telkens weer die verbinding zoeken om ons daardoor te laten voeden, inspireren, bemoedigen, corrigeren.
Vanzelfsprekend is die verbondenheid niet. Daarom die oproep: Blijf in mij, dan blijf ik in jullie.
Dan kunnen er onverwachte, niet vermoede dingen gebeuren, dan kunnen muren vallen.
“Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.”
Nou, zo werkt het ook weer niet, dat weten we uit ervaring: je kunt vragen wat je wil en het zal gebeuren. God laat zich niet voor ons karretje spannen.
Wat gevraagd wordt is of wij ons voor zijn karretje willen laten spannen.
Tegelijk geven deze woorden aan dat er méér mogelijk is dan wij vaak denken,
als we zijn liefde, Góds liefde die we in hem leren kennen, handen en voeten geven,
gevoed door die bron, de wijnstok, de bron van het goede leven.
Zoals in dat lied voor de preek klonk: Wat zijn de goede vruchten?
Liefde, vreugde, vrede, geduld, goedheid, geloof.
Blijf in mij, dan blijf ik in jullie.
Daarvoor hebben we elkaar nodig, om tegen alles in wat er tegen spreekt hoog te houden dat het kán, leven uit de liefde,
in verbondenheid met hem die ons is voorgegaan,
met vallen en opstaan, natuurlijk.
Maar wel in verbondenheid, met elkaar, samen uit die ene bron.
Dan zullen jullie veel vrucht dragen.

preek-20210829-07.gif

Deze liet ik een paar maanden geleden al een keer zien, een Banksy, in Betlehem. Veelzeggend!
Muren kunnen vallen, grenzen doorbroken worden. Een opening kan er komen.
Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers…
Ieder zal zitten onder zijn wijnstok…
door niemand opgeschrikt.
Laten we zo een proeftuin zijn van een nieuwe wereld. Geloven metterdaad.
Helemaal goud.